Innoveren in de gezondheidszorg

Ik ben van 10–17 maart 2017 in Austin bij het SXSW-congres,waar tienduizenden van over de hele wereld naartoe komen om de laatste stand van zaken en de nieuwste trends op het gebied van internet, technologie, media en online marketing te horen. De komende dagen zal ik hier nu en dan wat doorseinen op ons blog. SXSW staat voor mij voor vernieuwende ideeën, innovatieve tewchnologie, en de impact hiervan op de wereld om ons heen. Bijvoorbeeld op de zorg, een sector die veel baat zou kunnen hebben bij digitalisering van data en dossiers.

Toen ik hier in 2013 ook was, schreef ik vol enthousiasme over Carepass, het platform waar software developers hun health care-apps op konden aansluiten, zodat consumenten al hun gezondheidsdata konden opslaan, en zo een eigen electronisch passientendossier kunnen vormen. Een dossier waarbij ze zelf de regie in handen hebben wie die data in kunnen zien. Dat deze ontwikkeling vanuit een grote Amerikaanse zorgvezrekeraar (Aetna) kwam en niet vanuit de ziekenhuizen, is omdat die ziekenhuizen gebonden zijn aan hoge privacyeisen met betrekking tot patiëntgegevens (bekend als HL7). Dit deed het platform uiteindelijk echter ook de das om. Zijn verzekeraars te vertrouwen, als het om privacygevoelige gezondheids-informatie gaat?

Toch is de innovatiedrang in de zorgsector voelbaar. Zeker in Austin, dat inmiddels een Digital Health-hub is met 70 digital health startups. Digitalisering van data kan veel voordeel bieden bij diagnostisering, door snelle beschikbaarheid en koppeling van data uit verschilende bronnen. Eén van die Texaanse startups is MI7, dat Q heeft ontwikkeld: een API die de strenge HL7-norm van patientdata omvormt in JSON, waardoor app-developers zonder zorgen over databeveiliging en de bijbehorende HL7-experts zich volledig kunnen focussen op het ontwikkelen van innovatieve health care apps. De privacy is door Q al afgedekt.

Zou dit de doorbraak zijn van grootschalige patiëntgerichte innovatie in de gezondheidszorg?

Show your support

Clapping shows how much you appreciated Martijn Verver’s story.