Dirk Polak

Suicity pt. II — 34


Clarissa Biene had zich op het beeldhouwen geworpen, in de eerste plaats om haar verstijfde vingers soepel te houden maar toch ook om op het eind van haar leven materie met de hand te vormen naar eigen inzicht. Zij werkte aan ‘Het Monument voor de Afvallige’, die eenmaal op een sokkel al gauw tot drie en een halve meter reikte. Zij volgde de vergeelde werktekeningen die haar vader Emil anderhalve eeuw geleden had gemaakt. Zij kleide, smolt ijzer, soldeerde volgens opgesteld schema en sprak hardop in zichzelf in het Duits en het Frans, waarbij zij permanent een cassette liet meelopen om de onsamenhangende monoloog en uitroepen te registreren. De uitgekiende patronen van de ludieke Elzasser waren zijn tijd vooruit, maar schuilt hierin niet de garantie van, eenmaal ingelijfd, visionair inzicht? Zijn dochter schiep tenslotte het imposante bouwsel dat werkelijk droop van visueel drama en de geschiedenis van een eeuw verbeeldde met ongekende zeggingskracht, gelijkwaardig aan die van bijvoorbeeld Guernica, Europe After the Rain of The Bride stripped Bare… De geniale constructie was gedeeltelijk zichtbaar want verdween in de chaos van gestructureerd afval, waar weer vier doorzichtige cilinders uitstaken die waren gevuld met een bemeten hoeveelheid water dat zachtjes borrelde.

Clarissa, ontdaan van alle opsmuk, leek op een vergrijsd meisje dat iets griezeligs opwekte, versterkt door het vuur dat uit haar ogen spuugde. Zij stond juist op een houten zitkubus om in het bovenste deel van het monument wat correcties aan te brengen, toen zij een geluid hoorde buiten haar bastion dat zij niet kende. Zij vloog min of meer naar buiten en stond direct oog in oog met een wat verwilderde Aurora die verbazingwekkend snel meer gedaante kreeg en grote gelijkenis vertoonde met het gevierde museumstuk; zoals de één zich aan het begin van de tunnel verhoudt tot de ander aan het eind. Gezusters bij wie de communicatie eerst stilzwijgend verliep; later aan de hand van wat steekwoorden om uiteindelijk te eindigen in beknopte dialogen.

Mejuffrouw Dax wilde niet terug naar Droomoord en kon wat Clarissa betrof het bovenste deel van de toren bewonen, mits Vogue face daar uiteraard toestemming voor gaf. De weduwe van Olanda was niet echt blij het wonderkind hier aan te treffen, maar onder de uitdrukkelijke belofte om zich nooit meer op het aanpalende grondgebied te vertonen gaf zij haar goedkeuring; zij zag tegelijkertijd de voordelen van een gezelschapsdame voor haar moeder, tevens hulp in de huishouding, desnoods verpleegster. Het mondelinge akkoord werd beklonken met een pruimenwijn.

Toen Aurora onvindbaar bleek en men een team wilde samenstellen om het Wonderwoud uit te kammen, loog de slinkse Vogue face dat zij het jongste lid der mecaniciennes pas nog had gesproken aan de poort van het landgoed, op weg om het gebied voorgoed te verlaten. De mededeling werd voor kennisgeving aangenomen en met name lauw ontvangen door Blanchette, die toch altijd lyrisch was geweest over haar oogappeltje. Feit was dat het jonge ding haar draai vond rond ‘Hare Antiquiteit’, maar toch in het geniep een volgens D.N.A. bepaalde wraakactie voorbereidde, die zuiver op de man gespeeld zou worden richting Blanchette Noir.

De overrompelend innemende existentie van de autonome bejaarde, die uit al haar poriën het leven baarde en de dood kwalificeerde als een te verwaarlozen minnaar, beschouwde wrok over het algemeen als een zwaktebod, een brevet van onvermogen. De voelbaar unieke geestelijke spankracht van de nabij versteende wijze vond direct ingang bij de verdubbeld geactiveerde Aurora, waardoor haar wens tot genoegdoening verdween als sneeuw voor de zon.

Aurora werd sluimerend verliefd op Clarissa; op haar perkamenten huid, grove handen vol ouderdomssproeten; op haar glasheldere ogen in vermoeide kassen. Zij voelde zich zelfs fysiek aangetrokken tot de enigmatische legende en verlangde steeds heviger naar seks. En Clarissa? Zij las het bleke multi-talent moeiteloos; haar eerste geliefde was immers een vrouw geweest. Een oudere dame uit een aristocratisch geslacht die haar spelenderwijs wegwijs maakte in de wondere wereld van Sappho en onder andere het morele vooroordeel afhaalde van wat doorging voor perversie. En voor zover de jeugdige Dax nog niet was ingewijd werd het ten minste een uitdaging haar de details van de geneugten der vrouwenliefde bij te brengen. De alle natuurwetten tartende negentig plusser die geen menopauze had gekend en nog altijd was behept met een vulkanisch libido, bedacht een plan waarmee zij haar smachtende protégee voor altijd aan zich zou binden.

De vrouw in kwestie die de jonge Clarissa Biene had ontmaagd heette Mona Muir en was de grootmoeder van Madeleine. Zij leidde op de drempel van de twintigste eeuw een obscuur clubje dat onder de naam ‘Il Cunnilingi’ door het leven ging en dat uitsluitend uit vrouwen bestond die zich als mannen kleedden. Het onberispelijke rokkostuum was niettemin een vernislaag voor de creatie die hun verder naakte lichaam bedekte. Het kruis was het centrum van waaruit strookjes leer over billen, dijen, buik en borsten uitwaaierden om een spinnenweb te vormen. Bij verwijdering veranderde het, na een kleine ingreep, tot een basisinstrument voor flagellanten. Patentaanvraag op het schaarse kleding annex hulpstuk werd nog net op tijd teruggetrokken om tot een schandaal te kunnen leiden. Mona Colombe liet zich als kind al meer gelden dan haar leeftijdsgenootjes en emancipeerde tot één der eerste continentale suffragettes, lang voordat het een globaal onderwerp werd. Nauwelijks tot wasdom gekomen in een slaapstadje van de Jura had zij tijdens een voorjaarscircus dat eens in de vijf jaar haar woonplaats aandeed, het oog laten vallen op een wat schuchtere jongen die Patrick Muir heette en die ergens buiten Belfort op een internationaal internaat zat. Hij was van verarmde Schotse adel en droeg dit, zoals overal ter wereld het geval was, als een last met zich mee.

Patrick hield zich op bij de provisorisch glamoureuze ingang met wat klasgenoten die om het drukst elkaar probeerden de loef af te steken in elkaar overtreffende overmoed dan wel aanmatiging. De jongeheer Muir hield zich wat afzijdig, was stil, leek onzeker, lijdzaam en vol valse schaamte, maar droeg het schooluniform met meer cachet dan elk ander van zijn medeleerlingen. Zijn kwetsbare houding trok de aandacht van Mona, die instant vertederde en besloot de jongen te volgen over het tijdelijke amusementscomplex; een plaatsje te zoeken in zijn nabijheid in de grote tent als de voorstelling ging beginnen.

Het was relatief rustig in het geografisch beladen gebied waarom Fransen en Duitsers van oudsher in bijna voortdurende staat van oorlog verkeerden. Tot Europese brandhaard gebombardeerd werd dit mikpunt ook een vruchtbare voedingsbodem voor cultureel verzet tegen het uitdijende imperialistisch materialisme, waar pioniers uit de industrie tonladingen geld genereerden die zij hadden gedolven uit door kolen en stoom gedomineerde serieproductie, zonder het minste besef van belast milieu, uitsluitend gefixeerd op valuta. Een smeltkroes van conservatieve nieuwe rijken, progressieve oude adel, dichters, denkers, deugnieten en avonturiers, vormde de achtergrond waartegen de vroegrijpe Colombe telg opgroeide. Een groot sociaal bewustzijn bracht haar in alle lagen van de bevolking, waar zij telkens met veel verve haar vrouwelijke onafhankelijkheid verdedigde dan wel uitvergrootte. Het zien van de wat afwezige, verdwaalde edelman uit Schotland gaf haar een impuls die zij nooit eerder had ervaren. Haar fascinatie groeide met de minuut, terwijl het programma werd afgewerkt, waar een vermoeide gedrogeerd lijkende leeuwin, een humorloze doch muzikale clown en wat suf trapezewerk elkaar afwisselden via wat droge intermezzo’s van de directeur.

Patrick hield van kermis noch circus en begon zich al gauw stierlijk te vervelen. Hij wilde weg, simuleerde buikpijn en excuseerde zich fluisterend bij de leiding. Mona, die een aantal plaatsen schuin achter hem zat stond ook op en volgde hem ongemerkt naar de uitgang. Zij bleef op gepaste afstand nadat ze doorkreeg dat de rossige student uit een ver land een omslag in zijn gedrag vertoonde. Hij mengde zich tussen de woonwagens en leek alle schroom van zich afgeworpen te hebben. Hij keek oplettend om zich heen en Mona zag nog net dat hij verdween in de verst wat afgelegen caravan die geheel zwart was en geen vensters had.


Uit: Suicity, een surrealistisch feuilleton in drie delen; elk deel bestaat uit 18 hoofdstukken. Van deel 1 maakten we een bibliofiel collector’s item, er zijn slechts 50 exemplaren gedrukt, in een luxe gebonden uitgave. Suicity pt. II begint met hoofdstuk 19 en zal eindigen met hoofdstuk 36.

Wilt u een exemplaar van Suicity pt. 1 bestellen, mail dan naar marianne.prins@overamstel.com.


Dirk Maurits Polak (1953) is een fenomeen in de culturele scene van Amsterdam: vriend van Ramses Shaffy, Rob Scholte, Peter Schat en met name van Theo van Gogh. Hij is een rasmuzikant (oprichter en bandleider van de cultgroep Mecano) én een rasverteller. Polak groeide op tijdens de Europese wederopbouw in het levendige Amsterdam van de zestiger en zeventiger jaren. Hij was frontman van de spraakmakende in het alternatieve circuit opererende groep Mecano, vernoemd naar het in 1901 gepatenteerde speelgoed Meccano, waarvan één c werd geofferd omwille van eventuele strafvervolging. Polak is vader van twee kinderen, een zoon en een dochter, en is behept met zowel de signatuur van rebels beminnelijke authenticiteit, als met de sporen van een gelaagd leven zonder al te veel concessies.

Show your support

Clapping shows how much you appreciated Lebowski Publishers’s story.