My, my, at Waterloo Deschamps did surrender

Waar de Mundial gaan kijken? Het is een van die moeilijke beslissingen in het rijtje van hoe kom ik in godsnaam uit mijn bed of wannneer ga ik nu eindelijk dat document van roerende voorheffing invullen. Een optie voor sommigen is een smak geld uitgeven en naar Leningrad vliegen, allez St Petersburg tegenwoordig. Dat mag op zich de meest aantrekkelijke optie lijken maar het idee is hier toch beter dan de realiteit zelf.

Waterloo in de toepasselijke straat 3 Sargentos (drie sergeanten)

Een verre horizon

Een hoop gedoe en dan zit je daar op een plastic zitje tussen een Japanner en een Australiër van ver te kijken naar een paar figuurtjes en het overgrote deel van de tijd kijk je naar het grote scherm om de actie te kunnen volgen. Het overkwam me vier jaar geleden, toen ik via de FIFA website een ticket bemachtigde voor België-Algerije in Belo Horizonte. Ja, als de Duivels een keer in de buurt zijn gaan we toch kijken… in de buurt? Ik heb een hele nacht gereden met mijn VW kever van Rio naar de hoofdstad van Minas Gerais. Ik lag met mijn tentje op de fameuze Rode Duivels camping in Recreio dos Bandeirantes en mocht niet mee op de supportsbus (hoewel er nog plaats was) van de Tous Ensemble-organisatoren. Ik had immers niet in België ingeschreven en duizenden euro’s betaald om in dezelfde camping te gaan liggen (in een rode tent).

Alle lijnbussen van Rio naar Belo Horizonte zaten ook vol. Dus hebben we de kever vol geladen met een paar andere fans, de naft gedeeld en doorgestoomd tot het stadion van Inter de Porto Alegre (waar onder meer River-icoon Andres Dalessandro het mooie weer maakte, volledig terzijde). We kwamen na een hoop avonturen aan toen de match al een kwartier bezig was. Niet veel gemist overigens, want de match van de Duivels tegen Algerije was geen hoogvlieger. Wel gejuicht toen Marouane Fellaini zijn krullebol achterwaarts tegen het leder aanduwde en de bal er in vloog. Die beroemdste krullebol van Brazilië 2014 was vanuit de tribune amper zichtbaar als een kleine speldekop. Neen, veel zie je niet op zo’n match en bovendien was er geen bier te verkrijgen daar in Belo. Toch een belangrijk minpunt. De matchen op het Fanfest van Copacabana, met wit zand onder je voeten, een koude halve liter in je hand en wat samba muziek op de achtergrond en vooral een groot scherm in HD en een hoop in het rood uitgedoste supporters, was qua kwaliteit niet te vergelijken met de toch wat steriele sfeer in het stadion.

Who’s the real Fellaini?

Over naar Buenos Aires, vier jaar later. Na een voorzichtige studieronde (de eerste ronde) begint de Belgische expatgemeenschap langzaam warm te lopen voor de Rode Duivels-matchen en krijg je hier en daar een whatsapp of een facebook bericht binnen. “Waar ga jij de match gaan kijken?” Tijdens Euro 2016 bekeken we de wedstrijden in een fijne kroeg in San Telmo met de toepasselijke naam La Puerta Roja (de rode deur), een café zonder naam (niet zonder bier, vooral veel IPA) omdat de kroeg begon zonder vergunning en daarna dat underground imago bleef koesteren. In tegenstelling tot de Nederlanders die hier een hechte gemeenschap vormen, zijn de Belgen bijzonder versplinterd en worden er ook geen initiatieven genomen door de ambassade. Het zou nochtans de moment zijn om een groot scherm op te zetten en Inbev te laten sponsoren.

Zelfs de Argentijnen (en Colombianen) supporteren voor de Rode Duivels

Wat de Belgen ook niet hebben, zoals de Hollanders, is een eigen café. In 2014 waren er nog een 200 tot 300 Nederlanders die zich uitgedost in oranje volledig lieten gaan tegen Argentinië in de halve finale. Na de laatste penalty kwamen de Argentijnen voor het café (ludiek) provoceren maar toch: het Amsterdams café Van Kooning is het epicentrum van de hollandse gemeenschap in Buenos Aires en de Belgen hebben eeuh … niets. Tot ik via Géraldine, een van de lokale Belgische referenten, een berichtje kreeg om de match tegen Panama te gaan bekijken in Café Waterloo.

Een kroeg gerund door een Argentijn die de sfeer van een Brussels Grand Café mooi heeft nagemaakt, hij heeft leuke artesanale bieren van de tap (waaronder een Argentijnse tripel en een double IPA), als decoratie staan er een aantal kanonnen en schilderijen van Wellington en Blucher. Daarnaast ook een aantal decoratieve ijzeren emmertjes met zand aan de muur. Om sigaretten te doven of brandjes te blussen? Een leuke knipoog in de toiletten waar de mannen het gehuurde bier terug achterlaten in een opengefreesd aluminium vat van Quilmes. De eigenaar werd een beetje euforisch na de match tegen Panama en beloofde dat als we terug kwamen tegen Tunesië dat hij een gratis pint gaf voor elke goal van de Belgen.

En de goals bleven vallen… tot wanhoop van de eigenaar.

Of die gratis pinten er nu iets mee te maken had of niet, maar de volgende match werden we vergezeld van de Nederlandse vrienden die de Rode Duivels kwamen steunen. We zagen zelfs een Fransman gewikkeld in een Franse vlag (die wilde waarschijnlijk dat België voornaamste concurrent Brazilië uitschakelde). Het aantal Belgen was nog steeds niet ongelooflijk maar begon wel te groeien.

André Das, de sterkhouder van de Nederlandse gemeenschap in Buenos Aires die een radio programma heeft (La Hora Naranja, het Oranje Uur), maakte de terechte opmerking of het niet eigenaardig was, dat de Belgen verzamelen blazen in een plek die bekend staat voor De grote nederlaag. Is het niet het noodlot koesteren? Dat klopt niet helemaal want voor ons Belgen klinkt Waterloo eerder positief in de oren: we hebben er onze onafhankelijkheid aan te danken (net als Nederland overigens), het is ook een van de weinige toeristische attracties in België en als we geschiedenisboeken mogen geloven, liepen er in 1815 ook een aantal Belgen mee met de Pruisen en de Engelsen. Wat zeker een feit is dat de Fransen in Waterloo hard op hun bek gegaan zijn. Met name Napoleon Bonaparte, wiens militaire ambities een knauw kregen in … Rusland.

Na de onverwachte overwinning tegen Brazilië werd de vraag opgeworpen waar de volgende match bekeken ging worden. Een aantal Belgen hebben blijkbaar opnieuw de Puerta Roja als stek gekozen. Toen ik mijn Friese-Amsterdamse buddy Menno vroeg of we terug naar Waterloo zouden gaan, antwoordde hij droog zoals enkel een Nederlander dat kan: “Tot nu toe bracht het nog geen ongeluk”.