25 A Bridge Too Far (1976)

Een uitgelezen kans

De film A Bridge Too Far is gebaseerd op het gelijknamige boek van Cornelius Ryan, dat in 1974 werd gepubliceerd, 30 jaar na Operation Market Garden (1944). De producent Joseph E. Levinewilde op de historische locaties in Nederland filmen, hoewel dat in de praktijk niet goed mogelijk bleek. Uiteindelijk werd er voor de IJsselbrug te Deventer gekozen. 
Levine contracteerde een groot aantal bekende acteurs — waaronder James Caan, Michael Caine, Sean Connery, Elliott Gould, Gene Hackman, Anthony Hopkins, Ryan O’Neal en Robert Redford — maar had ook duizenden figuranten nodig voor de massa-opnames.

Ik had mijn propedeuse al op zak en tijd genoeg om naar een baantje als figurant (Extra) te solliciteren. 
Bij het uitzendbureau werd gevraagd wannéér en hoe lang ik beschikbaar was. Ik zei “per direct” en “gedurende de gehele duur van de opnames”. Ik werd de tweede dag — 27 april 1976 — opgeroepen en bleef gedurende zes maanden actief.
Het zou één van de meest leuke ervaringen in mijn leven worden. En het was ook nog eens lucratief. We kregen 68 gulden schoon per dag; ‘s nachts en in het weekend werd er nog een toeslag gegeven. Ik verdiende gemiddeld zo’n 500 gulden schoon per week. Een enorm bedrag in die tijd, zeker voor een beursstudent.

Sir Richard Attenborough

We moesten allemaal eerst naar de kapper, omdat vrijwel alle jongens té lang haar hadden. Ik had een bril en een snor, maar dit bleek geen problemen op te leveren. Wél had ik voor de zekerheid mijn dienstbrilletje opgezet, wat me een authentiek uiterlijk verschafte. 
Ik had op mijn eerste opnamedag mijn camera meegenomen, omdat ik het hele gebeuren wilde vastleggen op de ‘gevoelige plaat’. Een beetje naïef, want het bleek streng verboden om op de set te fotograferen. Daar hadden ze professionele fotografen voor ingehuurd, die de publiciteitsmachine moesten voeden. 
Terwijl ik met mijn belichtingsmeter in de weer was — de spiegelreflexen in die tijd hadden nog geen automatische belichting — werd ik natuurlijk opgemerkt door de security die me vertelde dat fotograferen niet was toegestaan. 
Maar het alziend oog van regisseur Richard Attenborough had me blijkbaar ook opgemerkt en ik werd bij hem geroepen.

”Hi there, Extra. What kind of an exposure meter are you using?” 
“A Gossen 6, Sir. The newest type, with LED-indicators.” 
“I’m using the Gossen 5 by myself. Can you buy me that new model?”

Een regie-assistent reed me naar een gespecialiseerde fotowinkel in Arnhem, waar ik een week eerder zélf mijn belichtingsmeter had gekocht. Het was het neusje van de zalm. De LED-technologie was de meest recente innovatie op het gebied van belichting en Richard Attenborough was er zeer verguld mee. Hij heeft er de hele film mee belicht.

Als dank mocht ik de eerste weken overal op de set fotograferen. Ik werd zelfs uitgenodigd bij speciale opnames, onder andere de scène waarin James Caan met getrokken revolver een chirurg dwingt zijn neergeschoten vriend te opereren. 
Helaas ben ik al die foto’s later kwijt geraakt. Ik besefte ook nauwelijks hoe bijzonder dit was.
Mr. Attenborough deed nog meer voor me. Hij zorgde ervoor dat ik elke dag als Extra mocht figureren. 
De volgende zes maanden was ik afwisselend Amerikaans soldaat, Engelse piloot, Wehrmacht soldaat, Engelse paratrooper en nog veel meer.
‘My finest hour’ was de rol van Major Vandeleur, waarvoor ik wekenlang in touw mocht zijn.

James Caan

De meeste acteurs op de set waren niet zichtbaar, laat staan aanspreekbaar. James Caan was de spreekwoordelijke uitzondering. Net als alle Extra’s moest ook hij wachten tot alles op de set in gereedheid was gebracht. Zijn eerste opname was een wilde rit in een Jeep door een bos, om zijn door het hoofd geschoten vriend te redden. 
Hij zonderde zich niet af in de gebruikelijke caravan, maar vergastte de figuranten op een knap staaltje precisie slaan met de zweep. De colaflesjes op een paaltje werden er in één keer afgemept. Ik maakte een praatje met hem en vertelde over de band met de voormalige Amerikaanse legerofficier William Hagood. Alle Amerikanen vinden dat een fascinerend verhaal.
James Caan was geen uitzondering.

“What are you earning here as an Extra?”
“About 50 dollars a day.” 
“I’m earnin one million dollar for one week. Of course there is a difference, but remember, son, we are in the same movie!”

James Caan was op dat moment één van de beroemdste Amerikaanse acteurs en het was erg vriendelijk van hem om dat te zeggen. Als de rollen omgekeerd waren geweest, had ik ongetwijfeld hetzelfde gezegd.

Michael Caine

Hoe anders was het werken met Michael Caine.
Die zagen we alleen van een grote afstand. Tussen de opnames verbleef hij in zijn caravan, die op een paar honderd vierkante meter afgeschermd terrein stond. 
Hij speelde de rol van Lt. Col. Vandeleur, de Belgische officier die in Operation Market Garden een belangrijke aandeel had. Major Vandeleur was zijn broer, het rolletje dat ik had toegewezen gekregen. Maar van enig contact met ‘zijn broer’ was geen sprake. Ik zag hem alleen maar voorbij rijden tijdens de opnames en ik werd geen blik waardig gekeurd. Misschien konden de echte broers elkaar in 1944 ook niet luchten of zien.

Elke dag kreeg ik van de props mijn uniform uitgereikt, compleet met baret en revolverholster.
Er werd gecheckt of ik er toonbaar uitzag en niet als officier uit de toon zou vallen. Het was natuurlijk wel ego-strelend, maar ook een tikkeltje overbodig. Ik stond meestal in mijn voertuig, een half-track die door iemand anders werd bestuurd. Alleen mijn bovenlichaam was dan zichtbaar, maar van vrijwel al het materiaal van al die weken filmen is in de uiteindelijke versie nauwelijks iets terug te zien. 
Wat leuk was dat ik van de andere figuranten de bijnaam Majoor kreeg. Dat zou zo blijven gedurende de gehele duur van de opnames en zelfs daarna werd ik in Nijmegen nog wel eens begroet als ‘Majoor’.

Filmen is voornamelijk wachten

Het vervelendste van het figureren is het wachten.
Je wist nooit waarom het soms zo lang duurde, voordat het bevrijdende “action!” klonk. De ene keer duurde het een uur, maar het kon ook een halve dag duren voordat je in beweging kwam. 
Op een mooie dag moest ‘mijn broer’ de troepen inspecteren en het duurde en duurde maar voordat hij een keer voorbij kwam rijden. 
Michael Caine keek ongeïnteresseerd naar de lange colonne manschappen, waarschijnlijk dé attitude van hoge officieren voor gewone soldaten.
Ook dit keer negeerde hij zijn broer volledig. Dat stak mij als ‘broer’. Toen hij weer langs kwam — er worden vrijwel altijd meerdere opnames gemaakt, tenzij de special effects niet herhaald kunnen worden — sprong ik wat balorig in de houding en salueerde. Hij keek me verschrikt aan en reageerde niet. “Cut!” werd er gebruld. De opname moest over. 
Een regie-assistent kwam naar me toe, maar in plaats van me op mijn donder te geven voor het verknallen van een take, zei hij:

“Well done, Major. Indeed we needed some action. So salute your brother if he passes. In the army you greet the rank, not the man.”

De opname moest nog twee keer over en elke keer groette ik ‘mijn broer’ correct. Hij salueerde terug; het is en blijft natuurlijk een professionele acteur. Maar later hoorde ik uit betrouwbare bron dat hij zich behoorlijk opgewonden had over die brutale vlerk van een figurant. 
Als je de uiteindelijke film bekijkt, zie je opmerkelijk genoeg mij drie keer in de houding springen. Juist deze scène is drie maal gekopieerd en achter elkaar gemonteerd. Zou er soms nog iemand de pest hebben gehad aan die arrogante acteur?

© Frank van Exter

One clap, two clap, three clap, forty?

By clapping more or less, you can signal to us which stories really stand out.