Vijf vragen over open data die de volgende coalitie moet beantwoorden

Paleis Huis ten Bosch aan de voorkant, ca. 1900.

Pas over enkele maanden vinden verkiezingen voor de Tweede Kamer plaats. Toch is het goed om nu alvast vooruit te kijken naar de vragen die een nieuwe coalitie zal moeten beantwoorden. Wat zijn de vijf cruciale stappen die een nieuwe coalitie moet nemen om open data echt vooruit te brengen.

1. Krijgt iedereen daadwerkelijk het recht op toegang tot digitale overheidsinformatie in een open machine-leesbaar formaat?

Hoewel sinds 2015 de Wet hergebruik overheidsinformatie van kracht is, blijkt de praktijk nog altijd weerbarstig. Het aantal beschikbare datasets groeit traag en van een proactieve houding is overheidsbreed nog geen sprake.

Open data is geen opeenstapeling van pilots maar een kerntaak van de overheid.

Willen we daadwerkelijk de economische en maatschappelijke vruchten kunnen plukken van open data, dan moet de beschikbaarheid, vindbaarheid, kwaliteit en toegang tot die data worden vergroot. Open data is geen opeenstapeling van pilots maar een kerntaak van de overheid.

2. Wordt centraal uitgevraagde informatie van decentrale overheden ook centraal ontsloten?

Het ‘Huis van Thorbecke’ voldoet niet meer in deze digitale tijd. Kiezers zien diverse overheidsorganisaties als een en dezelfde overheid, maar vaak zien deze overheidsorganisaties dat zelf nog niet. Veel overheidsinformatie, bijvoorbeeld bij gemeenten, kan eenvoudig worden gecollectiviseerd. Toch komt dit maar moeizaam tot stand. Het wordt tijd daar dwingende afspraken over te maken, bijvoorbeeld, via een enkelvoudige datalijst. Daarin kunnen centraal en collectief standaarden worden afgesproken waarmee de schaalbaarheid van het hergebruik van open data een enorme vlucht kan nemen.

3. Worden de gegevens van openbare registers als het Handelsregister en het Kadaster voor iedereen gratis opengesteld?

Al sinds 2009 wordt er geprobeerd om het Handelsregister open te krijgen. Nu ook VNO-NCW, MKB-Nederland en LTO Nederland van mening zijn dat deze registers gefinancierd moeten worden uit algemene middelen, lijkt niets meer in de weg te staan om dit voor eens en altijd goed te regelen in een nieuw regeerakkoord. Het is sowieso niet meer van deze tijd dat ZBO’s publieke informatie monopoliseren.

4. Zal de nieuwe coalitie investeren in meer open technologische processen, zoals het Witte Huis ooit heeft gedaan met de US Digital Service en 18F?

Opgericht in 2014 heeft 18F binnen de kortste keren de problemen met health.gov opgelost. Dit team opereert als startup binnen de overheid om digitale problemen snel en effectief op te lossen met behulp van Agile softwareontwikkeling, designs waar mensen centraal staan, open source software en data-driven besluitvorming. Het had zo een van de aanbevelingen van de Commissie Elias kunnen zijn, maar helaas, die koos voor een extra bureaucratische laag in plaats van problemen echt op te lossen. Ik vermoed dat het UWV, de Sociale Verzekeringsbank en de Belastingdienst flink geholpen zouden zijn als ook in Nederland zoiets als 18F zou bestaan.

5. Wordt het open data beleid voor de gehele rijksoverheid belegd onder de verantwoordelijkheid van de minister-president?

Daadkracht heeft meer nodig dan alleen coördinatie. Op dit moment is open data bij veel ministeries nog op basis van vrijwilligheid georganiseerd. Dat moet veranderen. Bijvoorbeeld met een ‘ministerieel topteam’. Zo’n team, onder de ministerraad, kan dan zorgen voor de nodige urgentie en afstemming om echt de kansen van open data te verzilveren.

Deze column verscheen in het december nummer van InGovernment.