Panini prentjes ruilen

RB Leipzig huurt Papadopoulos van Bayer Leverkusen. Inler trekt naar Turkije. Leicester City aast op Slimani. Fenerbahçe haalt Moussa Sow. Besiktas leent Aboubakar van FC Porto. Galatasaray leent Sigthorsson van Nantes. Barca en Valencia ruilen Alcacer en Munir.

De transfermarkt van spelers: je wordt er gewoon tureluurs van. Spelers komen en spelers gaan en je vraagt je soms af wat er zich allemaal achter de schermen afspeelt (voorzitters, sportieve directeurs, makelaars, commissielonen), waar het geld vandaan komt en vooral of de clubs er beter van worden? 
Neem nu een Nacer Chadli, toch een aardige speler, een gentleman, klaagt nooit dat hij op de bank moet (dat is misschien zijn grootste probleem), een hoop assists, pikt als winger altijd een goaltje mee (25 goals de voorbije drie seizoenen bij Tottenham), maar hop, Spurs kopen Vincent Janssen van AZ Alkmaar, N’Koudou van Marseille en Sissoko van Newcastle (in totaal 77 miljoen euro) En Chadli verhuist dan maar naar West Brom. Niet echt een careermove.

Maar wat weet je, als average supporter, welke deal er achter schuilt. Hoeveel is er onder tafel betaald? Wat hebben spelers en makelaars in het zwart gevangen? Je hebt zo van die rare transfers. Zoals die van Axel Witsel naar Benfica. Een operatie op poten gezet door Luciano D’Onofrio, de voormalige voorzitter van Standard die allerlei rechtszaken aan zijn been heeft. Witsel, Gouden Schoen, een van België’s grootste talenten ging weg voor amper 9 miljoen euro. Twee jaar later was hij er al 35 mln. waard. Wat daartussen is gebeurd weten we niet, behalve dan dat Witsel niet vier keer beter is geworden.

Het enige wat je te zien en horen krijgt, zijn de belachelijke bedragen die neergelegd worden. Vooral uit de Premier League vetpot. Honderd en vijf miljoen voor Pogba. Negentig miljoen euro voor Gonzalo Higuain. Er is veel veranderd sinds Willie Groves in 1893 voor 100 pond van West Brom naar Aston Villa verhuisde.

De voetbalmarkt is een speculatiemarkt geworden. Daarachter schuilt een enorme luchtbel van miljarden aan reclamegelden, oliedollars en ja.. crimineel en gokgeld. De spelers worden ondertussen gewisseld als Panini-figuurtjes op de speelplaats. De supporters kijken er naar en geven hun mening, stellen hun eigen “dream team” samen. Dit is uiteindelijk gewoon wishful thinking want of een speler nu al dan niet gaat functioneren binnen een ploeg hangt af van te veel factoren.

Neen, geef me dan maar het concept van een Athletic Bilbao, alleen spelers van eigen kweek en toch een vaste subtopper in de Spaanse liga. Het kan dus. 
In België hebben we dit jaar het voorbeeld van Anderlecht en Brugge. RSCA heeft eerst grote kuis gedaan en dan de chequeboek boven gehaald: Hanni, Stanciu, Appiah, Chipciu, Trezeguet. Meer dan 20 miljoen euro en een nieuwe trainer. Club heeft als contrast het identieke team van vorig seizoen. De extreme bedrijvigheid van Anderlecht is niet onlogisch: Dufour en Praet wilden weg, de supporters morden, Vandenstock moest zijn kaarten op tafel leggen. Bij Brugge waren ze daarentegen blij dat ze na, jaren van investeringen eindelijk iets hadden en dachten -terecht- “never change a winning team”. Een goede filosofie is dat. Een club moet niet te veel van spelers veranderen. En een speler niet te veel van shirt. Dat is nergens goed voor.

Like what you read? Give Tom Dieusaert a round of applause.

From a quick cheer to a standing ovation, clap to show how much you enjoyed this story.