‘Gebruik ik VIVA-gevoelens?’ – de zes schrijftips van Joost de Vries

Het Das Mag Zomerkamp 2016 is voorbij! Een tiendaagse leerschool in Friesland met workshops voor jonge mensen met schrijftalent. Joost de Vries, schrijver en redacteur bij De Groene Amsterdammer, gaf een college over de vragen die je jezelf kan stellen ná het schrijven. Dit zijn onze aantekeningen:

1) Lijd ik aan het slotzin-syndroom?
Veel schrijvers hebben de drang een sweeping statement te maken in de slotzin. Negen van de tien keer is dit niet nodig en kun je de laatste zin schrappen. Sluit eerder onderkoeld af dan overdadig.
2) Weet ik meer dan mijn personage?
Ook hoofdpersonages zijn niet alwetend. Laat ze afdwalen en verkeerde inschattingen maken, net als in het echte leven.
3) Gebruik ik VIVA-gevoelens?*
Blaas emoties niet al te groot op, wees recht toe en recht aan. Zinnetjes als “mijn adem stokte” of “ik hield mijn hart vast” zijn vaak overbodig en kunnen implicieter worden overgebracht.
* = VIVA-gevoelens: “Gevoelens die op het VIVA-forum thuishoren, maar niet in de literatuur”
4) Onderschat ik mijn lezer niet?
Literatuur is een spel tussen lezer en schrijver, waarbij je de kennis van de lezer niet moet onderschatten. Zet niet te veel uiteen omdat je er vanuit gaat dat de lezer het niet begrijpt.
5) Ben ik interessant genoeg?
Schrijf geen bladzijde zonder de lezer iets nieuws te vertellen. Een witregel is een prima vervanging om een saaie plichtmatige scène mee over te slaan. Tandenpoetsen mag je hoofdpersoon bijvoorbeeld best skippen.
6) Staat er wel genoeg op het spel?
Geef je verhaal een zekere urgentie — of het verhaal nu over een veldslag of een bedroevende vrijpartij gaat. De lezer moet kunnen meevoelen met de impact die de gebeurtenissen hebben op het hoofdpersonage.

Lees hier meer schrijftips van het Das Mag Zomerkamp