16 Krijgsraad te velde (1968)

Naar Duitsland

Na zes maanden kaderopleiding in Bussum was ik officieel sergeant (titulair) en kreeg ik de dienstopdracht om me met een peloton werktroepen te melden op de Engelse luchtmachtbasis RAF Ahlhorn in Duitsland (Saksen). 
Het werk was simpel, maar niet van gevaar ontbloot. De mannen moesten munitie verplaatsen, die in betonnen bunkers lag opgeslagen. Waarom werd niet geheel duidelijk, maar dat waren we in het leger wel gewend.
Opdracht is opdracht, hoewel dat vertaald in het Duits een heel andere lading krijgt. 
Meestal waren het granaten in metalen kokers die verplaatst moeten worden. In het begin ging iedereen met de granaten om alsof we in een porseleinfabriek werkten. Maar na een paar weken werd er mee gegooid, ondanks het behoorlijke gewicht. De soldaten waren stuk voor stuk mannetjesputters, bomen van kerels die dit zware werk goed afging.

Overval op wapendepot

In het voorjaar werd door een terroristische groepering een overval gepleegd op een NAVO-wapendepot in Duitsland, waarbij enkele militairen gedood werden. Voor het stelen van die grote granaten waren we niet bang, maar in sommige bunkers lag ook kleiner wapentuig opgeslagen: munitie voor automatische wapens. We kregen de opdracht alert te zijn op vreemde of onverwachte gebeurtenissen. Aangezien ik geen fysiek werk in de bunkers hoefde te doen, verschafte het mij een excuus om buiten de bunkers de omgeving in de gaten te houden. Lekker in het zonnetje en op veilige afstand. Mijn vader had daar een gezegde over: “Beter blo-Jan, dan do-Jan”.

Smokkel

Als dienstplichtige militair in Duitsland was er één groot nadeel. Je was zes weken achtereen van huis en kreeg dan een korte periode verlof om in Nederland je familie en vrienden op te zoeken. Maar er waren ook vele voordelen aan verbonden. Je kreeg een buitenlandtoelage op je wedde, vouchers voor het openbaar vervoer en je kon belastingvrij inkopen, mits er tenminste een belastingvrije winkel in de buurt was. Dat betekende in ieder geval dat drank en sigaretten goedkoop waren en er werd dan ook een levendige handel in gedreven. 
De dienstplichtigen deden dat op bescheiden wijze: een paar flessen en een paar sloffen. Veel geld te besteden hadden we niet en er werd dan ook nauwelijks op gecontroleerd.
Maar de beroepsmilitairen deden het soms op grote schaal. Wat bijvoorbeeld alle Nederlandse kranten had gehaald, was het smokkelen van honderden sloffen sigaretten in de kanonlopen van tanks. Er werden vragen over gesteld in de Tweede Kamer. Dat vond Defensie niet leuk, evenmin als de generaals en kolonels die op het matje werden geroepen. Wat de krant haalde, was natuurlijk slechts het topje van de ijsberg.

Carnaval

De goedkope drank maakte ook slachtoffers. Mijn bevelvoerende officier was een Eerste Luitenant, die altijd dronken was. Hij hield nooit appèl, want hij lag dan zijn roes uit te slapen. We hadden een werkzaam evenwicht gevonden en hij liet mij ook mijn gang gaan. Overigens geen verkeerde vent. 
In Duitsland wordt flink carnaval gevierd en ook op onze luchtmachtbasis waren overal aanplakbiljetten te lezen over alle festiviteiten die binnen en buiten de basis zouden plaatsvinden.
We hadden niet veel contact met de Engelsen, maar uit de gesprekken in de Onder-Officiersmess begreep ik wel dat ze er met carnaval ook flink tegenaan zouden gaan. Engelse militairen waren zeker niet vies van een feestje met veel drank.

Mijn luitenant was vrijdagavond al gaan feesten en lag de volgende dag op apegapen. In de weekeinden vertoonde hij nooit enige bemoeienis met ons en ik ging er vanuit dat hij niet vóór woensdag boven water zou komen. Ik liftte naar huis om een paar dagen in Deventer door te brengen. Niemand zou me missen.

Huisarrest

Dinsdag liftte ik weer terug naar Ahlhorn. Ik werd gearresteerd door een agent van de Militaire Politie, toen ik me bij de poort van de basis meldde.

“U bent meer dan 48 uur onwettig afwezig geweest en daar staat in oorlostijd de doodstraf op.”

Gelukkig was het nu vredestijd. Ik kreeg huisarrest tot er een ‘Krijgsraad te velde’ een uitspraak over de strafmaat zou doen. 
“Dat wordt zes maanden Nieuwersluis”, riepen mijn werktroepers. Ze vertelden dat mijn luitenant in het carnavalsweekeinde met zijn dronken kop tegen een boom was gereden en was vervangen door een Vaandrig. Die had appèl gehouden om te kijken wie er aanwezig waren. De luitenant en ik waren de enige absenten.

Krijgsraad te velde

De leden van de Krijgsraad hadden zeker ook carnaval gevierd. Want het duurde een volle week voordat de hoge officieren — een kolonel, een overste en een kapitein — achter de tafel plaats namen. Ze kwamen uit verschillende legeronderdelen in Duitsland. 
De aanklacht werd voorgelezen en ik bevestigde de beschuldigingen. “Ja”, ik was een paar dagen naar huis gegaan en “Ja”, ik had in burgerkleding gelift. Het had geen zin dit te ontkennen. Of ik nog iets te zeggen had. Ja, dat had ik. En daar had ik goed over nagedacht.

“Ik ben een gezagsgetrouwe Onder-Officier en doe het mij opgedragen werk met overtuiging en voldoening. Mijn leidinggevende officier was er op cruciale momenten niet om mij orders te geven, als ik voor beslissingen stond die niet tot mijn competentie behoorden”. 
“Ik kwam daardoor in een psychische dwangsituatie waardoor ik het zicht op de werkelijk verloor. Mijn oplossing hiervoor was de vlucht naar huis”.

Ik had deze zinnen letterlijk uit de krant gehaald, waar de advocaten van de verdachten in de Baarnse moordzaak probeerden de beschuldiging van moord te wijzigen in doodslag of minder. 
Ik hoopte maar dat de leden van de Krijgsraad de krant niet zo goed gelezen hadden als ik. Ik zag aan hun gezichten dat ze niet erg geïmponeerd waren door mijn pleidooi. Ik ging over tot grover geschut.

“Mocht het tot een veroordeling komen, dan kan ik niet verhinderen dat mijn hoofdredacteur daar een vlammend artikel van gaat maken, gezien alle commotie over smokkel en dronkenschap binnen de eenheden in Duitsland. U weet waarschijnlijk wel dat ik voor de Telgraaf heb gewerkt.”

Er was op zich geen woord aan gelogen, maar ik vertelde er maar niet bij dat ik op de abonnementenadministratie had gewerkkt. Ik wist niet eens hoe de hoofdredacteur heette, laat staan dat ik hem ooit had ontmoet. De vergadering werd geschorst en toen het drietal terugkwam, waren ze uitermate vriendelijk.

“We hebben begrip voor uw situatie en het lijkt ons het beste u naar Nederland terug te sturen. Gaat u maar naar huis en neem de tijd om tot rust te komen. We zullen uw nieuwe marsorder naar Deventer sturen.”

© Frank van Exter

One clap, two clap, three clap, forty?

By clapping more or less, you can signal to us which stories really stand out.