Hoe de blockchain de vrije markt kan redden

Foto: Bill Strain via Flickr

Markt en overheid worden vaak tegenover elkaar gezet, waarbij een werkelijk vrije markt dan gepaard gaat met een zo klein en passief mogelijke overheid. Regulering geeft dan minder marktwerking, en deregulering geeft meer marktwerking. In werkelijkheid ligt de zaak een stuk genuanceerder. Onder meer door het bestaan van schaalvoordelen leidt marktwerking vaak tot concentratie en zelfs monopolievorming — het is dan juist een taak van de overheid om ervoor te zorgen dat er nog marktwerking en concurrentie mogelijk blijft. Dit geldt in het bijzonder voor online bedrijfstakken, waar grote platform- en netwerkeffecten gelden.

Blockchain kan in dit licht een sleuteltechnologie zijn. Blockchaintechnologie kan voorkomen dat platform- en netwerkeffecten tot monopolies leiden. En op die manier kan blockchain de vrije markt redden van monopolisten als Facebook en Uber. Maar daarvoor moet er nog wel wat gebeuren.

1.
Kapitalisme — vrije ondernemingsgewijze productie — is een prachtig systeem. Het was een enorme vooruitgang ten opzichte van het mercantilistische systeem, waarin je van iemand toestemming moest hebben om te mogen produceren: van een koning, van een gilde, van de kerk. In dat systeem was de concurrentie beperkt, waardoor de gelukkige vergunninghouders bovenmatige winsten konden realiseren. Dat heeft een groot aantal prachtige gildehuizen en grachtenpanden opgeleverd, maar verder niet veel goeds. Een systeem met vergunningen — kunstmatige monopolies — is van nature conservatief en weinig innovatief. Voor vooruitgang is vrije mededinging van belang: wie denkt dat hij het beter kan, moet daartoe de gelegenheid hebben. Inefficiënte producenten worden verslagen door slimmere uitdagers — dat is vooruitgang in een kapitalistisch systeem. Joseph Schumpeter noemde dat creative destruction, tegenwoordig heet het disruption. Concurrentie, sterker nog: de dreiging van concurrentie, zorgt ervoor dat bedrijven efficiënt en innovatief blijven, en zorgt daarmee voor vooruitgang.

Sommigen denken dat vrije concurrentie een soort van natuurlijke staat is: als de overheid zich maar zo weinig mogelijk met de economie bemoeit, dan ontstaat vanzelf concurrentie, innovatie en vooruitgang. Dat is overduidelijk niet waar. Wat er gebeurt als de overheid niet regulerend optreedt, is te zien in landen waar de overheid zwak en corrupt is, en in markten die officieel niet bestaan en daarom niet gereguleerd kunnen worden. Het uitschakelen en voorkómen van concurrentie is nu eenmaal een veel effectievere strategie om veel geld te verdienen dan steeds maar weer de beste, leukste of goedkoopste zijn.

De verantwoordelijkheid van de overheid voor een goede marktwerking houdt niet op bij het bewaken van law and order. Ook zonder dat er sprake is van corruptie, geweld of andere vormen van vals spel, bestaat er in veel markten een tendens naar concentratie. Dat komt door het bestaan van schaalvoordelen. Die zorgen ervoor dat grote bedrijven tegen lagere kosten kunnen produceren dan kleinere. Als die lagere kosten worden doorgegeven aan de consument is er weinig aan de hand. Maar als dat niet gebeurt, worden er overwinsten gemaakt waarmee allerlei lelijke dingen gedaan kunnen worden. Vandaar dat vroeger, toen overheden hun rol als marktmeester nog serieus namen, monopolievorming actief werd bestreden. Aan de andere kant: die schaalvoordelen zijn wel degelijk reëel bestaande voordelen. Dus als je grote bedrijven dwingt zich op te splitsen, dan dwing je ze om duurder te produceren en vernietig je dus eigenlijk waarde. Ziedaar in een notendop waarom het bestaan van schaalvoordelen één van de moeilijkste fenomenen is voor beleidsmakers in een kapitalistisch systeem.

Overigens gebruik ik “schaalvoordelen” hier in brede zin. Naast de kostenvoordelen bij opschaling van de eigenlijke productie heeft groot zijn ook voordelen in andere bedrijfsfuncties, zoals R&D, marketing en werving van personeel. En naast de effecten van de huidige productie-omvang zijn er ook nog de leercurve (hoe meer je van iets gemaakt hebt, hoe efficiënter je erin wordt), het netwerkeffect (hoe meer je van iets verkocht hebt, hoe aantrekkelijker het voor andere klanten wordt om er ook een te kopen) en het platformeffect (omdat je veel gebruikers van het ene type hebt ben je aantrekkelijk voor gebruikers van het andere type, en vice versa).

2.
De grote belofte van eerst het world wide web (twintig jaar geleden) en later sociale media (tien jaar geleden) was om hier een einde aan te maken. De drieslag massaproductie — massamedia — massaconsumptie zou doorbroken kunnen worden. Iemand, ik geloof dat het Hugh MacLeod was, muntte de term global microbrand: ook een klein bedrijf kon tegen lage kosten een wereldwijde klantenkring opbouwen, mits het iets bijzonders maakte. Klein zou het nieuwe groot worden.

Helaas is daar vooralsnog weinig van terecht gekomen. Er zijn maar heel weinig multinationals “gedisrupt”. Zelfs de kranten- en muziekuitgevers bestaan nog (en verdienen zelfs nog geld). En er zijn een paar hele grote en machtige bedrijven bijgekomen. Facebook, Google en Apple zijn de machtigste bedrijven ooit — in termen van oorlogskas, maar vooral in termen van wat ze van je weten. AirBnB, Uber, eBay, Amazon en nog een paar unicorns hebben hele bedrijfstakken gemonopoliseerd. En dat komt door schaaleffecten, en dan in het bijzonder het netwerkeffect en het platformeffect.

Het netwerkeffect staat ook wel bekend als Metcalfe’s Law, die stelt dat met elke nieuwe gebruiker van een netwerk de waarde voor alle bestaande gebruikers stijgt — waardoor de waarde van het netwerk als geheel exponentieel stijgt met elke nieuwe gebruiker. De eerste aanbieder van een bepaalde dienst die over een bepaalde drempel is kan zijn positie hierdoor heel lang behouden, ook al zijn er inmiddels betere alternatieven. WhatsApp is een goed voorbeeld. Het platformeffect treedt overal op waar vraag en aanbod aan elkaar gekoppeld worden. De koper gaat daarheen waar de meeste verkopers zijn, en vice versa, dus wie als eerste de markt verovert ziet vervolgens dat zijn positie als vanzelf versterkt en verdedigd wordt. Zo is Marktplaats al heel lang de grootste tweedehands, eh, marktplaats van Nederland, zonder dat ze daar heel veel voor hoeft te doen.

Vrijwel alle unicorns bevinden zich in bedrijfstakken waarin deze effecten zo groot zijn, dat je wel kunt spreken van “winner takes all” situaties. Dit verklaart ook de typische startup-dynamiek en de enorme investeringsbedragen: wie als eerste groot is blokkeert alle concurrentie en heeft dus alle mogelijkheden om de investering ruimschoots terug te verdienen.

Zo is de economie aan de ene kant enorm gedemocratiseerd, maar tegelijk is de macht van een klein aantal private bedrijven groter dan ooit. Iedereen kan geld verdienen door liedjes te maken, zijn zolderkamer te verhuren, verhalen te schrijven, mensen van A naar B te rijden of zelfgebreide pannenlappen te verkopen, zonder dat er toestemming nodig is van een overheid of een uitgever. Zolang je maar de gebruiksvoorwaarden accepteert van het dominante platform op dat gebied, waaronder het afstaan van tussen de vijf en de dertig procent van je inkomsten.

Waren schaalvoordelen in de “oude economie” al een lastig fenomeen voor beleidsmakers, in de online economie geldt dat nog veel sterker. Het is immers op de korte termijn niet in het belang van de consument om Facebook (of Uber, etcetera) op te splitsen — nog afgezien van hoe je dat zou moeten doen, en wie dat zou moeten doen. Maar het moet wel gebeuren, het inperken van die monopolies. Want uiteindelijk leiden monopolies altijd tot verspilling, corruptie en crony capitalism, en vormen ze een rem op innovatie en vooruitgang.

Traditioneel kennen we twee remedies voor dit soort “efficiënte monopolies”: nationalisering (of algemener: collectivisering) en aanbesteding. Nationalisering kunnen we bij wereldwijde platforms buiten beschouwing laten. Aanbesteding zoals we die uit bijvoorbeeld het openbaar vervoer kennen (concurrentie om de markt in plaats van concurrentie op de markt) zou voor een paar van de genoemde platforms kunnen werken. Uber en haar concurrenten zouden kunnen concurreren om het exclusieve recht om in Amsterdam gedurende een aantal jaren ride-hailing diensten te mogen aanbieden. Hetzelfde geldt voor AirBnB en voor andere platformdiensten waar de markt geografisch af te bakenen valt. Maar — nog afgezien van het feit dat de meeste nieuwe monopolies buiten deze categorie vallen — er is een belangrijk verschil tussen Uber en AirBnB enerzijds en openbaar vervoer of een etherfrequentie anderzijds. Uber en soortgenoten zijn online diensten en dat betekent dat ze heel veel meer data verzamelen over de markt waarin ze opereren. Als Uber vier jaar lang in Amsterdam mag rijden, verzamelt ze daarmee zoveel data dat ze bij een aanbesteding of veiling een enorme voorsprong op de concurrentie heeft.

Daarmee heeft de overheid als marktmeester geen goede instrumenten om de nieuwe monopolies te reguleren. Zelfs het belasten van de winsten lukt vaak niet goed.

3.
Blockchain is bij veel mensen inmiddels bekend als “de technologie achter bitcoin”. Voor wie zich snel wil laten bijpraten is dit filmpje een goede introductie. De bitcoin-blockchain, die in het filmpje wordt besproken, is vooral interessant als denkmodel. De bitcoin-transacties zijn opgeslagen in een publiek toegankelijk systeem, dat van niemand is en dat niemand kan afsluiten of censureren. Hier bovenop worden diensten aangeboden, zoals wisselmarkten, maar het is heel eenvoudig om van een dienst over te stappen naar een concurrerende dienst, want alle handelingen die je verricht, alle data die je creëert, worden opgeslagen in het publiek toegankelijke systeem, en niet “in de kluis” van de dienst die je gebruikte.

Stel je voor dat Facebook ook op die manier werkte. Je data — je profiel, je relaties, je berichten, je privacy-instellingen — zitten (veilig versleuteld) in een publiek toegankelijk systeem en Facebook biedt je alleen de gebruikerservaring: het gemak van de interface, de relevantie van de advertenties, de snelheid waarmee de pagina’s laden, dat soort dingen. Maar je kunt probleemloos overstappen naar een concurrent zonder je data, en je vrienden, kwijt te raken. Op die manier krijg je concurrentie op het platform, in plaats van winner-takes-all concurrentie om het platform. Met andere woorden: een flinke doorontwikkeling van blockchain-technologie is een goede manier (waarschijnlijk de enige manier) om grip te krijgen op monopolies die worden veroorzaakt door netwerk- en platformeffecten.

Of die doorontwikkeling er snel komt is nog maar de vraag. Het goede nieuws is, dat er hard gewerkt wordt aan allerlei initiatieven om functionele lagen bouwen op de (bitcoin-)blockchain. Voor een deel is dit open source en/of not-for-profit werk, maar er zijn inmiddels ook commerciële bedrijven en investeerders die het bovenstaande begrijpen en er ook een verdienmodel in zien. Het minder goede nieuws is dat de basis, bitcoin zelf, slechts zeer langzaam evolueert. Aanpassingen in de code zijn het resultaat van een uiterst tijdrovend proces dat soms een beetje op democratie lijkt, soms op het zoeken naar consensus en soms op een aflevering van Game of Thrones. Decentraal is nu eenmaal niet zo efficiënt. En ondertussen werken banken en andere grote bedrijven aan hun eigen “private blockchains”. Een private blockchain is in wezen een kartel; een besloten groep bedrijven deelt van alles met elkaar, maar niet met buitenstaanders. Een beproefde methode om bestaande marktverhoudingen te verdedigen en nieuwkomers te ontmoedigen.

Onze beleidsmakers tobben intussen nog met de vraag of ze de taxibranche wel of niet moeten beschermen tegen “uitdager” Uber. Ze zouden er beter aan doen mee te investeren in een infrastructuur die de echte vrije markt de komende eeuw redt van dergelijke platformmonopolisten.

Show your support

Clapping shows how much you appreciated Ronald Mulder’s story.