Een onverwacht briesje

‘Louter door je fantasie te gebruiken heb je een mensenleven gered,’ had Jane amper een paar uur daarvoor tegen hem gezegd, en die woorden klonken nog na in Wells hoofd terwijl hij het eerste ochtendlicht door het zolderraam zag stromen, waar het de meubels uit hun schaduw haalde en de contouren belichte van het Griekse standbeeld dat hun verstrengelde lichamen op de zetel van de tijdmachine vormden. Toen hij tegen zijn vrouw had gezegd dat ze de stoel misschien nog wel gebruiken konden, had hij niet aan deze manier gedacht, maar het leek hem niet raadzaam haar op dat misverstand te wijzen, en nu al helemaal niet. Wells sloeg haar liefdevol gade. Ze sliep rustig ademend in zijn armen, nadat ze zich met hernieuwde enthousiasme aan hem had gegeven, met de wilde hartstocht van de eerste maanden, die hij langzaam had zien uitdoven met de weemoedige berusting van iemand die maar al te goed weet dat passies nooit eeuwig duren, dat ze zich hoogstens nog op andere lichamen kunnen richten. Maar nergens stond geschreven dat gloeiende kooltjes niet soms weer vlam kunnen vatten dankzij een onverwacht briesje, en die ontdekking had op de lippen van de schrijver een dankbaar glimlachje getoverd dat daar al een tijdje niet meer te zien was geweest. En dat was allemaal te danken aan die zin die almaar in zijn hoofd klonk: ‘Louter door je fantasie te gebruiken heb je een mensenleven gered,’ een zin die hem voor Jane weer een nieuwe glans had gegeven.

One clap, two clap, three clap, forty?

By clapping more or less, you can signal to us which stories really stand out.