24 Een professor met allure (1975)

De Heilige Stoel

De toezegging van Harry Hooymans, de studiecoördinator van de faculteit Sociale Geografie en Planologie, bleek geen loze belofte.
Joke en ik kregen een fraaie, spiksplinternieuwe hoekwoning toegewezen in de wijk Heilige Stoel te Wijchen. Omringd door andere jonge stellen, veelal studenten. Een vrijwel kinderloze wijk, waar wij met ons 28 jaar één van de ouderen waren.

La joie de vivre

We hadden ons huis in Enschede voor een goede prijs kunnen verkopen, waardoor we onze nieuwe woning geheel naar onze smaak konden inrichten.
We hielden nog genoeg geld over om een tweedehands Citroën HY te kopen, die ik als een kampeerbus inrichtte. Niet voorzien van water en verwarming, maar wél van een groot bed dat ook als tafel dienst kon doen. Een dakluik en een kooktoestelletje completeerde het geheel. We waren er erg content mee. 
Ik kocht de bus van Arnold-Jan Scheer, een naam die me toen niets zei. Tien jaar later kon ik wél de verbinding leggen, toen ik voor Henri Remmersging werken.

Studeren is leuk

In tegenstelling tot de zware jaren op de avondschool, was studeren aan een universiteit een lichtvoetig gebeuren. Als je trouw de colleges bezocht — de discipline zat er bij John, Henk en mij ingeramd — en collegedictaten bijhield, werd driekwart van de stof al parate kennis. Bovendien hadden we het voordeel dat we een regelmatig leven kenden en niet — zoals vrijwel alle eerstejaarsstudenten — voor het eerst zelfstandig gingen wonen en in de daarbij behorende vrijheid onze weg moesten zien te vinden. 
De propedeuse haalden we in een minimale termijn en ook in de volgende jaren hoefde ik nooit een hertentamen te doen. Dat schoot lekker op en we hadden nog zeeën van tijd over voor andere leuke dingen. 
Henk bleef gewoon werken, maar John besloot de dienst vaarwel te zeggen. Hij en zijn vrouw konden een eengezinswoning in Cuyk huren. De Heilig Stoel was inmiddels vol.

Markante professoren

Wat aardig was om mee te maken, waren de colleges van oudere professoren, die nog de ‘academische waardigheid’ uitstraalden. Daar werd door studenten verschillend over gedacht; autoritair gedrag werd niet gepikt. 
Wie dat perfect begreep, was de fysisch geograaf dr. Piket. Die gaf niet alleen goed college, maar had ook een feilloos instinct ontwikkeld hoe om te gaan met afwijkend gedrag.
Toen een student een luide boer liet in de collegezaal, reageerde hij onmiddellijk door te zeggen:

“Excuseert u mij. Het ontschoot me per ongeluk. Het zal me niet meer gebeuren”.

Iedereen schoot in de lach en de ongelukkige student kreeg een vuurrode kop. Die deed dat nooit meer. 
Maar Dr. Piket’s bekendste opvoedkundige truc, werd door vrijwel iedereen ademloos gevolgd. Hij had diverse malen gezegd dat hij verwachtte dat studenten op tijd kwamen voor zijn colleges. Als iemand toch te laat kwam, dan zei hij:

“Welkom. We zijn al begonnen. Maar voor ú zal ik nog even samenvatten wat we tot nu toe besproken hebben”.

Maar hij vatte de stof niet samen, maar was in staat letterlijk te herhalen — vrijwel woord voor woord — wat hij eerder had gezegd. En als dan de volgende laatkomer de collegezaal binnenkwam, zei hij opnieuw:

Welkom. We zijn al begonnen. Maar voor ú zal ik nog even samenvatten wat we tot nu toe besproken hebben”.

Ik heb hem dat ooit drie keer zien doen en de hele collegezaal — de eerste keren wat lacherig — werd muisstil. De ‘slachtoffers’ voelden dat ze een grens waren overschreden, maar begrepen aanvankelijk niet welke. De toehoorders wél. 
Na na de vierde laatkomer keek Piket ons vriendelijk aan en zei:

“Dit schiet niet op. Wat ik u dit uur had willen vertellen, is examenstof. U kunt het in uw boeken terugvinden. Ik hoop dat dit verloren uur uw resultaat niet beïnvloedt”.

En hij pakte zijn aantekeningen en liep de zaal uit.
Daarna kwam niemand meer te laat óf ze kwamen helemaal niet meer opdagen.

© Frank van Exter

One clap, two clap, three clap, forty?

By clapping more or less, you can signal to us which stories really stand out.