Vrouwenvoetbal: in de lift of met de trap?
The Positive One van Luc Bosmans trekt je aandacht. Witte voetbalschoenen met roze veters en daarboven een nummer 1. De titel is duidelijk een verwijzing naar Mourinho. Of zijn de roze veters een vette knipoog naar Cristiano Ronaldo? Not. De Positieve gaat over vrouwenvoetbal.

Jarenlang een compleet onhip concept dat momenteel toch volop lijkt aan te slaan, onder meer door het succes van The Red Flames, het nationale vrouwenteam. Ik herinner mij dat er plichtsgetrouw vroeger op Sportweekend af en toe een ítem over damesvoetbal gebracht werd (Ann Noé was een van de namen die viel) maar daar werd toch wel meewarig naar gekeken met de vraag van: Is dat eigenlijk wel een goed idee? Dat vrouwen shoes aanbinden, scheenbeschermers aandoen, tackelen en koppen.
Het is inderdaad een kwestie van perceptie zoals assistent-bondscoach Bosmans vertelt in zijn vurig pleidooi: men weet niet veel van vrouwenvoetbal omdat het simpelweg niet op TV komt. Onbekend is onbemind. En zegt Bosmans: Meisjes zijn inderdaad minder sterker dan jongens, fysiek, maar er is geen enkele reden waarom ze technisch minder begaafd zouden. Dus kan het kijken naar een dames voetbalwedstrijd best aangenaam zijn en waarom niet, technisch hoogstaander dan pakweg een Westerlo-Tubeke. Uiteindelijk is het ook niet zo belangrijk wat de kijker er van vindt, de luie man in de zetel, maar de meisjes zelf die gewoon een balletje willen trappen.

Damesvoetbal beleeft momenteel een wereldwijde boom en vooral in de VS is het bigger than big. Dat komt waarschijnlijk omdat in de VS sport op school erg belangrijk is en er bestaat zoiets als meisjes- en jongenssporten: Baseball is voor jongens en Softball voor meisjes. (American)Football is voor de boys en soccer for the girls. Dan is zo op highschool en gaat door tot aan de unief en dan weet je al gauw waarom voetbal in de VS (tot redelijk recent) bekeken werd als a sport for sissies.
Bosmans vertelt in The Positive One zijn ervaringen als coach (of trainer, “al is dat is niet helemaal hetzelfde”) en de teneur is toch vooral dat in België het amateurisme volop troef is. In Nederland is men al een stap verder en heeft men professionele sporters die elke dag trainen. In België met geluk 3 keer per week. Ook qua accomodaties zijn we mijlenver verwijderd van de Noorderburen, die als ze hier komen spelen hun ogen open trekken over de douches met koud water.
Tot over een paar jaar was er een Beneliga (daar waren de Belgische vrouwen duidelijk vóór op de mannen) maar dat project is na een paar jaar gestrand. Momenteel zijn er in België twee topclubs: Standard Femina en Anderlecht. Vooral die eerste club is een voortrekker in het Belgische vrouwen voetbal en naar verluidt heeft Standard die te danken aan één vrouw met visie: een zekere Fery Feragguzzi, een ex-speelster met inspraak binnen de club en een visie.
Daar blijkt nu het muiltje te wringen. Volgens Bosmans, is het niet dat het vrouwenvoetbal “in de lift” zit, want men heeft geen enkele vrouw op het bestuursniveau van een club. Dat is nog een mannen-monopolie. De eerste die in België aan de boom kwam schudden was ex-KBVB opperhoofd Steve Martens, die zijn ervaringen uit het tennis meebracht maar toen Martens de exit opzocht na het WK van 2014, bleef ook bij de vrouwen de evolutie stilstaan.
Interessant zijn vooral de anecdotes van coach Bosmans (die vooral de jeugd getraind heeft) over hoe jonge meisjes psychologisch verschillen van jongens van dezelfde leeftijd: ze zijn volwassener, ze trekken hun vriendinnen voor (als die niet geselecteerd worden) en hebben ook een “olifantengeheugen” als ze onrecht worden aangedaan. (lees: gewisseld worden)
Ja, de jongedames zijn zeker geen katjes om zonder handschoenen aan te pakken, zou een voor de hand liggende conclusie kunnen zijn. En dan belanden we bij een van de interessante weetjes van het boek: de nationale ploeg heet The Red Flames “omdat de meeste dierennamen al bezet waren”. Ja, the Belgian Cats (basket) bestonden al, net als the Tigers (volley) en the Panthers (hockey). Dus qua katachtigen schoot er nog over op de lijst: The Leopards, de Ocelotten en de Cougars. Toch maar beter niet dan…
Laten we zeggen dat The Red Flames in ieder geval al een pak beter klinken dan de Rode Duivelinnen, zoals ze heetten in de tijd van Ann Noé.

Er brandt dus een vlammetje en dat is het positieve van boodschap uit het boek van Bosmans. Ondanks de gebrekkige omkadering, de onbestaande financiële steun (buiten bals en pensenkermissen) en de biologische klok en het moederschap dat soms roet in het eten strooit, is het vrouwenvoetbal gestaag in opgang. “Met de trap soms i.p.v. met de lift” maar vroeg of laat staat het op hetzelfde niveau. Net als in de atletiek, hockey of tennis. Bij FC Socrates zouden we alvast heel graag een vrouwelijke blogster verwelkomen. Anybody in?
The Positive One (2017) van Luc Bosmans kan men bestellen bij uitgeverij Skribis (link). 156 paginas. 20 euro.

