Japans dagboek IV: crazy number six

Drie weken Japan, dat is voor een huismus als ik een redelijk ingrijpende gebeurtenis in mijn leven. Erover schrijven is het verwerken, jammer genoeg voor jullie. Hier komt aflevering 4:

Het is gelukt. Eindelijk.

Na een week zijn we erin geslaagd om door de schijn te kijken die heel wat Japanners ophouden. Niet dat het allemaal Hyacinth Buckets zijn, maar toch. De manier waarop ze met elkaar omgaan in publieke ruimtes voelt artificieel aan. Het plechtig buigen, de hoffelijkheid en de ‘mangasmile’ ervaar je de eerste dagen zoals zij het willen dat je het ervaart. Aangenaam.

Na verloop van tijd besef je dat alomtegenwoordige vriendelijkheid onmenselijk is. Tot nu toe ga ik er nog steeds van uit dat de Japanse medemens een homo sapiens is, al houden ze wel van alles wat met robots te maken heeft.

Ik beweer niet dat alles schone schijn is. De vijfentwintig sorry’s zonder de r te kunnen uitspreken wanneer je een fresh juice bar binnenwandelt waar enkel een Japanse kaart ter beschikking is, zijn aandoenlijk. Zeker wanneer blijkt dat de helft al op is. Je ziet de moed letterlijk zakken in de ogen van de uitbater. Hem proberen geruststellen heeft geen zin. Het pure ‘callot’ sapje dat we kregen ter compensatie mochten we dan ook niet weigeren.

In Nara belandden we dankzij onze gastheer Yuki in een prachtig restaurantje Kura. In een ruimte waar je met moeite twee fietsen, een diepvries en wat kleine rommel in kwijt kan, maakten de uitbaters een bar die dwars door de ruimte loopt waar de gastheren in wandelen om iedereen te bedienen. Als gast krijg je de indruk dat je een rondetafelgesprek aangaat met de 15 andere restaurantgangers.

Wat allemaal voorzichtig op gang kwam met wat kijken en giechelen, eindigde uiteindelijk in e-mailadressen uitwisselen en deze foto:

Crazy Number Six.

Dit zijn – naar eigen zeggen – de ‘crazy number six’ van Nara. De zes zestigers hadden zich nog niet neergezet of de boel stond al op stelten. Iets later hadden ze meteen twee glazen tot over het randje gevuld met sake door hun keel gegoten en complimenteerden ze mij: ‘You nice guy’, terwijl ze alle zes met pretoogjes naar Marlies loerden en ons trakteerden.

Oké, ik overdrijf. De man helemaal rechts op de foto zat op dat moment al te knikkebollen.

Ps: ik tik deze teksten snel op mijn smartphone, tikfouten zijn dus zeker niet uit te sluiten.

Show your support

Clapping shows how much you appreciated Freek Evers’s story.