Japans dagboek II: reusachtig

Drie weken Japan, dat is voor een huismus als ik een redelijk ingrijpende gebeurtenis in mijn leven. Erover schrijven is het verwerken, jammer genoeg voor jullie. Tijd voor episode 1.

Ik heb vandaag iets gedaan wat ik altijd gezworen heb nooit te doen: ik heb mijn handtekening op een enquête gezet zonder te weten waar die precies over ging. De interpretatie van de feiten is op volgende manier in mijn bovenkamer blijven hangen:

Marlies en ik hebben net Momoshi beach met zijn hoge toren, de Fukuoka Tower, bezocht. Veel meer woorden en onderstaande foto maken we daar niet aan vuil.

Fukuoka Tower

We besluiten terug wat dieper Fukuoka in te trekken en belanden in dit stukje:

Het ene eethuisje zit naast het andere winkeltje. Het straatje wordt tussen 13 uur en 18 uur zelfs afgezet voor auto’s. Ik weet niet waar luisteren, kijken en ruiken. Mijn zintuigen draaien op vollen toeren. Tot er plots een bevallige Japanse op ons afloopt. Opeens is er een en al focus.

  • ‘Hello, hello! Can I ask you something: do you speak Japanese?’

Marlies en ik kijken elkaar aan: ‘Japanese!? No, sorry.’ We lachen geamuseerd.

  • ‘Oooooow, no Japanese. Where are you from?’

Alsof je enkel naar Japan op reis kunt gaan als je de taal spreekt. ‘Belgium’, antwoord ik.

De meid lijkt met verstomming geslagen. Ik probeer haar de kaart van Europa te schetsen, maar besef wanneer ik na Frankrijk en Duitsland Nederland wil uitspreken dat mijn uitleg nutteloos is. Dan maar zo: ‘Do you know Brussels?’

  • ‘Oooooow, yes.’

Het antwoord van het meisje klinkt alsof ze Brussel vanbinnen en vanbuiten kent waardoor ik weet dat ze een toneeltje speelt. Een goed toneeltje, dat wel.

Maar eigenlijk doet onze roots niet ter zake.

  • ‘Do you know sign?’

Deze keer hebben Marlies en ik geen flauw idee waar het over gaat. Ze haalt een blad boven vol Japanse tekens en herhaalt haar vraag, beter deze keer

  • ‘Do you have a sign?’

Stilaan wordt duidelijk dat het meisje vooral in mij geïnteresseerd is. Ze wil weten of ik mijn naam in één teken kan zetten. Ik antwoord: ‘Yes, of course, I have a signature.’

Ze slaakt een gilletje van geluk zoals ik in mijn leven enkel Japanners heb weten doen. De vraag die erop volgt, klinkt logisch:

  • ‘Do you want to sign?’

Ze toont een blad waar allemaal Japanse tekens op staan. Het kon even goed Chinees zijn wat mij betreft. Ik vraag waarom ik moet tekenen?

  • ‘Sorry’

Het moment van euforie maakt plaats voor oprechte teleurstelling. Na zeven keer vragen wat de reden precies is waarom ze mijn handtekening wil, heeft ze een lumineus idee. Ze roept er haar collega bij die ook bijna geen Engels spreekt. Want twee keer bijna niets is iets meer.

  • ‘Enquête’, is nu het woord dat we te horen krijgen. Voor de radio zo wijzen ze naar het logo op hun T-shirt.

Maar de precieze reden blijft achterwege. Ik besluit dan toch gewoon mijn handtekening achter te laten op het blad papier. Ze schrijft er mijn naam Freek in het Japans bij. Het gilletje en de thank you very much dat ze deze keer fabriceert, doet mij haast kirren van de pret.

Ze kan maar beter zien dat ze iets goed doet met die handtekening.

Later op de avond vertelt Marlies het volgende: ‘Weet je dat jij ongelofelijk veel bekijks hebt in Japan? Telkens jij je omdraait doen mensen allerlei tekens en manende elkaar aan naar jou te kijken. Zeker als je je weer eens moet bukken om een etablissement binnen te kunnen.’

‘Ahaaaaa’, droom ik, ‘wie weet was ik de grootste man die ze ooit al gezien hadden in hun leven, durfden ze geen foto te vragen, dus gingen ze maar voor de handtekening.’

Da’s meteen een van de redenen waarom reizen in Japan zo geestig is: je geeft elke plek, elke gebeurtenis, elk toeval je eigen interpretatie mee, want je begrijpt er voor de rest toch geen snars van.

Heerlijk.

Tot de volgende

F.

One clap, two clap, three clap, forty?

By clapping more or less, you can signal to us which stories really stand out.