Liefde voor het Guldensporenstadion

Een nieuw voetbalstadion bouwen: Eén van de grootste issues van voetbalclubs in de 21e eeuw.

De voetbaltempels die in Europa zijn opgetrokken na de eeuwwisseling, zijn niet meer bij te houden. Vergeleken met de buurlanden lijken de voetbalstadions in ons land te dateren uit de oudheid. Weinig comfort, oude tribunes, slecht wegennetwerk, te weinig technische snufjes (geluidsinstallaties, wegwijzers, prijslijsten e.d.), verwaarloosde sanitaire –en drankvoorzieningen,… Maar anno 2016, lijkt daar verandering in te komen. Hét voorbeeld bij uitstek is natuurlijk de Ghelamco Arena in Gent. Zowel in Waregem, Mechelen en Oostende is men het stadion aan het renoveren. Club Brugge en Anderlecht zijn bezig met hun stadiondossier en ook andere clubs willen volgen, waaronder KV Kortrijk.

Nieuw stadion voor KVK

Sport/Voetbalmagazine kreeg deze zomer de primeur om het nieuws bekend te maken. “KV Kortrijk gaat voluit voor de bouw van een nieuw stadion.” Voor de modale voetballiefhebber is het niet meer dan een voetnoot, voor rood-wit-sympathisanten is het wél wereldschokkend nieuws.

Matthias Leterme, zoon van en algemeen manager van KVK, licht de zaken toe. “Een recente haalbaarheidsstudie gaf een positief advies over de bouw van een stadion. Leterme voelt “een groot enthousiasme bij zowel de club als de stad.”

Hoewel het project nog in zijn kinderschoenen staat en, realiseer ik me nu dat dit nieuws het begin van het einde betekent van het heilige gras van het Guldensporenstadion.

Het Guldensporenstadion langs de Meensesteenweg is al sinds 1921 de thuisbasis van de Kortrijkzanen. Jammer genoeg blijf je, zelfs na enkele renovaties, spreken van een prehistorisch stadion. De voorzieningen voor vips zijn nog kleiner dan een vierdeklasser uit Engeland, de neutrale zones op en rond het terrein zouden die van een provinciaal ploegje kunnen zijn en de parkeergelegenheden en toegangswegen zijn beperkt. Europees kan er zelfs niet gespeeld worden: de afmetingen van het veld zijn te klein. Potentiële sponsors haken natuurlijk af om te investeren in een clubje met zo’n stadion.

Zicht vanuit de staantribune op het veld.

Qua gezelligheid en sfeer scheert het Guldensporenstadion, met een capaciteit van welgeteld 9.399 toeschouwers, wel hoge toppen. En dat heeft vooral te maken met de befaamde staantribune achter één van de doelen: Vak I.

Een hel voor de bezoekers

Drieduizend vijfhonderd enthousiastelingen, volgepakt in een tribune op amper één meter van het veld. Vak I is uniek in zijn soort, zowel in België als buiten de landsgrenzen. Je kunt de adrenaline proeven, de verwijten horen die spelers naar elkaars hoofd slingeren en zelfs het merk van de deodorant ruiken van elke speler. Het is niet toevallig dat de Kerels een sterke thuisreputatie hebben. Ook dit seizoen weer, met een gelijkspel en winst tegen respectievelijk Gent en Club Brugge. De laatste tegenstander die huilend op de bus stapte richting huiswaarts was Westerlo. 4–1, compleet weggeblazen. Hoe vaak zou Bob Peeters, die nadien werd bedankt voor bewezen diensten als coach van Westerlo, nog terugdenken aan die helse avond in Kortrijk.

Een volgepakt Vak I viert een doelpunt van de Kerels.

Een spelerstunnel bouwen onder de spionkop? Men zou je gek verklaren, maar in het Guldensporenstadion is het doodgewone realiteit. Als bezoekende ploeg op het einde van de opwarming de kleedkamer opzoeken, het moet een hel zijn. Je loopt namelijk recht af op vak I. Fluitende en briesende kopjes, weinig fraaie armbewegingen, kwetsende zangkoren. Terwijl de bezoekers net niet huilen achter hun moeder, worden de Kerels nog eens extra opgehitst wanneer ze naar binnen gaan onder een stormachtig gejuich. Nog voor de wedstrijd van start gaat, zit de thuisploeg al met een psychologisch voordeel. Het hoort bij de sfeer op Kortrijk.

It’s Tan to go

Sinds de overname van de Maleisische miljardair Vincent Tan laait de stadiondiscussie dus hoog op. Zelfs de echte die-hards moeten toegeven dat het Guldensporenstadion niet meer van deze tijd is. Wellicht zal het een werk worden van lange adem, maar het moment van afscheid zal er sowieso komen. Weemoedig zal elke Kortrijkzaan terugdenken aan de acties van wijlen Boudewijn Braem, Michel Timmerman, Dieter Schwabe, Djamel Zidan, de gebroeders Mpenza en meer recent het tijdperk onder, waarschijnlijk de succesvolste coach uit de clubgeschiedenis, Hein Vanhaezebrouck. Momenteel lopen de gouden stier én de assistkoning van de Jupiler Pro League zelfs rond bij KVK, respectievelijk Idriss Saadi en Stijn De Smet.

Op sportief vlak oogt de toekomst mooi, maar op lange termijn zal er hoe dan ook een nieuw stadion moeten gebouwd worden om te kunnen blijven meespelen met de grote jongens. Maar afscheid nemen van het Guldensporenstadion? Ik krijg nu al tranen in de ogen. Om het met de woorden van de supporters te zeggen: dr eit gin jin een peloeze lik doeze.”