Een nep app voor je emotionele jeuk

Deze week heb ik ideeën van Nir Eyal voor je in de aanbieding. Deze onderzoeker van de toepassing van ideeën uit de gedragspsychologie in technologie is vooral bekend van z’n boek ‘Hooked’ (2014) waarin hij beschrijft wat een product allemaal in huis moet hebben om z’n gebruikers verslaafd te krijgen.

Ok, nu kan dat sowieso al interessant zijn om te bestuderen als kijkje in het kamp van de vijand. Maar Eyal is meer dan de afleidingsduivel himself. Hij heeft juist ontzettend interessante genuanceerde ideeën over waarom het misgaat als je blijft praten over afleiding en verslaving. Oh, en waarom placebo-design wel eens onze redding kan gaan vormen. Kan een nep sociaal netwerk jouw emotionele jeuk gaan verlichten?

Dit stuk is onderdeel van de serie CTRL, ALT, DELETE: tech/me waarin ik de ideeën van interessante denkers deel over hoe we een betere relatie kunnen opbouwen met onze technologie. Herontwerp van onszelf en technologie: hoe doe je dat?

We kijken te veel naar externe i.p.v. interne triggers

In ‘Hooked’ beschrijft Eyal hoe het proces van verslavingsvorming werkt. Heel globaal gezien bestaat dat uit vier fases:

1. Een trigger. Iets dat je aandacht trekt en je aanzet tot een bepaald gedrag. Dat kan een externe trigger zijn (een notificatie zet je aan om je email te bekijken), maar ook een interne trigger (je behoefte aan veiligheid — te willen weten dat alles nog onder controle is — zorgt ervoor dat je je email gaat bekijken).

2. De actie. Het daadwerkelijke gedrag, dus het openen van je email in dit geval. Twee factoren zijn hierbij van invloed: hoe gemakkelijk de actie te doen is (1 druk op de emailapp is een stuk makkelijker dan dat ik moet inloggen in m’n browser op m’n telefoon) en ook hier weer: psychologische motivatie.

3. Variabele beloning. Ik heb er al eerder over geschreven, maar de onvoorspelbaarheid waarmee een beloning plaatsvindt is veel sterker dan een voorspelbare beloning. Juist het feit dat ik niet weet wat ik in mijn emailbox zal aantreffen — ook al kunnen dat moeilijke of nare emails zijn — zet me aan om het vaker te checken. Bij onvoorspelbaarheid maakt mijn breintje gewoon meer dopamine aan.

4. Investeren. Zodra een gebruiker iets investeert in het product — tijd, geld, data, sociaal kapitaal — dat het product of dienst beter maakt voor de volgende keer, gaat de gebruiker er sneller weer naar terug. Bijvoorbeeld: Spotify leert mijn muzieksmaak beter kennen met elke keer dat ik het gebruik of een sociaal netwerk wordt waardevoller naarmate je meer vrienden toevoegt

Je ziet het: er zijn sterke ontwerpmechanismen in het spel, waardoor de diensten die jij op je smartphone hebt zitten (en het ding an sich) zo’n aandachtsslurpertjes zijn. Hier is ook al veel over geschreven. Maar het allerslechtste dat we nu kunnen doen volgens Eyal is geloven dat we willoos onderhevig zijn aan deze verslavingsmechanismen:

The worst thing we can do is to believe that these technologies control us. The data shows that addicts who believe that a substance controls them, that they’re powerless against those substances, have the highest relapse rate. When we believe, “Email is so addictive,” or, “The world’s going to fall apart if I don’t check this email and respond back to work,” — by believing that we are powerless, we are.

Dat klinkt wat dubbel hè? Dat komt omdat we ons nu in discussies over technologie te veel concentreren op het belang van de externe triggers, in plaats van op het belang van de interne.

Je gebruikt een technologie niet tegen je wil, je gebruikt het omdat het een emotionele behoefte triggert.

Internal triggers are the momentary psychological pain we feel right before we use a product. It’s why we check Facebook when we’re lonely, why we Google when we’re uncertain, and why we watch YouTube videos when we’re tired after work. These services have bolted themselves onto frequently felt negative emotions.

Tech is niet de schuldige, maar kanarie in kolenmijn

Bedenk eens hoe vaak je je werk-email op een dag bekijkt. Zou je jezelf verslaafd noemen? Bedenk nu eens hoe vaak je je werk-email zou checken als je niet meer zou werken. Noem je jezelf nu nog steeds verslaafd?

De crux is: de meeste mensen zouden hun werk-email niet checken als ze niet meer zouden werken. Dat maakt dat je niet zomaar kunt stellen dat je frequente check-gedrag de schuld is van de technologie. Het loont volgens Eyal om een goed onderscheid te maken tussen de verschillende typen ‘schuldigen’ voor jouw check-gedrag. Dat kan technologie en de manier waarop het ontworpen is zijn, maar het kan ook je baas zijn. We zijn niet zozeer tech-geobsedeerd, maar werk-geobsedeerd. Onze 24/7 werkcultuur, waarbij we continu beschikbaar moeten zijn en snel antwoorden, heeft hier de meeste invloed.

Let’s say that tomorrow you win the lottery and win $20 million. You no longer need to spend a day in the office ever again. Do you still use Slack? Do you still use SharePoint or Salesforce? No, you stop using all that shit, because the only reason you’re using that is because the boss wants you to. Most people won’t say, “Oh my God, I can’t leave my job because I love using Salesforce so much.” It’s not the software, it’s the burdens of the job. It’s, “My boss is expecting me, my clients are expecting me. We’re a service business, we have to constantly respond all the time.”
That’s the real source of the problem. The tools make the problem worse, but if you take out one of the variables, you’ll see that people very quickly will stop using this technology had it not been for the workplace.

Diezelfde verwachtingen kunnen nog een derde schuldige onthullen, namelijk onze sociale omgeving. We verwachten van elkaar dat we continu beschikbaar zijn — on tweetspeed — en dat we continu — tijdens werktijd/ ’s nachts/ op het toilet — met elkaar doorkletsen.

En dan nog de vierde schuldige: JIJ. Waarom kijk je zo vaak op je telefoon als je aan het wachten bent? Waarom pakken we onze telefoon erbij als een gesprek even stokt of niet lekker loopt? Niet zo zeer omdat we verslaafd zijn aan onze tech, maar omdat het een makkelijke oplossing biedt om om te gaan met zaken die we ontzettend moeilijk vinden — en die ook gewoon altijd moeilijk zullen blijven, zoals omgaan met verveling, of alleen zijn, of de onzekerheid en gênante gevoelens als een gesprek even niet loopt.

Het is zonde vindt Eyal om één op één het ‘hooked-karakter’ van onze technologie de schuld te geven. Zo mis je namelijk dieperliggende sociale en maatschappelijke oorzaken waar we eigenlijk óók mee aan de slag zouden moeten:

This technology is the canary in the coal mine, whether it’s at the organizational, the family, or the individual level.

Niet praten over verslaving maar over jeuk

Bij het beschrijven van onze huidige relatie met technologie komt al heel snel de term ‘verslaving’ om de hoek kijken. Maar Eyal vindt — ondanks de titel ‘Hooked’ — dat we er toch niet goed aan doen om zo over technologieverslaving te praten.

Allereerst zijn we niet verslaafd in de strikte zin van het woord:

Addiction is defined by clinicians as a harmful, persistent, and compulsive dependency to a behavior or substance. But unlike other vices, addiction implies self-inflicted damage. Simply doing something a lot, like checking Facebook or watching television, wouldn’t qualify as addiction unless the user has difficulty stopping the activity, despite it doing them harm.

We zien verslavende middelen als dingen die krachtige chemische effecten in ons breintje hebben waaraan we ons wel moeten overgeven, maar dat klopt niet. Waarom zijn anders sommige mensen alcohol-/eet-/seksverslaafd terwijl we dat toch allemaal op een (hopelijk voor je) regelmatige basis tot ons nemen?

Eyal haalt de Nederlandse neurowetenschapper dr. Marc Lewis aan die stelt dat we er beter aan doen om verslaving te zien als een vorm van leren. Het brein neemt gewoon de kortste route naar wat het wil hebben, ongeacht de consequenties of gevolgen. De crux zit hem hier in ‘naar wat het wil hebben’, oftewel de itch — het gevoel dat discomfort veroorzaakt totdat het is ingevuld.

an addictive behavior has to scratch a specific itch, physical or psychological. Addiction (as opposed to moderated use) requires that lingering itch.

Een verslaving gaat mis wanneer je een product of dienst gebruikt om je behoefte in te vullen, en dat dit gebruik juist gaat bijdragen aan het probleem.

Problem gambling leads to financial stress, increasing the allure of escaping into a mindless zone state where the weight of the gambler’s troubles can’t be felt. The more people binge-watch television, the more lonely and bored they become, increasing the need to turn to a screen for something to do.

En laten we ook genuanceerder over afleiding praten

Afleiding wordt nu ook vaak ongenuanceerd als de ‘bad guy’ neergezet. Maar er is ook afleiding die je beter maakt, stelt Eyal. Hij haalt daarom in deze blog de game-designer en onderzoeker Jane McGonigal aan die stelt dat er twee soorten afleiding zijn: zelf-onderdrukking (self-supression) en zelf-uitbreidend (self-expansion).

Zelf-onderdrukking is bijvoorbeeld afleiding gebruiken om een negatieve ervaring te vermijden die wel eens goed voor je zou kunnen zijn, zoals het omgaan met verveling. Zelf-uitbreiding is afleiding gebruiken om een goede ervaring te creëren, zoals het appen met een vriendin om je niet aan eten te laten denken als je trek hebt, maar je wilt afvallen.

Klinkt logisch, maar vaak is het wel lastig om een goed verschil te maken. Een voorbeeld uit m’n eigen leven. Het kijken van video is vaak een afleiding uit de onderdrukkende soort voor me. Maar als ik een migraine-aanval heb — en ik verga van de pijn, en me niet kan concentreren — is het juist m’n reddingslijn. Door te kijken naar bewegend beeld waar ik ingezogen wordt, wordt m’n aandacht afgeleid van de pijn en kan ik gewoon de aanval uitzingen, die in de heftige variant drie dagen bij me duurt en wat ik dus niet alleen met erdoorheen slapen red.

Het lastige is alleen dat ik vaak in het bingewatchen tijdens een migraineaanval ongemerkt de grens oversteek van de ‘goede’ naar de ‘slechte’ afleiding. Hoewel ik theoretisch gezien de voordelen weet van bij m’n negatieve emoties te blijven en deze — net als de fysieke pijn van migraine — gewoon uit te zingen, is het verdomd lastig om het dan niet te gebruiken voor de emotionele kant van de migraine-aanval die vaak nazingt als de fysieke pijn weer enigszins is gezakt: de teleurstelling, gevoelens van machteloosheid, angst en schuldgevoelens.

Nu ik hier zo over schrijf, betwijfel ik plotseling of de afleiding van het kijken van video tijdens een migraine aanval eigenlijk een versterkende afleiding voor me is. Het sleept me wel door de fysieke pijn heen, maar versterkt me verder niet. If any, maakt het me bevattelijk voor het gebruiken van deze vorm van afleiding voor andere negatieve zaken waar ik dat dus niet voor wil gebruiken.

Hoe dan ook, afleiding in de goede variant kan ons dus sterker maken en ons gevoel van zelfredzaamheid vergroten:

In contrast, self-expansive distractions involve achieving goals, building skills, or attaining new knowledge that can be used over the long-term. These distractions help us improve ourselves and can build self-efficacy.
For example, answers to the question “Why am I doing this?” that sound like, “I want to learn a new language,” “I want to build a bigger career network,” “I want to know more about my health,” or “I want to improve my well-being,” are the kind of answers that a self-expansive technology can help with. Using distractions with an expansive mindset builds strength, while using them with a suppressive one simply shields us from the pain we are avoiding.

Een nepsociaal netwerk — placebo voor je emo jeuk

Dus, ons gebruik van technologie gaat evenzeer (en misschien nog wel meer) om hoe het ons doet voelen — onze interne triggers — dan de praktische functie die het uitvoert. Het kan om zo te zeggen onze emotionele jeuk verlichten, zelfs al werkt het als zelf-onderdrukkende afleiding en lost het niks op in de werkelijkheid:

Much of the technology we fiddle with daily — our phones, our games, our apps — we use not only because of what they do, but because of how they make us feel. By giving us a sense of control, products can alter our mood and provide relief — even when it’s all in our heads.

Dus zo vraagt Eyal zich af: wat hebben we dan precies nodig van onze technologie om dit effect op te laten treden?

Hij vergelijkt het met placebo-design dat veelvuldig wordt toegepast in onze dagelijkse omgeving. Wist je bijvoorbeeld dat in veel gevallen de ‘deuren-dicht’ knop in een lift geen functie heeft? Hetzelfde voor de knoppen bij stoplichten voor fietsers. En in kantoren wordt vaak een placebo-thermometer geplaatst die medewerkers zogenaamd kunnen bijstellen naar hun voorkeuren. En hoewel er in al deze situaties niets verandert, worden toch onze emotionele behoeftes aan controle ingevuld.

Stel nu dat je dit toepast op het ontwerp van je telefoon. Wat heb je nodig om je emotionele jeuk aan te pakken?

Ik heb van de week geëxperimenteerd met zo’n placebo-design. Binky is een nep-sociaal netwerk. Ik kan eindeloos scrollen door een timeline, ik kan plaatjes liken, retweeten, comments plaatsen. Alleen: er gebeurt niks mee. Het is allemaal nep. Alles verdwijnt in een zwart gat.

Binky — wat fopspeen betekent — is gemaakt om onze emotionele behoeftes in te vullen (lekker scrollen tijdens het wachten, even naar iets hersenloos kijken als je je verveelt of een andere itch voelt) — zonder dat het consequenties heeft.

‘The medium is the message’ van de beroemde mediatheoreticus Marshall McLuhan is hier letterlijk tot leven gekomen. Inhoud is optioneel geworden in ons huidige gebruik van technologie schrijft Ian Bogost:

With the rise of Facebook, Google, Uber, Microsoft, Amazon, and others, content stopped being a name for ideas alone and started signifying a confluence of machines, services, media, and ideas. This is the phenomenon some nickname #content (as a hashtag), implying that the purpose of ideas is to fill every moment with computational engagement. Technology’s effect on ordinary life is always more important than the ideas its content carries. […]
This is what people really want from their smartphones. Not content in the sense of quips, photos, and videos, but content as the repetitive action of touching and tapping a glass rectangle with purpose and seeing it nod in response.

Uiteraard heb ik de fopspeen getest de afgelopen dagen en — hoe interessant ik de gedachtegang ook vind — het werkt niet voor mij. M’n eigen sociale netwerken vind ik oneindig veel interessanter — juist omdat Binky me geen echte informatie oplevert — al is het maar een video van een schattig hondje dat zich geen bal aantrekt van z’n flauwvallende baasje — die ik kan delen met vrienden. Maar het was wél een goede test om erachter te komen wat ik nu echt belangrijk vind in m’n social media gebruik. Dus ik zou zeggen: installeer Binky eens voor een paar dagen, kijk wat het met je doet (en laat het me weten)!

Dit stuk verscheen ook in m’n wekelijkse nieuwsbrief CTRL, ALT, DELETE. Wil je deze automatisch in je mail ontvangen? Hier kun je je subscriben.

Like what you read? Give Sanne van der Beek a round of applause.

From a quick cheer to a standing ovation, clap to show how much you enjoyed this story.