De balans: één jaar Expeditie Nederlands

Begin dit schooljaar zijn mijn collega Rutger Cornelissen en ik vol ambitie begonnen aan Expeditie Nederlands. Ons doel: het vak Nederlands op een vernieuwende manier aanbieden aan havo 3. In eerdere blogs heb je de progressie kunnen lezen. In deze blog kijk ik terug aan de hand van de doelen die we onszelf vooraf hebben gesteld. Hoe was het om op een andere manier les te geven? Wat ging goed en wat is voor verbetering vatbaar? Wat vinden de leerlingen en hun ouders ervan? En krijgt dit jaar een vervolg?

Zoals je in dit introductiefilmpje over Expeditie Nederlands kunt zien, hebben we dit jaar alleen de stof behandeld die we echt belangrijk vonden en hebben we geen cijfers gegeven. Daarnaast zijn we formatief gaan toetsen, wilden we aansluiten bij de echte wereld door middel van projecten en het uitnodigen van gastsprekers en hebben we tot slot de methode losgelaten.

Prioriteren
We hadden voorafgaand aan het schooljaar een ambitieuze jaarplanning klaarliggen, maar bij elk onderdeel bleek dat we steeds tijd te kort hadden. Ondanks dat we hadden gesneden in de hoeveelheid stof, was het achteraf toch nog te veel. En dat moet volgend jaar anders.

Afgelopen weekend zijn Anja Dirks (collega Nederlands die dit jaar ook heeft lesgegeven in havo 3), Rutger en ik op werkweekend geweest (zie foto). Daar hebben we onder andere een nieuwe planning gemaakt, waarbij we meer ruimte hebben gecreëerd. Die ruimte moet leiden tot meer rust en diepgang. Helaas hebben we daardoor wel de projecten Onderzoek en Nederlandstalige Muziek eruit moeten halen, maar die zullen in havo 4 of 5 worden geïntegreerd.

Cijferloos
Onze leerlingen werden dit jaar beoordeeld met ‘in ontwikkeling’, ‘in orde’ en ‘uitstekend’ in plaats van cijfers. Helaas zijn de drie termen dit jaar niet uit de verf gekomen, omdat ons cijfersysteem geen woorden zoals ‘in orde’ aankon. We hebben daarom plusjes gekoppeld aan de woorden: 1 plusje voor ‘in ontwikkeling’, 2 plusjes voor ‘in orde’ en 3 plusjes voor ‘uitstekend’. Leerlingen spreken dus over het behalen van plusjes, in plaats van dat ze zeggen dat ze ‘in ontwikkeling’ zijn. Het cijferloos lesgeven is ons desondanks enorm goed bevallen. We hebben echt het idee dat er een ander soort leerling in de klas zit. Een leerling die meer gericht is op groei en verbetering, in plaats van het binnenhalen van meestal nietszeggende cijfers. Compenseren was niet meer mogelijk, dus ze moesten bij elk onderdeel laten zien dat ze het beheersten. De manier van beoordelen (met vooraf gestelde criteria en rubrics, zie hier een voorbeeld), gaf leerlingen in ieder geval meer inzicht in hun leerproces. Misschien is dat wel belangrijker dan de manier waarop we hebben beoordeeld. Leerlingen zijn positief over dit beoordelingssysteem.

Op het rapport (zie foto) kregen leerlingen en ouders voor elk onderdeel te zien hoe zij (de leerling) hadden gepresteerd. Daar stond vervolgens een voortgangstekst bij, zodat duidelijk werd hoe een leerling ervoor stond. Ouders hebben dit als zeer waardevol ervaren.

Formatief toetsen
Het inzicht in de leerprogressie en de feedback op het rapport sluiten aan bij het formatieve toetsen tijdens ons project. We hebben gestreefd naar een leerklimaat waarbij fouten maken onderdeel was van het leerproces: het is niet erg fouten te maken, mits er van geleerd wordt. In principe kregen onze leerlingen bij ieder onderdeel drie kansen. De eerste twee kansen waren in de les, en als het onderdeel dan nog niet gehaald was, moesten zij verplicht naar een extra lesuur op de woensdagmiddag.

Op de foto hiernaast zie je de progressie van leerlingen in slechts 1 week, waarbij ze verschillende onderdelen moesten beheersen. In de linkerkolom zie je de beginscores (oranje is ‘in ontwikkeling’, lichtgroen is ‘in orde’ en donkergroen is ‘uitstekend’), in de rechterkolom zie je de scores na drie lessen oefenen. Een flinke verbetering in korte tijd dus! Gedurende het jaar zagen we over het algemeen steeds dezelfde leerlingen tijdens het extra lesuur. Of ze het vervelend vonden? “Meneer, deden ze dit maar bij alle vakken!”, zo vertelde een jongen uit mijn klas. Deze manier van toetsen is door zowel leerlingen als ouders zeer positief ervaren. En daarom zullen we het formatieve toetsen volgend jaar in havo 4 doorzetten.

Aansluiten maatschappij
We wilden met ons project aansluiten bij de echte wereld door middel van projecten. In deze blog heb je kunnen lezen over project Onderzoek, Fictie en Nederlandstalige muziek, en de gastsprekers die we daarbij hebben uitgenodigd. De tweede helft van het schooljaar hadden we drie andere projecten, waarbij leerlingen meededen aan een debattoernooi, een Pecha Kucha maakten bij een gelezen boek en een krant maakten. We zijn tijdens deze projecten met leerlingen op pad gegaan. Zo zijn we tijdens project Lagerhuisdebat met ProDemos (een absolute aanrader) naar de Tweede Kamer in Den Haag geweest, en tijdens Project Nieuws naar Omroep Gelderland.

Daar kregen leerlingen te zien hoe het nieuws daadwerkelijk gemaakt werd. En hoewel het veel geregel was, ben ik enorme voorstander van deze buitenschoolse activiteiten. Leerlingen leren gedurende zo’n dag veel meer dan je eigenlijk doorhebt (“Dit was echt heel gaaf meneer!”). Daarnaast geniet ik altijd enorm als ik met mijn leerlingen buiten het klaslokaal ben.

Zonder methode
Tot slot is het ons goed bevallen om zonder methode te werken. Sommige leerlingen vonden het minder fijn, omdat het wat rommelig was met ‘die losse blaadjes’. Daarom hebben we besloten om volgend jaar alle leerlingen een eigen map te laten aanschaffen, waarin ze ons lesmateriaal kunnen verzamelen. Al het lesmateriaal stond overigens overzichtelijk in onze Elektronische Leeromgeving (It’s Learning), maar we merkten dat leerlingen het toch liever op papier kregen. Rutger en ik hebben achter de schermen steeds hard gewerkt aan het lesmateriaal en soms was het pas het uur voor de les klaar. Maar daar hebben leerlingen nooit wat van gemerkt. De lessen liepen over het algemeen gesmeerd. We zijn dan ook erg trots op het resultaat. Het was heerlijk om zonder methode te werken, en volgend jaar wordt het wat makkelijker omdat we veel materiaal al klaar hebben liggen. Onze ambitie? We willen de beste open source methode voor ons vak worden! Geheel in die denkwijze hebben we al ons lesmateriaal gedeeld via onze besloten Facebookgroep. Aan de inmiddels meer dan achthonderd leden vragen we als tegenprestatie om (kritisch) met ons mee te denken.

Mening ouders en leerlingen
We hebben onze leerlingen en ouders via een enquête bevraagd wat ze van Expeditie Nederlands vonden. De belangrijkste conclusie is dat vooral de manier van toetsen enorm aanspreekt. Zoals gezegd gaan we in havo 4 door met deze manier van toetsen, maar nog niet onder de noemer van Expeditie Nederlands. Dat doen we pas als we het programma inhoudelijk ook helemaal hebben verbeterd. Uit de enquête kwam verder naar voren dat leerlingen met meer plezier naar onze lessen zijn gegaan, ze de lessen leerzamer vonden en dat de lessen uitdagender waren. De ouders gaven aan dat ze deze manier van onderwijs het liefst bij andere vakken terugzien. Het is in ieder geval heel fijn om te weten dat ons harde werken wordt gewaardeerd en dat zowel leerlingen als ouders over het algemeen zeer positief zijn. Om een ouder te citeren: “Ik wil nogmaals mijn waardering uitspreken over de onderneming die jullie zijn aangegaan. Ik hoop dat dit door positieve feedback een (breed) vervolg krijgt. Complimenten!”

Vervolg
En wat nu? Inderdaad, in havo 4 gaan we op dezelfde manier toetsen, maar daar blijft het niet bij. Want, houd je vast: volgend schooljaar zullen álle havo en vwo 3 klassen op onze school (Candea College) én het Liemers College Expeditie Nederlands introduceren! Fantastisch toch! Het onderzoek dat Menno Streefkerk en Eva Kool namens de Universiteit van Utrecht naar ons project deden, sterkt ons in de gedachte dat we met dit soort onderwijs goed op weg zijn. Zij concludeerden namelijk dat Expeditie Nederlands de zelfregulerende vaardigheden en de algemene doeloriëntatie van leerlingen bevordert en dat het op langere termijn ook een positief effect heeft op de mastery-doeloriëntatie. Er is nog geen effect gevonden op de leerresultaten, maar de verwachting is dat dit wel het geval zal zijn als leerlingen gedurende een aantal jaar met ons systeem werken. Wat hun onderzoek precies inhoudt, lees je in hun onderzoeksverslag dat je ook op onze Facebook-pagina vindt.

Al met al kan ik niet anders dan concluderen dat we een fantastisch jaar met Expeditie Nederlands achter de rug hebben, waarbij we een heel ambitieus plan daadwerkelijk hebben weten te realiseren. En dat dat gelukt is, heeft niet alleen met Rutger en mij te maken. We zijn enorm dankbaar dat de collega’s binnen en buiten onze school goed hebben meegedacht en meegeholpen. Zonder hen was dit jaar nooit zo’n succes geworden. Samen maken we ons onderwijs aantrekkelijker, beter en mooier!


Arnoud Kuijpers (1987) is docent Nederlands aan het Candea College in Duiven. In 2015 werd hij uitgeroepen tot beste leraar Nederlands van dat jaar. Voor Collegestof schrijft hij een artikelenreeks over Expeditie Nederlands. Meer informatie over Arnoud vind je op www.digi-taal.net