Niks meer

Of ik nog even kon wachten, want ze waren nog bezig met een hond. Ik was om te filmen op bezoek bij een dierenkliniek. Dat is het voordeel van video, je komt op plekken waar je normaal gesproken niet zo vaak komt. Of op een heel andere manier. Dat was voor mij ook de reden van het wél doen, want had eigenlijk voorgenomen niet te filmen voor andere dingen dan Happyplaces. Maar was toch ook wel nieuwsgierig naar de plekken en de mensen die gefilmd moesten worden, zoals een kliniek. Ik kom wegens onze poes Muis wel eens in een kliniek, maar dan is het toch vaak niet meer dan aanmelden, wachtkamerwachten, behandelkamer, afrekenen en weer weg. Nu was het anders. Ik vond een plekje in de wachthoek, holp mezelf met koffie en wachtte geduldig tot ik aan de beurt was.

Intussen waren er allemaal dierenkliniekdingen. In een kamer werd gewerkt aan de hond. Mensen die even binnen kwamen om wat te kopen. Personeel geconcentreerd achter beeldschermen en de balie, ook aan het beeldschermen. Door de geblindeerde ramen nog steeds veel activiteit bij de hond. Personeel wat van de ene naar de andere plek loopt. En toen werd er verteld wat er met de hond aan de hand was: hij was niet meer. Het dier moest helaas inslapen. Dus of ik nog even had. Tuurlijk.

Wat later ging de deur open van de behandelkamer. Witte jassen verlieten de kamer en het meisje achter de balie keek op. Uit de behandelkamer liep een oude man. Gebroken. Gelaten. Gebogen. Hij liep naar de balie toe. Het baliemeisje keek even op en ging toen actiever beeldschermen en zette een geautomatiseerde stem op. Blijkbaar gebeurt dat inslapen zo regelmatig dat het een soort geautomatiseerd script heeft veroorzaakt. Zoals stewardessen in vliegtuigen. Ze doen al die instructies wel, hun handen bewegen, wijzen naar de uitgangen, zetten dat kapje op en dan die gekke aantrekbeweging, dat rituele bijblazen in dat rode pijpje, maar intussen denken ze aan wat ze ’s avonds gaan doen. Zo ongeveer ging het ook hier. Terwijl het meisje aan het beeldschermen was, zei ze: ‘U komt even afrekenen?’ De gebroken man bewoog zijn rechterhand naar zijn kontzak. Zo’n professionele portemonnee kontzak in een broek, gevormd naar de portemonnee, stof rondom de portemonneecontouren in vorm gesleten. Coduroy. Bibberend haalde hij de portemonnee tevoorschijn. Het meisje klikte en klakte met haar muis was en bleef een beetje ongeïnteresseerde geautomatiseerde monotone dingen zeggen, zoals jonge mensen tegen oude mensen kunnen praten. Met zo’n toontje alsof het kleine kinderen zijn die worden aan het eind van de dag worden opgehaald van de opvang en een ouderlijk kruisverhoor over hun dag krijgen. Zodat elke zin klinkt als een vraag eindigend op: ‘Hè? Bladibladibla — hoog toontje— bladibla, hè?’ De man was duidelijk in een andere wereld, geheel niet bezig met de baliejuf.

‘Wilt u de hond hier laten? Dan gaat hij naar een destructiebedrijf. Of u kunt hem natuurlijk ook in uw eigen tuin begraven.’ De man had zijn portemonnee op de balie gelegd en hield zich met twee handen aan de balie vast. ‘Meneer? Wat wilt u?’ Geen reactie van de man. ‘Meneer, gaat het een beetje?’

‘Of het een beetje gaat? HET GAAT HELEMAAL NIET! Mijn hond is net dood. Natuurlijk gaat het niet.’

‘Ja, dat is wel vervelend hè?. Maar…’

‘Ik ben alles kwijtgeraakt. Ik ben mijn leven kwijtgeraakt. Ik heb net mijn vrouw begraven. Ik was 45 jaar met haar samen. We hebben samen zoveel meegemaakt, zijn op zoveel plekken geweest. We hadden een geweldig huis, met een fijne grote tuin. We hebben meerdere honden gehad. De hebben we allemaal in onze eigen tuin begraven. Maar na het overlijden van mijn vrouw hebben we het huis verkocht. Mijn hond is nog wat ik had van haar, van met haar. Hij gaf mijn dag vorm. Drie keer per dag eruit, erop uit. Weer of geen weer. Ik woon in een appartement nu. Een appartement! Of ik hem in mijn eigen tuin wil begraven? Ja! Maar ik heb geen tuin meer. Ik heb niks meer. Niks. Vrouw, huis, hond… NIKS!’

‘Ja, eh. Nou. Hier laten dan maar?’

‘Wat gebeurt er dan met hem?’

‘Dan wordt hij afgevoerd. Dan krijgt u een berichtje als hij verwerkt is. Eh, gecre… Nou ja, verwerkt, dat gaat allemaal heel netjes hoor.’

De man keek haar met een lege blik aan. ‘Heb ik keus?’

‘Eh, die keus. Meenemen of hier laten. En dan ja, eh, nou ja dat hè?’

‘Ik heb dus geen keus. Godverredomme. GODVERDOMME!’

‘Wilt u pinnen?’