Wentelteefjes opsnaaien

Vandaag bij Eudaimonia meer over wentelteefjes. Laatst at ik ze in een food court. Ze hebben me van alles geleerd over mindfulness.

Eten is een van onze belangrijkste dagelijkse activiteiten. We zijn er elke dag mee bezig, en proberen zoveel mogelijk dingen te eten die goed smaken. Toch lijkt het haast onmogelijk om aan elke hap eten fatsoenlijk aandacht te besteden.

Misschien zou ik wel een stuk kunnen schrijver over het eten van wentelteefjes terwijl ik ze totaal niet proef…

Hoe vaak heb je een maaltijd weggezet om er bij de laatste hap achter te komen dat het al op is? Afleidingen zijn er te over, en anders maken we ze zelf wel.

“Deze guy zit alleen maar op zijn telefoon te kijken. Hij heeft vast niet eens door wat hij aan het eten is,” dacht ik, mijn mond volproppend met wentelteef.

Smartphones vragen constant onze aandacht. Misschien staat er een tv of radio aan die je aandacht afleidt, of, als je niet met tafelgenoten aan het praten bent, richt je je aandacht op andere gedachten. En vaak zijn het vaak geen plezante gedachten die zich tijdens je maaltijd aan je opdringen.

Mijn moeder maakte wentelteefjes vroeger altijd met suiker. Waarom zit hier dan weer geen suiker bij?

Je denkt dingen die je vandaag hebt meegemaakt, of waar je morgen verwacht mee geconfronteerd te worden, of je vergelijkt je maaltijd/dag/leven met dat van iemand anders.

Zo kom je gemakkelijk je hele maaltijd slaapetend door, terwijl aandachtig eten juist heel gezond is. Op het moment dat je alleen al aan eten denkt gebeurt er van alles: net als Pavlovs honden ga je speeksel produceren. Verder worden er allerhande spijsverteringsprocessen aangezwengeld in je maag — nog voordat je hebt gegeten.

“Misschien moet ik wat foto’s maken voordat de wentelteefjes op zijn. Als ik nog een hap neem staan ze er precies goed op,” dacht ik terwijl ik de lensdop van mijn camera haalde.

De afwezigheid waarmee we vaak onze maaltijden opschrokken, daarentegen, zorgt er juist voor dat ons lichaam ook minder aandacht besteedt aan de spijsvertering. Zeker als we bezig zijn met gedachten waar we onrustig van worden, zoals onaangename gebeurtenissen of mentale to-dolijstjes. Als ik eet denk ik soms aan deze en alle duizenden andere wentelteefjes terug, en hoe ze stuk voor stuk zijn gesneuveld voordat ik het doorhad.

Deze wentelteefjes zijn best lekker. Is dit al de laatste hap?

In plaats van de snelheid waarmee ik van het station naar de supermarkt ben gefietst, de efficiëntie waarmee ik diezelfde supermarkt heb doorkruist om mijn boodschappenmandje te vullen of de TellSellmessenreclameachtige manie waarmee ik mijn paprika’s heb gesneden las ik voordat ik ga eten een moment rust in. Door in de directe aanloop naar het eten te denken aan mijn aanstaande maaltijd breng ik een fiks deel van mijn spijsvertering op gang.

Als het bord dan klaarstaat stel ik mijn bevrediging een klein beetje uit door even dankbaar te zijn — en daarmee bedoel ik niet dat ik ga bidden, alleen dat ik even blij ben dat er een bord chili voor mijn neus staat. Ik richt mijn aandacht op het bord, op de geur, kleur en textuur van de halapeñopeper die aan mijn vork geregen is, en laat alle andere gedachten varen. In de rust die volgt ben ik me bewust van wat er allemaal gebeurt als ik eet: ik schep, adem, proef, kauw, slik en, als het een degelijke chili is, ga zweten.