Mad Red Delirium

Nico Van Dyck
Jun 8 · 12 min read

Eindelijk… het is zover: 14 jaar na Istanbul schrijft Liverpool FC opnieuw onvervalste voetbalgeschiedenis. In Madrid kronen de Reds zichzelf tot Europees kampioen. Met 6 European Cups moet the Pride of Merseyside — voorlopig — alleen Real Madrid (13) en Milan (7) voor zich dulden.

Wie Liverpool op de voet volgt, was het er roerend over eens: in de Spaanse hoofdstad moest en zou het gebeuren. Na op een haar na de titel in eigen land te hebben gemist, mocht het in de finale om de Beker met de Grote Oren niet fout gaan.

Voetbalploeg wint beker.

In de eerste plaats omdat een verrukkelijke taart als het seizoen 2018–2019 een uiterst smakelijke kers verdient, maar ook om van deze nog altijd vrij jonge ploeg een groep van echte winnaars te maken.

En natuurlijk ook om komaf te maken met de fabel dat Jürgen Klopp geen finales kan winnen. “He’s got a monkey on his back”, zeggen ze al wel eens over het Kanaal. Wel, die aap is nu uit de mouw gekomen en steekt een dikke vette middelvinger op naar alle criticasters.

Een finale van de Champions League voorbereiden is geen klein bier. UEFA, de betrokken clubs en zeker de supporters zijn er allen weken zoniet maanden mee bezig.

Liverpool FC zelf trok na afloop van de Premier League een paar dagen naar de Iberische zon — om alvast wat te wennen aan de temperatuur en de tactische violen op elkaar af te stemmen. De bobo’s van UEFA dubbelcheckten of al hun vriendjes van Gazprom, Heineken en ander tuig van de commerciële richel over voldoende tickets beschikten om op de zwarte markt te doen belanden.

“Scouse wit” als reactie op de UEFA maffia

En de supporters die niet bij de officiële 16.613 gelukkigen per club waren die via UEFA een ticket konden bemachtigen — het Metropolitano-stadion kan 67.800 supporters herbergen, dus Liverpool en Tottenham kregen van UEFA samen minder dan de helft — begonnen aan een mentaal en financieel slopende zoektocht naar een toegangsbewijs.

En ondergetekende? Wel, die had geluk. Met 6 credits op mijn naam zat ik mee in de loterij die Liverpool FC organiseerde. Wie 7 Europese matchen op zijn naam kon aanvinken, had gegarandeerd een ticket. Vanaf 6 kon men zich registreren voor de ballot.

Toen ik op vrijdag 17 mei de bevestiging kreeg dat dit ticket het mijne was, deed ik bijna letterlijk een driedubbele salto… en niet alleen omdat er een grote zorg van mijn schouders was gevallen.

€180 betalen … en dan bij je maten gaan staan die €60 betaalden.

Rij 23, stoel 14. Voor de nietsvermoedende voetbalsympathisant zijn het twee getallen. Voor een even fanatieke als bijgelovige Liverpool-fan leest dit als “Rij Jamie Carragher, nummer Xabi Alonso.” Kortom, twee onsterfelijke helden van Istanbul.

Dat was meteen het tweede omen dat het bekergewijs wel in orde zou komen. Het eerste positieve voorteken was dat ik op mijn odyssee zou reizen via Eindhoven, de Nederlandse lichtstad waar ik op 25 mei 2005 de Corendon-vlucht naar Istanbul had genomen. Say no more.

Knipoog naar Atleti

Toen een IJslandse vulkaan ettelijke jaren terug roet in onze vliegplannen gooide, besloten we de auto naar Vincente Calderon te nemen, waar Liverpool een halve finale tegen Atletico Madrid moest afwerken.

Nu een eventuele roadtrip wegens omstandigheden verdween als Catalaanse sneeuw voor de Liverpool-zon, zag ik dit als een kans op avontuur. “Laat de rest van onze Keep Belgium Scouse-kliek maar de grote vogel nemen”, dacht ik. Na een even intensieve als weloverwogen zoektocht door het wereldwijde web klokte ik dan ook af op:

  • vrijdag trein van Antwerpen naar Madrid (via Brussel Zuid, Valence Rhône-Alpes Sud TGV — een station met een naam die bijna even lang is als een Antwerpse fusieclub, en Barcelona Sants),
  • zondag trein Madrid-Valencia, vlucht Valencia-Eindhoven, trein Eindhoven-Antwerpen.

Op vrijdag 31 mei moest ik om 10u33 in Brussel de TGV richting Marseille nemen. Het is nu niet dat ik bijzonder zenuwachtig was, maar ik stapte toch om 7u20 op de fiets naar tramstation Van Eeden, zodat ik rond 8 uur zeker vanuit Antwerpen Centraal een trein naar Brussel zou kunnen nemen.

And so it begins…

Toen de TGV de Midi stipt op tijd verliet, wist ik dat ik in Valence 25 minuten en in Sants 30 minuten speling had om uiteindelijk de trein van 20 uur naar Atocha te halen. Ik voelde me de koning te rijk. Verdiept in een Zweedse krimi tegen 300 km/uur door het Franse landschap scheuren terwijl je af en toe sipt van glaasje Spaanse rode wijn... What could possibly go wrong?

Een trein die tegen een grote steen aan knalt en noodgedwongen de strijd moet staken in Béziers bijvoorbeeld. Of een Spaanse machinist die in Perpignan voor extra vertraging zorgt waardoor je nog eens extra retard oploopt. Anything that can go wrong, weet u…

Toen ik na die twee tegenslagen besefte dat ik mijn aansluiting met de trein van 20 uur in Sants met zekerheid op mijn harige en na een intensief voetbalseizoen toch weer net iets dikkere buik mocht schrijven, gingen mijn gedachten Alicante, ik bedoel alle kanten op. Wat waren mijn opties?

  • Hopen dat ik om 21u25 nog de laatste trein naar Madrid Atocha te pakken kreeg. Later op de avond was het gedaan met treintje rijden en ook op zaterdag was alles fully booked.
  • Ingaan op het sympathieke aanbod van mede-FC Socrates-auteur Wim om in Barcelona te overnachten — en de volgende dag een auto te huren? Dat betekende dan ook in mijn eentje 620 kilometer bollen met naar alle waarschijnlijkheid een houten kop in een broeierige hitte.
  • Gokken op de laatste bus van die avond, vertrek om 22u15, aankomst in Madrid omstreeks 5u30? Ongetwijfeld op een krappe zitplaats naast een veel te dikke, snurkende en heftig zwetende señor, die in het bagagerek twee kilo verse vis uit de haven van Barceloneta heeft liggen voor zijn schoonmoeder in Getafe.

Wat maakte ik me toch druk? Om 21u22 reden we Barcelona Sants binnen, om 21u25 leidde een sympathieke Catalaan met een bordje me samen met een 30-tal Tottenham- en Liverpool-supporters in zijn kielzog via een paar achterpoortjes tot aan de ticketcontrole, om 21u28 vertrok onze ijzeren pijl naar Madrid.

Reddende engel

Klokslag middernacht, amper 16,5 uur nadat ik in Burcht op mijn stalen ros was gestapt, reden we Madrid Atocha binnen, nog geen tien minuten later zat ik in een taxi richting calle Principe, nog eens vijf minuten daarna zat ik samen met mijn kompaan Marc, de onofficiële secretaris van Keep Belgium Scouse die ervoor gekozen had om die avond vanuit Brussel te vliegen — zo’n saaie vlucht die je op 2 uur naar Madrid brengt en waarop dan ook niets gebeurt — en een uiterst goed smakende halve liter op het terras van cerveceria 100 Montaditos.

Op zaterdag 1 juni was het — eindelijk — matchdag en had de ochtendstond het obligate Europese loopje in de mond. Inderdaad, ik moest en zou de dag beginnen met het aantrekken van mijn loopschoenen. Dat mag op belachelijk bijgeloof lijken, ik voel me empirisch gesterkt door de eerder opgedane ervaringen.

Dat zit zo: eclatante uitzeges op Maribor, Porto en Bayern werden dit en de voorbije seizoenen voorafgegaan door een toertje van mezelf (soms ook met mijn trouwe tweevoeter Mike) door de stad of een lokaal park. In Belgrado, Parijs en Barcelona kwam het er dit seizoen niet van. Resultaat: de Reds gingen drie keer onderuit.

Na een half uurtje over de Gran Via en andere ‘s nachts van schaars geklede dames voorziene maar nu erg rustige lanen en een verkwikkende douche, begaf ik me samen met onze secretaris naar het Liverpool-hotel. Toch eerst maar dat matchticket veiligstellen...

Two great Scotsmen

Met het goud waard zijnde stukje papier op zak was het tijd voor ontbijt in een van de betere ecologisch verantwoorde zaken van de stad. Een kip-currypasteitje en een sandwich con pollo gingen met elkaar de strijd der verrukkelijkheid aan voor ze in mijn keel verdwenen.

Ja, u interpreteert het goed. Waar een bacon buttie verplichte kost is bij competitie- en nationale bekermatchen, staat kip steevast op het menu als er Europees gespeeld wordt. Dat is ook empirisch waargenomen…

Nada de laatste café solo genuttigd was en de klok het middaguur had bereikt, was het tijd om aan een pintje te beginnen denken. Met het ondertussen overbekende motto “het is een marathon geen sprint” in gedachten wilde ik het eerst op Mahou, San Miguel, Cruzcampo of Estrella houden.

“Pace yourself”, zeggen ze in Liverpool. Met andere woorden: Nico, blijf zo lang mogelijk van de rode wijn af. En net wanneer ik daar aan dacht, zagen we een groepje bekenden in de hen zo typerende stijl voorbij fladderen: de heren van de Kempes Branch.

Deze ooit “ette menne ven de Kempen-Oewst” gedoopte lui, ze hebben dus niets te maken of gemeen met de lange zwarte krullen van de Argentijnse spits die in 1978 de Kezen naar huis speelde, zijn zo legendarisch dat ik er hier graag even over uitweid. Ze verdienen dan ook alle lof.

En de paus zag dat het goed was.

Even kwiek als ze 9 jaar geleden de burgemeester van een Kempense gemeente dribbelden op weg naar Lille en ze meer aandacht kregen op de nationale omroep dan een zekere Eden Hazard, die toen voor de Noord-Franse club uitkwam (en meer kan en mag ik daar niet over vertellen), omzeilden ze nu een 500 euro kostende Ryanair-dubbel vrijdag-zondag door een woensdag-dinsdag trip naar Valencia of zo te boeken voor waarschijnlijk nog geen 50 euro.

Kwestie van de kosten verder te drukken en wat extra drinkgeld over te houden, huurden ze daar dan een Fiat Panda of Citroën C1 waar ze met zijn zevenen in sliepen — toch zeker iedere nacht een uur of twee — en die hen ook naar Madrid bracht.

Een normaal mens is na zo’n paar dagen stikkapot, die mannen lopen dan nog iedere marathon als een sprint. Kortom: als ik ‘s avonds iets van de match wilde zien, moest ik deze nochtans uiterst sympathieke bende toch nog even ontwijken… RAFC-voorman Wakke was van hetzelfde gedacht en vervoegde Marc en mij richting de wijk Sol, weg van al het fanparkgewoel en de overprijsde plastic bekers kattenpis.

Na een paar verkwikkende cañas in het dichtstbijzijnde Museo del Jamon, waar we — no surprise at all — een tiental Liverpool-vrienden ontmoetten, ervaren Europese reizigers die net als ons de relatieve rust van deze wijk en bar verkozen, werd het stilaan tijd voor de lunch. Gelukkig lag ons traditionele hoofdkwartier in Madrid net om de hoek.

Madrileens hoofdkwartier

Op het menu: al het lekkers dat een mens zich wensen wil en ik ging voor — het wordt misschien eentonig maar u begrijpt — pollo a la parilla, met frieten en een berg sla waar een heel leger konijnen van kan eten.

Tja, bij zoveel lekkers kon ik toch geen gewoon pintje drinken, dus werd de wijnkaart boven gehaald. “Eén glas kan toch geen kwaad.” Vier glazen later besefte ik dat ik misschien toch maar beter gewoon een fles had besteld.

Niet getreurd, minsten een dozijn Liverpool mates had ook de weg naar dit fijne etablissement gevonden en het duurde dan ook niet lang of de sympathieke obers kwamen aandraven met de ene fles Ramón Bilbao na de andere.

Lads, it’s nearly time for the match

Allemaal heel plezant, maar van pace yourself was dus geen sprake meer. We waren meer dan ooit in the mood en konden de wereld aan. Ik was zo goed in vorm dat ik na ons bezoek aan het culinaire hoofdkwartier meteen in het Estadio Metropolitano stond. Metro naar het stadion, toegangscontrole, … het was allemaal voorbij voordat ik het wist.

€180 had ik betaald voor mijn zitplaats, maar omdat ik in die sectie waarschijnlijk toch niemand zou kennen, zakte ik af naar lagere oorden, niet al te ver achter het doel, waar de gelukkigen stonden die “maar” €60 hadden moeten neertellen. Het wekte dan ook geen verbazing dat ik hier toch vrij veel familiar faces tegenkwam.

Tot ons groot jolijt begon Jürgen Norbert Klopp met de 11 namen die we een paar weken geleden zelf op een bierkaartje hadden gezet. Daar hoefde je ook geen kerngeleerde voor te zijn. Ons jolijt nam nog toe wanneer Sadio Mané al in de eerste minuut de bal tegen de uitgestoken arm van Sissoko trapte. Scheidsrechter Damir Skomina kende het reglement duidelijk uit zijn hoofd en wees kordaat naar de stip. Pinantie.

Met James Milner op de bank viel de eer te beurt aan Mohammed Salah. De Koning van Egypte aarzelde niet en fusilleerde de Franse kroonprins Lloris. 1–0 en die van Tottenham wisten meteen hoe laat het was. 21u02 om precies te zijn.

Weinig protest

“Het was maar een saaie wedstrijd”, was zowat het unanieme verdict van de televisiespecialisten en de neutrale supporters (sic). Ik ga daarin mee in zover dat de match veel minder episch was dan mijn reis er naartoe, maar ik vond het allesbehalve saai.

Integendeel, ik vond het uitermate spannend en bijzonder vermoeiend. Er is namelijk niets zo erg als in een finale na 2 minuten op voorsprong komen. Dan is het in de tribune minstens 88 minuten zwoegen en zweten geblazen om die voorsprong te behouden.

Iedere keer dat Spurs aan de bal kwam, ging ik ze opjagen, ik tackelde als een bezetene en kopte alles weg. Er waren misschien mensen die dachten dat ik als de eerste de beste dronkenlap stond te zwalpen, maar die hadden het mooi mis. Samen met minstens 30.000 andere Reds (ruwe schatting) was ik de 12de man.

Even rusten met een koffie

Na de koffie gingen we gewoon door op ons elan. Tottenham probeerde wel maar the Red machine hield stevig stand. Dit Liverpool FC deed denken aan het écht grote Liverpool van Bob Paisley. Die club kon Europees als geen ander de wedstrijd op slot houden.

“Silence the crowd”, zei Uncle Bob. En de Londense sectie van het stadion zweeg. Het Liverpool-deel hief de strijdliederen aan, de ode aan Roberto Firmino misschien nog wel het meest, want oh wat waren we blij dat hij opnieuw van de partij was.

Bobby Firmino kwam gedurende bijna 60 minuten echter zo mogelijk nog bleker voor de dag dan zijn tanden en der Jürgen was van oordeel dat het tijd was voor een Kenyaanse Oostendenaar met een voornaam als een volleybalploeg. Step forward Divock Origi.

Even later kwam James Milner Gini Wijnaldum vervangen. Dacht de trainer: “als het alsnog strafschoppen worden, beperk ik maar beter het aantal Hollanders, tenzij Van Dijk dan?” We zullen het nooit weten.

Yes, I would.

Want net nadat in de laatste 10 minuten die van Tottenham eens twee keer de Cockney-neus aan het venster hadden gestoken, een venster dat telkens vakkundig werd dichtgegooid door Alisson de Verlosser, trapte James Milner een corner…

In het geharrewar dat volgde op de hoekschop kwam de bal onder andere via Jan Vertonghen bij Joël Matip. De koele Kameroener verlengde de bal met zijn scheenbeen in de loop van Origi, die nam even mee met rechts en besloot toen met links overheerlijk overhoeks in de verste linkerhoek.

Nog geen seconde later lag ik 6 rijen verder naar beneden, pet en bril vlogen door het stadion als waren ze gegrepen door een windhoos. Iedereen die ik tegenkwam passioneel omarmend en vol op de mond kussend, grabbelde ik alles opnieuw bij elkaar en het enige dat ik de laatste 8 minuten van de match (5 minuten blessuretijd voor mijn gehavende scheenbenen inbegrepen) nog kon uitbrengen, was: “YES, YES, FUCKING HELL YES. GERRRIIIIIINNN!”.

Het was goed geweest. Tijd om er ene te gaan drinken voor om 8u40 de trein terug naar Valencia zou vertrekken.

Drie jonge helden met een gouden toekomst

Liverpool FC is voor de 6de keer Europees kampioen. Ik ga het waarschijnlijk wel meer dan 6 keer zeggen.

Eentje om in te kaderen

FC Socrates

Football wisdom

Nico Van Dyck

Written by

Liverpool — Lunatics FC — Punk rock

FC Socrates

Football wisdom