07 De tijdgeest (1964)

Scheiding der geesten

In de jaren zestig was er een strikte scheiding tussen de verschillende groepen jongeren. Een onoverbrugbare kloof die tot uiting kwam door het verschil in kleding, haardracht, het type brommer en de voorkeur voor muziek. 
In elke stad hadden die groepen verschillende namen. In Amsterdam heetten ze Pleiners en Dijkers. In Den Haag was er nog meer onderscheid: de Bullen, de Plu en de Kikkers
In de rest van Nederland was er meer eenheid in de naamgeving. Daar heetten ze meestal kakkers (langharig tuig) en nozems (vetkuiven). De ruime aandacht van de media, met de Telegraaf voorop, zorgder er voor dat iedereen die begrippen kende.

Kakkers en nozems

De kakkers — althans de jongens — liepen in spijkerbroek, kamden hun haar naar voren, reden op een Puch en luisterden naar de Beatles en de Rolling Stones. 
De nozems hadden leren jacks, vetkuiven, reden op een Kreidler Florett of een Zündapp (buikschuivers) en waren fan van Elvis Presley en andere rockers (rock ’n’ roll). 
De meisjes waren minder makkelijk uit elkaar te houden, omdat ze van hun ouders geen spijkerbroek mochten dragen (overigen sommige jongens ook niet). Ze hadden ook geen brommers; de emancipatie zou nog jaren op zich laten wachten. 
Maar ze zagen er wel anders uit. De kakkermeisjes hadden steil, lang haar en droegen korte rokjes voor zover ze dat van hun ouders mochten. 
De nozemmeisjes droegen wijduitstaande rokken, de petticoats. Hun haar was opgestoken in zogenoemde ‘suikerbroodjes’.

Er was ook een grote groep meisjes die géén van deze kenmerkende uiterlijkheden had, maar wij jongens hadden een feilloze neus om onze doelgroep — de potentiële kakkermeisjes — er uit te halen.

© Frank van Exter

One clap, two clap, three clap, forty?

By clapping more or less, you can signal to us which stories really stand out.