It’s on.

Dames en heren, doe uw veiligheidsgordels aan, want 2019 belooft zowel een ronduit hemelse als een verdomd helse rit te worden. Het is nog maar eind december 2018 en bij letterlijk alles wat we doen kijken we met een oog uit naar de volgende match van Liverpool FC terwijl we met het andere oog de score van de naaste concurrenten in de gaten houden.

Als dat al vermoeiend mag zijn voor onszelf, brand dan alstublieft een kaars voor onze naasten die nog ongeveer tot ergens in mei die dagelijkse onrust met ons moeten delen.

“Zullen we samen eens iets leuks doen?”

“Palace at Anfield in januari, United away in februari, München in maart.”

Ondertussen proberen we een manier te vinden om ervoor te zorgen dat we de maanden april en mei totaal niet moeten werken — stel je maar eens voor dat we de allesbeslissende match niet live kunnen meemaken omdat een of andere klant op een vertaling zit te wachten. Een mens moet zijn prioriteiten stellen, niet waar?

London Bridge vakkundig gesloopt.

Dromen in december

Als er op voetbalgebied perfecte maanden zouden bestaan, dan was december 2018 er eentje om in te kaderen. 7 (zeven!) overwinningen op rij in de competitie — en tussendoor even de kwalificatie voor de 1/16de finales in de Beker met de Grote Oren veiligstellen.

Dankzij Divock Origi en de korte armpjes van de Everton goalie begon december op een even schitterende als lachwekkende wijze: 1–0 winst in de 96ste minuut tegen de bittere buren.

Na een al bij al eenvoudige winst op Burnley konden we in Zuid-Engeland met eigen ogen vaststellen dat de Reds misschien wel voor de eerste keer in dit seizoen écht, maar dan ook écht goed speelden. Op Bournemouth was 0–4 niet eens overdreven.

Na Napoli naar de Uefa Cup te hebben gestuurd, kwamen de paupers uit Manchester op bezoek. Onder meer door twee late treffers van Jerommeke, ook bekend als Xerdan Shaqiri (Albanees voor subtiele seksgod), mogen die van ManU blij zijn als ze volgend jaar Uefa Cup mogen spelen.

Perfect parkoers.

En dan was er Wolves away. Wolverhampton is als promovendus aan een fantastisch seizoen bezig. Ze snoepten Man City al een punt af, stuurden Chelsea puntenloos huiswaarts en wonnen pas nog met 1–3 op Spurs. En wat deden de Reds op Molineux? Die doorstonden de zowel letterlijke als figuurlijke storm en namen dankzij een briljante treffer van Salah en een simpele binnentikker van Virgil Van Dijk de maat van de oranjehemden.

Newcastle was een vogel voor de kat zodra de eerste Liverpool-goal een feit was. Dejan Lovren, Kroatisch voor subtiele seksgod, gaf na een afgeweken bal op corner een cursus “over de bal hangen”, het doelnet hield de bal met bewonderenswaardige moeite tegen juist voor die een fotograaf achter de goal van zijn stoeltje zou jassen en de Reds keken niet meer achterom.

En toen kwam Arsenal naar Anfield.

Bleaching Bobby

Arsenal. Sinds de Gunners zowat een eeuwigheid geleden afscheid namen van George Graham en de typerende 1–0 overwinningen, en dankzij Arsène Wenger een bewonderenswaardige outfit werden, heb ik weinig ploegen zoveel klop zien krijgen op Anfield als de roodwitten uit Noord-Londen.

Kniel voor de koning.

Met Unai Emery Etxegoien, Baskisch voor “mocht ik Xabi Alonso heten, dan was mijn naam synoniem voor subtiele seksgod”, heeft Arsenal nu een trainer die net als zijn Franse voorganger ook wel van het mooie spelletje houdt.

Met Sevilla FC was Emery in 2016 het Liverpool van Klopp al eens te sterk afgeweest, meer bepaald in finale van de Uefa Cup in het Zwitserse Bazel. Na 11 minuten in de eerste helft dachten de meegereisde Arsenal-fans dat hun coach andermaal een luis in de Liverpool-pels zou worden.

Na dom balverlies van de thuisploeg netjes te hebben gecounterd, maakte Maitland-Niles er 0–1 van. Het werd even stil op Anfield. Ook bij ons in de huiskamer. Het zou toch niet waar zijn? We gingen hier toch niet verliezen, City de volgende dag zien winnen op Southampton en met “slechts” 4 punten voorsprong volgende donderdag naar the Etihad moeten?

Amper 2 slokken ijskoude cider later beseften we dat we ons geen zorgen hoefden te maken. Allemaal dankzij Roberto Firmino, Portugees voor megasupersubtiele seksgod, maar dat wist u waarschijnlijk al.

Op welgeteld 90 seconden boog hij de 0–1 eigenhandig om in een voorsprong en de Reds waren vertrokken. De gelijkmaker was even simpel als de 2–1 geniaal was. Twee-drie sensuele schijnbewegingen uit de Braziliaanse heupen deden de voltallige Arsenal-defensie letterlijk op de grond vallen.

Illustere voorganger. Bron: The Guardian.

Wie Johnnie Barnes in 1987 aan het werk zag tegen QPR, moet ongetwijfeld hebben terug gedacht aan diens tweede treffer toen. Dankzij grijsgedraaide video’s staat die goal op mijn netvlies gebrand. Voor de moderne mens is er YouTube: https://youtu.be/NOLfhWVFFrk

De dikke dame

Wat volgde was een potje totaalvoetbal zoals Liverpool dat eind jaren ’80 onder Dalglish en met Johnnie Barnes ook bracht. Een streling voor het oog. Arsenal kwam eigenlijk niet meer in het stuk voor, toch niet dat we ons dat nog kunnen herinneren. Na de 4–1 bij rust hadden we de cider omgeruild voor een stevig glas rode wijn en begonnen we stilaan te dromen van meer. Veel meer.

Next up… Manchester City. Naar daar moeten met een voorsprong van 7 punten is een luxe die we ons bij de start van de competitie onmogelijk dachten te kunnen permitteren. Maar het klassement liegt niet.

Liverpool FC is dit seizoen nog altijd ongeslagen, incasseerde amper 8 goals in competitie en scoort weer aan de lopende band. En dan bedenken dat we pas sinds deze maand echt goed voetballen!

De weg naar de eeuwige glorie is natuurlijk nog lang en mocht het zo zijn dat Liverpool in het Manchester-stof bijt, dan wordt de weg net iets langer dan wanneer Blitzkrieg Klopp zijn collega Pep een nieuwe mentale oplawaai verkoopt (4 of 10 punten voor, we kunnen allemaal tellen).

Maar als er buiten het perfecte parkoers van Liverpool in december een ding is dat we geleerd hebben, dan is het wel dat voetbal a funny old game is. Dat een ploeg als City een of meerdere punten verliest uit bij Leicester, is geen wereldnieuws. Thuis tegen Crystal Palace met 1–3 de boot ingaan, is een ander paar mouwen.

Een paar mouwen dat Liverpool best vermijdt. It ain’t over ‘til the fat lady sings, weet u.