Japans dagboek I: de wereld der luchthavens is een grote eenheidsworst

Drie weken Japan, dat is voor een huismus als ik een redelijk ingrijpende gebeurtenis in mijn leven. Erover schrijven is het verwerken, jammer genoeg voor jullie. Hier is aflevering 1.

Een kleine 24 uur nadat we in Zaventem ingecheckt hebben voor onze reis naar Japan, zitten Marlies en ik fris gewassen te bekomen van een lange reis. Drie vluchten, dat zijn ook twee tussenstops (Frankfurt en Nagayo) met meer dan genoeg vliegtuigeten voor heel mijn leven en knieën die precies niet meer weten dat ze vooral dienen als scharnier tussen mij boven- en onderbenen. Het wordt dringend tijd dat teleportatie zijn intrede doet. Vliegen is toch niet meer van deze tijd?

Ik heb altijd gedacht dat luchthavens een soort uithangbord waren. De eerste indruk? Die doet ‘m het toch meestal? En dat de luchthaven van Malaga niet veel verschilt met die van Zaventem, daar kan ik nog mee leven.

Maar in Nagayo en Fukuoka had ik me meteen aan een soort Nintendo-setting verwacht, waar je op paddenstoelen moet springen vooraleer je de douane door raakt. Niet dus, op vreemde tekens in reclames en wegwijzers, plastic eten in de winkels en mensen die buigen vooraleer ze spreken na, zijn die luchthavens inwisselbaar voor die van Zaventem. De wereld der luchthavens is een grote eenheidsworst.

Op het moment dat ik dit schrijf, hebben we hoop en al een uur of 2 in het echte Japan rondgelopen, buiten de muren van de luchthaven. En ik kan jullie al twee dingen meegeven:

  • Japanners en Engels spreken is als Joke Schauvliege en minister spelen: willen, maar niet kunnen.
  • De WC’s hier verdienen ergens verderop in de reeks een diepgaande vergelijking. Niet té, weliswaar.

Tijd voor het eerste Japanse restaurant!

Houd Twitter of Facebook in de gaten voor de volgende update.

F.

Ps: ik tik deze teksten snel op mijn smartphone, tikfouten zijn dus zeker niet uit te sluiten.