29 Een proeve van bekwaamheid (1978)

Kanididaatsexamen

Begin 1978 hadden we nog één taak te ondernemen voor ons ‘kandidaats’: een scriptie.
In overleg met wetenschappelijk medewerker Gerrit van Vilsteren kozen we voor Deventer, omdat deze middelgrote stad — in tegenstelling tot andere middelgrote steden in Nederland — in haar fysieke en economische groei belemmerd werd door natuurlijke (rivier de IJssel) en bestuurlijke grenzen (de gemeente Diepenveen). De titel van de scriptie luidde:

“Een beschrijving van de struktuur en funktieveranderingen van de detailhandel in de stad Deventer.”

We schreven er met zijn vieren aan: John, Henk, Antoine en ik. We namen ieder een facet van de veranderingen voor onze rekening, opdat er op individuele basis een oordeel over de scriptie geveld kon worden. Het werd een kloek boekwerk, met de omvang van een telefoonboek. Het werd goed beoordeeld en uitgegeven in juli 1978. Het kandidaatsexamen was binnen! 
Voor mij was het ook een persoonlijke afrekening met Deventer. Een beetje overdreven poneerde ik dat we nu ‘wetenschappelijk bewezen’ hadden waarom Deventer zo’n bekrompen stad was. Flauwekul natuurlijk.

Op naar het doctoraal

De studie verliep volgens plan. In de eerste drie jaar had ik tentamen gedaan in:

  • planologie
  • sociologie
  • filosofie
  • wetenschapsfilosofie
  • culturele antropologie
  • urbane geografie
  • economische geografie
  • agrarische geografie
  • fysische geografie,
  • milieukunde1
  • de geografie van de ontwikkelingslanden.

Na het kandidaats stonden er een paar grote modules op het programma, met de nadruk op methoden & technieken van onderzoek die door Prof. Drs. P. Kouwe mondeling werden getentamineerd. Statistiek hoorde daar ook bij, dat voor sommige studenten een soms onoverbrugbare bottleneck bleek. Voor Henk, John en mij was het merendeels gesneden koek. 
Wat ook hielp, was een bevlogen hoofddocent — dr. A.G.M. van der Smagt — die niet alleen helder kon uitleggen, maar ook methodologisch kon aantonen waarom veel wetenschappelijk onderzoek op foutieve vooronderstellingen berustte. Daar heb ik later nog veel plezier van gehad, maar je maakte er geen vrienden mee. 
Ik besloot ook de onderwijsmodule te volgen.
Hoewel ik geen aspiratie had om leraar te woorden, wist je maar nooit wat de toekomst zou brengen.

© Frank van Exter

Show your support

Clapping shows how much you appreciated Frank van Exter’s story.