Autistic Pride Day: het vieren van eigenheid en talent

Foto gemaakt door Wendy Schuchmann. Deze vogel is weliswaar een outsider, maar geen opgever. Laten wij allen een voorbeeld nemen aan dit autonome dier.

Nietsvermoedend opende ik Facebook. Zoals gewoonlijk zag ik een stroom berichten voorbijkomen van vrienden in verschillende hoedanigheden, pagina’s en interessegroepen over kunst, cultuur en natuur en uiteraard ook updates van organisaties waarmee ik sympathiseer. Het zou de oplettende lezer niet hoeven verbazen dat sommige van deze pagina’s betrekking hebben op autisme in het algemeen en sterke kanten in het bijzonder. Hoe het ook zij: op mijn tijdlijn zag ik expliciet de volgende aankondiging verschijnen: Autistic Pride Day.

Verschillende invalshoeken

Natuurlijk was ik meer dan blij met deze woorden, maar waarom wist ik hier niets van? Een rondje Google leerde mij dat deze zeer terechte dag in het leven is geroepen door Aspies For Freedom (weer zo’n fijne naam) om autisten te stimuleren hun eigenheid en neurodiversiteit te vieren. Ik spreek voortaan liever van ‘autisten’ dan van ‘mensen met autisme’, omdat het eerste de autistische identiteit benadrukt en het tweede meer overkomt alsof je het ‘hebt’ (en dus ziek bent).

Medisch model

Maar goed, hoewel ik het jammer vind dat deze dag blijkbaar niet actief in Nederland wordt gepromoot, verbaast het mij ook weer niet heel erg (of eigenlijk: helemaal niet). Hier in Nederland domineert binnen maatschappelijke instituties namelijk het medisch model dat de beperkingen van autisme benadrukt en weinig tot geen oog heeft voor sterke kanten en talenten (die worden hooguit gemedicaliseerd als ‘obsessies’ en ‘preoccupaties’). Een cultuur die een bepaalde neurologische opmaak als een defect interpreteert en deze visie zelfs vol overtuiging uitdraagt, zal dit vermeende defect natuurlijk ook niet vieren — en al helemaal niet met een focus op talent.

Realistische kijk op negatieve aspecten

Om de cynici en critici gelijk maar even tegemoet te komen: ik zeg niet dat autisme alleen maar leuk is. Sterker nog: zelf heb ik lang in het medisch model geloofd. Ik heb mezelf in het verleden ook als ‘beperkt’ en ‘gehandicapt’ gezien en zelfs als ‘patiënt’. Internalisering van maatschappelijke stigma’s (oftewel: zelfstigma) is een ernstige zaak. En hoewel ik autisme nu niet meer als stoornis zie maar als identiteit, zijn er nog steeds aspecten die ik, zacht uitgedrukt, niet altijd even fijn vind. Overgevoeligheid voor prikkels, verlies van overzicht en tijdsbesef en (de ervaring van) sociale vervreemding kunnen enorm zwaar zijn. Dus nee, ik ben niet het type dat de ogen sluit voor negatieve informatie.

Naar buiten treden

Toch weiger ik mezelf nog langer als beperkt, gehandicapt of ziek te beschouwen. Er is namelijk te veel dat ik mooi vind aan mijn autisme om dergelijke diskwalificaties te kunnen rechtvaardigen. Deze positieve kanten dienen niet slechts als compensatie van de ‘beperkingen’, maar hebben, in ieder geval voor mij en de mensen die achter mij staan, duidelijke intrinsieke waarde. En tegen (dank, Marx en Engels!) ‘de heersende ideeën (…) van de heersende klasse’ in ben ik gewoon hartstikke blij met deze kwaliteiten. Helaas ben ik, als gevolg van het opgedrongen pessimisme, nog wel vrij geremd in het naar buiten treden met deze eigenschappen, maar ik vind dat ik het aan mezelf en anderen verplicht ben om dit toch te doen. Emancipatie is te belangrijk om je te laten belemmeren door angst. In feite is die persoonlijke en maatschappelijke angst de ware beperking: niet het autisme, niet het anderszijn, maar het niet anders mogen zijn en jezelf daarom klein moeten houden. 1.53m is klein genoeg in fysieke zin en ik zit er niet op te wachten om ook in geestelijke zin klein te blijven, dank je wel.

Positieve aspecten van (mijn) autisme

Maar goed, genoeg uitwerking van ideeën: ik vier Autistic Pride Day omdat ik trots ben op…

  • Mijn taalgevoel (de reden dat een toenmalig psycholoog een autismeonderzoek blokkeerde: ik was ‘te taalvaardig’. Humor was blijkbaar zijn sterke kant).
  • Mijn eigen manier van denken en ervaren (wat mij vaak het bekende ‘aliengevoel’ geeft, maar wat ik stiekem weer heel leuk vind aan mezelf).
  • Mijn intensiteit in handelen: ik kan dingen niet half doen, dus als ik ergens voor ga, ga ik er echt voor (op carrièregebied noemt men dit ook wel ‘gedrevenheid’, dus wat nou ‘risico voor de werkgever’?).
  • Mijn intense beleving van kunst, cultuur en natuur (met dank aan die sterke prikkelgevoeligheid).
  • Mijn vermogen om ergens helemaal in op te gaan (wat ook inhoudt dat ik autonoom ben en mij prima kan vermaken).
  • Mijn idealisme en mijn niet-aflatende strijd voor emancipatie (in de eerste plaats door erover te schrijven, maar nu ook steeds meer in de ‘echte wereld’).

Emancipatie voor iedereen

Dus wat is nu eigenlijk het probleem? Zijn bovenstaande eigenschappen werkelijk onderdeel van een handicap, of is het tijd om open te staan voor een meer progressieve visie op autisme, neurodiversiteit en talent? Mijn standpunt is duidelijk en ik hoop dat anderen zich ook uit zullen spreken: voor zichzelf, voor elkaar en voor iedereen die nog aan de maatschappelijke zijlijn staat.

Omdat iedereen talenten heeft.

Omdat iedereen iets toe te voegen heeft.

Omdat iedereen het waard is om bij te dragen aan het grotere geheel.


Lezen, volgen, zien en verbinden

Blog

Facebook Schrijverspagina

Instagram

LinkedIn