Wie ben ik?
Voor de derde keer in korte tijd hou ik met volle overtuiging de ‘backspace’ ingedrukt. Voor de derde keer heb ik de pixels voor me zien verschijnen en verdwijnen. Voor de derde keer hoor ik buiten op de kruising voor mijn raam slippende banden. Ik weet niet waar ik moet beginnen, wat ik wil vertellen. Het voelt niet vertrouwd aan, het toetsenbord, normaal gesproken de beste vriend, voelt aan als een vreemdeling.
Inmiddels is het drie weken nadat ik bovenstaande alinea heb geschreven. De inkt om het verhaal verder te schrijven is opgedroogd geweest. De ragfijne haartjes van de ganzenveer zijn getransformeerd naar een onsamenhangend geheel waar symmetrie ver te zoeken is.
*Spongebob’s voice-over voice* ‘Drie weken later’
Ondertussen heb ik een alinea’s geschreven en weer weggehaald. Ik weet niet zo goed wat ik wil vertellen. De drang om een verhaaltje te schrijven is een stuk minder geworden. Niet omdat ik het niet kan of niet wil, maar simpelweg omdat ik niet weet wat ik op papier moet zetten.
Laat ik beginnen met dat het niet zo goed met me is gegaan. Ik heb mezelf opgeblazen door een prestatiedruk op mezelf te leggen, zo graag willen bewijzen dat ik kwaliteiten heb. Het gevolg is dat ik mezelf op ben gaan sluiten. Dat heeft nog een andere reden gehad, maar daar zal ik jullie niet mee lastig vallen. Uit ervaring weet ik dat dat in mijn geval geen goed idee is. Ik moet mensen blijven zien, contact blijven houden, maar soms heb ik geen zin in mensen. Niet om te reageren, maar helemaal niet om zelf contact te zoeken.
Er zijn wat tegenslagen geweest die de muziek van mijn leven stil hebben gelegd. Wekenlang ging ik door op beukende techno of trommelvliestrillende drum and bass, maar in een paar dagen verstomden deze genres in een doodse stilte. Geen geluid meer om de ragfijne haartjes op de armen te doen trillen , de componist van ‘Symphonica in Tjeerdo’ laat de noten vallen. Het is angstvallig stil.
Ik wist niet meer waar ik het moest zoeken. De alpha en omega ontbraken, het begin en het einde kon ik niet meer vinden. Een paar dagen heb ik rond gezweefd in het luchtledige zonder houvast te hebben. Zwaartekracht om te vallen heb ik niet gevoeld, het enige wat ik voelde was een angstvallige stilte. In mijn dromen ben ik wakker geschrokken, paniekerig grijpend naar de houvast en stabiliteit.
Ik ben mezelf volledig kwijt geweest. Ik heb in de spiegel gekeken, maar zag niemand. Ik heb gewandeld, maar liet geen voetstap achter. Voor ik verder ga, in mijn bovenkamer is het een chaos van uitersten. Aan de ene kant een ontzettend donkere en negatieve kant, aan de andere kant een My Little Pony-scenario die kleurrijk en positief is. Helaas zwaait de donkere kant al een tijdje met de scepter. Vergelijk het met Narnia, waar het jarenlang donker, ijzig en koud is. De laatste keer dat ik écht voor meerdere dagen gelukkig ben geweest is een kleine zes jaar geleden, het moment dat ik mijn droom uit mocht laten komen.
Ik heb dat lange tijd wel geweten, ik heb gelukkig zijn geprobeerd te forceren door ellende weg te drukken. Continu vluchtgedrag op verschillende manieren. Me verstoppen achter muziek, verdovende middelen en mezelf. Ik ben bang voor de persoon die ik kan worden. Ik ben bang dat de negatieve kant voorgoed de macht in handen neemt, want dat positieve leger(tje) wordt steeds kleiner. Steeds sneller denk ik bij flinke tegenslagen dat het niet meer goed zal komen. Ik zie incidenten niet meer los van elkaar, het is een aaneenrijging van dingen die je overkomen.
Ik wil mezelf niet in een slachtofferrol manoeuvreren, al is dat zo vaak de makkelijkste oplossing. Ik wil staan voor wie ik ben, al is dat zo vaak het goede voornemen geweest en struikel ik op de weg daar naartoe over mijn eigen persoon. Ik kan het mezelf zoveel makkelijker maken door gezond verstand boven gevoel te plaatsen. Maar dat ben ik en wie ben ik eigenlijk?
