Moneymaker, dreamer of toch hobbyist?

Onlangs ben ik voor de tweede keer vader geworden, wederom van een prachtige zoon. De ooievaars zijn inmiddels weer uitgevlogen en de roze wolk is inmiddels opgetrokken. Tijd ook weer voor een nieuwe column. Ondanks, of misschien wel juist vanwege, de onvoorstelbare gebeurtenissen die de afgelopen tijd plaatsvonden houd ik het onderwerp dichtbij huis. Bij mijn eigen te bevatten wereld. Een wereld die naast de nodige luiers en het missende uurtje nachtrust uit heel veel liefde en dierbaarheid bestaat.

De dierbaarheid die ik bij mijn zoons voel wordt regelmatig vergeleken met de relatie tussen een ondernemer en zijn of haar zelf opgezette bedrijf. Je hoort ondernemers vaak genoeg zeggen dat het bedrijf voelt alsof het hun kindje is. En dat lijkt me bijzonder gevaarlijk. Want u bent het ongetwijfeld niet met me eens, maar die twee kinderen van mij zijn de meest fantastische, lieve en talentvolle kinderen die er zijn. Daar ga je er niet nog een paar van vinden. En zo gaat het dus ook bij veel ondernemers en hun bedrijven; liefde maakt blind.

Voor een geslaagde opvoeding lijkt onvoorwaardelijke liefde mij inderdaad het belangrijkste ingrediënt, maar het ontwikkelen van een geslaagd bedrijf vraagt voor mijn gevoel toch vooral een veel kritischere houding. Van de ondernemer maar ook van de omgeving. Tenminste, als je door mijn collega’s niet als ‘hobbyist’ aangeduid wilt worden. In onze inmiddels befaamde matrix om startups te kwalificeren maken we onderscheid tussen ‘moneymaker’, ‘dreamer’, ‘consultant’ en ‘hobbyist’. Afhankelijk van de haalbaarheid en potentie worden startups gecategoriseerd in een van die vier kwadranten. De moneymaker blinkt uit in potentie en haalbaarheid, terwijl de hobbyist aan beide een chronisch tekort heeft. In de ogen van de ondernemer is het ongetwijfeld een fantastisch bedrijf, maar als je er enigszins kritisch naar kijkt dan blijkt het eigenlijk een kansloze missie.

Het gaat voor nu wat ver om in detailbeschrijvingen te treden (daarvoor verwijs ik graag naar deze blogpost), maar moneymakers laten onder andere complementaire teams, schaalbare business modellen, groeiende markten en unieke waardeproposities zien terwijl hobbyisten zich laten kenmerken door oplossingen zonder probleem, vaag te duiden markten, onvoorziene risico’s en afhankelijkheid van een klein clubje klanten.

In Twente zijn volop voorbeelden te vinden van deze vier kwalificeringen. Neem bijvoorbeeld de bekende UT startup Medimate die helaas failliet ging. Een prachtig voorbeeld van een bedrijf dat zich als “dreamer” laat karakteriseren; veel potentie maar lage haalbaarheid. Het bedrijf ontwikkelde een lab-on-a-chip technologie waarmee thuismetingen voor het lithiumgehalte in bloed uitgevoerd konden worden. Qua potentie waanzinnig interessant en het bedrijf wist dan ook miljoeneninvesteringen aan zich te binden, vooral vanuit onze eigen regio. Toch ging het bedrijf failliet. Het bleek onmogelijk om in de ingewikkelde, medische nichemarkt rondom manisch depressieve patiënten voet aan de grond te krijgen. Grootondernemer Sanderink kocht het bedrijf bij de curator en kondigde direct aan de technologie voor meer verschillende markten in te willen zetten en zijn netwerk met mogelijke marktkanalen aan te boren. Dit alles om de haalbaarheid te verhogen en er alsnog een moneymaker van te maken.

Andere Twentse bedrijven zoals Clear Flight Solutions en Eurekite hebben een investeerder aangetrokken om daarmee hun technologie en waardepropositie verder uit te ontwikkelen. Hierdoor stijgt hun haalbaarheid en bewegen zij van dromers richting moneymakers. Universiteit Twente spinoffs Triboform en 4Silence zijn ook goed onderweg op het pad richting het realiseren van hun potentie, o.a. door samenwerkingen met grote marktspelers, pilot projecten en het kunnen onderbouwen van hun business cases.

Voor Twente zou het gezond zijn als we allen wat meer in termen van moneymakers en hobbyisten denken en niet alle startups knuffelen en pamperen. “Kill your darlings”, we zouden het vaker moeten doen. Apetrots zijn we op het overlevingspercentage van Twentse startups (>80%). Ik schat echter in dat nog niet eens de helft hiervan bestaat uit bedrijven met een groot potentieel: dreamers en moneymakers. Bedrijven die in potentie wereldspelers kunnen worden, bedrijven die staan te springen om groeimiddelen als kapitaal en talent maar dat vaak verspild zien worden aan goedbedoelende hobbyisten. Zonde.

Deze column verscheen eerder in de Tubantia, waar Jaap periodiek een column schrijft. Meer informatie over de Startup Matrix staat hier.