Dirk Polak

Suicity pt. III — 42


Vogue face en Imogen Muir hadden elkaar nauwelijks leren kennen in de betrekkelijk kleine maar toch wel gecompliceerde, zich verversende gemeenschap die Droomoord, inclusief Suicity, was. Echter tijdens de ontdekking van de artistieke zelfmoord van Geraldine en de pathetische van Déjà Vu, gaf een blik van herkenning beide vrouwen stof tot nadenken. In de villa was de reorganisatie alweer op poten gezet, dit keer door Magenta die werd geassisteerd door de zich onderscheidende Atë Pritt, oudere zuster van Olga en Chloë. Vogue face stelde voor te dineren in haar huis, waar een jachtschotel gereed stond voor alle vijf aanwezigen. Plimsoll voegde bij nadat hij het Oblivion in vertrouwde staat had teruggebracht, maar niet gemerkt dat er een sarcofaag was verdwenen. Ducasse rookte zijn eerste pretsigaretje sinds uren, Vogue face offreerde Imogen een snavelgeknipte sigaar die met groot gebaar werd aangestoken, de eerste trekken met gesloten ogen gesavoureerd. Blanchette had een verhelderend gesprek met Plimsoll en Beauregard droeg als vanouds zijn monocle, met dit verschil dat nu het andere oog aan bod was in het kader van een visuele training die hij ontwikkelde. Voor men aan tafel ging, verscheen Amerigo om te vertellen dat hij geen contact kon krijgen met Desiderius waarop werd besloten een nacht af te wachten. Als er dan nog niets was vernomen van amfibie en bemanning zou er een ploeg worden uitgerust en afgevaardigd om het vermaledijde labyrint door te spitten.

De jonge avond viel in met een wonderschone zonsondergang maar werd overschaduwd door het verdwijnen van Desiderius en Holdsock. Vanaf het eiland hadden ook Gini en Fjodor begrepen dat er iets mis was. Zij hadden de intieme nederzetting verlaten, de kajak gepakt en vaart gemaakt naar de overkant waar zij tijdens het ochtendgloren voet aan land zetten.

De twijfel bij Desiderius en Holdsock omtrent de identiteit van Olanda was meer dan gerechtvaardigd, want het bleek de Reïncarnist niet te zijn. Maar het was evenmin Olanda. Niemand minder dan de Sfinx was in de huid gekropen van de verongelukte zakenman, waardoor de aanwezigheid van Carcastro tussen de slaapbollen mede werd verklaard. De ex-Raetsheer en Castroloquist van het eerste uur was lang buiten beeld geweest tijdens de sociale aardverschuivingen te Droomoord. Niet dat hij nog maar zelden werd geraadpleegd door het genootschap of dat hij het gevoel had er voor spek en bonen bij te zitten op de onregelmatige meetings waren de reden dat hij ongemerkt was vervreemd en zich had losgeweekt van de voormalige deelgenoten, nee, het was in de eerste plaats het verscheiden van Meta Lux zonder afscheid kort nadat zij hem haar liefde had verklaard dat hem had verbitterd tot cynisch escapisme. De dolksteek echter was de reactie van Ducasse, die een en ander als overbodige holle romantiek kwalificeerde en zijn voormalige secretaris waarschuwde zich niet te laten strikken door de listen van het sentiment. Het gememoreerde vakmanschap betreffende vermomming en natuurlijk acteren zorgden ervoor dat niemand de omslag bij de Sfinx in de gaten had maar ondertussen radicaliseerde hij tot een amorele nihilist die niet met stille trom het landgoed zou verlaten, eerder met een knal eindigend in gesuis, het onoplosbare tinnitus, dat tot in de eeuwigheid zou voortduren. Toen zich dan ook een obscuur voorstel aandiende van buiten de gemeenschap, hoefde hij zich niet te bedenken er in te stappen.

Nauwkeurige instructies leidden hem naar een geheime toegang tot het onbegaanbare gebied en het gecultiveerde centrum vol papaver somniferum, waar hij voorlopig toezichthouder werd, iets waar hij ten slotte ervaren in was. In die hoedanigheid wachtte hij de indringers op en zette hen vast onder de banale dreiging van het pistool, in afwachting van verdere instructies, meer dan gemotiveerd de arrogante Depressionisten een slag toe te brengen.

Hij begreep wel meteen dat de vermissing van het gevangen tweetal slapende honden wakker zou maken, zodat hij koos voor het offensief. Allereerst benevelde hij Holdsock en Desiderius met een flinke dosis laudanum, die de poort naar dromenland openzette en het duo passiveerde voor onbepaalde tijd, voordat hij afreisde naar Suicity om een geloofwaardig schaduwverhaal rond hun verdwijning op te hangen. Hij speelde het spel hoog; vertelde dat het stel was gedeserteerd, wat hij had begrepen uit hun dialoog die hij toevallig had opgevangen. Hij bevond zich in het meest noordelijke deel van het Heidendoom waar hij het graf voorbereidde van Jerome Gris, toen hij Desiderius en Holdsock uit het amfibievoertuig zag stappen op de strook tussen begraafplaats en Japanse tuin. Hun luide overleg werd gedragen door een gunstige wind waardoor de woorden gearticuleerd aankwamen. Verbluft stelde de Sfinx vast dat de kopstukken van plan waren volgens eigen koers te varen, de Depressionisten de rug toe te keren en het mobiele laboratorium te kapen, waarop zij instapten en uit het zicht verdwenen. Het verhaal werd met zoveel geveinsde ernst verteld maar was toch niet geheel ontbloot van schwung dat men niet anders kon het voor waar aan te nemen. Alleen Beauregard vertrouwde het voor geen stuiver. Zijn innerlijke toetssteen voor geloofwaardigheid sloeg op hol als de wijzer in een magneet. Hij besloot het echter voor zich te houden en zelf een onderzoek in te stellen.

Ook Amerigo Solo had zo zijn twijfels. Hij achtte Desiderius, die tot zijn gekozen familie behoorde, niet in staat tot dergelijk verraad. En bovendien gaf hij zijn laboratorium niet zomaar op. Onafhankelijk van Beauregard plande hij een eigen zoektocht, maar niet nadat hij er persoonlijk zorg voor had gedragen eerst de waterinstallaties te zuiveren.

In volle wapenrusting ging Solo op pad en kruiste dat van Beauregard nog voor de nacht viel, waarop zij besloten de tocht verder samen te maken. De Sfinx was toen allang terug in de klaprozenvallei, volgens de geheime snelle route, en maakte kennis met de opdrachtgever van buitenaf, die niemand minder bleek dan Didier de Cygne, decadente broer van Vogue face die zij onlangs nog gezien dacht te hebben in een visioen, maar die dus daadwerkelijk levend was teruggekeerd op zijn geboortenest. Didier, sterk vermagerd, verouderd en met waterige lichtgrijze ogen, was in gezelschap van een raadselachtig figuur die Smyth werd genoemd en die gedurende het gehele onderhoud slaapbollen inkerfde waarop het witte melksap uitvloeide en kon drogen. De roes van Desiderius en Holdsock, nog altijd in de wiegende armen van Hypnos, werd verlengd, zodat het drietal rustig kon overleggen zonder riskante getuigen. De grootgrondbezitter zat hoog in het vaandel van een zeker kartel en dirigeerde al jaren de distributie van de opbrengst van zijn papavervelden vanaf de Azoren. Smyth was de voorman alhier die zijn baas had ingelicht over de onrust in het omringende gebied, wat wel eens kwalijke gevolgen zou kunnen hebben voor de tot nu aan het menselijk oog onttrokken goudmijn. Didier zag zich geroepen zelf een en ander in de peiling te nemen en keerde huiswaarts met het vaste voornemen te reorganiseren en een bezoek aan zijn stiefzuster te brengen.

Het oponthoud in de hut was onvoorzien en men vroeg zich af wat met de twee ondernemende Depressionisten te doen. Op dat moment sloeg de motor aan van het amfibietoestel en haastten de opiumboeren zich naar buiten waar net wat rookbommen waren gegooid door Solo, waartussen door wat Chinees vuurwerk voor genoeg verwarring zorgde dat Beauregard ongemerkt naar binnen kon glippen om de twee deelgenoten te bevrijden. Dit had nog aardig wat voeten in de aarde, want de staat waarin zij verkeerden was problematisch om snel te kunnen verplaatsen. Gelukkig hield Amerigo zijn opponenten dusdanig bezig dat de aftocht slaagde. Het voertuig kwam in beweging, op afstand bediend door de begiftigde Italiaan. Een schuif als bij een bulldozer werd gevormd door twee platen die mechanisch gestuurd uit de romp samenvoegden, waarna een eerste aanval op de hut werd ingezet. De Cygne en consorten ontsprongen de dans ternauwernood toen het toch al krakkemikkige huisje half instortte. Het amfibiegevaarte draaide onder een enorm toerental sur place honderd tachtig graden, pikte de verenigde Depressionisten op en schakelde in een hogere versnelling om de wildernis die hen wachtte te bedwingen. En passant spotten zij de vluchtweg die de Sfinx moet hebben gegaan, maar die uiteindelijk was aangelegd om de transporten verdovende middelen te vereenvoudigen.

Eenmaal aan de grens wachtte daar dan de trein voor het vervolg van het vervoer der contrabande. Loc en wagons leken verdacht veel op die van Droomoord, de vinding van Gordolev die, naast zijn paradepaard de anagraaf, zijn genialiteit in volle glorie demonstreerde: het komen en gaan van een spoor dat spot met schaal en qua lengte geen grenzen kent, volgens het principe tastbaar maken van een fata morgana of het doorprikken van een wolk, disciplines waar de geleerde cryonaut patent op had.


Uit: Suicity, een surrealistisch feuilleton in drie delen; elk deel bestaat uit 18 hoofdstukken. Van deel 1 maakten we een bibliofiel collector’s item, er zijn slechts 50 exemplaren gedrukt, in een luxe gebonden uitgave. Suicity pt. II begon met hoofdstuk 19 en eindigde met hoofdstuk 36. Ondertussen zijn we aanbeland bij Suicity pt. III, wat zal doorlopen tot hoofdstuk 54.

Wilt u een exemplaar van Suicity pt. I bestellen, mail dan naar marianne.prins@overamstel.com.


Dirk Maurits Polak (1953) is een fenomeen in de culturele scene van Amsterdam: vriend van Ramses Shaffy, Rob Scholte, Peter Schat en met name van Theo van Gogh. Hij is een rasmuzikant (oprichter en bandleider van de cultgroep Mecano) én een rasverteller. Polak groeide op tijdens de Europese wederopbouw in het levendige Amsterdam van de zestiger en zeventiger jaren. Hij was frontman van de spraakmakende in het alternatieve circuit opererende groep Mecano, vernoemd naar het in 1901 gepatenteerde speelgoed Meccano, waarvan één c werd geofferd omwille van eventuele strafvervolging. Polak is vader van twee kinderen, een zoon en een dochter, en is behept met zowel de signatuur van rebels beminnelijke authenticiteit, als met de sporen van een gelaagd leven zonder al te veel concessies.

One clap, two clap, three clap, forty?

By clapping more or less, you can signal to us which stories really stand out.