De UEFA lust geen peper

Gent, donderdag 21 augustus. 
De zakkende zon werkt overuren. Het kwik staat om 9 uur nog stevig boven de 25 graden. Gent beleeft een zwoele avond. Een lui briesje brengt de geur van houtskool en bra(n)dend vlees. Van bij de buren komt het geluid van klinkende glazen, het ontkurken van flessen lekkers, gelach en kirrende stemmen. Zomer. Vakantie.

Niet voor mij. Ik zit binnen in een veel te warm huis aan de keukentafel, de laptop opengeklapt. Terwijl het zweet mijn T-shirt aan mijn rug plakt kijk ik naar een livestream, geleverd uit de diepten van het internet. Het kleine scherm toont een veld uit de diepe Balkan. Spelers in het rood, spelers in het fluo-geel. KF Shkëndija — KAA Gent. Terugronde in de voorronde van de Europa League. De naam kan ik niet uitspreken, de stad vind ik niet zonder Google maps. Het maakt niet uit, ik kijk. De stem van de Macedonische commentator stijgt met drie octaven telkens een speler in het rood de bal raakt. De verbinding valt geregeld uit, de klank speelt af en toe verstoppertje (gelukkig), de beelden zijn wazig maar het is Europees voetbal en de Gantoise moet een 2–1 voorsprong verdedigen in deze uitmatch om de poules te bereiken. De gegrilde witte pens kan wachten.

KF Shkëndija — KAA Gent live vanuit de Balkan!

Het is het 21e-eeuwse equivalent van het als jonge snaak staren naar de te kleine draagbare tv, op je kamer, naar zwart-wit beelden uit een ver land, met commentaar van Rik De Saedeleer, de antenne eens hier, eens daar draaien voor een betere ontvangst, terwijl de rest van de familie beneden lacht met de capriolen van Walter Capiau. De magie, de romantiek van Europese wedstrijden. De beloning die een bijna vergeten seizoen je in relais bezorgt. Strijden tegen onbekende ploegen in een ver land in de hoop door te stoten naar de finale (we zijn allemaal dromers) en — als dat niet lukt — roemrijk onder te gaan tegen de Barcelona’s, Manchester Uniteds of AC Milans van deze wereld. Of Videoton, iets minder roemrijk.

25 augustus, ergens vanuit Zwitserland.
In een zakelijk persbericht kondigt de UEFA wat wijzigingen aan de Champions League aan. De top vier ploegen van de vier grootste landen kwalificeren zich vanaf 2018 rechtstreeks voor de poules van het kampioenenbal. De vijftig andere landen krijgen de eer te mogen vechten voor de resterende 16 plaatsen. Groot feest in Engeland (nu 3 rechtstreeks geplaatst + 1 via voorrondes), Duitsland (3 +1), Spanje (3+1) en zeker Italië (nu 2+1). De baas communicatie van de UEFA, Pedro Pinto, ongetwijfeld piekfijn uitgedost in Italiaans maatpak, jongleert met woorden: dit zou de sportieve en commerciële belangen van de competitie verbeteren. Ja santé mijn ratse! zouden we in Gent zeggen. Maak dat een ander wijs. Dit heeft niets met het sportieve te maken maar alles met de vrees van de UEFA voor een Super League, opgericht door de grote ploegen, vaak vetgemest door Aziatische, Russische of Amerikaanse eigenaars.

Laten we niet naïef zijn. Hiërarchie is eigen aan het voetbal, geld ook. De ene ploeg is rijker dan de andere, heeft meer prestige, supporters of traditie, heeft een betere ploeg, speelt meer kampioen. Affiches als een Real–Bayern, een Barcelona — Man City, tussen de titanen van het spelletje, spreken tot de verbeelding, ongetwijfeld. Maar even eigen aan voetbal is fair play. Even mooi aan voetbal is de onverwachte triomf van de underdog. Het gegeven dat geld geen succes garandeert, dat de droom van een rijke biljonair verbrijzeld kan worden door een plotse ingeving van de linksback van een ploeg waarvan je de naam niet uitspreken kan, door een raket van Foket. Het is de peper in de puree van het voetbal. Alles kan. Dromen komen soms uit. Niets ligt vast. Een voetbal maakt soms rare sprongen. Wie supporterde niet voor het (relatief) kleine Leicester vorig jaar? Op hoeveel velden zal dit jaar niet de “HUH!” van Ijsland galmen?

De UEFA, brave, competente hoeders van het voetbal, vindt dat allemaal blijkbaar maar niets. Romantiek is moeilijk te vinden in de kille kamers van de macht. De bobo’s zijn gezwicht voor het geld. Daar worden we allemaal armer van.

13 september 2016, overal in Europa.
De studiogasten zijn besteld, het programmaschema is leeggemaakt, de kranten staan vol voorbeschouwingen, de stadions zijn beplakt met de boodschappen van de juiste sponsors, supporters hebben deze dag al maanden in rood aangestipt: vanavond start de Champions League. Hoera! En overmorgen de Europa League. Hoera! En we mogen nog meedoen ook!

PS. En de Gantoise? Die won die dag in augustus met 0–4 van Shkëndija. 
Samen met SK Braga, Shaktar Donetsk en Konyaspor in de poule. Het zal overwinteren worden om die Zlatan een lesje te leren in de Ghelamco. Hein heerst, José! Remember that.