‘Apen zijn dom’, wordt in Rise of the Planet of the Apes gezegd. Maar dat de mens er ook wat van kan, zal na het zien van de film duidelijk zijn. Een dergelijke stelling is tijdens de aftiteling niet meer te maken: mensen zijn al net zo dom als apen. Of net zo slim. Dat beide kampen hun goede en slechte kanten hebben is een heerlijk Shakespeariaans dilemma. Tijdens de film ben je niet per se voor de mens of voor de aap. Het begrip en de afgunst is er voor allebei.
In tegenstelling tot wat de titel misschien suggereert, nemen de apen niet de hele wereld over. Rise of the Planet of the Apes is slechts het begin, veel verder dan buiten San Francisco komen ze niet. Nog niet.
Proefdieren
In dit eerste deel van een nieuwe Planet of the Apes trilogie maken we kennis met Caesar (over Shakespeare gesproken), een aapje dat geboren werd in een laboratorium. Hier test Will Rodman (James Franco) een medicijn dat mogelijk Alzheimer geneest op apen. De apen worden intelligenter dankzij het medicijn en kunnen zelfs gebarentaal leren.

Eén van de proefdieren wordt gek en zet het bedrijf op stelten, net als Will zijn medicijn pitcht aan investeerders. Het experiment wordt meteen afgeblazen. Dat betekent niet dat Will stopt, hij neemt het medicijn mee naar huis en test het op zijn vader, die aan Alzheimer lijdt. Omdat Will het niet kan verdragen het baby-aapje een spuitje te geven, smokkelt hij hem mee naar huis, waar hij een kamer krijgt op zolder.
Ceasar (Andy Serkis) blijkt de intelligentie van zijn moeder geërfd te hebben, door van de tests met het medicijn. Hij spreekt via gebarentaal met Will en zijn surrogaatmoeder Caroline (Freida Pinto), die als verzorger in de dierentuin werkt. Maar kleine apen worden groot en eens komt de tijd dat Caesar uit huis moet. In de opvang waar hij terecht komt, ziet hij hoe mensen omgaan met apen. Dat bevalt hem niets.
Simpele blockbuster, diepe vragen

En waar de achtergrond van Caesar wordt geschetst, blijven de mensen helaas was eendimensionaal. James Franco speelt een moeizame rol als Will Rodman, die in zijn tekst nog het meest wordt ingezet om het plot uit te leggen. Freida Pinto komt helemaal niet uit acteren toe als Caroline. Sterker: haar relatie met Will blijft onduidelijk tot de eerste zoen. Het is ook vreemd dat ze pas na jaren te weten komt hoe Will eigenlijk aan Caesar komt en waarom de aap zo intelligent is.
Dat soort gaten in het plot kunnen storend zijn, want de film roept fantastische vragen op over de relatie tussen mens en dier, maar blijkt aan de andere kant een simpele blockbuster.
De opstand der apen
Toch doet de film heel veel precies goed, zoals de ontwikkeling van het personage Caesar. Opgevoed door mensen, lijkt hij zijn dierlijke uitspattingen niet te snappen. Dan vindt hij zijn plek tussen de gevangen apen en bereikt hij een kookpunt in zijn relatie met de malafide ‘verzorger’ Dodge (Tom Felton). In een scène schreeuwt de aap ineens ‘Nee!’, wanneer hij weer eens door de mens wordt bedreigd. De maat is vol, de opstand der apen vangt aan.

Intelligent als hij is, zet hij de groep naar zijn hand. Caesar breekt in bij Will en bemachtigt busjes medicijn, dat hij aan de groep toedient. Het zal aankomen tot een gevecht tussen mens en app, maar niet de laatste. Daarvoor is Rise of the Planets of the Apes in alle opzichten een reboot volgens het boekje: een film die de basis legt voor een vervolg waarin de hel losbarst.
Email me when De Filmclub publishes stories
