Dirk Polak

Suicity pt. III — 39


Buiten de Watertoren en het wederom bewoonde maar vervallen Chateau, was het domein de Cygne een wildernis. Een verwaarloosd park waar aanvankelijk scherp bijgehouden hagen en coniferen waren vergroeid tot ongewone vormen die deden denken aan de late knipsels van Matisse bevond zich, hemelsbreed, tussen de villa Droomoord en het Chateau. Aan de noordelijke zoom van het park werd het gebied onbegaanbaar op een oud overwoekerd pad na dat naar de Watertoren leidde. Ten oosten daarvan strekte zich een binnenzee uit, het Lac de Cygne, waarin het île de Cygne, dat vaak in mist was gehuld.Sinds mensenheugenis was niemand hier meer geweest, wat weer het ecologische evenwicht herstelde volgens eeuwenoud recept. Toch leek hier verandering in gekomen want een zwak lichtschijnsel, wat rookpluimen en de geur van een mengsel verbrand hout en gebraad verraadden menselijke aanwezigheid. Fjodor Flint roosterde een wildzwijn boven een minimaal, effectief kampvuur dat Walter Holdsock had aangelegd voordat hij zich met Gini boog over een groot vel papier waarop zij een strategie uitwerkten. De verpleegster uit het mecanicienne gilde was zo een spaarzaam voorbeeld die had gekozen voor het Depressionisme in plaats van de matrianarchie. Haar spoedcursus taxidermie van de bevlogen Germaan was daar ongetwijfeld debet aan, evenals zijn innemende warmte die Seppuka en Dolores Garcia voor haar hadden ervaren. De spitsvondigheid, de liefde voor materie, waarmee hij een boomhut had gebouwd uit geselecteerde stronken en takken en afgewerkt met steeds kleiner wordende twijgen en bladeren wekte bewondering, maar toch vooral vertrouwen.Hij hanteerde een ouderwetse schaaf als een meubelmaker, met hetzelfde gemak waarmee hij het scalpel toepaste of met een borstcrawl de golven doorkliefde.

Bij zijn vlucht uit de villa was Holdsock via het verwaarloosde park het pad naar de watertoren gevolgd, maar halverwege naar rechts afgebogen, het kreupelhout in, om een patrouille mecaniciennes te ontlopen. Hij moet ongeveer een half uur de vegetatie hebben doorkruist toen hij de voorbodes van het monumentale meer tegenkwam: Waterkou en het gelijkmatige geritsel van teruglopende kiezels in een tijloze branding. Hij sloeg zijn pelsjas om zich heen en besloot een tukje te wagen in de aardedonkere nacht. Hij kon immers geen hand voor ogen zien dus onmogelijk een inschatting maken van de omvang van het meer. De cadans van voornoemde rollende stenen deed hem onmiddellijk de slaap vatten. Bij het eerste licht zag hij nog steeds geen steek, maar nadat de mist was opgetrokken kon hij vaststellen dat het zicht oneindig was en zich op ongeveer een kleine vier kilometer een eiland verhief. De Kanaalzwemmer hoefde zich niet te bedenken. Hij pakte zijn uitgekiende ‘huisraad’ waar een backpacker jaloers op zou zijn in en gespte de waterdichte rugzak om, nadat hij zichzelf eerst zorgvuldig had ingevet. De aangename temperatuur van het water liet hem direct overgaan tot de routineuze acties die hij zo goed kende en vrijwel zonder grote inspanning in zijn slag komen. De adrenaline joeg door zijn lijf toen hij voet aan wal zette en meteen aan het werk toog materiaal te verzamelen om een hut en een kajak te fabriceren terwijl hij constateerde moederziel alleen te zijn. Vanaf deze locatie zou hij een individuele strijd beginnen. Hij zwoegde dagen voor een eerste primitieve behuizing, voedde zich met vis, bessen of wat gevogelte, aangevuld met beschuit dat hij had meegebracht. Voor nood had hij altijd nog een buisje met pillen, het zogenoemde astronautenvoedsel. Bij zijn eerste oversteek om wat sabotage in praktijk te brengen en wat supplementaire levensmiddelen te organiseren stuitte hij op ongeveer dezelfde plek waar hij aan de patrouille ontkwam op Gini en Fjodor Flint die eveneens aan de V.M.S. waren ontsnapt. Depressionistengroet en vluchtige omhelzing volgden, waarop het drietal besloot samen te blijven en Holdsock zijn mede conspirators uitnodigde zich terug te trekken in zijn bescheiden ‘nederzetting’. Het was een meevaller dat alle drie geoefende zwemmers waren, toch was het zaak de kajak vlot te prepareren als vervoermiddel voor buitgemaakte artikelen. Vol geestdrift werd het tijdelijke onderkomen bestuurt en naast de bouwlust de eerste plannen uitgewerkt voor bliksemuitvallen en even snelle terugtrekking, om de V.M.S. effectief te ondermijnen. Eerste prioriteit was het bevrijden van mede Depressionisten en vervolgens een centraal geleid orgaan te installeren waarbij het creatieve intellect van met name Ducasse de doorslag zou moeten geven de matrianarchistische agressor het hoofd te bieden. Maar ook hier drong de vraag zich op: Waar was Ducasse?

Met het geruisloos uitschakelen van de derde mecanicienne bemachtigde Odessa de sleutels tot de kerker en bevrijdde de voorman van het beproefde genootschap zonder verdere incidenten. Met militaire precisie loodste zij Ducasse naar haar ondergronds verblijf en bracht hem op de hoogte van de situatie. Hij leek vermagerd; at als een wolf eendenlevers, een doorgestoofde ui en een chutney van mango. Maar hij had ook een verbijsterend heldere blik in de ogen die qua intensiteit nauwelijks meetbaar was. De slapeloosheid die hem al dagen teisterde leidde nu tot woorden die zijn mond verlieten buiten de controle van het verstand om. Cryptische woorden, vrije verzen bijna; de ware stof om de anagraaf mee te verblijden. Odessa tekende op zoals bij de Surrealistische slaapmenners het geval was en las zijn ras toeslaande vermoeidheid als een bezorgde moeder, gezien de wijze waarop zij hem ten slotte als een kind instopte en hij in pure onschuld Morpheus omarmde. Na een droomloze slaapmarathon merkte hij bij ontwaken dat hij alleen was. Hij verkende de schuilplaats en zag dat zijn bevrijdster was ingericht op een lang verblijf; gehamsterde levensmiddelen, kleding voor alle seizoenen, gereedschap. Het gaf hem een indruk hoe ernstig hij de bezetting moest nemen en in die geest begon hij automatisch een spectaculaire theorie uit te werken waarbij hij zijn pretsigaretjes node mistte en voor het eerst ontwenningsverschijnselen ervoer. Toen Odessa terugkwam was zij in gezelschap van Magenta, die zij had opgespoord via een onvervalste tamtam. Zij hadden eerst bij het Abyssariaat ingebroken en een paar mobiele telefoons buitgemaakt die zij inschakelden op een gesloten, dus gecodeerd, circuit, alvorens zij terugkeerden op het ondergrondse honk dat tot crisiscentrum werd gebombardeerd. En passant wierp het Creools Armeense wonder Ducasse een pakketje toe waarin zijn onmisbare pretsigaretjes die juist waren bezorgd door Geronimo.

De gewetensvolle arend werd uitgerust met een aantal telefoons, dat hij op diverse plekken afleverde. Behoedzaam zwenkend tussen de zoeklichten van het Penthouse door, aan de vensters van Beauregard, Plimsoll en de Sfinx die allen in ’t Raethuys verbleven, maar ook bij Vogue face in de villa, ja zelfs op het île de Cygne bij Holdsock en gevolg.

Ook de mecaniciennes zaten niet stil, wat een understatement is. Hun doorlopende activiteit was even onaanvechtbaar als de fantasie die zij daarbij gebruikten. Er werd groot alarm geslagen toen werd ontdekt dat Ducasse was verdwenen, waarop een spoedberaad volgde in het gepantserde Penthouse. Buiten Geraldine, Blanchette en Imogen waren Lupe en een kaalgeschoren Aurora Dax aanwezig. De laatste twee was op zijn minst een curieuze verrassing. Werd Lupe niet tot het kamp van de Depressionisten gerekend, gezien haar nauwe betrokkenheid bij Gordolev en de Plimsolls en wat was juffrouw Dax overkomen na haar liaison met Clarissa Biene, tot de inval een grote onbekende bij iedereen? Het motief van de actrice laat zich raden. Haar dominantie in het rollenspel met DéDé, hoofdstukken geleden in de Japanse tuin, was niet minder dan een revelatie geweest die naadloos aansloot bij de praktijken van Imogen, Blanchette, Geraldine; hedendaagse Cunnilingi die de beheersing over de driften van genot tot een der leidraden van hun matrianarchistisch parool maakten. Bij Aurora was een motief niet nodig. Zij was zelfs streng in de leer, om het zo maar eens te zeggen. De onmin met Blanchette was ondergeschikt aan de belangen van de V.M.S., daarover bestond geen twijfel. Maar toen zij in een stuip schoot, vlak voor het moment dat Vogue face haar moeder voor het laatst bezocht en deze het tijdelijke met het eeuwige had verwisseld, werd zij door wat mecaniciennes verwijderd, verdoofd en naar het Penthouse vervoerd waar zij uiteindelijk het best verpleegd zou kunnen worden. Haar kale schedel was onderdeel van het ritueel geweest dat vooraf ging aan de finale rondom het ‘Monument voor een Afvallige’, een scène die voor altijd in nevelen gehuld zou blijven. Aurora droeg de monnikspij van Clarissa gelijkwaardig sober en leek gedrogeerd. Zij keek wezenloos voor zich uit, sprak met geen woord en werd als een bizar soort mascotte opgevoerd. Geraldine, in zilvergrijs mantelpak dat was afgestemd op de kleur van haar kortgeknipte haar, nam het woord. “Zusters, zoals jullie weten is Ducasse ontsnapt. Heeft iemand daar een verklaring voor?”

“Jawel”, sprak Blanchette, de vrouw in het veld die de troepen coördineerde. “Onze bewaking verwachtte geen tegenstand, althans nog niet. Zij waren verrast door een schim, onwetend dat er nog dissidenten rondliepen. Het moet één persoon geweest zijn, gezien de subtiele wijze waarop deze onze goed getrainde mensen uitschakelde voor minstens twee uur. We weten bijna zeker dat het Odessa geweest moet zijn, of Holdsock, de enige twee die wij nog altijd niet hebben kunnen traceren.”

“Wat let ons de jacht direct in te zetten,” reageerde mevrouw Gris Gros zakelijk koel. “Als Ducasse zich uitgedaagd voelt is hij tot bovenmenselijke dingen in staat die ons allen in verlegenheid zouden kunnen brengen” .

Het respect voor de oer Depressionist was uitgesproken en daarmee de ommekeer in de matrianarchistische overheersing onbewust ingezet.


Uit: Suicity, een surrealistisch feuilleton in drie delen; elk deel bestaat uit 18 hoofdstukken. Van deel 1 maakten we een bibliofielcollector’s item, er zijn slechts 50 exemplaren gedrukt, in een luxe gebonden uitgave. Suicity pt. II begon met hoofdstuk 19 en eindigde met hoofdstuk 36. Ondertussen zijn we aanbeland bij Suicity pt. III, wat zal doorlopen tot hoofdstuk 54.

Wilt u een exemplaar van Suicity pt. I bestellen, mail dan naar marianne.prins@overamstel.com.


Dirk Maurits Polak (1953) is een fenomeen in de culturele scene van Amsterdam: vriend van Ramses Shaffy, Rob Scholte, Peter Schat en met name van Theo van Gogh. Hij is een rasmuzikant (oprichter en bandleider van de cultgroep Mecano) én een rasverteller. Polak groeide op tijdens de Europese wederopbouw in het levendige Amsterdam van de zestiger en zeventiger jaren. Hij was frontman van de spraakmakende in het alternatieve circuit opererende groep Mecano, vernoemd naar het in 1901 gepatenteerde speelgoed Meccano, waarvan één c werd geofferd omwille van eventuele strafvervolging. Polak is vader van twee kinderen, een zoon en een dochter, en is behept met zowel de signatuur van rebels beminnelijke authenticiteit, als met de sporen van een gelaagd leven zonder al te veel concessies.

One clap, two clap, three clap, forty?

By clapping more or less, you can signal to us which stories really stand out.