Roma Termini voor 1 keer geen eindstation

Om nog maar eens een legendarische Liverpool-vlag in de spotlight te zetten: “Make us dream”. Om eerlijk te zijn, dromen doen we al een tijdje. Sinds mei vorig jaar om precies te zijn, toen de Reds de 4de plaats in de League veiligstelden en zo gekwalificeerd waren voor de laatste voorronde van de European Cup. Gaandeweg evolueerde de droom richting werkelijkheid. Begin mei moeten we nog 1 horde overwinnen en we kunnen onze tanden in een Oekraïens kippetje zetten.

Kiev, Oekraïne. Daar waar een afspraak met de geschiedenis wacht. Vergeet voor een keer schimmige paramilitaire milities, catastrofale kernaccidenten en verwerpelijke vrouwenhandel. Op 26/05/2018 wordt hier de finale van de Beker met de Grote Oren gespeeld — en voor een club met een Europees verleden als Liverpool begint de naam Kiev nu al mythische proporties aan te nemen.

Een boodschap van The Kop aan spelers en trainer.

En als het over mythische namen in de Liverpool-geschiedenis gaat, is Istanbul nooit ver weg. Omdat we nu nog altijd minstens 90 minuten van een plaats in de finale verwijderd zijn, wil ik daar voorzichtigheidshalve nog niet op ingaan. Op de spektakelfinale tegen Milan in 2005 dan, bedoel ik. Ik ben iets voorzichtiger in het verkondigen van mijn verwachtingen dan Jürgen Klopp in zijn teamselecties. Het vel van de Oekraïense beer wordt voorlopig dus nog niet verkocht.

In een kort en zelden moment van verpozing voor we ons richting Eeuwige Stad begeven voor de niet te onderschatten terugmatch in de halve finale, willen we toch even alles op een rijtje zetten. Als het ware om onszelf ervan te overtuigen dat Liverpool FC dit seizoen opnieuw een paar stappen voorwaarts heeft gezet. En aan te tonen dat er af en toe wel zoiets als een grote discrepantie bestaat tussen het tactisch uitgekookte team waarmee Rafa Benítez Scouse-harten veroverde en de goed geoliede aanvalsmachine die Herr Klopp aan het bouwen is.

The Road to Kyiv begon op 15 augustus in het Duitse Sinsheim, waar het plaatselijke TSG 1899 Hoffenheim sinds lange tijd ongeslagen was, maar na een vrije trap van onze jonge rechtsachter Trent Alexander-Arnold (TAA) zijn lot in de 35ste minuut eigenlijk al bezegeld zag. 1–2 werd het uiteindelijk.

De terugmatch op Anfield was geen maat voor niets, want de Duitsers weerden zich kranig (ook geen verrassing natuurlijk), maar werden uiteindelijk toch met 4–2 terug naar Baden-Württemberg gestuurd.

Ter vergelijking: in 2005 begonnen de Reds ook op verplaatsing, in Graz, en na twee treffers van een zekere Steven Gerrard vergat iedereen dat een zekere Michael Owen 90 minuten op de bank had gezeten; diens transfer naar Real Madrid mocht namelijk niet in het gedrang komen. Na een 0–2 overwinning leek de klus geklaard, maar op Anfield werd het nog een nerveuze boel omdat de Oostenrijkers er op een bepaald moment 0–1 van maakten. Een achterstand voor de Reds die gelukkig voor Rafa en de zijnen niet meer werd uitgediept of het CL-liedje riskeerde toen al uitgezongen te zijn.

Spaanse Gründlichkeit en Duitse furie.

Terug naar 2017 en de Reds worden nu niet bepaald in de moeilijkste poule ingedeeld. Samen met FC Sevilla zijn ze favoriet om door te stoten, want Spartak Moskou en het Sloveense Maribor lijken op voorhand te mogen uitmaken wie van hen speelt om te overleven in de Europa League. En zo geschiedde.

De onderlinge duels tussen de Andalusiërs en de Scousers eindigen op een respectabele 5–5 en dankzij de 3–3 in het Ramón Sánchez Pizjuán (0–3 voor bij rust, remember) mag Liverpool zich groepswinnaar noemen. Mooi meegenomen en bijzonder verheugend: op het gelijkspel in Moskou na maken de Reds zelfs geen brand- maar meteen kreupelhout van zowel Spartak als Maribor: 0–8, 3–0, 7–0.

Dan was het in 2004–2005 toch wel even anders. Met Olympiacos, Deportivo La Coruña en AS Monaco leek er in september ook niet meteen een vuiltje aan de lucht, maar door een 1–0 nederlaag in Piraeus moest Liverpool op de laatste speeldag in december met 2 doelpunten verschil winnen van de Grieken om als 2de in de groep te kunnen doorstoten naar de volgende ronde.

Liverpool never do things the easy way” is een credo dat in de pikorde van veel uitgesproken zegswijzen niet ver onder You’ll never walk alone staat. Op 8 december 2004 werd dit nog eens mooi geïllustreerd: in de 26ste minuut van de eerste helft maakte de bijna gepensioneerde Rivaldo er 0–1 van en meteen zag iedere Liverpool-supporter als een echte Koptische christen de berg Athos voor zich opduiken. Wandel die maar eens op.

Al een geluk dat er toen ene Steven Gerrard rondliep die in de 86ste minuut een door Neil Mellor afgelegde bal van op zo’n 300 meter keihard in doel ranselde. Nu ja, toegegeven, het was misschien van op 25 meter maar in de overlevering komt daar bij iedere versie een meter of 5 bij. Florent Sinama-Pongolle (47’) en Neil Mellor (81’) hadden voordien de 0–1 al omgebogen in een 2–1 voorsprong en Stevie G. plaatste het orgelpunt.

Toch gene slechte…

Het was vooral in wedstrijden met rechtstreekse uitschakeling dat het tactisch vernuft van Benítez boven kwam drijven. Na de 1/8ste finale tegen Bayer Leverkusen (twee keer 3–1 voor de Reds) kreeg Liverpool met Juventus in de kwartfinale een absolute Europese grootmacht voorgeschoteld. Na de 2–1 overwinning op Anfield speelde Rafa de Kroatische cultheld Igor Biscan centraal op het middenveld uit naast de net op tijd uit blessure teruggekeerde vleesgeworden voetbalgod Xabi Alonso.

Een meesterzet van de Spaanse selectieheer. In tandem met Xabi vormde Igor een onsloopbare muur voor de Liverpool-verdediging en samen met een Poolse pausadept die toen ook nog een ferm stukje kon keepen (Dudek dus) bleef de nul op het bord. Ik heb thuis nog ergens een knipsel uit de Gazzetta dello Sport van de volgende dag liggen. Biscan kreeg daar een 8. Een acht! Om u een idee te geven: een 8 in de Gazzetta is als 12 op 10 op een algebratoets in het betere Vlaamse college.

Veel doelpuntenkermissen maakten we niet mee in de Europese campagne 2004–2005, maar spannend was het wel. Mijn nagels zijn bij wijze van spreken nog maar net terug aangegroeid na de 6 minuten extra tijd in de tweede halve finale tegen Chelsea, maar daar gaan we niet verder over uitweiden (0–0 daar, 1–0 thuis). Over Istanbul zelf zwijg ik — voorlopig en uit bijgeloof — in alle talen.

Qua spanning is het onder Jürgen Klopp toch enigszins minder. Porto home and away: 0–5 daar, 0–0 thuis. City in de kwartfinale? De spanning was te snijden, ja. Voor de thuismatch begon dan toch. Maar als er bij rust een 3–0 op het bord staat, ebt de nervositeit toch een beetje weg. OK, de eerste 45 minuten in het Etihad waren niet slecht langs City-kant en na de wel heel vroege 1–0 durft er in je achterhoofd al eens wat twijfel binnen sluipen.

Zeker wanneer het scheidsrechterlijke trio dan nog eens een geldige City-goal afkeurt en de thuisploeg vervolgens op de paal trapt. Het had inderdaad ook daar 3–0 bij rust kunnen zijn. Maar ja, dan is daar de Egyptische verlosser. 1–1 door Salah, alle twijfel weg, ongekend jolijt in het bezoekende vak en na de 1–2 van ‘Bobby’ Firmino waren we het delirium nabij.

Bayern (nog altijd mijn Traumgegner, omdat het van 1981 geleden is dat Liverpool daar competitief heeft gespeeld), Real en het verrassende Roma, in die volgorde stonden de tegenstanders voor de halve finale op mijn verlanglijstje. Het werd dus de ploeg van Radja. “In de tijd van de Romeinen speelde iedereen met de zijne”, zeiden wij in Ekeren als jonge pubers.

De tijden zijn precies nog niet veel veranderd, want als ik na die eerste 45 minuten tegen Man City dat ene uur tegen Roma zie (van minuut 20 in de 1ste helft tot zowat 10 minuten voor tijd) waarin Liverpool simpelweg doet wat het wil, met een secure verdediging, een middenveld met drie Caesars en die ronduit fenomenale voorlijn die scoort wanneer ze er zin in heeft, dan, ja dan zou een pakje Kleenex toch wel van pas komen.

5–0 na 80 minuten — in een halve finale van de European Cup! Ongezien toch? Misschien ook wel typisch Liverpool onder Klopp: we geven de tegenstander alsnog een kans. 1x onder een bal doorgaan, die duivelse Dzeko en 5–1. Gooi er nog een spijtige elfmeter bovenop en die van Roma denken zowaar terug aan hun thuismatch tegen Barça. 3–0 volstaat, weten die.

Liverpool in Rome in de kwartfinale van de Uefa Cup (2001).

U begrijpt dat we dus niet vooruit willen lopen op de feiten. Maar we leven in hoop. Hoop dat Liverpool nu echt gespaard wordt van verdere blessures. Het keizerlijke middenveld tegen Roma bestaat uit Henderson — magistraal en spelend als een echte kapitein zoals een zekere Steven Gerrard hem ooit voordeed — de altijd betrouwbare James Milner en good old Gini Wijnaldum.

Maar dat is het dan ook. Er zijn geen vervangers meer. Oxlade-Chamberlain, Lallana, Can: gekwetst en uit voor het seizoen. Coutinho: in Barcelona voor de buis.

En nu zaterdag komt Stoke op bezoek. Stoke City, waar ze nog altijd voetballen als in de tijd van de hoge Noëls met ijzeren toppen en leren voetballen met een veter in. Oorlog van minuut 1 tot 95, hakken en strak staan. Als dat maar goed komt… want Klopp kan wel een beetje roteren, maar al bij al zijn ook in de competitie de punten nog broodnodig, willen we volgend seizoen zeker een uitnodiging voor het kampioenenbal krijgen.

Dus one game at the time, Stoke desnoods met een veredeld B-elftal opzij zetten en dan vol grappa euh gas vooruit naar de Eeuwige Stad. Een lange storm op en naast het veld doorkomen tot — zo hopen we dan — Mo’ Salah de 0–1 binnen prikt en de Italiaanse moed in hun dure lederen schoenen kruipt. Ach, het mag ook Andy Robertson zijn die 2–1 maakt of zo… We kunnen met alles leven, zolang we maar doorgaan.

En dan… dan zal ik misschien nog eens iets schrijven over Istanbul.