<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><rss xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/" xmlns:content="http://purl.org/rss/1.0/modules/content/" xmlns:atom="http://www.w3.org/2005/Atom" version="2.0" xmlns:cc="http://cyber.law.harvard.edu/rss/creativeCommonsRssModule.html">
    <channel>
        <title><![CDATA[Stories by Jolien Eijsink on Medium]]></title>
        <description><![CDATA[Stories by Jolien Eijsink on Medium]]></description>
        <link>https://medium.com/@jolieneijsink?source=rss-56b105a8ab64------2</link>
        <image>
            <url>https://cdn-images-1.medium.com/fit/c/150/150/1*rfVAKc0WVUy1x0bAmUJnaw.png</url>
            <title>Stories by Jolien Eijsink on Medium</title>
            <link>https://medium.com/@jolieneijsink?source=rss-56b105a8ab64------2</link>
        </image>
        <generator>Medium</generator>
        <lastBuildDate>Wed, 27 May 2026 00:38:07 GMT</lastBuildDate>
        <atom:link href="https://medium.com/@jolieneijsink/feed" rel="self" type="application/rss+xml"/>
        <webMaster><![CDATA[yourfriends@medium.com]]></webMaster>
        <atom:link href="http://medium.superfeedr.com" rel="hub"/>
        <item>
            <title><![CDATA[Snow Patrol
Final Straw — 20th
Anniversary Edition (2cd)
Recensie]]></title>
            <link>https://medium.com/@jolieneijsink/snow-patrol-final-straw-20th-anniversary-edition-2cd-recensie-331898fbc253?source=rss-56b105a8ab64------2</link>
            <guid isPermaLink="false">https://medium.com/p/331898fbc253</guid>
            <category><![CDATA[snow-patrol]]></category>
            <category><![CDATA[music]]></category>
            <category><![CDATA[final-straw]]></category>
            <category><![CDATA[review]]></category>
            <dc:creator><![CDATA[Jolien Eijsink]]></dc:creator>
            <pubDate>Thu, 15 Aug 2024 12:04:29 GMT</pubDate>
            <atom:updated>2024-08-15T12:05:15.994Z</atom:updated>
            <content:encoded><![CDATA[<figure><img alt="" src="https://cdn-images-1.medium.com/max/1024/1*zMqMo52jmA2Km2XEhTKphg.jpeg" /></figure><p><strong>Snow Patrol<br>Final Straw — 20th<br>Anniversary Edition (2cd)<br>Recensie</strong></p><p>De eerste twee gitaarakkoorden van Run transporteren me in één klap naar een studentenbar in Maastricht waar ik met nog meer onbezonnen schreeuwlelijken uit volle borst ‘Light up, light up!’ stond te schreeuwen. Het verbaast me hoe elke pianotoets, elke klingel en elk woord van frontman Gary Lightbody een plekje in mijn hersenen heeft geclaimd: bij het draaien van deze uitvoerige editie van Final Straw knalt een vastgeroeste kraan open en komt alles terug. Voor mij (en het Europese vasteland) begon het grote succes van Snow Patrol pas bij de monsterhit Chasing Cars (van opvolger Eyes Open uit 2006); voor de band zelf was het de hit Run van dit album die alles voorgoed veranderde. Op deze jubileumeditie ga je geen verborgen parels ontdekken of twintig jaar rustende cryptische boodschappen ontrafelen in de (vaak vrij eenvoudige) songteksten, maar het is een heerlijke muzikale tijdreis langs de nummers die een hardwerkende band zijn eerste echte succes bezorgden. Het zijn de broeierige ambitie en de jeugdige hartstocht die doorklinken in songs als Chocolate of de demo Stronger Than Before die ervoor zorgden dat Final Straw destijds geen zelfvervullende voorspelling werd. Een geestdrift die nog krachtiger en volwassener doorklonk op Eyes Open, maar de daaropvolgende albums hoorbaar aan kracht verloor.<br>HHHH H / HHH H H<br>Jolien Eijsink</p><p>Gepubliceerd in Lust For Life editie 133, september 2023</p><img src="https://medium.com/_/stat?event=post.clientViewed&referrerSource=full_rss&postId=331898fbc253" width="1" height="1" alt="">]]></content:encoded>
        </item>
        <item>
            <title><![CDATA[Beste album 2023]]></title>
            <link>https://medium.com/@jolieneijsink/beste-album-2023-e15ee84954ec?source=rss-56b105a8ab64------2</link>
            <guid isPermaLink="false">https://medium.com/p/e15ee84954ec</guid>
            <dc:creator><![CDATA[Jolien Eijsink]]></dc:creator>
            <pubDate>Thu, 30 Nov 2023 15:37:27 GMT</pubDate>
            <atom:updated>2023-11-30T15:37:27.801Z</atom:updated>
            <content:encoded><![CDATA[<p><strong>The National<br>Laugh Track</strong></p><figure><img alt="" src="https://cdn-images-1.medium.com/max/640/1*nXTlA1BjeuYxoHiHYWRzgQ.jpeg" /></figure><p>Wie niet horen wil, moet voelen, zullen Matt Berninger en co gedacht hebben na de wat wisselende reacties op voorgaande platen. En voelen doen we zeker. Iteratieve zinnen als ‘Quarter after four in the morning my heart’s software gore’ voel ik tot in mijn kippenvel. Laugh Track is een kwetsbaar-krachtige plaat die zich met elke drumslag van Space Invader steviger aan m’n hart vasttimmert.<br><strong>Tiptrack: Space Invader</strong></p><img src="https://medium.com/_/stat?event=post.clientViewed&referrerSource=full_rss&postId=e15ee84954ec" width="1" height="1" alt="">]]></content:encoded>
        </item>
        <item>
            <title><![CDATA[Bob Dylan in Londen]]></title>
            <link>https://medium.com/@jolieneijsink/bob-dylan-in-londen-1b9db17a13a1?source=rss-56b105a8ab64------2</link>
            <guid isPermaLink="false">https://medium.com/p/1b9db17a13a1</guid>
            <category><![CDATA[bob-dylan]]></category>
            <category><![CDATA[time-out-of-mind]]></category>
            <category><![CDATA[music]]></category>
            <dc:creator><![CDATA[Jolien Eijsink]]></dc:creator>
            <pubDate>Thu, 26 Oct 2023 11:05:25 GMT</pubDate>
            <atom:updated>2024-08-15T12:09:59.253Z</atom:updated>
            <content:encoded><![CDATA[<p><em>Oktober 2022</em></p><p><strong>Wie denkt niet gelijk aan Bob Dylan bij de term singer-songwriter? De 81-jarige muzikant is het levende equivalent van een compleet muziekgenre. Afgelopen oktober nodigde hij ruim dertig popjournalisten vanuit heel Europa uit voor een luistersessie van zijn Bootleg Series Vol. 17, Fragments: Time Out Of Mind Sessions, met als afsluiter zijn show in het prachtige London Palladium.</strong></p><figure><img alt="" src="https://cdn-images-1.medium.com/max/1024/1*andNP1pq019dFg0eGM9ZqA.jpeg" /></figure><p>Dat Bob Dylan zelf niet bij zijn luistersessie aanwezig zou zijn, verbaast vast niemand. Natuurlijk, hij moet zijn kostbare energie ook bewaren voor de show vanavond. Maar aangezien hij de releasedatum van deze Bootleg Series heeft uitgesteld om eerst zijn nieuwste boek sinds Chronicles: Volume One uit 2004 uit te brengen, The Philosophy Of Modern Song, geeft dat al een klein beetje weg hoe Dylan over zijn commerciële oogst denkt. Daarnaast fluisterde Dylan-expert Sid Griffin mijn collega Dominique van der Geld in 2020 nog in: “He. Does. Not. Care”.</p><p>Maar toch, voor die 1% kans dat niet zijn manager Jeff Rosen maar Dylan zelf het journalistenteam zou komen vermaken, stelde ik mijn omgeving een onmogelijke vraag: als je Bob Dylan één vraag zou mogen stellen, wat zou dat dan zijn? Maar wat kun je nog vragen aan de meest legendarische woordenkunstenaar met ontelbare prijzen achter zijn naam? Wat is hem nou nog nooit in zijn leven gevraagd?! Het beste antwoord op die vraag kwam overigens van mijn maat Matthew Crosby, tevens singer-songwriter: “How does it feeeeeel?”</p><p><strong>Creatieve wedergeboorte</strong></p><p>In het indrukwekkende gebouw van Sony Music Entertainment in Londen zitten ruim dertig Europese muziekjournalisten verwachtingsvol naar een beeldscherm te kijken. Na een korte introductie klinken eindelijk de eerste tonen van Love Sick. Het is zover. Na 31 jaar werk en zestien Bootleg Series-releases, sommige relevanter dan andere, zijn we aanbeland bij de alternatieve opnames van de Grammy-winnende klassieker uit 1997, Time Out Of Mind. Het album markeert zijn creatieve wedergeboorte en betekende tegelijkertijd bijna zijn dood. Samen met producer Daniel Lanois streed Dylan ruim een half jaar om zijn visie op muziek te zetten en alle verschillende mixes sneuvelden in die strijd. Tot nu.</p><p>Dylan schreef de nummers destijds grotendeels na zonsondergang. Je hoort het aan de directheid van de teksten. Neem alleen al Love Sick, de sfeervolle productie en de zachtheid van zijn toch krasserige stemgeluid. Alsof hij zich ’s nachts, wanneer de schaduwen zijn vermoeide geest gezelschap houden, pas echt durft te uiten. Over het donker gesproken: de versie die we vandaag horen van een van mijn favoriete Dylan-songs aller tijden, Not Dark Yet, is bijna niet te herkennen. Meer upbeat met een vrolijk herhalend gitaarriedeltje, maar vooral tekstueel ligt het mijlenver van het origineel. Afgezien van het eerste couplet, de eerste regels van het tweede couplet en het repetitieve ‘It’s not dark yet, but it’s getting there’, laat Dylan zich van zijn meest idyllische kant horen: ‘Feels like my eyes are two pieces of broken glass/I’m standing in the shadows, waiting for the parade to pass/I’m in the land of the lost where dreams come to die.’<br> Ook de inmiddels door velen gehekelde song Make You Feel My Love — liefdevol gebracht door Billy Joel, een invasie van slechte The Voice-audities veroorzaakt door de Adele-versie — wordt gedraaid; de tweede take dan, de eerste take staat namelijk gewoon op Time Out Of Mind.</p><p><strong>Showtime</strong></p><p>Na enkele vragen uit het publiek waar iedereen beleefd lacht om de politiek correcte, ontwijkende antwoorden die worden gegeven, wandel ik met een andere journalist uit Nederland en een medewerker van Sony door het inmiddels schemerige Londen. Op naar Bobs Rough And Rowdy Ways-show in het prestigieuze London Palladium. Terwijl we nog gauw een biertje halen aan de bar, loopt het personeel gestrest rond. Ze proberen iedereen verbaal de zaal in te duwen. De show begint kennelijk eerder dan gepland. “Het is Bob Dylan, blijkbaar kan hij doen wat hij wil”, hoor ik een medewerker geïrriteerd roepen. We nestelen ons haastig in de zachte pluchen stoelen — onze trillende telefoons netjes weggestopt in een afgesloten tasje — en ik neem sceptisch een slok van mijn biertje. De laatste keer dat ik Dylan live zag (april 2017, AFAS Live), roept bij mijn oren nog steeds pijnlijke herinneringen op. Ik beschreef zijn optreden toen als ‘…bijna onverstaanbaar omdat hij zingt als een blaffende zeehond met ontstoken keelamandelen. Het is even doorbijten, maar als je heel goed luistert, herken je op sommige momenten nog De Stem van zijn Generatie’. Vervolgens kreeg ik de halve Dylan-fanclub over me heen.</p><p>Ook zijn opvoeringen enkele dagen voorafgaand de Londen-show in diezelfde AFAS Live vielen niet bij iedereen in de smaak. Maar de Londense uitlaatgassen doen hem blijkbaar goed: zijn teksten zijn verstaanbaar in zijn staccato spraakzang en het pianospel is energiek. Maar halverwege de show, die zich hoofdzakelijk richt op Dylans laatste album uit 2020, is de merkbare adrenaline die een live-optreden van Dylan altijd met zich meebrengt, weggeëbd en duim je tegen beter weten in dat nummers als Key West en Gotta Serve Somebody worden afgewisseld met een meezinger als Don’t Think Twice, It’s All Right. Hoogtepunt? De paar keren dat Dylan vanachter zijn piano schuifelt en met een hand in de zij schalks het adorerende publiek bekijkt.</p><p><strong>Twee genieën</strong></p><p>Een ander hoogtepunt van de avond vindt plaats als Dylan vermoedelijk zijn nette schoenen al lang en breed heeft ingewisseld voor een comfortabel paar sloffen, terwijl wij ons in de menigte een weg naar buiten proberen te dringen. Plots wordt mijn naam geroepen en trekt de medewerker van Sony mij aan mijn vingertoppen drie meter naar voren. “Kijk daar, Jimmy Page!”, roept hij extatisch. En warempel, op een paar meter afstand staat inderdaad de grootste gitarist aller tijden schaapachtig grijnzend naast zijn dochter, terwijl hij de handen schudt van een horde mensen, teweeggebracht door het geroep van mijn collega. Of het de kick is van de fijne luistersessie eerder die dag, het verrassend goede optreden, het biertje tijdens de show of alles samen, weet ik niet: maar ook ik reik mijn hand uit naar Page, die hij gewillig schudt terwijl ik iets prevel in de trant van ‘bedankt voor alles’. Twee genieën in dezelfde ruimte. Wat een toegift.</p><img src="https://medium.com/_/stat?event=post.clientViewed&referrerSource=full_rss&postId=1b9db17a13a1" width="1" height="1" alt="">]]></content:encoded>
        </item>
        <item>
            <title><![CDATA[‘Jim was voorbestemd om een vallende ster te zijn’]]></title>
            <link>https://medium.com/@jolieneijsink/jim-was-voorbestemd-om-een-vallende-ster-te-zijn-f4f365a9fa1f?source=rss-56b105a8ab64------2</link>
            <guid isPermaLink="false">https://medium.com/p/f4f365a9fa1f</guid>
            <category><![CDATA[music]]></category>
            <category><![CDATA[the-doors]]></category>
            <category><![CDATA[john-densmore]]></category>
            <category><![CDATA[jim-morrison]]></category>
            <dc:creator><![CDATA[Jolien Eijsink]]></dc:creator>
            <pubDate>Sat, 21 Jan 2023 20:23:57 GMT</pubDate>
            <atom:updated>2023-01-21T21:19:57.989Z</atom:updated>
            <content:encoded><![CDATA[<figure><img alt="" src="https://cdn-images-1.medium.com/max/640/1*XG8XL0PQEBhLG5L_ZW1VZA.jpeg" /></figure><p><strong>Heel kort brandde het vuur van The Doors feller dan bij welke band ook. Tot het in 1971 werd gedoofd door het destructieve karakter van zanger Jim Morrison en zijn spoor van juridische rompslomp. Tegen alle verwachtingen in werd zijn zwanenzang L.A. Woman een sensationeel succes. Een gesprek met drummer John Densmore over zijn maat Jim en diens erfenis: “We zijn vijftig jaar verder en ik praat nog stééds over L.A. Woman.”</strong></p><p>Jim mocht niet ouder worden dan 27, maar zijn collega John Densmore heeft zowaar de leeftijd van 76 weten te bereiken. En dat ondanks het vernielzuchtige karakter van Jim, het megasucces van The Doors en het zwarte gat na de breuk. Tegenwoordig heeft hij vaker een pen tussen zijn vingers dan een drumstok. Zijn derde boek The Seekers: Meetings With Remarkable Musicians kwam eind vorig jaar uit. Maar hij denkt nog met veel liefde terug aan die tijd dat hij speelde in een iconische band. Met een crèmekleurig pak, inclusief hoed en sjaal en een grijze haardos, lijkt hij tegenwoordig meer op een kledingontwerper dan op de drummer van een rockgroep. Vrolijk lachend kijkt hij in de camera. Op de achtergrond staat een drumstel en hangen twee blauwe borden: Morrison Street en<br>Densmore Avenue. Daar blijkt een interessant verhaal achter te<br>zitten. “Ik ben geboren in Los Angeles en ik ken alle straten hier. Ik wist al jaren dat Densmore Avenue bestond, dus toen ik een paar jaar geleden tijd te veel had, besloot ik die laan eens te bezoeken. Wat bleek: na zo’n anderhalve kilometer kruist die opeens Morrison Street! Je moet beseffen dat ze die straatnamen duizenden jaren geleden hebben bedacht, dus niet na het succes van The Doors. Profetisch, toch? We hebben de burgemeester zover gekregen om beide borden aan dezelfde paal te bevestigen. Ik wist altijd al dat we met elkaar verbonden waren. Het doet me deugd dat Morrison Street en Densmore Avenue elkaar kruisen in de stad van L.A. Woman!”, aldus een lachende Densmore.</p><p>In slechts vier jaar tijd, van 1967 tot 1970, brachten Ray Manzarek (toetsen), Robby Krieger (gitaar), John Densmore en Jim Morrison vijf ijzersterke albums uit. Ze werden wereldberoemd, maar het leidde er ook toe dat Morrison steeds harder op zijn eigen ondergang afstevende. Het publiek zag slechts de knappe, intelligente, ietwat grillige frontman die met zijn leren broek de beste feestjes optuigde. Al snel werd Jim het mythische rockfiguur van de jaren zestig. Een profeet. Hoewel de steeds groter groeiende groep fans onbezorgd danste op Light My Fire, Hello, I Love<br>You en Touch Me, rolde er achter die façade een lawine aan pijn en wanhoop. Op het zesde album L.A. Woman (1971) werd het de laatste keer dat Jim Morrison te horen was (als we An American Prayer uit 1978 niet meerekenen, waarop Morrisons voordracht op muziek is gezet). Kort na de release vertrok Jim naar Parijs op zoek naar geluk. Hij zou nooit meer terugkeren: drie maanden na verschijning van het album overleed hij op 3 juli 1971.</p><p><strong>God spelen</strong></p><p>Het succes van L.A. Woman heeft daarom nog steeds een bittere<br>bijsmaak. Het vijftigjarig jubileum van de wereldplaat is dit jaar reden<br>voor vreugde (een feestelijke boxset staat op de planning), maar markeert ook de vijftigjarige herdenking van Jim Morrisons dood. Densmore zucht. “Ja, dat tweede jubileum vier ik niet echt. Ik ben meer fan van 8 december:<br>zijn geboortedag. Een sterfdag vind ik geen feestje waard.” Duidelijk. We beginnen meteen over L.A. Woman en Densmore neemt opgelucht een slok uit zijn witte koffiebeker. “Ik wist destijds wel dat L.A. Woman speciaal was. Door onze eerste paar platen, The Doors, Strange Days en Waiting For The Sun, leerden we hoe je een goed album moest maken. Daarna probeerden we Sgt. Pepper’s Lonely Hearts Club Band na te doen met The Soft Parade, vol strijkers en blazers. Na Morrison Hotel gingen we met L.A. Woman weer terug naar onze garagesound, waar we ooit mee begonnen. We gingen gewoon voor het gevoel en het maakte niet uit of we fouten<br>maakten — we wilden het uitkleden tot de rauwe essentie. En hé, het zal wel goed geweest zijn, want vijftig jaar later praat ik er nog steeds over. Ik hoopte dat The Doors mijn huur een decennium zou kunnen betalen, maar zoals je ziet: nu heb ik grijze haren en is de band nog steeds onderdeel van mijn bestaan.”</p><p>Het opnameproces kende een ongunstige start. Producer Paul Rothchild liep halverwege de studio uit, omdat de band volgens hem, met name in het nummer Riders On The Storm, ‘cocktailmuziek’ aan het maken was. Gelukkig denkt Densmore vijftig jaar later alleen nog aan de plezierige tijd<br>in de studio: “Ik weet nog hoeveel lol we hadden om God te spelen, door regen en donder toe te voegen aan Riders On The Storm. Ik besefte toen niet dat het gegarandeerd zendtijd zou opleveren, elke winter wanneer het stormt. Maar ach, we hadden enkele tapemachines klaarstaan bij donderslagen, zodat we er eentje konden inzetten wanneer we wilden. We lachten ons rot. Voor eventjes beheersten we het universum.” John kijkt langs de camera en begint met zijn vingers te knippen. “De titelsong geeft je het gevoel alsof je op de snelweg rijdt met honderd kilometer per uur.”<br>Hij begint de karakteristieke toetsenpartij te neuriën. “Het is gewoon de sfeer van elk nummer; daar ben ik zeer ingenomen mee”. Hij geeft zichzelf een schouderklopje en zegt: “Al zeg ik het zelf, ik ben toch de drummer, hè.”</p><p><strong>Mr. Mojo Risin’</strong><br>John praat over Jerry Scheff, de bassist van Elvis Presley, die op L.A. Woman de ritmesectie met Densmore mocht invullen. Doorgaans vervulde de linkerhand van Manzarek die rol. “Het getokkel van Jerry had meer kracht dan het geluid dat Ray’s keyboard voortbracht. Het was hemels om met hem te mogen spelen. Toen Ray hem de baslijn van Riders On The Storm probeerde te leren, zei Jerry: ‘Ray, ik kan het zo niet spelen met bassnaren. Ik moet het aanpassen!’ Hij veranderde het iets en de rest is geschiedenis. Bedankt Jerry”, vertelt John enthousiast. Opeens is hij afgeleid en valt hij stil. “Hoor je dat? De vuilniswagen is er. Wacht even, ze dumpen mijn recycle-afval. Nou, terwijl we wachten tot het lawaai voorbij is, ga ik jou wat vragen stellen”, lacht John. Na wat geouwehoer over Amsterdam, een vriend genaamd Peter en het wel of niet afsnijden van je linkeroor à la Van Gogh om bij Lust For Life te worden aangenomen, is de vuilniswagen weg en vervolgen we ons gesprek. Jim stond bekend als The Lizard King en noemde zichzelf ook wel Mr. Mojo Risin’, een anagram van zijn naam. Halverwege de titelsong hoor je hem enkele keren die zelfgekozen bijnaam roepen. “Nadat we L.A. Woman hadden opgenomen, schreef Jim die woorden uit, veranderde hij de volgorde en stond er opeens zijn naam. Toen wisten we zeker dat die man een genie was”, zegt John trots. “Maar goed, ik wist dat mojo een seksuele term is in de blues. Dus ik stelde voor om het tempo flink te verlagen en langzaam te verhogen, zoals bij een orgasme. Het probleem is alleen dat dat nummer meer dan zeven minuten lang is… Ik heb geprobeerd het tempo te evenaren van de start van het nummer en kwam aardig in de buurt. Tussen jou en mij en iedereen die dit leest: ik zat er een beetje naast, want het is iets sneller dan het begin, maar het is rock &amp; roll. Ik ben en blijf een perfectionist, altijd nadenkend hoe ik zaken kan verbeteren. Dat is wat je geest stimuleert. Kijk naar Willie Nelson: die man is tien jaar ouder dan ik, maar nog steeds actief en ook een perfectionist. Het houdt je gezond!”</p><p><strong>Trein afremmen</strong><br>Wie weet: als Jim een zweem van dat perfectionisme had gekend, had hij misschien nog jaren gezond geleefd. Zijn geest wilde helaas harder dan zijn lichaam aankon. “Jim was zelfdestructief én creatief. Beide komen niet altijd in hetzelfde pakketje, maar in zijn geval wel”, grinnikt John. Helaas wisselde Jim zijn lidmaatschap als frontman van The Doors in voor een abonnement op de 27 Club. “Oh boy, Janis, Amy, Kurt, Jim… Belachelijk hoe lang die lijst is. Ik heb daar veel over nagedacht. In de primitieve Afrikaanse cultuur waakten de ouderlingen over de jeugd van de leeftijd 14 tot 27. Ze wisten duizenden jaren geleden al dat de leeftijd 27 cruciaal<br>was. Zo ook bij Jim. Inmiddels heb ik geaccepteerd dat Jims vertrek overmijdelijk was. Hij was voorbestemd om een vallende ster te worden. Maar ik ben 76 en zie mezelf graag als voorbeeld voor de jeugd: je hoéft jezelf niet te vernietigen als je in een rockband zit. Jim hield ervan om alles in het leven te overdrijven en op te blazen, waardoor wij juist voorzichtiger werden.” Hij neemt een flinke slok uit zijn mok en vervolgt op droevige toon: “Je kunt niemand redden. Je kunt tegen ze zeggen dat ze clean en nuchter moeten worden, maar zolang ze dat van binnen niet beseffen, gaat het gewoon niet gebeuren.” Hij klopt op z’n hart. “Ik krijg vaak de vraag waar Jim vandaag de dag zou zijn als hij nog zou leven. Mijn antwoord was altijd: nergens. Jim was een kamikaze dronkenlap die zijn leven nooit zou beteren. Maar de laatste jaren denk ik daar anders over. Ik denk dat Jim clean en nuchter was geweest. Kijk naar Eric Clapton. Of Eminem, ook zo’n creatieve, boze gast als Jim. Hij heeft het geluk dat hij in een andere tijd is opgegroeid; tegenwoordig zijn afkickklinieken cool. We begrepen in onze tijd niet dat alcoholisme een ziekte is. Dat sommige mensen het gen<br>hebben en er zonder hulp niet mee kunnen stoppen, wat ze<br>ook proberen.” In een van zijn boeken, Riders On The Storm: My Life With Jim Morrison And The Doors, schrijft John over zijn schuld- gevoel jegens Jims ondergang. Hoewel hij zegt daar inmiddels van verlost te zijn, sijpelt er nog altijd iets van door in zijn antwoorden. “Een jaar lang probeerde ik Robby en Ray ervan te overtuigen dat we moesten stoppen met toeren, want Jim was een gigantische puinhoop. We klonken te gek live, maar die reputatie werd flink aangetast en dat kwetste mij. Kijk, als we in de studio waren en Jim laveloos werd, dan gingen we gewoon naar huis en hoorde niemand er iets van. Maar tegenover duizenden mensen… Oef. Soms vraag<br>ik me af of ik niet daadkrachtiger had moeten zijn. Ik had die trein moeten afremmen. Maar als drummer was ik slechts de kombuis. Ik bungelde helemaal achteraan, terwijl andere bandleden fanatiek kolen in de oven aan het scheppen waren.” Dat mag wel zijn, maar als drummer bepaal je ook het ritme en het tempo van de band, iets waar ik John voorzichtig op wijs. “Oh, wauw. Dat is een goeie! Die ga ik misschien van je jatten”, hij leunt achterover en begint hard te lachen.</p><p><strong>Aandoenlijk</strong><br>Jim kon je als de beste laten zien hoe je het snelst zo dronken werd dat je niet meer wist of je nu twee of drie benen had. Maar wat maar weinig mensen weten, is dat Jim ook een goed gevoel voor humor had. De drummer bevestigt dat. “Hij was niet alleen maar dronken. Hoe denk je dat die gestoorde gast zulke gevoelige teksten kon neerpennen? Nou, dat deed hij de volgende dag als hij weer alleen en bedaard was. We grapten erop los en hadden een leuke tijd. Hij was enorm geestig. Met name als we onderweg waren met de band. Mensen stereotyperen dat Jim of dronken of somber was, omdat hij zulke duistere teksten schreef. Maar hij had een warm karakter en kon best aandoenlijk zijn. Tenzij hij straalbezopen was. Dan werd hij echt onaangenaam…”<br>De dood van Morrison betekende niet direct het einde van The Doors. Ray, Robby en John brengen nog twee albums uit, maar besluiten dan dat het sprookje definitief voorbij is. Na Full Circle (1972) sluiten ze de deuren. Dat was geen gemakkelijke beslissing, maar wel een logische. “We waren een fantastisch muzikale club, maar hadden ons vocale middel- punt verloren met onze frontman. Na twee platen gaven we het op en kozen we onze eigen wegen. Mijn weg leidde naar schrijven. De neergaande spiraal van een klapper als The Doors is steil. Sommige mensen storten zich op drugs en alcohol; ik stuitte eerst op een acteerles. Ik was doodsbang ten overstaan van twaalf mensen en zonder mijn drums. Uiteindelijk wilde ik de woorden liever opschrijven dan voordragen. Ik kan overal en wanneer ik wil schrijven, zonder afhankelijk te zijn van beschonken muzikanten. Het is misschien niet zo vermakelijk als met een band spelen voor een groot publiek, maar het is een andere vorm van creativiteit. Ik wist al dat ik een muzikant was, maar ik kan nu met overtuiging stellen dat ik ook een schrijver ben. De lengte van een zin is een muzikaal vraagstuk. Een lange zin is een melodielijn. Een korte zin is percussief”, legt John uit. Hij kijkt om zich heen en zegt dan: “Toen ik Jim leerde kennen, had hij elk boek op aarde gelezen. Nu ik zo geïnteresseerd ben in schrijven, groeit mijn vocabulaire. Ik lees meer boeken. Jim was gulzig op zoek naar nieuwe ideeën en als schrijver herken ik dat. Het is alsof Jim via mij spreekt.”</p><p><strong>Jimitator</strong><br>Densmore praat met hoorbaar veel passie over zijn nieuwe beroep. Toch staan de meeste nummers van The Doors op naam van zijn te jong gestorven collega. “Ik heb geen teksten voor ons geschreven, nee. Maar Jim kon nog geen noot spelen op welk instrument dan ook. We vulden elkaar aan. Ik heb het weleens geprobeerd, maar het is niet aan mij besteed. Geen spijt daar. Poëzie is als het geraamte van de taal, vind je niet? Maar als je ergens aan begint en beseft dat het je roeping is, blijf je het proberen. Er zijn geen garanties in het leven. Als je die wilt, neem je maar een wasmachine.” Mist hij de gouden dagen met The Doors wel eens als hij in zijn eentje in alle stilte achter zijn schrijftafel zit? “Het is amusant als duizenden mensen je aanbidden, hoor. Maar als je een paar van die shows hebt gedaan, denk je: oké, volgende! Dat is misschien waarom ik zo dol ben geworden op schrijven. Mijn tweede boek, The Doors: Unhinged uit 2013, gaat over mijn worstelingen met Ray en Robby. Door dat boek raakte ik in de ban van schrijven en dacht: oké, volgende!” Lachend knipt John met z’n vingers. “Robby en Ray wilden onze naam blijven gebruiken zonder Jim. Ik dacht: hallo, ik speelde met Jim, waarom zou ik in vredesnaam willen optreden met een Jimitator?! Ik speelde met dé man! Wie anders paste er nou in Jims leren broek? Het is onmogelijk om die te vullen.”</p><img src="https://medium.com/_/stat?event=post.clientViewed&referrerSource=full_rss&postId=f4f365a9fa1f" width="1" height="1" alt="">]]></content:encoded>
        </item>
        <item>
            <title><![CDATA[Een lange liefdesbrief aan George]]></title>
            <link>https://medium.com/@jolieneijsink/een-lange-liefdesbrief-aan-george-cde0ebd3d960?source=rss-56b105a8ab64------2</link>
            <guid isPermaLink="false">https://medium.com/p/cde0ebd3d960</guid>
            <category><![CDATA[all-things-must-pass]]></category>
            <category><![CDATA[george-harrison]]></category>
            <category><![CDATA[the-beatles]]></category>
            <category><![CDATA[music]]></category>
            <dc:creator><![CDATA[Jolien Eijsink]]></dc:creator>
            <pubDate>Sat, 21 Jan 2023 20:07:52 GMT</pubDate>
            <atom:updated>2023-01-24T13:42:10.742Z</atom:updated>
            <content:encoded><![CDATA[<figure><img alt="" src="https://cdn-images-1.medium.com/max/1000/1*BuUhiIZC1ntGd92gVsJg8Q.jpeg" /></figure><p><strong>Hij werd pas acht jaar na de release van het album geboren, maar toch is All Things Must Pass onlosmakelijk verbonden met het leven van Dhani Harrison. Want samen met zijn vader George Harrison werkte hij aan de jubileumuitgave uit 2001 en de afgelopen vijf jaar hield hij zich bezig met de indrukwekkende remastering van zijn vaders baanbrekende solo-<br>werk. “De volmaakte bekroning van dit album voor de komende honderd jaar,” zegt de zoon in een liefdevol gesprek over de<br>meest ondergewaardeerde Beatle.</strong></p><p>Hij schreef enkele van de beste Beatles-songs ooit: Here<br>Comes The Sun, Something en While My Guitar Gently Weeps.<br>Volgens vele Beatles-fans, inclusief ondergetekende, was<br>Harrison de meest ondergewaardeerde Beatle van alle vier. De<br>langharige gitarist stond jarenlang in de schaduw van de<br>ego’s van het duo Lennon-McCartney en hij moest vaak lang<br>wachten tot een van zijn songs op de tracklist mocht. Na de<br>grote break-up in 1970 liet Harrison op grandioze wijze zien<br>hoe onterecht dat was: het drie lp’s tellende magnum opus All<br>Things Must Pass werd het populairste solowerk van een<br>Beatle ooit. Populairder zelfs dan Imagine van John Lennon en<br>Band On The Run van Paul McCartney samen. Het nummer My<br>Sweet Lord groeide zelfs uit tot de meest gestreamde song<br>die ooit is uitgebracht op Apple Records.<br>Nu vijftig jaar later — oké, eigenlijk 51, maar het jaar 2020 telt niet — is de (muziek)wereld All Things Must Pass geenszins vergeten. Met zeven verschillende uitgaven, waaronder een Uber Deluxe Edition-boxset (die onder andere replica’s bevat van Harrison en de dwergen die op de hoes te zien zijn – living in the material world, zeg maar) krijgen we daar ook<br>weinig kans toe. Gelukkig maar. De plaat klinkt na vijf decennia en vele technologische ontwikkelingen nog tien keer beter dan in 1970. En dat zegt wat. De ‘wall of sound’ die producer Phil Spector metselde, is afgebroken. Dankzij zoon Dhani Harrison en vriend Paul Hicks klinkt George zo<br>helder dat het bijna lijkt alsof hij naast je zit te zingen.</p><p><strong>Kaboutervrienden</strong><br>Terwijl we spreken, zit Dhani letterlijk in de albumhoes van All Things Must Pass. Op de plek van zijn vader, tussen de kabouters op zijn prachtige landgoed Friar Park in Henley-on-Thames. Vorig jaar markeerde niet alleen het vijftigjarig jubileum van All Things Must Pass; ook Friar Park was vijftig<br>jaar in het bezit van de familie Harrison. Dhani: “We hebben hier sindsdien als familie langer gewoond dan alle vorige eigenaren. Vorig jaar voelde het alsof Friar Park écht van ons was.” Dhani werd geboren in 1978 en groeide op in Friar Park. “Mijn allereerste herinnering aan All Things Must Pass is het zien van de albumcover en beseffen dat het de voortuin is waarin ik altijd speelde. Ik groeide zo’n beetje op met die vier kabouters. Kijk, ik ben enig kind, had geen broertjes of zusjes, dus die kabouters waren mijn vrienden. Ik kende hen voor ik de muziek leerde kennen. Soms ging ik gewoon bij ze zitten of schilderde ik ze. Pas toen ik een jaar of vijftien was, hoorde ik All Things voor het eerst en zelfs toen gaf ik het weinig aandacht. Maar toen ik eenmaal naar de universiteit in Amerika vertrok, luisterde ik er eindeloos naar. Ik miste mijn pa. Hij belde me bijna elke dag, maar hoe vaker ik die plaat draaide, hoe meer ik me met hem verbonden voelde. Ik leerde het album enorm waarderen”, vertelt Dhani nostalgisch.<br>Toen hij de universiteit eenmaal had verlaten, werkte hij samen met zijn vader aan de remastering voor het dertigjarige jubileum. Hij speelt zelfs akoestische gitaar op My Sweet Lord. “Mijn vader grapte vanaf dat moment altijd dat ik al speelde op een album voor ik geboren was”, lacht Dhani.<br>Vanaf dat gezamenlijke project duikt Harrison junior echt in de nummers. Waar ze in 2001 slechts de originelen een opfrisbeurt gaven, pakte hij het deze keer helemaal ander aan. Terug naar het begin. Paul Hicks mixte zo’n 110 nummers voor ze samen besloten welke een plaatsje in de heruitgave verdienden. Ze pakten de master tapes erbij, meer dan achttien rollen aan demo’s en verschillende versies. “We wilden de mensen drie verschillende uitvoeringen geven van All Things Must Pass: het originele album, de dag één-demo’s en de dag twee-demo’s. Zo heb je hetzelfde album, op drie<br>verschillende manieren. We hebben heel bewust gekozen voor de versies die hoorbaar anders klonken dan het origineel. Run Of The Mill met een elektrische gitaar bijvoorbeeld, of een heel langzame versie van Isn’t It A Pity. We waren echt door die tapes aan het wroeten en elke keer als we iets<br>bijzonders tegenkwamen, voelde het alsof we goud hadden<br>gevonden.”</p><p><strong>Definitieve bekroning</strong><br>Het proces zou uiteindelijk vijf jaar van zijn leven in beslag nemen. Toch is hij songs als I’d Have You Anytime, Isn’t It A Pity of Run Of The Mill (“Ik ben verliefd op dat nummer”) nog lang niet zat. “All Things Must Pass is een van mijn favoriete albums ooit gemaakt. Oké, na een tijdje hebben je oren pauze nodig als je ergens dag in dag uit zo intens naar luistert, maar ik hou van deze plaat. Ik ben ook zo enorm trots op het eindresultaat. Er zit zoveel liefde in van iedereen. Eerlijk is eerlijk: het is goed om er nu even afstand van te kunnen nemen, maar het is fantastisch om het eindproduct te kunnen zien en voelen. Om door alle vinyl en extra’s te gaan als een luisteraar in plaats van op de computer als producer. Vanuit een design- en audio-oogpunt zie ik deze jubileumuitgave als de volmaakte bekroning van dit album voor de komende honderd jaar.”<br>Toen George in 2001 overleed aan longkanker was Dhani pas 23 jaar oud — vier jaar jonger dan zijn pa toen hij All Things Must Pass opnam. Hun verstandhouding was inmiddels ijzersterk. Door samen te werken aan de jubileumuitgave van All Things Must Pass uit 2001 en Georges laatste plaat<br>Brainwashed (een postuum album uit 2002) en hem jaren van dichtbij aan het werk te hebben gezien, is Dhani een betrouwbare kandidaat om te vragen wat zijn pa van deze uitgave zou denken. “Hij zou hem geweldig vinden. We waren beiden nooit fan van alle reverb op het origineel. Ik weet dat hij het graag wilde horen zonder, dus met de demo’s van dag één en dag twee presenteren we echt de kern van elk nummer en daar zou hij bijzonder trots op zijn geweest”, zegt Dhani zelfverzekerd. “Je moet weten dat Paul Hicks, met wie ik de remixing en remastering heb gedaan, en ik áltijd mijn vader in ons achterhoofd hadden. Elke seconde van de dag en bij elke keuze die we maakten. Paul was een goede vriend van mijn vader en we zijn samen opgegroeid; zijn ouders komen uit hetzelfde dorp als de mijne en ook zij waren vrienden. Zijn vader, Tony Hicks, nam met zijn band The Hollies platen op in Abbey Road Studios, dus zo kenden ze elkaar. Daardoor wisten Paul en ik van tevoren heel goed wat we wilden doen met dit album. Elke keer als er een beslissing nodig was en Paul zelf twijfelde, richtte hij zich tot mij: ‘Wat zou je vader hiervan denken of zeggen?’. Het was voor mij zo makkelijk om te begrijpen wat m’n pa zou hebben gedaan.<br>We wilden zijn album beschermen. Vaak beantwoordden de vragen zichzelf, dus dat ging gemakkelijk. Mijn pa en ik waren zo hecht en hij leerde ons van jongs af aan zoveel over muziek en produceren, dat het geen lastige opgave was om de juiste keuzes te maken.” Hij vervolgt op een ontroerend liefdevolle wijze: “Ik voel me weer zo verbonden met hem. Zijn stem op deze nieuwe mix klinkt zoveel kwetsbaarder en ontzettend eerlijk. Je voelt hem meer. Het brengt je dichter bij hem dan de originele mix van het album. Tijdens het werken voelde het alsof hij in de kamer naast me zat”. Door in de studio dezelfde rituelen uit te voeren als zijn vader destijds, werd dat saamhorigheidsgevoel alleen maar sterker. George stond erom bekend kleine altaars te bouwen, tientallen kaarsen aan te steken en vegetarisch voedsel van volgelingen van de Hare Krishna-beweging te nuttigen. Dhani volgde zijn voorbeeld. “Elke dag deed ik dat ook. Ik stond op, stak de kaarsen aan, vatte mijn rituelen aan en dan voelde ik mijn brein direct kalmeren. All Things Must Pass: 50th Anniversary is eigenlijk een lange liefdesbrief van ons aan mijn vader. We wilden de wereld een kijkje bieden in zijn waanzinnige meesterwerk, zowel het huis als het album. We willen iedereen een grotere belevenis bieden en om dat te bereiken, waren dezelfde rituelen nodig.”</p><p><strong>Liefde voor de natuur</strong><br>Zoals Dhani al aangeeft, draait het in de jubileumuitgave niet alleen om de muziek, maar ook om het huis en landgoed van hun geliefde Friar Park. De extra’s in de Uber Box-set zijn een eerbetoon aan Georges liefde voor tuinieren en de natuur; zoals een houten boekenlegger gemaakt van een gevelde eikenboom uit de tuin. Dhani overzag het hele proces en werkte naast de muziek ook aan de replica’s van de kabouters en de houten kratten. Hij selecteerde zelfs persoonlijk de esdoornbladeren voor in het bijgeleverde boekwerkje. Ook zijn moeder Olivia Harrison was nauw betrokken bij het project. Zij stelde onder andere het 96 pagina’s tellende<br>scrapbook samen en besliste mee over de geselecteerde nummers. “Ons hart en ziel zit in dit project”, aldus Dhani. Over dat gevoel kan zanger/meestergitarist Eric Clapton meepraten. Hij speelde mee op het origineel uit 1970 en had nogal wat moeite met opener I’d Have You Anytime. “Ik sprak Eric laatst en toonde hem de boxset. Hij wees me direct op dat nummer. Hij zei: ‘Oh God, dat was zo moeilijk om te spelen.’ Toen Paul en ik in de studio ernaar luisterden, zeiden we tegen elkaar: ‘Dat is zonder twijfel Eric Clapton, maar het klinkt als mijn vader.’ Eric wist dat te verklaren: ‘Je vader legde aan me uit hoe ik het moest spelen, maar dat lukte me niet. Het was zo extreem lastig om de noten te buigen zoals hij het wilde. Uiteindelijk kreeg ik het voor elkaar, maar daarom klinkt het dus als je vader.’ Sindsdien houd ik nog meer van dat nummer.”</p><p>In Lust For Life 111 vertelde John Densmore van The Doors over zijn zelf opgelegde rol als bewaker van Jim Morrisons en The Doors’ muzikale erfgoed. Dhani Harrison voelt zich precies zo als het gaat om de muziek van zijn vader. Dat begon al aan het eind van de jaren negentig, toen ze samenwerkten aan Georges laatste album Brainwashed. In 2001 was Dhani afgestudeerd aan de universiteit, maar George was al ernstig ziek. Toch ontmoetten ze elkaar in Zwitserland, waar ze verder werkten aan het album. “We hoopten dat hij zijn kanker zou overwinnen en naar Los Angeles zou gaan om met Jeff Lynne [Electric Light Orchestra, red.] Brainwashed echt tot een geheel op te bouwen. Helaas moest ik het alleen<br>doen met Jeff. Vanaf dat moment werd ik de beschermer van zijn muziek. Als Jeff een vraag had, gaf ik het antwoord. Hij durfde zelf geen beslissingen te nemen. Daarna werkte ik aan The Dark Horse Years 1976–1992 [2004, red.] en ga zo maar door. Lachend vervolgt Dhani: “Behalve het nastreven van een eigen muziekcarrière, wat al moeilijk genoeg is, ben ik ook nog eens verantwoordelijk voor die van mijn vader.” Ik bewaak al twintig jaar de kwaliteitscontrole van mijn vaders werk en ik ga die controle nooit uit handen geven. Mijn verantwoordelijkheidsgevoel is te groot daarvoor. Ik zou ook nooit een platenlabel een Best Of-album laten maken. En mocht dat moment toch ooit komen, dan moet het heel stijlvol en smaakvol gebeuren. Daar zorg ik dan wel voor.”</p><p><em>Dave Mason over All Things Must Pass</em></p><p>Gitarist Dave Mason, bekend van de rockband Traffic, speelde in zijn lange carrière met een indrukwekkende reeks muzikanten: van The Rolling Stones tot Delaney &amp; Bonnie en Jimi Hendrix. Naast Eric Clapton, Peter Frampton en Klaus Voormann was hij een van de gelukkige gitaristen die<br>door George Harrison werd toegevoegd aan de all-star cast van All Things Must Pass.</p><p><strong>Het is meer dan vijftig jaar geleden, maar wat kan je mij<br>nog vertellen over de opnamesessies? </strong><br>“Ik weet helaas niet meer zo goed op welke nummers ik<br>speelde.”</p><p><strong>Je speelde onder andere op Beware Of Darkness, I Dig<br>Love en Plug Me In.</strong><br>“Hm ja, volgens mij waren er nog een paar, waaronder een<br>jamsessie. Ik weet het echt niet meer. Ik had het ergens<br>opgeschreven, maar ik kan dat verdomde briefje nergens<br>meer vinden. Wat mij vooral bijstaat van die sessies, is dat<br>er ontzettend veel mensen aanwezig waren. Dat was soms<br>best verwarrend. Ik ben sessies gewend met drie of vier<br>muzikanten, maar dit was echt een grote groep en ze<br>speelden niet eens allemaal mee, haha. Weet je hoe dat<br>destijds ging? We woonden allemaal in Londen in de jaren<br>zestig, dus we liepen elkaar constant tegen het lijf en<br>gebruikten dezelfde studio’s. Zo speciaal is het daarom<br>niet dat ik ben gevraagd. Het was een kleine gemeenschap.<br>Ik kan me herinneren dat ik voornamelijk akoestische<br>gitaar speelde, maar in een vorig interview vertelde iemand<br>me dat ik ook elektrisch heb gespeeld. Mijn herinneringen aan All Things Must Pass zijn inderdaad vaag. De persoonlijke herinneringen die ik heb aan mijn tijd met George zijn veel memorabeler.”</p><p><strong>Vertel!</strong><br>“Ik weet nog dat ik een paar jaar eerder bij hem op bezoek<br>ging toen hij in Esher woonde, gewoon om rond te hangen.<br>Opeens zei hij: ‘Wil je mijn nieuwe album horen?’ En plots<br>zat hij Sgt. Pepper’s Lonely Hearts Club Band te spelen!<br>George gaf mij ook mijn eerste sitar.”</p><p><strong>Luister je nog wel eens naar All Things Must Pass? Wat<br>vind je ervan?<br></strong>“Om heel eerlijk te zijn: ik heb niet echt een geluidssy-<br>steem in mijn huis. Dit is hoe ik hier muziek luister [hij pakt een kleine JBL-box, red.]. Dat is mijn grote stereo, haha.<br>Nee, het is meer dan een jaar geleden dat ik naar dat<br>album luisterde, de lp’s liggen in mijn opslag. Ik weet nog<br>dat ik het destijds een vreemde keuze vond om Phil<br>Spector het album te laten produceren. Dat leek me niet de<br>juiste persoon. Maar het is een geweldig album, Georges<br>persoonlijke statement en ik ben trots dat ik erop speel. Er<br>is nog zoveel goede muziek van vijftig jaar geleden… Er<br>bestaat geen oude muziek, alleen goede en slechte.”</p><p>Voor meer informatie over Dave Mason: zie <a href="http://www.davemasonmusic.com">www.davemasonmusic.com</a></p><img src="https://medium.com/_/stat?event=post.clientViewed&referrerSource=full_rss&postId=cde0ebd3d960" width="1" height="1" alt="">]]></content:encoded>
        </item>
        <item>
            <title><![CDATA[Moonage Daydream — review]]></title>
            <link>https://medium.com/@jolieneijsink/moonage-daydream-review-52cb98eeda96?source=rss-56b105a8ab64------2</link>
            <guid isPermaLink="false">https://medium.com/p/52cb98eeda96</guid>
            <category><![CDATA[documentary]]></category>
            <category><![CDATA[david-bowie]]></category>
            <category><![CDATA[review]]></category>
            <category><![CDATA[music]]></category>
            <category><![CDATA[moonage-daydream]]></category>
            <dc:creator><![CDATA[Jolien Eijsink]]></dc:creator>
            <pubDate>Fri, 23 Sep 2022 06:59:05 GMT</pubDate>
            <atom:updated>2023-01-21T20:24:49.886Z</atom:updated>
            <content:encoded><![CDATA[<h3>Moonage Daydream — review</h3><p>Moonage Daydream (bioscoop)<br>Documentaire<br>Regie: Brett Morgen</p><figure><img alt="" src="https://cdn-images-1.medium.com/max/550/1*cSALpS7T34IbJX-ev2WKCA.jpeg" /></figure><p>Moonage Daydream is de nieuwste documentaire van regisseur Brett Morgen, ook bekend van Cobain: Montage Of Heck uit 2015. Bretts<br>liefde en lichte obsessie voor Bowie knallen als een caleidoscopische<br>verfbom van het scherm en bedekken iedereen met een permanente kleurlaag. Hoe kun je na het zien van Moonage Daydream niét verliefd zijn op de charmante, ongrijpbare David Bowie?! Verwacht geen standaard muziekdocumentaire vol saaie talking heads en verrassende nieuwe inzichten. Dit is geen eyeopener voor de Bowie-fan pur sang, maar een intieme hommage voor iedereen die nog niet overtuigd was dat David Bowie een van de meest invloedrijke, originele kunstenaars was die ooit op<br>onze aarde is geland. Aan de hand van verschillende audiofragmenten en interviews is Bowie de illusionaire verteller van zijn eigen creatieve existentie en hoewel je dichterbij hem komt, houdt hij je op gepaste afstand — alsof hij de wereld gadeslaat door zo’n eenrichtingsspiegel in politieverhoorkamers. De focus ligt hier op zijn carrière, niet op zijn verdere leven. Zijn loopbaan schiet in tamelijk chronologische<br>volgorde in 140 minuten voorbij: de muzikale invloed van zijn halfbroer Terry (die later leed aan schizofrenie), zijn openheid over z’n biseksualiteit en het effect daarvan op zijn fans, zijn bewonderenswaardige keuze om zichzelf extreem uit te dagen om nieuwe kunst te maken (zijn verhuizingen naar de uitdagende locaties Amerika en daarna Berlijn om te testen wat het effect zou zijn op z’n songwriting — en om over z’n cocaïneverslaving heen te komen natuurlijk, maar daarover geen woord). Visueel gezien is Moonage Daydream pure verwennerij, waarbij Morgen speelt met animaties en referenties aan de popcultuur en de woorden van Bowie onder steunt met beelden van verschillende momenten uit zijn carrière. Van Ziggy Stardust uit 1972 naar zijn ‘entertainer’-periode van de vroege jaren tachtig en zijn commerciële Pepsi-sponsordeal aan het eind van<br>dat decennium — maar de focus ligt op zijn (beste) jaren zeventig. De beelden en montages schieten in gejaagd tempo voorbij en pas als hij verliefd wordt op zijn tweede vrouw Iman daalt er een gevoel van rust neer. Toch grappig hoe zoiets aards en alledaags als de liefde Bowie uiteindelijk wist te kalmeren. En hoewel je je bij de eerste tonen van Blackstar schrap zet voor wat komen gaat, blijkt dat nergens voor nodig te zijn. Morgen kiest ervoor om die pijnlijke finale niet uit te lichten en dat is deels jammer en<br>deels speelt het in op je hoop dat David Robert Jones op 10 januari 2016 als een vallende ster uit elkaar is gespat en is gereïncarneerd in een van zijn vele zelfgekozen personages. Bowies leven was een zoektocht naar kunst, in welke vorm dan ook. Moonage Daydream vangt die zoektocht en zet hem om tot een betoverend audiovisueel erfgoed.</p><img src="https://medium.com/_/stat?event=post.clientViewed&referrerSource=full_rss&postId=52cb98eeda96" width="1" height="1" alt="">]]></content:encoded>
        </item>
        <item>
            <title><![CDATA[Patrick Watson — Better In The Shade]]></title>
            <link>https://medium.com/@jolieneijsink/patrick-watson-better-in-the-shade-1d8cfa42623a?source=rss-56b105a8ab64------2</link>
            <guid isPermaLink="false">https://medium.com/p/1d8cfa42623a</guid>
            <category><![CDATA[patrick-watson]]></category>
            <category><![CDATA[review]]></category>
            <category><![CDATA[music]]></category>
            <dc:creator><![CDATA[Jolien Eijsink]]></dc:creator>
            <pubDate>Fri, 15 Apr 2022 15:33:22 GMT</pubDate>
            <atom:updated>2022-04-15T15:34:30.954Z</atom:updated>
            <content:encoded><![CDATA[<h3>Patrick Watson — Better In The Shade</h3><p>Recensie april 2022</p><p>‘Zijn zevende full-length studio album’ staat in het bijbehorende persbericht. Grote woorden voor een plaat die niet veel langer duurt dan 21 minuten. Die korte speelduur is ook gelijk een van m’n belangrijkste bezwaren voor wat betreft Better In The Shade. Hoe dan ook, een nieuw album van deze Canadese muziekkunstenaar betekent sowieso een aanslag op je zenuwstelsel en zorgt voor kippenvel op elke millimeter van je lichaamsdelen die van muziek houden. Watson speelt in op de archiefkasten vol liefdesverdriet die je diep hebt weggestopt in de krochten van je brein en hart. Bij elke ingedrukte pianotoets komt een nieuwe herinnering kotsend je traanbuis binnen. De zanger gaf in een interview in Lust For Life 095 over zijn vorige plaat Wave (2019) nog het belang aan van ep’s en singles en dat de albumvorm zijn beste tijd heeft gehad. En — hier komt bezwaar nummer twee — hoewel ik heel blij ben met Better In The Shade, mist het album de stille kracht van een losse single als Lost With You die hij voorafgaand aan deze release uitbracht. Daarnaast overschaduwen de grootse, filmische arrangementen en elektronische componenten soms de poëtisch-pijnlijke woorden. En dat wil je niet, want zinnen als ‘It’s in the way we lean on each other so we don’t fall’ en ‘Is there a loneliness leaking/Inside of all your thinking’ wil je voelen tot in het kippenvel op je kippenvel.</p><figure><img alt="" src="https://cdn-images-1.medium.com/max/440/1*1s23QHPt-K3OXM0VJRES8A.jpeg" /></figure><img src="https://medium.com/_/stat?event=post.clientViewed&referrerSource=full_rss&postId=1d8cfa42623a" width="1" height="1" alt="">]]></content:encoded>
        </item>
        <item>
            <title><![CDATA[Coldplay — Music Of The Spheres]]></title>
            <link>https://medium.com/@jolieneijsink/coldplay-music-of-the-spheres-864a9051af11?source=rss-56b105a8ab64------2</link>
            <guid isPermaLink="false">https://medium.com/p/864a9051af11</guid>
            <category><![CDATA[music]]></category>
            <category><![CDATA[coldplay]]></category>
            <category><![CDATA[recensie]]></category>
            <category><![CDATA[review]]></category>
            <dc:creator><![CDATA[Jolien Eijsink]]></dc:creator>
            <pubDate>Sun, 03 Apr 2022 23:01:49 GMT</pubDate>
            <atom:updated>2022-04-03T23:01:49.617Z</atom:updated>
            <content:encoded><![CDATA[<h3>Coldplay — Music Of The Spheres</h3><p><em>Recensie oktober 2021</em></p><p>Och, wat fijn dat Coldplay een soundtrack heeft gemaakt voor de klimaatcrisis en pandemie! Het negende album van de Britse poprockband kenmerkt weer een nieuw dieptepunt in de muziekgeschiedenis. Music Of The Spheres heeft een discutabel ruimtethema; als dit de muziek is die ze op andere planeten draaien, laat mij dan maar met de aarde ten onder gaan. Goed, volgens mij heb ik mijn punt duidelijk gemaakt. Nog niet? Bijna de helft van de songtitels zijn symbolen die je ook op de schriftjes van naïve schoolmeisjes — tegenwoordig blijkbaar de doelgroep van Coldplay — gekalkt ziet staan: een hartje, sterretjes, een oneindigheidsteken. Het is allemaal wat kinderlijk. Zo ook de teksten. Nu was Chris Martin nooit bijster origineel, uitzonderingen als The Scientist en Fix You daargelaten, maar de teksten op Music Of The Spheres zijn zó over de top en cliché dat zelfs Enrique Iglesias hier z’n neus voor optrekt. Buitenaards is Music Of The Spheres zeker, want wie had ooit gedacht dat Coldplay zou klinken als — een C-versie van — Muse (People Of The Pride)? Op het moment dat ik me afvraag of ik te gemeen ben en Chris Martin me bijna in slaap heeft gezongen met Let Somebody Go, begint voormalig kindsterretje Selena Gomez te jammeren. Als je nu nog niet in tranen bent van wanhoop, bedenk je dan dat je luistert naar een band met echt talentvolle muzikanten, die nu op knopjes en drummachines staan te drukken. Vreemd genoeg eindigt het album met het prachtige, tien minuten durende Coloratura; een orkestrale progsong die het beste van twintig jaar Coldplay belichaamt. Helaas is het niet meer dan een mooi doekje voor het bloeden.</p><figure><img alt="" src="https://cdn-images-1.medium.com/max/550/1*P_VcbMSh-k4YlLwRnC0YQw.jpeg" /></figure><img src="https://medium.com/_/stat?event=post.clientViewed&referrerSource=full_rss&postId=864a9051af11" width="1" height="1" alt="">]]></content:encoded>
        </item>
        <item>
            <title><![CDATA[‘Andy is Renée Zellweger en ik ben Tom Cruise’]]></title>
            <link>https://medium.com/@jolieneijsink/andy-is-ren%C3%A9e-zellweger-en-ik-ben-tom-cruise-d34ee4f72232?source=rss-56b105a8ab64------2</link>
            <guid isPermaLink="false">https://medium.com/p/d34ee4f72232</guid>
            <category><![CDATA[tom-smith]]></category>
            <category><![CDATA[editor]]></category>
            <category><![CDATA[music]]></category>
            <category><![CDATA[interview]]></category>
            <dc:creator><![CDATA[Jolien Eijsink]]></dc:creator>
            <pubDate>Sun, 03 Apr 2022 22:55:35 GMT</pubDate>
            <atom:updated>2022-04-03T22:55:35.198Z</atom:updated>
            <content:encoded><![CDATA[<p><strong>Per toeval ontstond tien jaar geleden het superduo Smith &amp; Burrows. Samen brachten vrienden Tom Smith (Editors) en Andy Burrows (ex-Razorlight, We Are Scientists) de kerstplaat Funny Looking Angels uit, maar daarna volgden vele stille nachten. Na tien jaar is het eindelijk tijd voor een nieuwe plaat, zonder connectie met een feestdag. Tom Smith: “Gewoon twee veertigjarige gasten die een poging doen tot het schrijven van popliedjes”.</strong></p><p><strong>Tien jaar, tien nummers op deze plaat, tien nummers op de vorige. Geluksgetal?</strong><br>“Ik geef de voorkeur aan even getallen. Ik denk echter niet dat het weer tien<br>jaar duurt voor we met een nieuwe plaat komen, maar pin me er niet op<br>vast. Maar ja, oneven nummers zijn een stuk kwaadaardiger dan even nummers. Er is iets mis met dingen die niet in<br>tweeën te splijten zijn.”</p><p><strong>De vriendschap tussen jou en Andy is een belangrijk element binnen jullie muziek, klopt dat?</strong><br>“Ja, we hebben enorm veel lol. Ik denk dat Andy een andere kant in mij naar<br>boven haalt dan mijn vrienden van Editors. Mijn vrolijke kant misschien. Ik<br>hoor in onze muziek nog steeds sporen van R.E.M. en onze liefde voor de alternatieve Amerikaanse radiorock wat, ik met Editors ook najaag. Maar met<br>Andy ontkiemt het tot iets lichters. Met andere mensen klinken dingen anders. De lol die ik heb met Editors hoor je niet in de muziek, maar dat wil niet zeggen dat we geen lol hebben!”</p><p><strong>De meeste nummers schreven jullie drie of vier jaar geleden. Toch klinkt er een gevoel van ‘pandemie’ in. Zoals op opener All The Best Moves: ‘Everything is better when there’s nothing to do’.<br></strong>[lacht hard] “Ja, dat was een toevalstreffer. De gozer in dat nummer wil zijn huis niet verlaten, heeft niks met andere mensen en is een beetje eenzaam. Het idee van dat personage komt van mij, maar Andy en ik zijn niet zo ongemakkelijk als hij hoor. Andy niet tenminste.”</p><p><strong>Jij wel?<br></strong>“Nee, weet je, Andy is wél ongemakkelijk, maar op een stuntelige manier. Hij maakt zich altijd zorgen over wat andere mensen van hem denken. Ik ben<br>meer zoals die gast in All The Best Moves: neerkijkend op andere mensen<br>en ik ben liever ergens anders. Andy wil ook zo zijn, maar hij neemt het zich<br>altijd kwalijk hoe hij zich gedraagt in sociale situaties.”</p><p><strong>Jullie vullen elkaar dus aan?</strong><br>“Haha! Ja, ‘you complete me’! Dat zegt Tom Cruise tegen Renée Zellweger in<br>die film Jerry Maguire, toch? Andy is Renée, ik ben Tom Cruise.”<br><strong>Tekst: Jolien Eijsink</strong></p><figure><img alt="" src="https://cdn-images-1.medium.com/max/800/1*-pBArjbp9DmWcfXwa3ZeOQ.jpeg" /></figure><img src="https://medium.com/_/stat?event=post.clientViewed&referrerSource=full_rss&postId=d34ee4f72232" width="1" height="1" alt="">]]></content:encoded>
        </item>
        <item>
            <title><![CDATA[Waltzburg — Let’s All Pretend (ep)]]></title>
            <link>https://medium.com/@jolieneijsink/waltzburg-lets-all-pretend-ep-1cf80561f152?source=rss-56b105a8ab64------2</link>
            <guid isPermaLink="false">https://medium.com/p/1cf80561f152</guid>
            <category><![CDATA[ep]]></category>
            <category><![CDATA[music]]></category>
            <category><![CDATA[review]]></category>
            <dc:creator><![CDATA[Jolien Eijsink]]></dc:creator>
            <pubDate>Sun, 03 Apr 2022 22:51:55 GMT</pubDate>
            <atom:updated>2022-04-03T22:51:55.854Z</atom:updated>
            <content:encoded><![CDATA[<h3>Waltzburg — Let’s All Pretend (ep)</h3><p><em>Recensie maart 2021</em></p><p>Ongedwongen, gezellige indiepopliedjes die qua instrumentale omlijsting klinken als nieuwe muziek van Vampire Weekend, dat is Let’s All Pretend — de<br>nieuwe ep van het Nijmeegse Waltzburg. Perfect voor tijdens een<br>festival, al moet ik toegeven dat het nu zelfs aantrekkelijk klinkt om naar Dreetje Hazes te luisteren op een festival. Welk festival dan ook. Sorry, we dwalen af. Let’s All Pretend is een interessant soort concept-ep, met herkenbare verhalen over ‘doen alsof’. Ik kan alleen niet doen alsof de liedjes niet op elkaar lijken, want dat doen ze wel. Overal klinken dezelfde soort<br>tempowisselingen en zanglijntjes waar zelfs de grootste stijve hark op kan<br>meehoppen. Waar het pas echt spannend wordt, is bij de afwijkende afsluiter The Land. Daarop klinkt zanger Menno Krivokutya net zo slaperig sip als singer-songwriter Kevin Morby en Balthazars Maarten Devoldere, en daar ga ík nou van swingen. Zelfs na vierenveertig luisterbeurten. Ik hoop van harte dat het volledige album meer van dit soort briljante songs bevat en minder van de vier eerste nummers — die ik nu alweer ben vergeten.</p><figure><img alt="" src="https://cdn-images-1.medium.com/max/680/1*WH4mh_ixQ4WY0rR5CF2VmQ.jpeg" /></figure><img src="https://medium.com/_/stat?event=post.clientViewed&referrerSource=full_rss&postId=1cf80561f152" width="1" height="1" alt="">]]></content:encoded>
        </item>
    </channel>
</rss>