Hoe Barry de Bruin ruimte maakt door beter dingen anders te doen

Happyplaces stories (video)

Marcel Kampman
Jul 1 · 16 min read

Het was even zoeken, maar toen ik er was kon ik het gelijk goed met Barry vinden. Ik had ook eigenlijk niet anders verwacht, ook niet van de plek waar we afgesproken hadden, de Culture Campsite aan de Schiehavenweg in Rotterdam. Een plek met allerlei vreemdsoortige objecten en ruimtes, soms wat Joep van Lieshoutig, maar als geheel een heel fijne plek. Zo’n plek waar makkelijk dingen uit de hand kunnen lopen. Ik kende Barry al een tijdje van een afstand. Bij een van de bureaus waar ik werkte verloren we eens een pitch van zijn bureau. Ik ken hem via verhalen die gedeeld werden toen ik werkte bij een bureau in Rotterdam. Maar bovenal had ik het vermoeden dat we het wel zouden kunnen vinden door onze Instagram relatie. We volgen elkaar daar en Barry liket regelmatig een post en zo volg ik ook van ver zijn avonturen. Wat inmiddels niet meer bureaubaas zijn is. Maar een veelvoud van andere dingen die hard afwijken van dergelijke structuren en constructen. Dus verreweg veel autonomer dan toegepast en als het al toegepast is, dat dan veel autonomer. Of zoals hij zelf zei: ‘Gewoon de briefing aan de kant leggen en er niets mee doen, alleen zorgen dat er voldoende vertrouwen is dat wat je dan gaat doen ook kan worden gezien als een antwoord op de vraag.’ We konden het gelijk goed vinden. Ik parkeerde, zag op mijn telefoon dat er San Pellegrino en druiven op het menu stonden, liep hem al bellend tegemoet en we bleven bellen ook al konden we elkaar al gewoon zonder telefoon verstaan. Omdat het gek genoeg grappig en goed was. We waren gelijk aan de praat binnen dezelfde vierkante meter. We vonden een plekje in de schaduw achter een van de containers, verhuisden de San Pellegrino en de druiven en Barry begon te vertellen.


Dat is wel wennen om in zo’n ding te kijken.

Nu ben ik onscherp natuurlijk.

Hoe doe je dat? Toch? Was de vraag? Die ruimte maken? Dat weet ik eigenlijk helemaal niet. Wat ik wél weet is dat ik laatst even een moment had waarop ik voelde dat ik heel erg op mijn plek, dat ik precies op de goede plek was. Dat was donderdag, een week geleden in Het Nieuwe Instituut. Niet per se om Het Nieuwe Instituut, maar ik zit in een kunstenaarscollectief de Mona Lisa’s. Daar verzinnen we, na ja, we verzinnen eigenlijk niets. We doen vooral de dingen waarvan we denken dat we die moeten doen of op het moment dat we denken dat we dat willen doen. Maar misschien weten we dat ook niet eens zeker. Het komt misschien wel van buitenaf en dat we dan denken: dat gaan we doen. We waren bezig met een driedaagse fantasietraining. Daar kwamen zeker vijf mensen op af die dat ook wel drie dagen lang wilden doen. De apotheose van die dag, we hadden en bomvol, veel te vol programma met onder anderen Willen de Ridder, een oude hippie en verhalenverteller. Waarschijnlijk is het zijn laatste optreden ever geweest. Hij kan supergoed vertellen en hij vertelde een supermooi verhaal. We hebben die mensen ook laten dansen met dansers van Codarts, dat is een dansopleiding hier. Laten verven, schilderen als een soort apen, zoals chimpansees die schilderen. We hebben ze achter elkaar gedrild met allemaal verschillende dingen waarvan we dachten dat het ook wel leuk zou zijn om dat voor hun kiezen te gooien. Natuurlijk wel met enige logica en opbouw. Maar ook niet teveel.

De apotheose van die donderdag was het kunstenaarsduo Contemporary Glory, Contemporary Cash. Charlien en haar vriend Louis. We hadden er al drie dagen op zitten en dit was de laatste avond en Louis vroeg om ook even mee te doen, ook al hadden ze al iets neergezet. Ze hadden een soort van surrealistisch landschap gebouwd. De deelnemers, aan het slot van al drie heel vermoeiende dagen, werden ontvoerd. Dat kwam toevallig heel mooi uit, want daarvoor was een hoogleraar geweest die het Odysseus verhaal heeft verteld aan die vijf deelnemers en daar heel mooie paralellen trok tussen dat verhaal en hoe je zelf door het leven kunt navigeren en hoe je beproevingen aan kunt gaan. Dus hoe je kunt navigeren door het leven. In dat verhaal zit ook een cycloop. En toevallig kwam ongepland Charlien verkleed met een grote doos op haar hoofd met daarop een oog geschilderd de vijf gasten halen. In de goederenlift slepend, naar boven. En één voor één, zodat ze ook niet precies wisten wat er ging gebeuren in de goederenlift.

In die goederenlift stond Charlien, de cycloop met een kartonnen doos op haar hoofd. En een laptop ergens in de hoek weggemoffeld achter de rommel die in de goederenlift stond. En dan hoorde je een stemmetje: ‘Is dit alles? Is dit alles?’ De deelnemer ging dan omhoog in die lift en Charlien die dan door het gat van haar oog een grote zak chips eet. En die mensen dan vervolgens op de bovenste etage losliet, waar een parcours van blauwe pijlen leidde naar de zolderkamer van Het Nieuwe Instituut. Wat eigenlijk gewoon een heerlijke niksruimte is van vijf lange betonnen gangen op een soort rooster waardoor je dan de grote zaal beneden ziet. Waar die mensen dan ingeleid werden, niet voordat ze een druif tot zich namen en die druif hun lichaam in lieten dalen onder begeleiding van Louis die ook acteerde. Hij was in dit geval getransformeerd in een raar robotachtig mannetje die via een megafoontje commando’s geeft: ‘Eet de druif op en laat de druif uw lichaam binnentreden.’

Er hing een groot Chinees, zoals bij de Chinees vroeger en waarschijnlijk nog steeds maar ik ben al heel lang niet meer bij een goed Chinees-Indisch restaurant geweest. Hoewel babi-pangang nog steeds wel een van mijn favoriete troost comfort foods is, maar hoe ze die vroeger maakten kan ik nergens meer vinden. Zo’n wit papieren tafelkleed met een klein gaatje erin, daarachter stond Louis verkleed als robot buitenaards mannetje met een megafoon: ‘Steek uw vinger door het gaatje en scheur uzelf erdoor naar binnen toe. Dus gingen die deelnemers naar binnen en werden gepositioneerd op een van de werktafels die in die gangen waren, met een felle lamp aan het eind van die gangen. Het waren hele lange, heel benauwende bijna cel-achtige gangen met een heftig licht op je bakkes. Het had ook bijna iets Kafka-achtigs met al die, dat ambtelijke, een tafeltje… Met aan het eind van die gang, met onder dat licht nog een Dalí oog geschilderd. Ook weer één oog dat je de hele tijd aankeek, een beetje streng. Een laddertje nog tegen de betonnen muur. En een soort zilveren isolatiemateriaal en een opdrachtbrief. Een van die opdrachten was dan om met het isolatiemateriaal, met daar al een voorgevormd hoofdje in en armen, om daar een ruimtepak mee te maken. Op de binnenzijde van het pak moest je je persoonlijke wapenschild of je gevoel van het moment vastleggen door in dat isolatiemateriaal te snijden. Dat was in die opdrachtbrief vastgelegd. Louis riep rond en riep: ‘Niet in het materiaal snijden!’ Maar dat was eigenlijk de opdracht. ‘Niet snijden in het materiaal!’ Naarmate de opdracht verder verliep riep hij: ‘Nog vijf minuten! Nog tien minuten! Nog drie minuten! Nog zeventien minuten!’ Ondertussen waren al die mensen aan het werk.

Dan zwetend, jezelf uitslovend, bijna bewust zijn dat het zinloos is, maar perfect. Dat was helemaal goed. Daar viel alles, in dat benauwde masker naakt in die roze tutu tegen de muur, daar viel alles even — want het duurt maar heel kort — maar het viel wel allemaal op z’n plek zodat ik zeker wist: hier, nu, precies hier, hier moet ik zijn.

Op uitnodiging van Louis zouden wij ook als een soort plaaggeesten die mensen van het werk houden. Ik had een masker, een soort Afrikaans lang masker van karton, heel lang, heel simpel. Met twee oogjes, neusje erdoor, mondje om een beetje lucht te hebben. En van roze tule een soort roze gewaad, een kleed, een soort tutu-achtig iets. Instinctief wist ik dat het natuurlijk naakt moest. Dat moest. Dus had ik het masker op en ging als plaaggeest door die gangen de deelnemers van hun werk houdend, nerveuzig langs de muur kruipend, die lange betonnen gangen. Harold Lloyd-achtig, alsof ik op de rand van een gebouw als een ‘cat burglar’, als een inbreker liep de spullen omgooiend waar ze mee bezig waren. Maar ontzettend warm, het was toen al een heel warme dag en dan zo’n masker met eigenlijk alleen je neus om doorheen te kunnen ademen, want het mondgat zat heel laag. Dan zwetend, jezelf uitslovend, bijna bewust zijn dat het zinloos is, maar perfect. Dat was helemaal goed. Daar viel alles, in dat benauwde masker naakt in die roze tutu tegen de muur, daar viel alles even — want het duurt maar heel kort — maar het viel wel allemaal op z’n plek zodat ik zeker wist: hier, nu, precies hier, hier moet ik zijn. Op dit moment. Hierzo. Pling! Dus: plek. Dat is misschien geen ruimte maar het is meer een moment.

Kun je dat maken? Schijnbaar wel. Is dat door de juiste omstandigheden op te roepen, op te wekken. Dat is een magisch proces. Als ik zou proberen te ontrafelen welke stappen er nu precies hebben geleid totdat dat moment zich zo echt even, dat het universum zich even helemaal opent voor je, dat is wat ingewikkelder. Het zit hem waarschijnlijk in de spanningsboog die in de drie dagen is opgebouwd. Het zit hem natuurlijk ook in de weg er naartoe. Het zit waarschijnlijk ook in de teleurstelling van dat het maar vijf mensen zijn die meededen. Er waren meer trainers dan deelnemers. Moesten we het wel door laten gaan? ‘We gaan het gewoon doen!’ Dat hoort er ook bij.

Ik heb opdrachten teruggegeven omdat ik merkte dat ik zelf weer in die oude groef aan het raken was. Nu probeer ik echt nog meer open te staan voor dat wat invalt. En dat ook aan te nemen als iets wat dan van waarde is. Want schijnbaar ergens hier in die soep hier boven, of waar die soep dan ook zit, is dat schijnbaar iets dat naar boven borrelt vanuit alle indrukken die je opdoet. Dus dan zal het wel heel belangrijk zijn.

Voor even was dat punt wel de apotheose van de afgelopen drie jaar. Want een dikke drie jaar geleden, of een dunne drie jaar geleden, ben ik uit een bureau dat ik opgericht had gestapt, Pingpong design. Dat was denk ik gewoon klaar. Een soort van aardappelmoeheid. Er was een meeting en toen dacht ik:’Vind ik dit nog wel leuk?’ En dan tijdens die meeting denk je dan: ‘Ik denk van niet, meer. Nee, niet meer. Ik vind het niet meer leuk.’ Dan gaat het hard. Dan denk je: ‘Oké, dan moet ik er maar mee stoppen.’ Ik runde toentertijd het bureau met Maarten Jurriaanse. Die was er ook wel heel goed in om te zeggen: ‘Oké, dan moeten we dat snel afhechten.’ Dat is toen goed geweest. Toen heb ik anderhalf jaar aangesukkeld en gekeken wat er dan gebeurt, wat er dan komt aanwaaien. Wat is er allemaal te doen?

Daarin is de verkering met de Mona Lisa’s opgebloeid. Omdat ik merkte dat ik het ook wel lekker vond toch ook een cluppie te hebben, Een soort mensen die eh… Nou ik ben eigenlijk heel goed in andere mensen van hun werk afhouden, dus ik heb het nodig dat andere mensen lekker bezig zijn en dat ik ze daar vanaf kan houden. Dat is dan mijn manier om waarde toe te voegen. Dat werd al gauw een soort LAT-relatie, we mogen ook andere mensen zien, dus het is niet helemaal vaste verkering maar wel ‘friends with benefits’. En daarnaast heb ik ook de tijd genomen om met andere mensen aan te klooien en om te kijken wat dat dan brengt. Toen merkte ik zeker in het begin dat ik nog in mijn oude rol verviel, van: ‘Dat deed ik dan altijd zo.’ En ‘oude rol’ betekent dan de trucs die je 15 jaar lang had ontwikkeld binnen dat bureau. Toen heb ik ook wel een paar keer opdrachten gekapt omdat ik merkte dat ik veel te veel die oude methode aan het doen was. Ik heb opdrachten teruggegeven omdat ik merkte dat ik zelf weer in die oude groef aan het raken was.

Nu probeer ik echt nog meer open te staan voor dat wat invalt. Om dat ook aan te nemen als iets wat dan van waarde is. Want schijnbaar ergens hier in die soep hier boven, of waar die soep dan ook zit — en die soep hoort natuurlijk vooral niet in je hoofd te zitten— is dat schijnbaar iets dat naar boven borrelt vanuit alle indrukken die je opdoet. Dus dan zal het wel heel belangrijk zijn. En soms is dat een beeld van een Action tas. Daar moet je dan wat mee. Of dat merk je wanneer je… Dat is wel leuk, we hadden een training voor de gemeente en dat wilden we een beetje spiritueel diepzinnig aanpakken, dus daar hoort ook een metaforisch sprookje bij. Of in iedere geval een beetje een belanden sprookje bij. Het was voor de medewerkers van het stadhuis, opdat zij ook weer een beetje de koers begrepen of eigenlijk vooral de branding van de stad. Daar wilden we een mooi diepzinnig sprookjesverhaal bij hebben, dan begrijpen ze het beter. Dat verhaal leek er zo ineens uit te floepen zonder dat ik er echt over na heb gedacht. Dat is eigenlijk een heel raar moment, want je denkt er niet over na en nog voordat je het bedacht hebt staat het al op je scherm. Als je ‘print’ doet, op papier. Dat is wel een heel gaaf iets, dat het bijna een soort van gedachteloos kan. Ik merkte toen, toch pas toen het uit die printerbak kwam, ook al had ik het zelf geschreven, het terug las en moest huilen. Niet per se omdat het zo goed was, het was helemaal niet zo heel goed, maar ik raakte echt ontroerd. Omdat het natuurlijk wel gek is. Dat ik er niet over nagedacht had en dat het er zo uitfloept. Dat was misschien ook ff zo’n moment, zo’n prikpunt.

Als je dan even terugspoelt naar drie jaar geleden, dan was ik voor mezelf in een soort stramien beland waarin ik ook dacht dat ik alles alleen maar projectmatig en gestructureerd en logisch alle dingen op z’n plek zettend en zo schoon mogelijk deed en dat dat waar was. Dat is net zo goed ook niet waar.

Dat is gewoon iets raars, dat je het helemaal niet weet, hoe het nou zit. En ik zei net dat het niet goed was, maar het natuurlijk net zo goed goed als dat het slecht is. Als je dan even terugspoelt naar drie jaar geleden, dan was ik voor mezelf in een soort stramien beland waarin ik ook dacht dat ik alles alleen maar projectmatig en gestructureerd en logisch alle dingen op z’n plek zettend en zo schoon mogelijk deed en dat dat waar was. Dat is net zo goed ook niet waar. Dat is ook maar een manier om een verhaal te vertellen aan jezelf. Maar in het vak, nou ja vak, ja, waar ik vandaan kom is dat natuurlijk onderdeel dat je ook naar anderen en voor anderen vertelt. Maar dat is net zo’n waarheid als zo’n gek fantasieverhaal wat er zo maar uitfloept. Ik ben nu meer geïnteresseerd in de dingen die gewoon opborrelen en floepen en in de lucht hangen en die eruit te vissen. En daar wel heel kien op te blijven, van: ‘Is dit het dan ook?’ Want zelfs daarbinnen merk ik dat je een soort routine kunt ontwikkelen, ook in die gekkigheid. Dat je dan denkt dat wanneer het dan raar is dat het goed is. Maar zo simpel is het niet.

Mijn zoektocht is… Een ‘zoektocht’ is een beetje een te afgelikt woord, ik zoek helemaal niet. Mijn ‘opletten’ is, dat die ontvankelijkheid voor die ideeën die je een sparkle geven, dat je daar eerlijk in blijft. Dat je dat goed taxeert. Dan hoeft het geen logisch idee te zijn, maar je weet wel precies wanneer iets goed is en wanneer niet. Ik denk dat mensen die veel brainstormen of misschien uit zichzelf veel dingen bedenken of doen dat die dat ook wel herkennen. Je voelt het aan alles wanneer een idee lekker is. Dan gaat het er nog niet eens om dat het door anderen goed begrepen wordt, maar voor jezelf weet je het vaak dondersgoed dat dàt hem is. Dat moet ik gaan doen. Dat is goed, leuk. Je krijgt er meestal ook gelijk zin van, om het te gaan doen.

Om ook te kunnen beginnen kun je ook die lat belachelijk laag neerleggen, of in elk geval dat je er overheen kunt stappen. (…) Dat je denkt: ‘Het is goed.’ Dat je toch ook accepteert dat je zelf onderdeel bent van een groot wonder, wat dit allemaal is en wat mij betreft allemaal onbegrijpelijk en raar is. Maar daar hoor je bij. Daarmee ben je dus ook zelf wonderlijk en perfect. Dus kan je het gewoon helemaal niet fout doen.

Een tijdje geleden merkte ik toen ik een tijdje op mijn reet ging zitten, dat het idee me overviel omdat ik ook niets hoefde, ik dacht: ‘Het is gewoon goed.’ Dat dat ook een belangrijk besef is, dat het goed is. Want je had het net over het schrijven van zo’n boek. Over dat het een plek moet verdienen in de boekenkast en de rugdikte die het dan verdiend moet hebben. Maar toen ik met mijn boekje bezig was, toen had ik juist zoiets van: ‘De Linda komt ook gewoon iedere maand.’ Ik lees hem geloof ik tijdens de vakanties. Wanneer je op Schiphol al die tijdschriften meeneemt en dan komt er een moment dat de verveling zo intens is dat ook de Linda gelezen wordt. Dat is natuurlijk nooit echt bevredigend. Maar die komt gewoon iedere maand ook uit. Dan liep ik door de boekenwinkel hier, Donner, een hele grote. Dan kan je rondlopen: ‘Tering, wat wordt er veel geschreven!’ Als je pech hebt loop je ook nog langs de boekenkast met boeken waarvan je weet dat die de moeite waard zijn, de meesterwerken. Maar je kunt er ook rondlopen en denken: ‘Er kan ook nog wel eentje bij. Er kan nog best wel eentje bij. Dat maakt eigenlijk niet uit.’ Om ook te kunnen beginnen kun je ook die lat belachelijk laag neerleggen, of in elk geval dat je er overheen kunt stappen. Ik ben z’n naam kwijt, maar er is een muziekproducent die ook de Beastie Boys heeft geproduceerd, maar ook andere grootheden als Lady Gaga en weet ik veel wie allemaal. Die komen ook allemaal op het punt dat ze hun writers blocks hebben, dat geldt ook voor musici, dat ze soms vastzitten. En dan geeft hij ze de huiswerkopdracht als ze bijvoorbeeld een lied aan het schrijven zijn, om met één woord terug te komen de volgende dag. Of als ze muziek aan het schrijven zijn, om met één noot terug te komen de volgende dag. Dat is meestal genoeg. Dat is niet zo moeilijk, die ene noot. Als ze dan de volgende dag, of dan die avond hun huiswerk aan het doen zijn kun je het al raden, als je dan die ene noot hebt kun je net zo goed een akkoord maken en voor je het weet heb je die hit geschreven. Dat gaat dan weer over dat moment dat je misschien die eerste noot wilt maken, dat je denkt: ‘Het is goed.’ Dat je toch ook accepteert dat je zelf onderdeel bent van een groot wonder, wat dit allemaal is en wat mij betreft allemaal onbegrijpelijk en raar is. Maar daar hoor je bij. Daarmee ben je dus ook zelf wonderlijk en perfect. Dus kan je het gewoon helemaal niet fout doen.


Happyplaces Stories

A library of perspectives from the Happyplaces Project, a playful research project to better understand all dimensions of space to eventually create happy places.

Marcel Kampman

Written by

Owner at Happykamping, astronaut at Happyplaces Project.

Happyplaces Stories

A library of perspectives from the Happyplaces Project, a playful research project to better understand all dimensions of space to eventually create happy places.

Welcome to a place where words matter. On Medium, smart voices and original ideas take center stage - with no ads in sight. Watch
Follow all the topics you care about, and we’ll deliver the best stories for you to your homepage and inbox. Explore
Get unlimited access to the best stories on Medium — and support writers while you’re at it. Just $5/month. Upgrade