“Ik heb het bere naar m’n zin”

Door Iris. De naam Jacob is gefingeerd.

Deze middag hebben Thijs en ik een koffieafspraak met Jacob. We komen hem al voor de afgesproken tijd tegen op het plein, en mogen meekomen. Een paar verdiepingen hoger kijken we onze ogen uit. Jacob heeft een appartement in een van de flatgebouwen van Groenoord, wat een uitzicht biedt over heel Schiedam. “Ik kan hier uren zitten”.

Draaien en solderen

Jacob is een druk man, altijd al geweest. Vanaf zijn 13e begon hij te werken, en is sindsdien eigenlijk niet gestopt. Het begon met het helpen verplaatsen van zware zakken graan in de haven. Later werd Jacob chef technische dienst bij de Rijkswaterstaat. Uiteindelijk was hij het zat om te werken voor een baas, en begon hij voor zichzelf te werken. Zo heeft Jacob zijn eigen snackbar gehad.

Toen Jacob’s pensioen aanbrak betekende dit niet dat het werk ook stopte. Jacob begon een carrière als DJ, en draait nog regelmatig een plaatje. Daarnaast houdt hij zich druk bezig met soldeerwerk, wat hij uitvoert in de keuken. “Soms doe ik wel eens wat voor anderen, maar niet teveel hoor.”

Ontbijten bij de IKEA, dineren bij de Soos

Jacob weet zichzelf ook goed te verwennen. Elke ochtend pakt hij de scooter richting de IKEA om daar te ontbijten. Inmiddels is hij al een bekende voor het personeel, en schroomt niet om een praatje. “Ik heb het bere naar mijn zin!”

Elke woensdag krijgt Jacob bezoek van zijn twee dochters. Dan gaan ze met z’n drieën eten bij de sociëteit, of zoals Jacob het noemt ‘de soos’. Dit is een ruimte onder het flatgebouw. Jacob is wel van mening dat er te weinig gebruik wordt gemaakt van de soos: “Er zijn misschien maar 10 bewoners die er gebruik van maken. Vanmiddag bijvoorbeeld zitten er wel veel mensen te klaverjassen, maar die zijn allemaal van buiten de flat. Dit is zonde, het is een geweldige voorziening.”

Wat Jacob mist is contact binnen de wijk. “Wanneer ik de lift in stap zit iedereen naar het plafond te kijken. Laatst kwam ik een mevrouw tegen die hier al 40 jaar bleek te wonen, we hadden elkaar nog nooit gezien.” Jacob vindt het erg jammer dat de mensen zo afzonderlijk leven. “Er is van alles in de buurt, er mist niks qua activiteiten. Wat mist zijn de mensen.”

“Het weekend is het verschrikkelijkst”

Jacob doet zijn best om mensen te betrekken in de verschillende activiteiten die Groenoord te bieden heeft, maar is bang opdringerig over te komen. “Uiteindelijk moeten mensen toch zelf gezelschap zoeken, niemand komt het je brengen. Doe je dit niet, dan vereenzaam je.” Maar waarom doen mensen dit dan niet? “Drempelvrees”, is het antwoord van Jacob.

We worden nieuwsgierig, wat betekent eenzaamheid dan? Het is een zeer abstracte term, in te vullen met vele verschillende visies. “Wat ik hoor uit mijn omgeving is dat eenzaamheid vooral wordt ervaren in het weekend. Dan zijn de winkels dicht, dan kunnen de mensen nergens heen. Velen durven geen gebruik te maken van het OV, voelen zich hier onveilig bij. Het weekend is het verschrikkelijkst.”