Leerling-tovenaar Preud’homme wordt gehuldigd na afgang in de CL.

Michel Preud’homme kan nog eens lachen: hij mocht zowaar de trainer-van-het-jaar of de Raymond Goethals-prijs in ontvangst nemen. Dit kwam nog geen week nadat zijn ploeg Club Brugge met een 0 op 18 afscheid nam van de Champions League. En twee dagen na een non-match op Anderlecht (“un match nul” zeggen de Franstaligen zo mooi).

Preud’homme en Verhaeghe: stralende gezichten

De “Goethals-prijs”? WTF? Qué? Het kan toch alleen maar gebeuren in landen als België en Trinidad en Tobago: de prijs voor de beste trainer van dat land is verbonden met een man die in de jaren zeventig bekend stond voor resultaatvoetbal, catenaccio en 1–0 scores. Waar Goethals zijn faam heeft gehaald als trainer is niet helemaal duidelijk: misschien omdat “le sorcier” zo sappig Brussels sprak en daarmee in beide landsgedeelten op enige sympathie kon rekenen. Maar goed, Goethals heeft ooit de CL finale gewonnen (in 1993 met O. Marseille) en dat is in België een prestatie.

Want het Belgische voetbal staat eerder bekend voor zijn goede doelmannen, dan om zijn goede coaches. Indertijd had je Guy Thys, die met zijn “buitenspelval” menige selecciones in zijn netten ving, maar toch niet bepaald uitblonk in spectaculair tiki-taka voetbal of een revolutionair totaalvoetbal. Er is buiten Thys geen enkele naam die je te binnen schiet. Voor zover ik weet spreekt niemand in Engeland over “the famous Urbain Haesaert-system” (of over “the Urbain Braems-gegenpressung”).

Er zijn bij nader inzien maar weinig coaches die het in het buitenland gemaakt hebben. Tenzij we Nederland als buitenland beschouwen. Daar deden Erik Gerets en Preud’homme het niet onaardig. Maar toen ze hun eerste succesjes hadden geboekt, zoals de Nederlandse Beker winnen, verkasten ze naar Al Shabab of Al Hilal, voetbalploegen met de naam van een shoarmazaak. Toch geen blijken van een brandende ambitie.

Een gebrek aan ambitie is wat Club Brugge in de CL getoond heeft. Een 0 op 18 dan kan je echt niet maken. Zelfs Ludogorets uit Bulgarije sprokkelde punten in de poules en het grote Club Brugge, in een toch haalbare groep, haalde geen een punt. Nada. Nuts. Voor deze “zero points for Belgium” zijn er geen verzachtende omstandigheden zoals “pech in de afwerking” of “geblesseerde basisspelers”.

Mmm.. weer een gemiste kans voor Club.

Dit was een afgang met voorbedachte rade. Ook Preud’homme werd niet bekritiseerd door het bestuur, dat duidelijk medeplichtig is aan het CL-debacle. Hoewel Club na jaren nog eens mocht meedoen met de Champions League, versterkte de ploeg zich niet. Had dit te maken met de West-Vlaamse koopmansgeest van de voorzitter? Wilde die na jaren lang investeren zijn winst nemen? Of misschien had Verhaeghe zijn les geleerd na het dramatische seizoen 2014–2015 waar Club het slachtoffer werd van zijn eigen ambitie: proberen in België de treble te winnen, wat gelijk staat aan sportieve zelfmoord.

Neen, het objectief was duidelijk het kampioenschap en daar ligt momenteel Club in pole position: Anderlecht is in wederopbouw, Gent heeft enkele belangrijke spelers verloren, Zulte-Waregem zakt gegarandeerd in mekaar na de winterstop en Standard gaat voor mei nog twee keer van trainer wisselen. Het beste voor Club: De concurrenten voor de titel zijn nog actief zijn in de nefaste Europa League. Dodelijk omdat daarin -behalve als je Sevilla heet- weinig ploegen verder geraken dan de kwartfinales, de teams dure blessures oplopen die cash betaald worden in de nationale liga’s, maar vooral omdat de EL niets oplevert. In Engeland geldt de Europa League als een soort vloek en ploegen als Tottenham of Everton die steevast rond de vijfde of zesde plaats hangen, verkiezen cruciale matchen te verliezen i.p.v. te kwalificeren voor de Europa League. In België heb je dan nog eens het rotsysteem van de Play-Offs dat samenvalt met de beslissende wedstrijden van de Europese cups.

Als je een beetje begint te rekenen -en een voorzitter van een club rekent hoe dan ook, een voetbalclub is tenslotte een bedrijf- kom je al gauw tot deze slotsom: kampioen worden is veel interessanter. Een directe entree voor het kampioenenbal. Deelname aan de groepsfase van de Champions levert 12 miljoen euro op: dat is 12 miljoen nog voor er een bal getrapt is. (ter vgl: het bereiken van de groepsfase van de EL levert maar 2,4 mln op)

De runner-up van de Jupiler League mag in juli of augustus in het veld tegen Ludogorets of Rostov voor een rugbymatch. Neen, dat wil je niet. Met kampioen spelen hou je de bankrekening gespijsd. Of je dan zeven keer na elkaar — zoals Anderlecht — blijft hangen in die groepsfase, daar word je in België toch niet op afgerekend. In het land der blinden etc…

Op zich was die 0 op 18 van Brugge misschien wel een doordachte cynische zet. Misschien dachten Verhaeghe, Mannaert en Preud’homme na de afgang thuis tegen Leicester, aan realpolitik en lieten ze het beste op de bank zitten. Misschien wisten ze dat de tweede plaats niet haalbaar was en de derde niet wenselijk. En speculeerden ze op een paar eerreddende punten, thuis tegen Kopenhagen of uit in Porto? Niet dus.

Misschien moet de Profliga een systeem invoeren waar clubs (zoals Gent) beloond worden voor hun goede prestaties in Europa, want dat trekt de landelijke coëfficiënt omhoog, en moeten rekenaars worden bestraft door automatische verwijzing naar de EL.

Club-voorzitter Verhaeghe vertelde een jaar geleden in een interview dat hij als kleine jongen Club bewonderde omdat de ploeg “er altijd voor ging, tot in de laatste minuut.” Dat klopt. Brugge ging er altijd voor, nu niet meer. De legendarische 5–0 tegen Dortmund lijkt verder weg dan ooit. Wat blauwzwart in het Astridpark toonde was resultaatvoetbal. Die Raymond Goethals-prijs was bij nader inzien dan toch terecht.