Eve

Twee heren met lange jassen stappen bij Dana binnen. Recherche. Handje schudden, legitimatie. Ze gaan zitten. Eentje stelt een vraag, de ander haalt een boekje boven om te noteren. Hij loert van onder zijn wenkbrauwen. Dana onderbreekt ze even met een vinger en sluit de deur. Maakt niet uit. Ik volg zo ook wel – we hebben tenslotte allemaal glazen wanden.

In mijn eigen bokaal wordt een vat beats, lage bassen en gedempte party-kreetjes binnen gekieperd. De stomende brij vult het vertrek en voert me mee in al zijn lauwe kronkels en wilde wervels.

- Je ziet er moe uit!
- Wat?
- Dat je er moe uitziet!
- Ja, ik voel mijn voeten bijna niet meer!
- Ga je mee naar de kant? Even uitblazen?
- Dat hoef je me geen twee keer te vragen!

Met veel gebaren zet Dana haar antwoorden kracht bij. Voor ze knikt of haar schouders ophaalt, zet ze even een bedenkelijk gezicht op, alsof ze telkens heel grondig de geldigheid van haar verklaringen nagaat. Ze verleent haar volle medewerking en is duidelijk nog steeds van slag. Lang duurt het gesprek niet. Ze staan weer recht en stappen Dana’s kantoor uit.

De volgende plaat schraapt pijnlijk door mijn hoofd, alsof een draaiende wasmachine zich met vastberaden halen over een tegelvloer probeert voort te slepen.

- Wat een slechte akoestiek he!
- Ja, maar wel fantastische platen vind ik!
- Ja da’s waar!
- Hoe heet je ook weer? Ik heb het daarnet niet goed gehoord!
- Eve!
- Wat?
- Eve! Zoals de pilletjes!
- Oh cool! Dan ben jij ook één bol energie? Haha!
- Je zou het eens moeten weten!
- Oh ja? Je maakt me nieuwsgierig!

Ik vraag me af wie bovenaan hun verdachtenlijstje staat, ook al is het nog vroeg in het onderzoek. Hoewel ik Daniels nummer twee was, krijgen de dames van zijn team blijkbaar voorrang. Zouden vrouwen guller zijn met informatie? Of is het ladies first uit beleefdheid? Misschien houden ze het beste voor het laatst. Dat zal het zijn.

‘I feel wonderful.’

- Je moet straks toch niet alleen naar huis?
- Ik hoop van niet!
- Kom, we gaan eerst nog wat dansen!
- Woehoe!

Eve is inderdaad één bol energie. Ik vergeet de tijd. De muziek komt niet langer als een gescheurd grootzeil door me heen flapperen, maar stuitert en trilt weldadig tegen mijn buik aan. Stemmen zingen me persoonlijk toe, van binnenin, met veel liefde.

‘I could skydive from the moon.’

* * *

Glimlachen doet Daniel niet. Ook niet als ik een klepper van een account binnenhaal. Dan draait hij zijn ogen steil omhoog, alsof hij binnen in zijn hersenpan aan het speuren is naar mogelijke hiaten in mijn methodiek of tegenwerpingen voor mijn succes. Ooit zag ik hem bijna grijnzen, vermoedelijk om een binnenpretje. Maar hij kon het uiteindelijk toch niet over zijn hart krijgen.

- Genlog kan me gestolen worden! Dat heeft niks met kunst te maken, man! Kunst, dat is Verlaine, Debussy! Iets waarin je kan geloven! Kunst is iets helemaal anders dan dit opgefokte gehuppel!
- En wie ben jij om het onderscheid te maken dan? Moet het je depressief maken om kunst te heten? Waarom kan kunst niet gelukkig zijn? Waarom geloof je daar niet in?
- Natuurlijk geloof ik in geluk. En ik geloof in kunst. Maar dit, Lennert, jij en dit…dit wereldje waar je in leeft, nee, daar geloof ik niet in. Het spijt me.
- Anneleen, waar ga je naartoe? Oh, hey, Eve!

Daniel lijkt heel erg op Doc uit Back to the Future, met zijn witte windhaar dat alle kanten op staat, en zijn kraaloogjes en borstels van wenkbrauwen. Hij leunt met zijn elleboog op de ladenkast naast mijn deur, zoals hij wel vaker doet wanneer hij luidop nadenkt. Hij is een Fransman, dus hij houdt van academische, filosofische beschouwingen, ook al gaat het eigenlijk gewoon over geld dat binnenkomt en buitengaat. Pauzes tussen voorlopig nog onsamenhangende ideeën last hij bij voorkeur aan elkaar met luide, lange en erg gutturale euh’s. Ze zijn legendarisch. Het is een bedrijfssport geworden om ze te chronometreren. De recordwaarneming ligt voorlopig op zeven seconden. Een eeuwigheid.

‘There is peace, there is love, and there is xtc.’

Met zijn fonetische foltering is Daniel veruit de enige die er nog in slaagt om de dissidente delen van mijn brein uit hun omzwervingen terug te halen. Tijdens zijn euh’s valt zijn mond zo wijd open dat zijn tong een beetje uitpuilt. Soms beeld ik me dan in dat er zo dadelijk een puit of een stroom bonte kots tevoorschijn komt. Maar meer dan vervelende decibels komt er niet uit zijn strot. Je zou ze met plezier dichtknijpen.

* * *

Waar ik de maan verwacht, flikkert een witte lamp onregelmatig aan en uit. En aan. Naast een kleine, houten reddingssloep staat Anneleen naar me te staren. Haar ogen kruiden verwijten met pijn en verbijstering. In de romp ligt Eve languit, haar ogen dicht en haar haar veel langer en voller dan het carreetje waarmee ze me destijds van mij sokken blies. Het is onnatuurlijk, pijnlijk bijna, maar tegelijk heel sierlijk hoe ze daar krom achterover ligt. Het witte schijnsel van de lamp werpt een vale glans over haar huid. Ze slaapt. Ze zou even goed dood kunnen zijn, en de gedachte maakt me niet eens triest. Het is gewoon onmogelijk om naar Eve te kijken zonder daar een goed gevoel bij te hebben. Eve is puur, onversneden. Ze is één met mij.

Stel je een mengpaneel voor. Twee kanalen. Hoge, lage en middentonen, en volume. En dan heb je een cross-fade. Wel, die cross-fade is om zeep. Ik kan schuiven tot ik er bij neerval, maar die knop, die leidt zijn eigen leven. En een stand waarbij je beide kanalen hoort, eentje luider dan het andere, of allebei even hard, dat lukt ook niet meer. Het is het één of het ander. Maar zelden meer de twee.

Uiteindelijk kan ik toch mijn ogen los wrikken, en zoek ik weer naar Anneleen. Ze kijkt harder nu. Ik kan het haar niet kwalijk nemen, en ik kan het ook niet helpen. Ik heb geen spijt. Eve neemt alle negativiteit weg.

Ben je je telkens bewust van beide kanalen? Of hoor of zie je één van de kanalen slechts door de koptelefoon, om je analogie te volgen? Of krijg je die input helemaal niet binnen? Verkies je soms één kanaal boven het andere?

Nu is het Anneleen die in de sloep ligt. Eve is weg. Ik zoek haar merkwaardig genoeg in de hoogte, maar daar zijn enkel sterren, buiten mijn bereik. Ik kijk weer omlaag. Anneleen heeft alweer plaats geruimd voor Daniel, tenger, naakt, kwetsbaar in zijn uitgewrongen vel.

Heb je nooit naar porno gekeken met het geluid op nul? Terwijl je ouders beneden feuilletons kijken, of als je flinterdunne muren hebt, zodat je buren het al horen als je een scheet laat? Nee? Oké, slecht voorbeeld. Heb je ooit wiet gerookt? Wel dan, heb je nooit de Simpsons gekeken met een Black Sabbath-plaat als soundtrack? Dat heb ik de hele tijd. Maar dan zonder het komische effect. Zonder de buzz. Zonder de mix. Zonder ervoor te kiezen. De hele tijd, man!

Ik krijg het ongemakkelijk warm. Langzaam, alsof mijn benen van stroop gemaakt zijn, glijd ik de sloep uit en het water in. Daar kan ik afkoelen. Maar het wordt al snel benauwd. Mijn longen staan op barsten. Wanneer de diepte me weer naar de oppervlakte stuwt, zijn de sloep en het water verdwenen. Ik hijs me terug op het tapijt, ga zitten op de bank en staar recht in de witte lamp aan het plafond, zodat ik witte vlekjes zie.

Het leer van de bank kraakt bij de minste beweging. Een balpen rolt beheerst over een kladblok, en stopt dan.

- Wat denk je, zijn we klaar?

Twee paar herenschoenen stappen de spreekkamer binnen. Recherche.

© copyright Joris De Brucker

Lees verder:

De Prins en de plataan
Hij sloot zijn ogen en visualiseerde zichzelf als een keitje, dat uitzonderlijk was vrijgesteld van de zwaartekracht.