Molten Rock

peter bruyn
FRNKFRT
Published in
7 min readNov 23, 2019

--

De impact van het onnadrukkelijke

Dit stuk gaat over VanWyck. Maar dat kan eigenlijk niet zonder het eerst over Barkmarket te hebben, een Amerikaanse rockgroep uit de late jaren tachtig en negentig. Of beter: over David Sardy, de songschrijver en gitarist van die band die later furore zou maken als producer. De muziek van Barkmarket was heel hard en vooral heel intens. Toen ik Sardy in 1994 interviewde was dat ook het belangrijkste onderwerp van ons gesprek.(1) Samen gingen we op zoek naar de popsong die we als meest intense luisterervaring beleefden. En samen kwamen we tot de conclusie dat dat het verstilde ‘For Emily, whenever I may find her’ van Simon & Garfunkel moest zijn.

Dit stuk gaat over VanWyck. Maar dat kan eigenlijk niet zonder het eerst over Coldplay te hebben. Op het moment dat ik dit verhaal aan het voorbereiden ben, verschijnt het bericht dat Coldplay — reuzen in het commerciële popcircuit — voorlopig niet op tournee gaat. Althans, niet voordat dat op enigszins ‘klimaatneutrale’ wijze mogelijk is.(2) Dat klinkt wellicht milieubewust en verantwoordelijkheid nemend, maar onderstreept eigenlijk vooral dat de groep megalomane arenaproducties met veel licht en spektakel als norm ziet, waar het om muziek gaat. Terwijl er voor de mooiste muziek van de wereld toch eigenlijk niet meer nodig hoeft te zijn dan één of een paar stemmen, één of een paar instrumenten en een goed lied of compositie. Een ‘klimaatneutralere’ bezigheid dan musiceren is nauwelijks denkbaar.

Dit stuk gaat over VanWyck. Maar dat kan eigenlijk niet zonder het eerst over de jaarlijkse dodenherdenking te hebben. Ieder jaar op 4 mei, bij de herdenking op de Dreef in Haarlem, na de twee minuten stilte, het Wilhelmus en de kranslegging, speelt een blaaskapel ‘Eventide’, beter bekend als ‘Abide with me’, halverwege de negentiende eeuw gecomponeerd door de Engelsman Wiliam Henry Monk. Kerkelijk opgevoede Nederlanders zullen het herkennen als ‘Blijf mij nabij’.

Ik ken nauwelijks een mooiere melodie en dacht lange tijd dat het iets van Bach was, totdat Wikipedia mij uit die droom hielp. Wat die dodenherdenking-versie zo mooi maakt, is dat die ‘Eventide’ echt ‘aangeblazen wordt: Eerst hoor je de lucht, de adem, en dan pas melodie. Er wordt letterlijk ‘leven’ in het lied geblazen.

Organisch

Iets dergelijks geldt ook voor ‘Molten Rock’ van VanWyck. De plaat begint nota bene met het meest aardse en pop-georiënteerde liedje van het dozijn dat Christine Oele — de vrouw achter VanWyck — zingt. Voordat ‘Supermarket Line’, zoals het nummer heet, werkelijk losbarst zingt ze eerst twee woorden onbegeleid, zuchtend: ‘They’re making…’ Nog afgezien van het feit dat die manier van zingen doorgaans als erotiserend wordt ervaren — journalist Guuz Hoogaerts muntte er zelfs de term ‘zuchtmeisjes; voor — benadrukt het ook onmiddellijk het organische, het menselijke en ambachtelijke, in tegenstelling tot het fabrieksmatige dat veel populaire muziek kenmerkt. En dat betreft dan niet alleen de technische productie, maar ook de wijze van componeren. Daarover later meer.

‘Molten Rock’, het tweede album van VanWyck is de afgelopen week vrijwel unaniem jubelend ontvangen. Wellicht komt dat juist doordat de plaat is vrijwel alle opzichten niet is wat de hedendaagse popmuziek kenmerkt — bij gebrek aan een alternatief blijf ik het toch maar ‘popmuziek’ noemen. Jazz of klassiek is het in ieder geval niet. Het album moet het niet hebben van zich opdringend volume, integendeel. De zangeres in kwestie is niet ‘jong’ en ‘vroeg wijs’. ‘Molten Rock’ hangt niet van sentimenten aan elkaar en is niet de wereld ingestuurd met verhalen over overleden kinderen, ouders of overwonnen ziektes bij de songschrijver in kwestie. Er is niets anders wat de aandacht trekt dan de muziek zelf: De melodieën, de woorden, de sobere arrangementen en de zang.

Over de zangeres en songschrijfster is verder weinig bekend. En wat bekend is laat zich niet likkebaardend etaleren in roddelbladen of boulevardprogramma’s op televisie. Er is geen sprake van een half dozijn kinderen bij evenzovele rappers en er zijn geen Wie-is-de-slimste-Robinson-associaties.

Oele sleet een deel van haar jeugd in Nieuw-Zeeland, wat ongetwijfeld haar goede en subtiele beheersing van het Engels verklaart. Ze is inmiddels een flink eind in de veertig, waardoor het logisch is dat haar teksten aanzienlijk volwassener klinken dan die van S10 of Roxeanne Hazes. Ze studeerde geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam en haar man is redacteur bij een serieus opinieweekblad. ‘Elite’ dus. Maar wat artistieke kwaliteit en verdieping betreft pleit dat alleen maar voor haar.

Juist de sobere arrangementen, de lef om soms gewoon traag te zingen en — zoals Menno Pot het fraai omschreef in zijn recensie in de Volkskrant (3) — het ‘onnadrukkelijke’ van de liedjes van VanWyck verhogen de intensiteit. Zoals je de aandacht een gezelschap vaak eerder krijgt door te gaan fluisteren dan door te schreeuwen. De ‘Zeeuws Meisje productie’ van Reyer Zwart en Frans Hagenaars draagt daar veel aan bij: Geen noot teveel. Geen instrumentale solo’s. Nauwelijks intro’s zelfs; hooguit een of twee keer het leidende akkoordenschema. Die soberheid katalyseert als het ware de essentie: het liedje. Iets wat Zwart al vaker erg knap deed, bijvoorbeeld voor de recente albums van Alex Roeka.

Een goede, pakkende en vooral originele melodie schrijven is een talent waarover verder eigenlijk niet zoveel te zeggen valt. Dat heb je of dat heb je niet. En Oele, heeft het — soms althans. Maar ze optimaliseert dat door de sterkste melodieën precies goed over het album te spreiden: Openend met het aanstekelijke ‘Supermarket Line’ en doortrekkend in het al even pakkende ‘Lead me on’. Dan ben je als luisteraar eigenlijk al ‘om’ en kan de zangeres als het ware even pas op de plaats maken. Als de aandacht op en gegeven moment toch iets dreigt te verslappen, eist ‘Carolina’s Anatomy’ die weer onverbiddelijk op. En zo gebeurt dat nog enkele keren.

Een andere kwaliteit van VanWyck is het koesteren van de imperfectie. Volmaaktheid is dodelijk. Christine Oele zingt altijd een beetje onvast. Dat weet ze ongetwijfeld zelf drommels goed en dat gebruikt ze. Dat maakt de muziek organisch; houdt het leven er in. Ze zingt ook niet als een omroepster bij de supermarkt of op het vliegveld, waar iedere lettergreep even nadrukkelijk gearticuleerd en verstaanbaar moet zijn. Ze slikt soms een paar letters in, of gaat met fluisterstem omhoog. Maakt niet uit — er is een tekstboekje. En in het Cohen-achtige ‘Be it to the End’ onderstreept ze hoe goed haar dictie en omgaan met het tempo zijn.

Inwisselbaar

Vandaag de dag wordt het steeds gebruikelijker dat artiesten zich omringen door een team van tekstschrijvers en componisten, ook als ze zichzelf als ‘singersongwriter’ afficheren. Vooral in het meer commerciële circuit, zeg maar dat rond Borsato, Ilse de Lange of Trijntje, is dat vrijwel regel geworden. In Nederlandstalige popkringen heeft bijvoorbeeld Amsterdammer Glen Faria een dikke vinger in tal van grote hits. Het gevolg is wel dat veel van die liedjes volstrekt inwisselbaar zijn geworden. Hoe meer mensen er aan schrijven en schaven, des te meer dat repertoire naar een karakterloze middelmaat wordt getrokken. En naarmate meer artiesten met hetzelfde clubje songschrijvers werken, worden ook die artiesten inwisselbaar; iets wat je eveneens internationaal ziet.

VanWyck houdt zich daar verre van. Haar liedjes zijn haar liedjes. Een ander gevolg van liedjes schrijven in teamverband is dat ook de onderwerpen van de liedjes tot een grootste gemene deler gereduceerd worden: De cliché’s van de liefde: Wat erg dat je van mij weggaat. Wat fijn dat je weer bij mij terug bent.

Schrijven is prikkelen en vervolgens aan het werk zetten van de verbeelding, met zesentwintig letters als enig gereedschap — of het nu om een roman, gedicht of liedtekst gaat. En precies dat doet Oele. In ‘Supermarkt Line’ geeft ze informatie, zonder een plot te verraden. Je ziet een supermarkt voor je. Er zijn wat herkenbare schetsen: Een alco die haastig flessen wijn en bier afrekent en zijn wisselgeld vergeet. Een paar studenten die het over een feestje hebben. De ik-figuur die snel naar huis wil omdat ze eten voor de kinderen moet maken. Een losse scene uit een film als het ware, die juist door de details tot leven komt.

Hetzelfde geldt voor teksten als ‘Be it to the End’ en vooral ‘Breakfast Room Revelation’ dat een broeierig aanvoelende scene in de ontbijtzaal van een hotel beschrijft. Maar je weet niet om wie het gaat. En om wat. Een toevallige ontmoeting? Een afscheid? Het zijn liedjes die niet alleen geven, maar ook vragen.

In een persbericht bij het verschijnen van ‘Molten Rock’ zegt Christine Oele dat de liedjes als het ware met elkaar verbonden zijn door de dualiteit van het leven. Het besef dat de dingen niet eenduidig zijn. De grillige waarheid. De complexiteit en contradicties die je ook in het alledaagse ervaart. Letterlijk komt dat bijvoorbeeld terug in het nummer ‘Make of Me’. En indirect in het al eerder genoemde ‘Supermarket Line’, waar wachtend in de rij voor de kassa uiteenlopende grootsteedse gebeurtenissen aan de ik-figuur uit het nummer voorbijtrekken, terwijl haar te binnen schiet wat haar moeder ooit zei: ‘These are the ways of the world. There ain’t nothing you can do about it, girl.’

Het album sluit af met de titelsong en het enige nummer waarin sprake is van een nauwelijks verbloemd maatschappelijk engagement — zoals ze op haar eerste album het lied ‘Europa Escapes’ had. Ditmaal is het de aarde zelf die aan het woord komt. De aarde die zich aangerand en bestolen voelt, maar nergens heen kan vluchten. Het hart van de aarde is zacht. ‘Molten Rock’. Gesmolten steen, dat ooit als lava naar buiten zal stromen. ‘And my skin wil breathe fire’. De apocalypse, niets minder dan dat. Maar bezorgd in een ‘klein’, ingetogen liedje. Onnadrukkelijk. En dat geeft het beangstigend veel impact.

Peter Bruyn

Noten:

  1. Peter Bruyn — Haarlems Dagblad (16 maart 1994)
  2. Coldplay gaat niet op tournee om milieu te sparen
  3. Menno Pot — Volkskrant (14 nov 2019)

Molten Rock is verschenen bij Concerto Records

Website VanWyck

Beluister Molten Rock via Spotify

--

--

peter bruyn
FRNKFRT

Beheers jezelf - beheers de media - wees vrij.