67 De laaienlichter (1993)

Een nieuwe collega

Het ging goed met The Communication Shop. Er kwamen steeds meer klanten bij en ik had dringend behoefte aan versterking met een Account Director
Op de advertentie in Adformatie kwamen veel reacties en uiteindelijk besloten Pierre en ik in zee te gaan met een veelbelovende persoonlijkheid met uitstekende aanbevelingen, Dick Peschar. 
Na een paar maanden bleek Dick een innemende collega, die in de contacten met klanten ongetwijfeld zijn toegevoegde waarde zou bewijzen. Hij gaf ook aan verstand te hebben van financiële zaken en bood aan om zowel voor Kontrast Kommunicatie als The Communication Shop zijn kennis en kunde op dat vlak in te brengen. Hij vroeg ons om tekenbevoegdheid, om ons zo die vervelende karweitjes te besparen.

Een verontrustend telefoontje

Niet veel later kreeg ik een telefoontje van een mij onbekende meneer:

“Heeft u onlangs een nieuwe medewerker aangenomen die luistert naar de naam Dick Peschar?” 
“Ja, hoezo?” 
“Is ie nog in zijn proeftijd?” 
“Neen, waarom vraagt u dat?” 
“Ik vertegenwoordig een groep ondernemers die toekomstige werkgevers van Dick wil waarschuwen.” 
“Waarschuwen? Waartegen dan?” 
“Heeft u even de tijd?”

Een ongelooflijk verhaal

Die tijd nam ik en ik kreeg een bizar verhaal te horen over wat ‘onze Dick’ allemaal op zijn kerfstok zou hebben. 
Het oplichten van diverse banken, het financieel ten gronde richten van verschillende bedrijven, het verkeren in drugskringen en hij werd zelfs in verband gebracht met een gewelddadige gebeurtenis op een society-feest. Ik kon het nauwelijks geloven. Het klonk allemaal erg ongeloofwaardig. En dat zei ik ook. De man krabbelde enigszins terug:

“Dat van die financiën kan ik bewijzen.” 
“De overige zaken ben ik niet bij geweest.” 
“Oh ja, Gerard Cox heeft zelfs een liedje over hem geschreven, ‘Die laaienlichter’.

De confrontatie

Dat liedje van Gerard Cox zocht ik op en daar kwam de volgende strofe in voor:

“Die laaielichter waar je nou mee gaat
Dat is tuig van de richel, dat is gajes van de straat
Een laaielichter is dat wat je wou
En dan te denken dat ik nog steeds in lichterlaaie sta voor jou.”

Het bleek om Joke Bruys te gaan, die indertijd blijkbaar Dick als minnaar boven Cox verkozen had. Dus dat er in die songtekst weinig lovend over zijn rivaal werd gesproken was te begrijpen.
Maar die financiële beschuldigingen konden we niet negeren. We besloten om een gesprek met Dick aan te gaan en hem te confronteren met de beschuldigingen. 
Hij gaf toe dat er ‘financiële ruis’ was rondom zijn handelen. Hij toonde — na enig aandringen van Pierre en mij — begrip dat wij het ons niet konden permitteren om onze naam te verbinden aan welke verdachtmakingen dan ook. We boden hem een paar maanden salaris aan als hij zelf ontslag zou nemen en met stille trom zou vertrekken. En zo geschiedde. 
Dat Dick heden ten dage nog altijd last heeft van onbegrip rondom zijn financiële beslommeringen, blijkt uit recente rechtszaken, interviews en krantenartikelen over zijn persoon. Bij het Openbaar Ministerie is hij inmiddels een bekende Nederlander.

© Frank van Exter

One clap, two clap, three clap, forty?

By clapping more or less, you can signal to us which stories really stand out.