12 Provocaties (1965)

Happenings

De happenings (1964–1965) bij Het Lieverdjeop het Spui te Amsterdam waren het idee van Robert Jasper Grootveld, beter bekend als de rookmagiër
Grootveld was zijn tijd ver vooruit met zijn protest. Hij legde als één van de eerste niet-medici het verband tussen roken en kanker. Hij kalkte op alle reclame voor sigaretten in Amsterdam een grote “K” of schreef er het woord ‘kanker’ op. 
Jasper hield eerst bijeenkomsten in zijn ‘anti-rook tempel’ in de Korte Leidsedwarsstraat. Met prominente bezoekers als Harry Mulisch, Ramses Shaffy en Jan-Hein Donner. 
Tijdens één van deze bijeenkomst stak hij de ‘tempel’ in brand en kreeg daarvoor een voorwaardelijke veroordeling aan zijn broek. 
De tabaksindustrie sleepte Grootveld ook voor het gerecht en hij mocht de posters niet meer bekladden, op straffe van verdere vervolging. Hij deed dat toch en moest in 1961 een gevangenisstraf van zes maanden uitzitten.

In 1964 hield hij zijn anti-rook protest bij Het Lieverdje, omdat dit beeldje geschonken was door een sigarettenfabrikant. Dat is overigens nog steeds te lezen op de bronzen plaquette op de sokkel. Onder het zingen van uche, uche, uche en het produceren van rook, werd de anti-roken campagne door veel jongeren bijgewoond. 
De autoriteiten voelden zich hierdoor geprovoceerd en verwijderden de demonstranten met harde hand van het Spui. Dit had een katalyserend effect. Hoe méér de kranten er over schreven, hoe méér demonstranten de happenings gingen bijwonen.
Daar waren politiek geëngageerde jongeren bij, zoals Luud Schimmelpennink en Roel van Duijn

Als er een happening plaats vond bij Het Lieverdje was café Hoppe een geschikt punt om met een biertje in je hand de gebeurtenissen gade te slaan. En ook dé plek om je terug te trekken, als de politie of de Mobiele Eenheid het vredelievende protest met excessief geweld van het Spui verdreef. De autoriteiten waren in die tijd gemakkelijk te provoceren of is dat eigenlijk nooit veranderd? 
Ik was natuurlijk geen echte provo, maar ik onderschreef hun ideeën wél. Ondanks de anarchistische lading was er een enorme kloof tussen de intellectuele voorhoede (veelal studenten) en de arbeidersklasse waartoe ik behoorde. Ik kan me niet herinneren ooit een praatje te hebben gemaakt met een van de prominente figuren uit de beweging. Maar ik wilde er wél bijhoren.

Ton Haentjens Dekker

Ik was vanuit Frankrijk — na een kort bezoekje aan mijn ouders — direct doorgereisd naar Amsterdam.
Dáár gebeurde het allemaal en ik wilde er bij zijn. 
Ik ben vergeten wie me op Ton Haentjens Dekker attendeerde, naar eigen zeggen de ideoloovan de Provo-beweging.
In de geschiedschrijving van de Provo-beweging is weinig over hem terug te vinden. Roel van Duyn noemt hem filosoof en voorzitter van het Sociaal-Religieus Gesprekscentrum, aan de Raamstraat 16A. Daar werden elke vrijdagavond vlammende lezingen gehouden door onder meer Grootveld, Schimmelpennink en Van Duyn. 
Haentjens Dekker leidde dan — na de pauze met koffie — de discussies met strakke hand. 
In één van zijn lezingen lanceerde Van Duijn de stelling dat men er beter aan deed het proletariaat niet meer te beschouwen als revolutionaire kracht: Geen proletariaat, maar provotariaat!

Ton kon het in ieder geval mooi vertellen en maakte gebruik van mijn naïviteit. 
Ton bood me een slaapplaats aan in het vooronder van een vrachtschip dat in de Amstel lag. Als tegenprestatie moest ik kachelplaten verkopen aan winkels en particulieren. 
Die kachelplaten dienden als achterwand voor kolen- en gaskachels en hadden zowel een beschermende als een decoratie functie. Ze werden gemaakt op eternietplaten, met een gekleurd profiel van baksteentjes of flagstones. 
Ik had een goede babbel en was inderdaad in staat af en toe een paar platen te slijten. Dat die platen wellicht schadelijk voor de gezondheid waren, daar stonden we toen niet bij stil. Die problematiek werd pas jaren later actueel. 
Van de Provo-beweging merkte ik niet veel, behalve de kleurige verhalen van Ton. Ik was gewoon een goedkope arbeidskracht, geronseld op basis van mijn eigen goedgelovigheid.

Ureterp

Wat Ton allemaal uitspookte wist ik niet, maar op een gegeven moment werd Amsterdam hem te heet onder de voeten. Hij hield een verhaal over communes, waar een vrij, anti-autoritair leven het paradijs op aarde zou betekenen. 
We verhuisden met zes mensen naar een boerderij in Ureters (Friesland), waar we ook weer kachelplaten gingen maken om geld te verdienen.
Samen met een andere man reed ik met een busje door Friesland en Groningen, waar ik nog een klein beetje de weg wist door mijn eerdere stages bij het IJkwezen. Door het gebrek aan concurrentie waren we nog redelijk succesvol ook.
Maar het leek in de verste verre niet op het paradijs. Toen het eind december te koud werd in de boerderij, ging ik terug naar Deventer. Op tijd voor de Kerst. Die boot in de Amstel trok me ook niet meer.

© Frank van Exter