Incident Keulen zet journalistiek op scherp.

In een democratie is het zoeken naar evenwicht tussen de belangen van verschillende partijen niet altijd een gemakkelijke opgave voor, zowel de overheid als de journalist. Dit zoeken naar evenwicht geldt ook voor persvrijheid, waar vooral de rol van de journalist bepalend is. De incidenten die begin 2016 plaatsvonden in Keulen, waarbij grote kritiek werd geleverd op de journalistiek, zet deze rol onder spanning. Ondanks dat de meerderheid van de Duitsers de media nog steeds vertrouwt na dit voorval, blijkt dat meer dan 40% van de mensen de berichtgeving van de media eenzijdig vindt (Karnitschnig, 2016). Heeft dit invloed op de positie van de journalist? De meningen hierover zijn verdeeld.

Op nieuwjaarsnacht 2016 vond een incident plaats, waarbij een groep vrouwen werd aangerand in Keulen. Hierbij zou zijn gebleken dat de daders grotendeels uit vluchtelingen bestonden. Dit zou de media niet op tijd hebben gemeld. Veel mensen stonden versteld van het feit dat de Duitse media zo laat waren met het berichten over deze kwestie. De dag voor de politie-persconferentie verschenen er al verhalen in lokale kranten en op social media hierover, maar door de grote landelijke Duitse media werd hier weinig over bericht. De inwoners zelf dachten dat dit te maken had met “politieke correctheid”(Lindhout, 2016).

De mate van persvrijheid in de wereld. Hoe donkerder het is, hoe minder persvrijheid er is.(wikimedia commons, 2006)

Een goede of slechte zaak?

Dit bleek later niet het geval te zijn. Bij media zoals de krant ‘FAZ’, was de eerste berichtgeving waar zij op stuitte nog te beperkt en had men geen correspondent ter plaatse. Verschillende media hebben dus besloten niet meteen het risico te lopen om onwaarheden te vermelden, wat een goed streven is. Aan persoonlijke verhalen kun je immers niet altijd veel betrouwbaarheid ontlenen. Ook staat in ‘De Code voor de Journalistiek’ dat het controleren van feiten, net als het beargumenteren van bronnen, een taak is van een professionele journalist (NVJ, 2008). Ik ben het er dus mee eens dat ze gewacht hebben tot ze de feiten beter op een rij hadden.

De professionele journalist controleert de feiten en beargumenteert zijn bronnen

Inmiddels is de discussie alleen maar groter geworden. Hoe moet de journalist handelen in zo’n situatie als in Keulen? Fractievoorzitter van de VVD, Annemarie Jorritsma, vindt dat de media deze situatie groter heeft gemaakt dan het was, door het punt van de vluchtelingen te ‘onderstrepen’(‘Annemarie Jorritsma’, 2016). Dit vind ik geen sterk argument. Een situatie kan al complex worden als je een aantal elementen objectief vermeldt in de media, waar je imagoschade aan personen of groepen kan toebrengen.

De onderwerpen waaraan aandacht wordt besteed in de samenleving kunnen ten koste gaan van bestuurders. Politici krijgen snel het gevoel dat zij alle kritiek over zich heen krijgen, maar weinig terug kunnen zeggen.(Bloemendaal, 2008, p.128). Aldus een verklarende conclusie voor de opmerking van de fractievoorzitter, want de vraag is, gaat dit nu om het belang van de genoemde groep of de politiek zelf?

De eigen interpretatie

Hoogleraar migratie-sociologie Ruud Koopmans, beweert dat het feit dat er eerst niet veel over de aanrandingen en de achtergronden wordt bericht, juist bewijst dat media niet op zoek zijn naar een negatief verhaal of het ontlokken van een discussie(Hommes, 2016).

http://www.trouw.nl/tr/nl/4496/Buitenland/article/detail/4219769/2016/01/06/Hebben-de-Duitse-media-bewust-gezwegen-over-geweld-in-Keulen.dhtml

Of zoals Jorritsma het zegt: “Ze blazen het op”. Ik denk dat het vooral om de interpretatie van de berichtgeving gaat. Drama en emotie worden de laatste jaren steeds meer gebruikt voor het versterken van de berichtgeving. Daarnaast bestaat er een onbewuste roep vanuit de overheid om in te grijpen in het debat. (Bloemendaal, 2008, p.103) Dit maakt dat de regering zich automatisch verantwoordelijk gaat voelen voor de boodschap van de journalist, die eigenlijk voor de burger bedoeld is. De overheid hoort hier juist objectief tegenaan te kijken en vanuit die berichtgeving te handelen.

Volgens ‘het Europees mensenrechtenverdrag’, heeft ieder immers vrijheid van meningsuiting, zonder inmenging van de overheid (Prenger, Van der Valk, Van Vree,& Van der Wal, 2011, p.108. Hier hoort natuurlijk ook verantwoordelijkheid en hoor- en wederhoor bij, maar ook hier mag de vrije mening gekoesterd worden.

Elke journalist zal een ander denkbeeld geven over een situatie, precies wat media zo uniek maakt. Juist daarom moet de journalist zich niet laten inlaten met berichtgeving waarbij er minimale aandacht wordt besteed aan het onderwerp, puur omdat de details van de feiten mensen afschrikt. Je hoort te kunnen vertellen wat jouw interpretatie is van een situatie, want alleen zo kun je mogelijk bijdragen aan een oplossing.

Media proberen te peilen of het publiek behoefte heeft aan meer informatie over een onderwerp en proberen die ook te geven. Als er weer nieuwe belangrijke feiten zijn, krijg je een vliegwieleffect. Door de combinatie van nieuws en achtergrond ontstaat er een redelijk beeld van de situatie, zo ook met de situatie in Keulen. (Bloemendaal, 2008, p.134).

Door de combinatie van nieuws en achtergrond in de berichtgeving ontstaat een redelijk beeld van de situatie

Journalisten horen de spiegel van de samenleving te zijn; de overheid kan baat hebben bij de onderwerpen, maar moet zelf bepalen hoe ze reageren en wat ze op de agenda zetten. (Bloemendaal 2008, p.133) Zo moet, volgens ‘de Code Nederlands Genootschap van Hoofdredacteuren’, de journalist de werkelijkheid zoals hij die aantreft en waarneemt vertellen, maar zo objectief als mogelijk(Prenger, van der Valk, van Vree,&van der Wal, 2011, p.121).

Rechtvaardige berichtgeving

Het belangrijkste wat de media hierbij in acht moet nemen is de sfeer die wordt gecreëerd. ‘De Code van Bordeaux’ stelt dat de journalist zich bewust moet zijn wanneer iets discriminatie kan veroorzaken en wanneer dat voorkomen moet worden(Prenger, Van der Valk, Van Vree,& Van der Wal, 2011, p.112) en volgens ‘de Leidraad Raad voor de Journalistiek’ moet het belang zijn afgewogen wanneer iets wel of niet gezegd moet worden(Prenger, Van der Valk, Van Vree,& Van der Wal, 2011, p.115). Het belang dat de burgers hebben om dit weten, bleek groter dan verwacht. Dit zat hem in de verontwaardiging van de burgers door het verzwijgen van de afkomst van de daers, alhoewel sommige feiten verteld kunnen worden, maar niet altijd noodzakelijk zijn.

Naar aanleiding van ‘de Leidraad Raad voor Journalistiek’ zou afkomst of status alleen verteld moeten worden om de feiten en omstandigheid beter te begrijpen(Prenger, Van der Valk, Van Vree & Van der Wal, 2011, p. 117), maar in geval er verkrachtingen plaatsvinden door een aantal mannen, behoeft er geen verdere uitleg van afkomst, omdat dat weinig toevoegt. Pas wanneer de status ‘vluchteling’ wordt gegeven, zou dit iets kunnen toevoegen door het verband met de discussie en eventuele maatregelen van een nationaal probleem, maar ook dit bleek niet zo te zijn.

Wat de discussie betreft, het zijn de feiten die spreken en de discussie ligt bij de lezers, niet bij de media. Wat ik hier wel een kernelement van verbetering vindt is het nemen van verantwoordelijkheid voor je eigen berichtgeving. De NOS had eerder bericht dat het om vluchtelingen ging, terwijl dit later niet zo bleek later te zijn (Vellekoop, 2016).

http://delangemars.nl/2016/02/13/nos-zwijgt-keulse-aanrandingen-niet-door-vluchtelingen/

Aannames op basis van stereotype verhalen zijn niet alleen ethisch incorrect, maar het niet nemen van de verantwoordelijkheid door verkeerde berichtgeving niet te corrigeren is schandelijk. (Prenger, van der Valk, Van Vree,& Van der Wal, 2011, p.114) Bij de casus over Keulen is er wel in twijfel getrokken door de NOS of het hier echt om vluchtelingen ging, maar er werd niet vermeld dat de vorige berichtgeving incorrect was. Ook volgde geen verontschuldiging voor eerdere foute beweringen, oftewel het nemen van de verantwoordelijkheid(Wollaars, 2016).

Het publieke debat gestart

Nu klinkt het of de zaak in Keulen alleen maar negatieve aspecten belicht. De zaak wordt opgeblazen, journalisten worden betwijfeld en zouden een discussie uitlokken, maar dit heeft ook zeker iets heel goeds teweeggebracht. In augustus vonden er in Zweden ook aanrandingen plaats, gepleegd door vluchtelingen. Dit werd verzwegen door de media, uit angst voor het opnieuw starten van de gevoelige discussie door Zweedse democraten. Zodra de feiten over de aanrandingen in Keulen op een rij stonden, besloten Zweedse media hier toch over te berichten(Bussen, 2016).

http://nieuws.tpo.nl/2016/01/11/massa-aanranding-door-asielzoekers-in-zweden-door-media-in-doofpot-gestopt/

Dit vind ik een voorbeeld van medialogica, het publieke debat wordt gestart doordat Keulen zijn verhaal gewoon bekend maakte, oftewel het debat wordt steeds meer bepaald door de mogelijkheden en limieten van de media. Zij bepalen de logica van het publieke debat(Bloemendaal, 2008, p.128–129). Maar wat maakt het opzetten van dit publieke debat zo belangrijk? ‘De Code van Bordeaux’ zegt dat de journalist een plicht heeft om de waarheid te vertellen op een zodanige wijze dat er plek is voor kritiek en commentaar vanuit het publiek. (Prenger, van der Valk, van Vree,&van der Wal, 2011, p.112). Het oordeel van het publiek staat los van de media, maar het recht op informatie, die rol moet de journalist hier vervullen. De keuze voor de gedetailleerde berichtgeving over Keulen is dus een goed voorbeeld van het ontstaan van een publiek debat bij andere media. De journalist uit zich hier door middel van zijn voorbeeldfunctie.

De voorbeeldfunctie

“Verantwoordelijke journalistiek heeft nood aan zelfregulering”. Dat is uit deze casus gebleken. In een democratische rechtsstaat is het van oudsher de taak van de journalist de burger te informeren zodat er een ongebonden ruimte is voor meningsvorming en participatie en een beperkte actie van de overheid in dit proces(Bloemendaal, 2008, p.144–145). Net als bij de zaak in Keulen, moet de journalist altijd zijn eigen waarneming, op objectieve wijze voorop kunnen stellen. Een breder zicht voor de burger op het nieuws is essentieel en de rol die de journalist hierbij moet vervullen is de voorbeeldfunctie. Hij neemt waar, verifieert de feiten, bericht zo objectief mogelijk, maar luistert vooral naar wat de burger nodig heeft.

Bronnenlijst:

Annemarie Jorritsma: ‘Media blazen Keulen op’. (2016, 17 januari). De mediacourant. Geraadpleegd op 21 april van http://www.mediacourant.nl/2016/01/annemarie-jorritsma-media-blazen-keulen-op/

Bloemendaal,F.(2008). De communicatieoorlog,hoe de politiek de pers in haar greep probeert te krijgen. Amsterdam, Nederland: Ambo

Bussen, B. (2016, 11 januari). ‘Massa-aanranding door asielzoekers in Zweden door media in doofpot gestopt’. Geraadpleegd op 17 april van http://nieuws.tpo.nl/2016/01/11/massa-aanranding-door-asielzoekers-in-zweden-door-media-in-doofpot-gestopt/

Hommes, K.(2016, 6 januari). Hebben de Duitse media bewust gezwegen over geweld in Keulen? Trouw. Geraadpleegd op 19 april van http://www.trouw.nl/tr/nl/4496/Buitenland/article/detail/4219769/2016/01/06/Hebben-de-Duitse-media-bewust-gezwegen-over-geweld-in-Keulen.dhtml

Karnitscnig, M.(2016, januari 20). Cologne puts Germany’s ‘lying press’ on defensive. Geraadpleegd op 29 januari 2016 van http://www.politico.eu/article/cologne-puts-germany-lying-media-press-on-defensive-migration-

Lindhout, S.(2016, 6 januari). Verzwegen Duitse media misbruik bewust?.De volkskrant. Geraadpleegd op 19 januari van http://www.volkskrant.nl/buitenland/verzwegen-duitse-media-misbruik-bewust~a4219504/

Maandag,A.,van Vegchel,J., van den Berg,M.,&Pattiasina,Y. (2015). Journalistiek en recht, de praktijk belicht. Amsterdam, Nederland: Villamedia BV

Nederlandse Vereniging voor Journalisten. (2008, april). Code voor de journalistiek. Geraadpleegd op 17 april van https://www.nvj.nl/wat-wij-doen/dossiers/ethiek/code-voor-de-journalistiek#VI.+Controleerbaarheid

Vellekoop, R.(2016, 13 februari). NOS zwijgt, Keulse aanrandingen niet door vluchtelingen. Geraadpleegd op 18 april van http://delangemars.nl/2016/02/13/nos-zwijgt-keulse-aanrandingen-niet-door-vluchtelingen/

Wollaars, J.(2016, 15 februari). Meeste verdachten Keulen waren pas kort in Duitsland. NOS. Geraadpleegd op 18 april van http://nos.nl/artikel/2087134-meeste-verdachten-keulen-waren-pas-kort-in-duitsland.html