Renaissancistisch existentialisme

‘Je [bent zo]gemaakt, opdat je je zogezegd des te gewilliger en eervoller, als boetseerder en vormgever van jezelf, kunt kneden tot de vorm die je voorkeur heeft.’ — Giovanni Pico della Mirandola, Oratie over de Menselijke Waardigheid, r. 52–54.

Jean-Paul Sartre, door velen bestempeld als de vader van het existentialisme, zou na de Tweede Wereldoorlog met zijn ‘l’existentialisme est un humanisme’ de weg vrij hebben gemaakt voor het existentialisme als belangrijke filosofische en literaire stroming. Met ideeën als de volledige verantwoordelijkheid van de mens — de dwang om te kiezen — vrije wil en de kneed- en maakbaarheid van het menselijk individu, lijkt hij te breken met contemporaine filosofieën van het determinisme, naturalisme en religie. Maar heeft Sartre hierin daadwerkelijk het fundament gelegd voor het daarna zo dominerende existentialisme? Of is hij vooral een klokkenluider geweest die het idee aannemelijk en op een aangename manier aan de massa heeft gebracht?

De vijftiende-eeuwse denker Giovanni Pico delle Mirandola was een typisch renaissancistische figuur. Hij hield zich bezig met humanistiek, filosofie, theologie en klassieke en vreemde talen. Over de waardigheid van de mens schreef hij een stuk in 1486, betiteld als Oratie van de Menselijke Waardigheid. Hierin onderzoekt en probeert hij te verklaren waarom en hoe de mens haar uitzonderlijk bijzondere en gunstige positie in de natuurlijke orde heeft verkregen. Opvallend in dit stuk is het citaat dat ik bovenaan deze Mediumpost heb gezet; ik herken hierin zonder meer een existentialistisch geluid: een geluid dat mij voorkort alleen deed denken aan de ‘moderne tijd’ met haar ‘moderne ideeën’. Wanneer ik deze uitspraak zonder verdere context zou tegenkomen, dan zou mijn keuze tussen een renaissancistische theoloog-filosoof enerzijds of Jean-Paul Sartre anderzijds ongetwijfeld uitgaan naar de laatstgenoemde.

Sterker nog, ook inhoudelijk komt de boodschap van Pico overeen met het existentialistische idee van Sartre. Pico heeft duidelijk zijn idee over de menselijke vrije wil — wellicht geërfd van Sint-Augustinus (?) — ingebed in zijn theorie over de mens als de rationele uitlegger van en heerser over de natuur (r. 10–29). Zijn opvattingen zijn duidelijk gebaseerd op ideeën van de mens als middelpunt, boven-de-natuur-staand en uitverkoren in de wereld; iets wat overigens niet opmerkelijk is gegeven de tijd waarin het werk geschreven is. Maar nu, is er een fundamenteel verschil tussen het existentialisme van de vijftiende-eeuwse Pico of dat van de twintigste-eeuwse Jean-Paul Sartre?

Ja! Beide denkers baseren hun idee van de maakbaarheid van de mens en het menselijk karakter op totaal verschillende ideeën. Waar Pico het antwoord verklaart aan de hand van een eeuwige, almachtige en liefhebbende God, die ons de uitverkoren positie en mogelijkheden geschonken heeft om onze levens op een prettige manier te leven en onszelf te ontwikkelen en ontplooien op een manier zoals wij dat willen; volgt volgens Sartre zijn existentialisme juist noodzakelijk uit een strikt atheïstisch wereldbeeld. Sartre leert ons namelijk dat er door het ontbreken van God geen sprake is van een moraal, absolute wetten, een objectieve maatstaf of bovennatuurlijke krachten; alles wat er bestaat komt voort uit menselijke handelingen, keuzes en beslissingen.

Hoewel het renaissancistische existentialisme dus in grondbeginsel verschilt van de hedendaagse existentialistische opvatting, leert ons dit weldegelijk iets over het idee van existentialisme an sich. De notie van vrije wil, maakbaarheid en totale keuzevrijheid is namelijk verenigbaar met een theïstisch wereldbeeld, zoals Pico ons laat zien. Dit is in mijn ogen een interessante bevinding, wat bovendien de ruimte geeft voor een andere (wellicht theïstische) interpretatie van het modern existentialisme. Waar het existentialisme tot voorheen dus vooral een radicaal anti-theïstische visie was, kan door dit inzicht hieraan ook een andere invulling worden gegeven.

Like what you read? Give Tim Overkempe a round of applause.

From a quick cheer to a standing ovation, clap to show how much you enjoyed this story.