Dirk Polak
Suicity pt. II — 23
Een dramatische ontwikkeling berust vooral op toeval, dat zelf bestaat bij de gratie van nuchter, meervoudig denken. De uitkomst is altijd op zijn minst verrassend. Aldus kopte een rondslingerende Suicitizen.
Wegens een zeldzame allergie, die werd veronachtzaamd omdat er nergens en door niemand melding van was gemaakt, kwam Buenaventura niet meer bij uit zijn narcose en beleefde daarmee een weinig glorieus einde. Hij zou zijn vader in elk geval nooit leren kennen, terwijl deze nou juist hoogbejaard moest worden om het mysterie alsnog te kunnen ontsluieren en tot de enige verbijsterende conclusie te moeten komen, dat hij zowel zijn geliefde als zijn zoon nooit in zijn armen zou kunnen sluiten.
De briefwisseling tussen Blanchette Noir en Dolores Garcia mondde uit in een bezoek van de Catalaanse aan Suicity, waar zij al snel werd geïntroduceerd bij de doutor. Zij herkenden elkaar uit duizenden, niet in de laatste plaats door de beladen en cinematografisch onthouden episode uit zijn leven, en de verregaande consequenties daarvan voor het hare. De begroeting was echter koel, afstandelijk, wellicht vanwege de grote tegenstelling tussen de schuchtere Iberische, vol ingehouden passie en gecontroleerde trauma’s, met de zakelijke kosmopoliet die aan zijn monomane berekening en leegte van een niet te lijmen hart autoriteit ontleende.
Bij het noemen van de naam Zenzuela raakten beiden in vervoering, die bij Crackle omsloeg in apathie toen zij hem verhaalde over een zoon die de legendarische partizaan uit de dynastie der Guttierrez’ baarde, exact negen maanden na haar innige samensmelting met de onkreukbare Krakl net buiten Asunción. Na haar onverwacht schokkende dood ontfermde de tot een hartsvriendin uitgegroeide Dolores zich over haar kleuter, die zij met vervalste papieren mee smokkelde naar haar moederland als Buenaventura Garcia.
De gepensioneerde onderwijzeres wist niets van zijn sterven en de op de proef gestelde dokter wist nu pas, dat hij de fatale narcose had toegediend aan zijn enige zoon. Hij verschoot van kleur. Was het zijn hart dat even stilstond? Of zijn verstand? In elk geval verontschuldigde hij zich en toog naar het Abyssariaat, waar hij met spoed een onderhoud wilde aanvragen met de altijd ruim- en diep denkende Beauregard, Dolores onderwijl onthutst achterlatend. Toen Blanchette haar influisterde dat haar stiefzoon was overleden, maar zich bevond voor taxidermie in Paviljoen 3, aarzelde de voormalige cel geen moment het domein van Walter Holdsock te betreden, terwijl zij haar haar in een knot wrong en het gezicht trok van de vergane krijger.
Het Abyssariaat was gesloten waarop de getormenteerde medische keizer zijn schreden zette naar zijn eigen Penthouse, waar hij de deuren zorgvuldig sloot. Hij beende vastberaden naar een medicijnkastje en iedere beweging was vanaf nu een nuttige. Een gereserveerde, gesteriliseerde spuit en de juiste dosis adrenaline werden vakkundig verenigd, alvorens hij zich een halve slag omdraaide en een panorama ving van een wolkenzee met een flauwe aftekening in de verte van de eendenvijver en de Japanse tuin. Hij haalde diep adem, nam plaats op de divan die grote gelijkenis vertoonde met die uit het Patriciërshuis waar hij de liefde had bedreven met Zenzuela en prepareerde linkshandig de spuit die hij recht op zijn hart zette om er tot slot met vaste hand de vloeistof in te jagen terwijl hij uitblies met voor de laatste keer het vormen van haar naam, die traag als olie over de verdorde lippen kroop.
Een acute verlamming heette zijn slotakkoord. Gini vond hem de volgende ochtend met opengesperde ogen en een verwrongen trek om de mond, de spuit fier in de spier.
Geronimo had zich onderweg bij de internationale ambassadrice van de revolte gevoegd, op wie hij net zo vertrouwelijk reageerde als eerder op Buenaventura, die nu onder de onbetwiste meesterhand van Holdsock werd opgezet. Toen zij haar stiefkind gewaar werd liep er een eenzame traan over haar verweerde, verder onbewogen gelaat terwijl zij hem devoot voorzichtig op het voorhoofd kuste. Tegelijk sprong er een vonk over van haar op Holdsock en vice versa. Zijn bekwame liefdevolle handelingen waren haar een lust voor het oog en verraadden een enorme innerlijke beheersing; haar gelaagde gelatenheid en gespierde lichaamstaal vormden een pleister op zijn algehele wonde. Een alle wetten tartende lange en puberale omhelzing volgde, waarbij zij hun hoofden afwisselend in elkaars hals nestelden en verder geen woord spraken.
Het gekras van Geronimo bracht hen terug in de realiteit. Deze gezagdrager van het azuur droeg een opgerold perkament bij zich dat was verzegeld met het monogram van Benjamin Olanda. Hij dropte het epistel waar de huurling lang naar op zoek was geweest voor diens voeten, waarop de assertieve Walter het onverbroken, dus ongelezen in de rechter bovenzak van zijn camouflage tenue stak.
Ducasse maakte ondertussen veel werk van Magenta, dat wil zeggen, hij verzon een spoedcursus om haar de basisprincipes van het Depressionisme bij te brengen, zodat het praktisch ingestelde oermens de Sfinx kon vervangen tijdens zijn herstel periode als assistente. Zij diende allereerst doordrongen te zijn van de ontkenning, of toch op zijn minst een heronderzoek, van de geïnstitutionaliseerde waarden der achterhaalde maatschappijvormen, vrijwel allemaal met een ethiek die doordrenkt is van religieuze fictie; of de acceptatie, ja zelfs omarming van de eeuwige slaap, waarvan de voorproefjes tijdens het leven toch tot de hoogtepunten behoren. Het domein waar de droom heerst en nog vaker de zalvende absentie. Waar de herstelwerkzaamheden van lichaam en geest in alle rust worden voltrokken zonder een enkele inspanning, om zich in de existentialistische waan van alledag opnieuw te verliezen en nutteloze energie te verspillen.
De solitaire Ducasse vond het overigens meer dan prettig een vrouwelijk pronkjuweel als Magenta aan zijn zijde te weten. Haar snelle opname van de delicate leerstof en anticipatie, die zij al had gedemonstreerd als assistente van Jasz, waren een verademing. De manier waarop zij de luisterrijke folklore van haar afkomst integreerde met het atheïstische Depressionisme, was zelfs dermate bijzonder dat het perspectieven bood tot ruimere interpretatie van de grondbeginselen. Zo had zij Nora Lux het lumineuze idee aangereikt van de zogenaamde wigwamwoningen, substantiële teepees die verre familie van de piramides zijn en het onderkomen van de mecaniciennes behelsden. Ook Beauregard werkte aan haar bijscholing, zodat de vicevoorzitter eveneens van haar diensten gebruik kon maken zodra Ducasse niet beschikbaar was.
Dit tweetal nu, meldde zich bij Dédé, die in het holst van de nacht het wonderwoud introk met een klein gezelschap Depressionisten, waaronder verder Vogue-face, de Vega’s en Desiderius. Met mijnwerkerslampen op het voorhoofd en kapmessen in de hand, volgden zij het pad dat hij eerder had gemarkeerd. Het had alles weg van een overlevingstocht die eindigde vlakbij het geheimzinnige meer, waar Lode en Permin een klein kampvuur aanlegden, Desiderius twee iglo’s en Magenta één teepee oprichtten en men uit thermosflessen speciale kruidenthee dronk onder het uitwisselen van opgedane impressies. Desiderius trok zich vrijwel direct terug in een iglo, Beauregard maakte aantekeningen en Magenta koos voor een meditatie in de indianentent. Gesis, geritsel en het zacht gefluister van bewegende bladeren, gaven glans aan de expeditie in het duister die de volgende dag zou vervolgen met een doorbraak naar de westelijke zoom van het bos, waar het landgoed abrupt werd begrensd door een woest kronkelende rivier in de diepte. Francine en Permin verkenden de omgeving en Lode daalde af met Vogue-face tot aan de boord van het meer. Ongemerkt had zich een chemische verbinding gevormd tussen de uitstoot van het vuur en de damp boven het water, die bij inademing bedwelmde als een hallucinogeen, dat vooral Dédé van zijn stuk bracht. Het nachtelijk tafereel leek zich voor hem in een zacht rood licht te ontvouwen toen plots harde gele strepen, diagonaal als geluidloze bliksemschichten het beeld doorboorden om vervolgens vervangen te worden door maagdelijk transparante ballonnen in een constante beweging. Het duizelde hem voor de ogen, waarop hij voor enkele seconden het bewust- en onderbewustzijn verloor. Toen hij zijn ogen weer opende keek hij Lupe recht in het gezicht. Hij knipperde enkele malen uit ongeloof en zag dat het toch Vogue-face was, die over hem heen gebogen stond en hem probeerde met malse tikjes op zijn mooie wangen terug in de realiteit te krijgen. Het leek of ze daarbij telkens zijn naam herhaalde, maar dan wel met de stem van, alweer, Lupe, wat de verwarring alleen maar vergrootte. Ook Vogue-face had enkele artificiële kleurschakeringen waargenomen en zag wat bleek, maar vond zich onmiddellijk terug. Dédé wankelde op zijn benen en sprak in onsamenhangende frases. De patrones van Droomoord maande hem tot zitten terwijl zij hulp ging halen. Even later keerde zij terug met Beauregard om hem te ondersteunen tot zij het kamp bereikten, waar hij langzaam in zijn gewone doen geraakte. Doodmoe nam hij plaats in de iglo, waar Desiderius inmiddels in zijn tweede slaap kwam. Vogue-face zocht de andere iglo op en de abyssionaris verwierf een plek in de wigwam, waar Magenta als een roos lag te slapen. Er daalde een diepe rust neer, maar de Vega’s waren nog altijd niet teruggekeerd.
Desiderius was vroeger uit de veren dan het gevogelte, dat zich bij het spaarzaam toegelaten ochtendgloren trachtte te onderscheiden in een overtreffende trap van serenades en uitzonderlijke klanken, terwijl de gezonde rijp oploste en er tekening verscheen in het volgestouwde woud. Hij zag dat bij het nog na smeulende vuurtje Francine sliep in de schoot van haar man, die met koolzwarte ogen in een eigen verte staarde en zo gedrogeerd leek dat slaap geen vat op hem kreeg. De componist van de ‘Suite Depressioniste’ haalde subiet zijn altviool tevoorschijn en zond wat summiere tonen de ruimte in, die de geluiden uit het woud even deden verstommen, maar daarna als een soort antwoord terug golfden. Het beoogde schokeffect van de uitgeslapen Desiderius had succes op de fatalistische imker en haalde hem terug naar de werkelijkheid; het bleek tevens het sein tot gelijktijdig ontwaken van de kleine groep. Het bivak werd snel en vakkundig opgebroken en na wat vitamine pillen, thermaal bronwater en gedesemd brood, aangevuld met de voorhanden zijnde wilde aardbeien, vervolgde de intensieve exercitie, meter voor exploiterende meter, met nog een kleine zeven kilometer voor de boeg.
Uit: Suicity, een feuilleton van tenminste 25 afleveringen.

Dirk Maurits Polak (1953) is een fenomeen in de culturele scene van Amsterdam: vriend van Ramses Shaffy, Rob Scholte, Peter Schat en met name van Theo van Gogh. Hij is een rasmuzikant (oprichter en bandleider van de cultgroep Mecano) én een rasverteller. Polak groeide op tijdens de Europese wederopbouw in het levendige Amsterdam van de zestiger en zeventiger jaren. Hij was frontman van de spraakmakende in het alternatieve circuit opererende groep Mecano, vernoemd naar het in 1901 gepatenteerde speelgoed Meccano, waarvan één c werd geofferd omwille van eventuele strafvervolging. Polak is vader van twee kinderen, een zoon en een dochter, en is behept met zowel de signatuur van rebels beminnelijke authenticiteit, als met de sporen van een gelaagd leven zonder al te veel concessies.