Bootcamp

Vanmorgen. 8 uur. Ik ben in het zonovergoten en nog rustige park. Wat staat me te wachten en wat wordt er van mij verwacht? De bankjes in de zon nodigen uit voor een goed gesprek …… maar dat is niet het doel van vanmorgen. Niet praten maar doen!

Enigszins zenuwachtig stond ik om 7 uur naast mijn bed. Had gehoopt op een verkwikkende slaap vannacht, maar helaas. Leeftijd (lees: overgang)? Angst voor het onbekende? Stress voor een extreme fysieke uitdaging? Of gewoon gezonde spanning?

Na een snelle douche, de volgende overwegingen: wat trek ik aan, wat kan uit als het te warm wordt, ik mag het setje dextro/glucosemeter/–strips/prikpen niet vergeten, wat zal ik eten als ontbijt, wat als ik naar de wc moet tijdens de bootcamp, is een zonnebril handig of juist niet, en last but nog least: waar begin ik eigenlijk aan? Ga ik niet af, sla ik geen flater? Zo lenig en soepel ben ik immers (nog?) niet.

Dan is het zo ver. De instructeur haalt mij op en we rijden naar het park. In het kader van mijn strijd tegen de kilo’s in het bijzonder en voor mijn gezondheid in het algemeen, had hij mij deze bootcamp aangeboden. Hij is familie en alleraardigst. Maar omdat bootcampintructeurs doorgaans best streng en bot (lijken te) doen, vraag ik me af wanneer zijn houding om zal slaan. Dat gebeurt gelukkig niet.

“We beginnen met een rondje joggen, Margot!” Huh? Hardlopen? Ik? Denkt hij echt dat ik dat kan? Het is namelijk heel, heel erg lang geleden dat ik een rondje gerend heb. Middelbare schooltijd? De afgelopen maanden heb ik wel veel gesport, maar joggen deed ik nog niet. Het was zo lang no option geweest en de kans op blessures vond ik nog te groot. Wel droomde ik er regelmatig van, een hardlopende/joggende Margot. Blijkbaar is de tijd er rijp voor. Nu en hier in dit park.

We joggen, sprinten, boksen, doen push-ups, squatten, huppelen etc. dat het een lieve lust is. Ik boor spiergroepen aan waarvan ik wist dat ik ze had, maar ze lieten zich nu ook gelden. Gedurende de bootcamp wordt ik enthousiast aangemoedigd: “Hup Margot, nog even volhouden, je kunt het!” “We sprinten nu tot de volgende boom, nog even doorgaan!” Mijn bovenbenen protesteren, ik stop heel even om daarna snel weer verder te gaan.

Buiten het joggen, blijk ik boksen ook leuk te vinden. Met om mijn handen beschermende handschoenen, deel ik rake klappen uit op de 2 stootkussens die de instructeur me voorhoudt (en oh, wat is dat slaan lekker!). Iedere klap voelt raak en lijkt nodig. Wat een uitlaatklep, dat boksen.

Geheel onverwachts (ik dacht dat we pas op de helft zaten en begon me inmiddels wel enige zorgen te maken over mijn uithoudingsvermogen) hoor ik: “Je zult het niet geloven, maar het zit erop Margot!” Geloof me, ik geloofde hem heel erg graag! Maar omdat ik nog wel wat lucht over had in mijn longen, wel moe was maar nog niet “op”, stelde ik voor nog 1 rondje te joggen. Tenslotte ben ik geen watje.

Dan zit het er op. In de auto terug naar huis krijg ik een openhartige bekentenis en tevens prachtig compliment: “Eerlijk gezegd: ik had je beslist onderschat! Het ging goed.” Ik bedank hem hartelijk en realiseer me dat ik ook wel van mezelf sta te kijken.

Boksen, joggen …… yes I can!