Wil de echte Simon nu opstaan?

Gelooft hij er in?

Komt het ooit nog goed tussen Simon Mignolet en Liverpool-supporters? Hoe komt het dat een doelman die eerst bij Sint-Truiden en vervolgens bij Sunderland de pannen van het dak keepte, een schlemiel lijkt te zijn geworden van zodra hij de heilige Anfield-grond betrad? De situatie is vrij simpel: je bent voor of je bent tegen. Er lijkt niemand te zijn die in zijn oordeel over de Belgische doelman ergens tussenin hangt.

Het begon nochtans allemaal heel goed, met die in de laatste minuut tegen Stoke City geredde penalty in zijn eerste competitiematch. Maar al vrij snel daarna begon de kritiek te komen. Slecht in het uitvoetballen, bang van hoge ballen, geen autoriteit. Dat is, in een notendop, een samenvatting van Mignolets problemen bij Liverpool. Dan mogen de mensen die het voor hem opnemen nog tot in den treure herhalen dat hij een enorm goede lijnkeeper is, een moderne goalie is van meerdere markten thuis, zeker als hij bij een topclub wil functioneren. Het is allemaal goed en wel om je bij Sunderland, een ploeg die bijna steevast tegen de degradatie vecht, te onderscheiden als een keeper die het ene afstandsschot na de andere goed gemikte kopbal uit zijn doel ranselt, maar daar speel je bij een ploeg die met de regelmaat van een klok onderligt en met man en macht verdedigt. Ideaal om je als doelman in de kijker te spelen.

Off to a flyer. “Big Si” stopt een penalty in zijn competitiedebuut voor de Reds.

Dat was totaal anders in het Liverpool van Brendan Rodgers waarin Mignolet terechtkwam. Onder de Noord-Ier moest te allen tijde gevoetbald worden. De lange bal was uit den boze. Een verdediger die onder druk kwam te staan van een jagende spits zocht dan maar al te graag zijn heil in een terugspeelbal op de keeper. En Mignolet mag dan misschien een of twee maal met een geslaagde “achter het steunbeen”-dribbel een spits in de luren hebben gelegd, na een paar wedstrijden hield iedere Red in het stadion de adem in toen Simon een ploegmaat probeerde te bereiken. Bal onderschept, bal over de zijlijn, bal in niemandsland. Gevolg: tegenaanval, verdediging uit verband, gevaar! Voor wie de jaren voordien Pepe Reina aan het werk had gezien — de Spanjaard vond blindelings de best geplaatste ploegmaat en gaf die de bal op een presenteerblaadje — deed het geklungel van de Belg pijn aan de ogen.

Hoge ballen dan maar? Wie de overlevering gelooft, weet dat Tommy “The Flying Pig” Lawrence iedere voorzet klemvast pakte. Ray Clemence was een toonbeeld van betrouwbaarheid. Toen kwam Brucey. Grobbelaars bijnaam mocht in België dan wel eens “Grabbelaar” zijn, van hem wisten zijn verdedigers tenminste dat hij altijd uitkwam op een hoge bal. Nu is het bij iedere corner of vrije trap in de buurt van de 16 pogoën op The Clash. Should I stay or should I go, neuriet Mignolet. In plaats van luidkeels te brullen: “die backlijn hier is mijn gebied en al wie die betreedt, doet dat op eigen risico”, staat hij ofwel besluiteloos heen en weer te wippen, ofwel komt hij heel onovertuigend uit. Geen aanvaller die daar bang van wordt.

“The Ming” in actie. Ogen dicht en maar hopen dat die vuist de bal raakt.

En dat is misschien wel zijn grootste manco: hij straalt hoegenaamd geen gezag noch vertrouwen uit. En tegenstanders buiten dat maar al te graag uit. Zorg dat je veel ballen in de box pompt, dwing corners af en de Reds staan onder druk. Het is natuurlijk zo dat een vaste, sterke en op elkaar ingespeelde verdediging (Clyne-Klavan-Lovren-Milner/Gomez?) hier ook enig soelaas zou bieden, maar zij moeten wel weten wat hun doelman gaat doen. En zolang Mignolet een onberekenbare factor is… In een meer recent verleden hadden we met ‘Calamity’ James en Sander Westerveld ook niet de grootste cracks als het op uitkomen aankwam. James speelde echter in een ploeg onder Roy Evans die in een 3–5–2 zowat 95% balbezit had (al zijn we die match tegen Coventry in 1997, waar we de titel verspeelden omdat Jameo 2x onder een corner doorging, nog lang niet vergeten). Westerveld had met Babbel-Hyypiä-Henchoz-Carragher dan weer een 4-mansblok voor hem staan waarmee je altijd naar de oorlog kon.

Als Mignolet ooit moet beseffen dat hij een misschien wel ultieme kans krijgt om zijn basisplaats alsnog veilig te stellen, is het nu wel.

Uit doorgaans goed ingelichte bron hebben we vernomen dat de recent aangeworven Lorius Karius in principe nummer 1 zou worden, maar die brak zijn hand op het hoofd van Lovren en is 2 maanden out. Als Mignolet ooit moet beseffen dat hij een misschien wel ultieme kans krijgt om zijn basisplaats alsnog veilig te stellen, is het nu wel. Met Karius lijkt hij echte concurrentie te hebben, in tegenstelling tot de voorbije jaren (Bogdan, Jones, …). Wat hij dus moet doen, is uiterst sterk aan de competitie beginnen. Met Arsenal, het pas opnieuw gepromoveerde Burnley en Spurs op verplaatsing kan de start wel tellen. Nadien volgen kampioen Leicester en het nieuw leven ingeblazen Chelsea… Mignolet zal niet alleen moeten werken aan zijn hoger vermelde zwakke punten, hij moet ook vermijden van op zijn sterke punten te flateren (als goeie lijnkeeper krijg je geen goals binnen in de korte hoek of in de zone die je op vrije trap voor je rekening moet nemen). En op Burnley natuurlijk een terugspeelbal niet knullig in corner laten lopen…

Lies, lies and damned statistics.

“Liverpool’s Simon Mignolet: Premier League’s most error-prone goalkeeper since 2013/14” (Sky Sports)

“No player has made more individual errors leading to an opposition goal over the course of the current Premier League season than Mignolet.”, schreef Alistair Tweedale in de sportsectie van The Telegraph (23.04.2016). Let op ‘player’, niet alleen maar ‘doelman’. “And crucially, Liverpool have drawn all four of those matches, dropping eight points.”

Statistieken over punten die Mignolet gewonnen heeft voor Liverpool lijken onvindbaar op het net.