77 Actualisering Monumentenregister (2001–2006)

Een late sollicitatie

Het gebeurt menigeen die aan het solliciteren is. Je oog valt op een aantrekkelijke advertentie, maar de sluitingsdatum is al gepasseerd.
Mijn vrouw attendeerde me op een advertentie van de Rijksdienst voor de Monumentenzorg (RDMZ), waarin een projectdirecteur werd gezocht voor het actualiseren van het Monumentenregister. 
We woonden zelf in een Rijksmonument en hadden veel affiniteit met het behoud van het erfgoed. Mijn vrouw drong aan om er een telefoontje aan te wagen, dat ik na enige aarzeling deed. Er werd me verteld dat de procedure in een beslissende fase was gekomen en dat er nog twee kandidaten over waren. Maar ik werd verzocht mijn cv toch maar even te mailen, want “je weet maar nooit”.

Ik werd voor een gesprek uitgenodigd, precies op de dag dat we naar onze vakantiebestemming in Frankrijk zouden gaan. Met een afgeladen auto reden we naar Zeist, waar ik twee uur werd ‘doorgezaagd’ door de sollicitatiecommissie. Het ging om een tijdelijke dienstverband voor vijf jaar, een periode die sinds de nieuwe Flexwet mogelijk was. 
Na afloop van het gesprek gingen we op weg, maar werden binnen twintig minuten via mijn mobiele telefoon verzocht om kennis te maken met de directeuren van RDMZ en ROB (Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek). 
Na dat gesprek konden we eindelijk op weg naar Frankrijk, waar onze vakantie zou beginnen. Ik zou binnen een paar weken de uitslag te horen krijgen. En dat gebeurde ook, ik kreeg de baan. De kurken knalden de lucht in.

Een ambitieus project

Het actualiseren van het erfgoed betrof naast monumentale gebouwen en objecten ook archeologische monumenten. Beide categorieën werden beschreven en vastgelegd in het Monumentenregister
Het project AMR (Actualisering Monumentenregister) was opgezet door een externe adviseur, Wim de Braak, die al eerder grootschalige kadastrale projecten had gerealiseerd, onder meer voor de Nederlandse Spoorwegen
Wim had het project grofweg in drie verschillende acties opgezet:

  • het inventariseren en beschrijven van alle Rijksmonumenten in Nederland in een gestructureerde database;
  • het aanwijzen of afvoeren van monumenten in een ‘besliskamer’ ;
  • het ontsluiten van de geactualiseerde kennis over het erfgoed.

Inventariseren en beschrijven

Het project telde op haar hoogtepunt meer dan 60 medewerkers, waarvan het merendeel bestond uit net afgestudeerde cultuurhistorici, bouwhistorici, archeologen en andere relevante academici. 
Deze medewerkers ‘klopten’ de gegeven uit het register in de database, waarna in het veld de gegevens konden worden geverifieerd en aangevuld op draagbare computers. Ze maakten ook foto’s van kenmerkende cultuurhistorische eigenschappen. Op kantoor werd een en ander uitgewerkt en zo nodig aangevuld. Door het invoeren van gegevens af te wisselen met veldwerk, werd té eentonig werk vermeden.

De besliskamer

Toen ik projectdirecteur werd van AMR werd er aan de besliskamer nog volop gewerkt. Het was een digitaal hoogstandje, ‘state of the-art’. 
Alle gedigitaliseerde informatie kon geprojecteerd worden via achtergrondprojectie op drie grote schermen, waarbij elk scherm afzonderlijk kon worden aangestuurd. 
Dit maakte het beslissen over aanwijzen, aanpassen of afvoeren van een monument overzichtelijk voor een groep beslissers.

Monarch en KICH

Waarin ik wél toegevoegde waarde kon leveren, was de ontsluiting van de ge-aggregeeerde informatie. In de oorspronkelijke opzet was er sprake van ‘Monarch’, een database die kennis moest ontsluiten voor de Rijksoverheid, de provincies en de gemeenten. De ICT-architectuur was niet goed doordacht en zou niet het gewenste resultaat gaan opleveren. 
Ik liet me informeren door experts in de markt en uiteindelijk zag ik het licht via Peter Termaten, een informatie-architect die zijn tijd ver vooruit was.
Hij schetste een wolk op papier en legde de principes uit van dat wat we nú — meer dan tien jaar later — kennen als ‘cloud computing’.

Met de bovenstaande tekening — we noemden het een ‘infohub’ — en bijbehorende uitleg, hield ik presentaties voor mijn eigen IT-afdeling, de verantwoordelijke automatiseringsmanagers van RDMZ en ROB en de directies van beide diensten.
€Ik moest praten als Brugman, want het cloud concept kende men niet en was bovendien ‘not invented here’. Maar ik woof alle tegenwerpingen weg en we bleven onverstoorbaar verder ontwikkelen. Met de nieuwe naam ‘Kennisinfrastructuur Cultuurhistorie’ (KICH) kregen we — meter voor meter, jaar na jaar — uiteindelijk het gewenste draagvlak. 
KICH legde niet alleen de basis om alle AMR-data weer te geven, maar kon door haar open cloud ook provinciale en gemeentelijke monumenten ontsluiten. 
En als bonus zorgde de ‘cloud’ er voor dat de informatie ook toegankelijk werd voor élke Nederlander met internet.

© Frank van Exter

One clap, two clap, three clap, forty?

By clapping more or less, you can signal to us which stories really stand out.