Hoe Jeanneke Scholtens ruimte maakt door de toekomst bespreekbaar te maken

Happyplaces stories (video)

Marcel Kampman
Aug 11, 2020 · 24 min read

Als een Instagram relatie, zo startte ons contact. Nee, eerder, maar toen was het eenzijdig — ik luisterde naar de podcasts van Pakhuis de Zwijger, waar Jeanneke en haar mede boekschrijver Mabel Nummerdor enthousiast en overlopend van kennis vertelden over hun toen nieuwe boek ‘Holy Fuck’. Ik ben Jeanneke toen gaan volgen op Instagram, en niet veel later zij ook mij. Wat me aansprak was die ogenschijnlijke onuitputtelijke doe en daadkracht om lastige onderwerpen te duiden en inzichtelijk te maken. Waarmee voor mensen die daar niet de tijd voor hebben of nemen ruimte ontstaat om dergelijke onderwerpen vanuit andere standpunten te bekijken.

We liketen wat heen en weer op Instagram totdat ik haar eind januari een dm stuurde of ze misschien ook haar verhaal over ruimte maken zou willen delen. Hoe ze dat doet voor zichzelf, door haar werk, met haar werk. Dat was een plan, als het maar een eindje verderop in tijd was wegens overlopende agenda’s en corona. Wegens corona was afspreken hoe dan ook tricky en afhankelijk van weekkoersen die bepaald worden door het RIVM, het Outbreak Management Team en het beleid van de overheid. Ik pingde haar opnieuw in mei. Of het inmiddels agendatechnisch beter was — en of we elkaar zouden kunnen ontmoeten op de Afsluitdijk, een soort van in het in het midden tussen Meppel en Wognum, waar vandaan Jeanneke de wereld verovert en toekomst verkent. Tijdelijk hebben we de Afsluitdijk omgedoopt tot ‘Afstandsdijk’, want door alle coronamaatregelen was afstand houden belangrijk en afstand in de buitenlucht een nog beter idee. Maar ook wegens het decor — Jeanneke houdt zich als toekomstonderzoeker immers bezig met het dichtbij brengen van vergezichten. En vergezichten krijg je per definitie cadeau op de Afsluitdijk.

We ontmoetten elkaar bij het Monument op een geweldig mooie zonnige dag. Van filmen kwam het niet. We maakten de tijd vol met delen van verhalen, inzichten, genieten van uitzichten, verkennen van mogelijkheden totdat de agenda vroeg weer andere dingen te gaan doen. Snel maakten we nog wat foto’s en spraken opnieuw af in juni. Wederom op de Afsluitdijk, opnieuw met camera, nog steeds tijdens corona maar nu mét windkracht 8 of 9 op de saaiste grijze dag ooit. Dus besloten we dat Jeanneke gewoon in de auto bleef zitten — zo hadden we mooi geen last van de wind. En gelukkig hadden we de zonnige foto’s nog van onze eerste ontmoeting.

Jeanneke Scholtens onderzoekt de toekomst als oprichter van Buro Zorro. Met een MA in geesteswetenschappen bespreekt en onderzoekt ze het liefst taboe thema’s, waar mens en technologie, wetenschap en filosofie elkaar raken. Ze schreef ‘Holy Fuck’ over de toekomst van seks, doet altijd onderzoek naar de toekomst van de kerk, de dood en het leven. Ze reist de wereld over, van Tokyo tot Washington, van Dubai tot Vancouver om bedrijven future-proof te maken met de tofste trendsignaleringen en best practices. Verder geeft ze gastcolleges op universiteiten en hogescholen en is bekend van ondermeer Zembla, EenVandaag, De Coen & Sander Show, de Telegraaf, Jinek, en Linda.

Ik heb heel lang nagedacht over de vraag, omdat je op heel veel verschillende manieren ruimte kunt maken. Ruimte maken is voor mij ruimte geven. Dat heeft te maken met ruimte geven aan andersdenkenden. Je ziet nu zo’n polarisatie in het publieke debat. Het is altijd zwart of wit. Het is altijd jij tegen wij. Black Lives Matter, all lives matter. Zwarte Piet of geen Zwarte Piet. Ben je voor Geer of voor Goor. Het lijkt wel of zwart en wit altijd tegenover elkaar staan, dat er geen grijstinten meer zijn. Terwijl er misschien wel 50 tinten grijs zijn, om het maar zo te zeggen. Ik denk dat ruimte maken gaat over jezelf in de positie van de ander neer te zetten. Ik ben altijd bezig met principes van me afleggen, om na te denken over mijn principes. Vind ik dat ik bepaalde principes moet houden? Hoe zou een ander hierin staan? Door je te verplaatsen in de ander komt er zo ontzettend veel ruimte. Dat is wat ik in mijn werk ben gaan doen.

Taboe ruimte maken

Ik ben toekomstonderzoeker. Ik doe onderzoek naar de toekomst van seks en relaties, de toekomst van kerk en religie, de toekomst van de dood en het leven. Dat gaat over geloof, hoop en liefde. Dat zijn thema’s waar het bij mensen om gaat. Het zijn de basisprincipes uit de piramide van Maslow, als je die nog kent van vroeger, de basisprincipes van de mens. Waarom bestaan we? Hoe moet je invulling aan je leven geven? Hoe geef je betekenis aan je leven? Dat doe je door geloof, hoop en liefde. Wat doet dat in de toekomst?Dat zijn tegelijkertijd ook taboe thema’s: thema’s waarbij het heel moeilijk is om er over te praten. Ruimte maken bij mij gaat over het bespreekbaar maken van deze thema’s door er boeken over te schrijven, door er presentaties over te geven, door er onderzoek naar te doen, door er artikelen over te schrijven of door er producten bij te maken.

Ruimte maken bij mij gaat over het bespreekbaar maken van taboe thema’s door er boeken over te schrijven, door er presentaties over te geven, door er onderzoek naar te doen, door er artikelen over te schrijven of door er producten bij te maken.

Ik heb net een serie toekomstproducten op de markt gebracht, een ‘bommetje lust’, een ‘potje janken’ en een ‘dosis me-time’ die bij de thema’s dood, seks en kerk horen. Dat schept ruimte voor gesprek en ruimte om het over moeilijke thema’s te hebben. Eigenlijk is het heel gek dat ik dit gesprek nu in een auto doe. Want dat voelt heel veilig. Maar ik ben altijd op zoek naar de onveiligheid, naar de randjes, naar waar het moeilijk wordt om een gesprek te hebben. Dat is het korte antwoord. Wat nog vrij lang is.

Ruimte voor religie

Seks, dood en kerk zijn heel brede begrippen. Ik ben als toekomstonderzoeker ooit begonnen toen ik nog een evenementenbureau had. Ik ben een opleiding gaan doen. De opleiding vroeg om een diepgravend toekomstonderzoek te doen naar een thema dat je raakt, maar wat je in je werk nooit aanraakt. Toen moest ik meteen aan de kerk denken. Ik heet officieel Jeanneke Petronella Maria van Schaik-Scholtens. Dat is een naam die ik niet heel vaak zo gebruik, maar wel op het podium als ik voor kerkgenootschappen sta. Geloof heeft me altijd bezig gehouden, terwijl ik altijd heb gezegd dat ik atheïst bent. Inmiddels kan ik zeggen dat ik agnost ben. Ik geloof wel in iets.

Vroeger, op de universiteit, heb ik een scriptie geschreven over de herleving van magie en mythe in een tijd waar religie tanende was. Dat was de tijd van Harry Potter en Lord of the Rings. Dat ging over dat we op zoek zijn naar een gedeeld verhaal, het gevoel dat je ergens toe behoort. Doordat religie langzamerhand van het podium verdwijnt — er zijn in Nederland veel meer ongelovigen dan gelovigen — zie je dat we steeds meer naar het magische zoeken, het fantasierijke. Daarvoor gaan we met z’n allen in een bioscoop zitten om twee uur in een wereld te geloven, waarvan we weten dat die niet echt is, om ons in die wereld te wanen en onder te dompelen. Dat is wat Harry Potter en Frodo ons biedt en wat ook nog eens heel erg lijkt op het verhaal van Jezus van Nazareth. Daar heb ik mijn scriptie toen over geschreven. Dus toen die vraag kwam op de trendacademie, wist ik dat ik daar onderzoek naar moest doen, dat ik daar het gesprek over aan moest gaan. Dat werd mijn eerste taboe onderwerp.

Ik sta nu nog steeds op heel veel podia, waar ik het met kerkbesturen heb over de toekomst van de kerk. Als je ziet dat het ledenaantal terugloopt, dat de vergrijzing toetreedt wat die ledenaantallen al helemaal geen goed doet, wat kun je dan met het gebouw? Je wilt misschien niet alleen maar herbestemmen, andere invulling geven aan het gebouw. Er zijn heel veel mensen die op zoek zijn naar zingeving, naar contemplatie, naar gemeenschap — kun je daar iets mee? Is er misschien een nieuw toekomstmodel te bedenken? Daar ging dat onderzoek over en daar ging ik het gesprek over aan. Dan zie je in een kerk dat er mensen voor open staan, die dat gesprek durven te voeren, en dat er mensen zijn die met hun armen over elkaar zeggen: ‘Het begint en het eindigt bij God.’

Ik doe een onderzoek, en het onderzoek is niet eens het belangrijkste van het werk (..) Er ontstond een gesprek. Toen dacht ik: ‘Dit is precies waarom ik dit doe.’ Er ontstond opeens een ruimte tussen een man een een vrouw die helemaal tegengesteld waren, zwart en wit waren in hun standpunt, toen ontstonden er opeens andere kleuren. Daar ging het aan, dat was wat ik wilde doen.

Als voorbeeld, ik gaf een lezing over de toekomst van de kerk. Toen een man dat deed, zo zitten in zijn kerk en zei dat het begint en eindigt bij God, stond er een vrouw op die zei: ‘Daarom ben ik hier nu vanavond. Ik woon in dit dorp, maar ik ben hier nog nooit geweest. Ik zag dat er vanavond een lezing was die seculier is, dus niet vanuit een geloofsovertuiging en dacht om daar eens heen te gaan.’ Toen was de aanslag in Bataclan in Parijs net geweest. Ze zei: ‘Iedereen die het nu heeft over die aanslag heeft nu een roodwit vlaggetje op zijn Facebook profiel. Op zo’n moment wil ik hier naartoe. Dan wil ik de kerk binnen stappen en dan mensen spreken en horen over hoe zij dat dan ervaren. Het eerste wat u tegen mij zegt meneer, is dat het begint en eindigt bij God, waardoor ik me niet welkom voel. Want ik geloof niet in God.’ Die man ontdooide, er ontstond een gesprek. Toen dacht ik: ‘Dit is precies waarom ik dit doe.’

Ik doe een onderzoek, en het onderzoek is niet eens het belangrijkste van het werk ook al hoe ik heel erg van diepgravend onderzoek — en trendonderzoek en toekomstonderzoek is diepgravend en het is exploratief want je bent op zoek naar iets dat er nog niet is, het gaat over de toekomst — maar vervolgens het gesprek aangaan, daar gaat het om. Wat die potentiële toekomsten in zich zouden kunnen hebben en hoe het er uit zou kunnen zien. Zo ontstond er opeens een ruimte tussen een man een een vrouw die helemaal tegengesteld waren, zwart en wit waren in hun standpunt, toen ontstonden er opeens andere kleuren. Daar ging het aan, dat was wat ik wilde doen. Dat begon met de kerk. Daarna kwam de toekomst van seks.

Ruimte voor seks

Ik heb de toekomst van seks onderzocht samen met Mabel Nummerdor. Dat is een soort van tweede huwelijk dat ik heb gesloten. Ik ben gewoon getrouwd, maar zij kwam op mijn pad en vroeg aan mij of ik samen met haar de toekomst van seks wilde opschrijven in een boek. We hebben toen twee jaar onderzoek gedaan. Seks is een enorm taboe onderwerp. Niet heel veel mensen vinden het prettig om het over seks te hebben. Dat gaat er dan niet eens om hoe vaak per week je het doet of hoe je het doet, maar het gaat erover dat seks over zoveel meer gaat dan de daad alleen. Seks gaat over macht, seks gaat over lust, seks gaat over gezondheid, seks gaat over mode, marketing, politiek — je kunt er een oneindigheidsteken achter zetten omdat het alles raakt. Omdat het een van de basisbehoeften van de mens is. Het is zo’n basale behoefte. Het is wat 75% van de mensen het afgelopen jaar gedaan heeft. Het is hoe we voortbestaan (nu nog). Daar hebben we twee jaar tijd besteedt en een boek over geschreven. Dat boek diende uiteindelijk weer als een gespreksstarter.

We zijn veel het podium opgegaan, hebben heel veel lezingen gegeven. Maar we hebben ook een heleboel nieuwe vragen gesteld. Welke rol neemt technologie in als we het hebben over seks? We kunnen daten voor middel van technologie zoals met Tinder; klikken, swipen en alles wat je wilt. Je kunt seks hebben door middel van technologie. Je kunt tegenwoordig zelfs haptische technologie aansluiten op je beeldscherm en op jezelf met sensoren zodat je het ook nog kunt voelen. Dan kun je seks hebben met iemand in Australië en dan voel je de aanrakingen. Je kunt zelfs nieuw leven creëren door middel van technologie. We zijn al even gewend aan IVF in het laboratorium. Maar straks komt er een draagrobot aan, dan kunnen we zelfs nieuw leven in een draagrobot laten volgroeien. Toen vroegen wij ons af, en dat is ook de titel geworden van het boek: ‘Holy fuck! Is de ‘holy’ nu niet uit de ‘fuck’ aan het verdwijnen? Is ons scheppend vermogen nu niet aan het verdwijnen als mens? Moeten we dit wel willen?’

De vraag is helemaal niet: ‘Kunnen we wel wat we willen?’, want dat kunnen we allemaal wel. De vraag is: ‘Willen we wel wat we kunnen?’

Toen kwam ook de hoofdvraag in ons op. We kunnen zo ongelooflijk veel als mensheid, technologisch gezien helemaal. De vraag is helemaal niet: ‘Kunnen we wel wat we willen?’, want dat kunnen we allemaal wel. De vraag is: ‘Willen we wel wat we kunnen?’ Dat is de basisvraag geworden voor dat onderzoek en het gesprek wat we daarmee aangaan. Daarmee ook het taboedoorbrekende wat we er mee doen, om die vraag bij iedereen neer te leggen. Als je kijkt naar de toekomst, de toekomst staat helemaal niet vast. De toekomst is wat wij nu beslissen. Een heleboel dingen waar we mee bezig zijn gaan over: ‘Wat wil je als mens?’ Als je weet wat er straks potentieel allemaal mogelijk is, wil je dat dan wel? Wil je die afslagen allemaal nemen? Als we vroeger hadden geweten dat de auto zo vervuilend was, hadden we dan die dieselmotor wel uitgevonden? Heel veel dingen weet je aan de voorkant nog helemaal niet. Als we van tevoren hadden geweten wat er met onze data gebeurde toen Facebook opkwam, hadden we dan nu wel Facebook gehad?

Toekomstvragen stellen creëert bewustzijn over de toekomst. Dan realiseer je veel beter dat je zelf aan het stuur staat van die toekomst en leer je dat je het gesprek kunt aangaan over moeilijke onderwerpen en dat je zelf veel meer bepalend bent voor hoe de toekomst eruit gaat zien.

Ik denk dat het mooie van toekomstvragen stellen en scenariodenken en de vraag stellen ‘wat als?’ of ‘what if?’ is — wat de vraag is die je stelt als toekomstonderzoeker — wanneer je dat bij het grote publiek doet, het je veel meer brengt en bewustzijn creëert over de toekomst. Dan realiseer je veel beter dat je zelf aan het stuur staat van die toekomst en leer je dat je het gesprek kunt aangaan over seks of geloof en dat je zelf veel meer bepalend bent voor hoe de toekomst eruit gaat zien. Het geeft mij persoonlijk veel handvaten om het gesprek aan te gaan met mijn eigen kinderen over bijvoorbeeld hun seksualiteit of wat zij allemaal op hun pad tegenkomen. Want in zo’n onderzoek van Holy Fuck! kom je natuurlijk van alles tegen op het gebied van seks. Wat je allemaal wel of niet zou moeten kunnen of willen.

Eigen taboe ruimte en ruimte voor genot

Ik zie nu heel veel taboebesprekers, die dat nog veel beter doen dat dat ik dat doe. Zoals bijvoorbeeld Lize Korpershoek die de documentaire ‘Mijn seks is stuk’ heeft gemaakt. Dat is echt een taboebespreker, want dat is iemand die zegt: ‘Ik kan op dit moment helemaal geen seks hebben. Dat is nu helemaal niet iets waar ik naar hunker.’ Dat is iets dat buiten de norm valt voor veel mensen. Dat mag je eigenlijk niet zeggen. Dat is niet goed, of dat is niet gezond. Ik vind dat heel dapper. Linda de Munck heeft nu een boek geschreven ‘Seksleven’, over een meer feministische benadering van seks. Beide pakken hun eigen seksleven als vertrekpunt en vertellen daar heel erg veel over. Zij breken daarmee een discours open. Het taboe wordt doorbroken op die manier. Ik noem mijzelf wel een taboedoorbreker, maar wat zij doen is totaal niet wat ik doe.

Ik denk dat inherent aan ruimte maken is dat je het echte gesprek ook alleen aan kunt gaan als je het ook over jezelf durft te hebben.

Ik heb het helemaal niet over mijn eigen seksleven. Ik heb het erover meer op een meta-niveau. Dat is ook eerlijk gezegd — ik dacht dat we deze opname zouden doen als een gesprek Marcel, dan spreek ik je toch aan — als je een gesprek hebt dan gaat het veel meer over wat mijzelf… Ik kom nu pas op een punt aan dat ik het over mijzelf kan hebben binnen deze thematiek. Hiervoor ben ik het heel bewust uit de weg gegaan. Er werd wel eens een vraag gesteld als ik op een podium stond, wat we zelf vanuit het boek Holy Fuck! zelf hebben gedaan. Dan was het antwoord: ‘Het is geen kookboek.’ Ook om het maar weg te houden, ook omdat ik een man heb, en kinderen heb. Die willen natuurlijk helemaal niet dat je het over jezelf hebt. Maar ik denk dat inherent aan ruimte maken is dat je het echte gesprek ook alleen aan kunt gaan als je het ook over jezelf durft te hebben.

Ik ben nu met het onderzoek naar de toekomst van genot bezig. Dat komt voort uit een vraagstuk dat mij bezighoudt. Dat is de rol van een genotleverancier, namelijk alcohol. Ik kon heel goed wijn drinken. Uiteindelijk bleek dat ik heel slecht wijn kan drinken omdat ik één glas geen glas vind. Dan worden het er snel twee or drie. In een druk leven is het niet alleen een shotje genot dat je jezelf toedient, maar op een gegeven moment een beloning. Vanuit een beloning wordt het een gewoonte. Vanuit een gewoonte wordt het misschien wel een verslaving. Toen realiseerde ik me dat ik helemaal niet goed kan drinken, dat ik helemaal geen goede wijdrinker was. Ik kon er beter mee stoppen. Ik startte met het onderzoeken van de toekomst van genot.

We mogen geen koolhydraten meer eten, je ziet nu overal 0.0 producten, je mag geen alcohol drinken… Wat mogen we nog? Wat hebben we nog niet van ons levenstijllijstje geschrapt? Wat is nog een genotsleverancier op het moment dat er zo weinig echt goed voor ons blijkt te zijn? We zetten bijna overal ‘te’ voor. We sporten teveel, we werken teveel, we maken teveel plezier, we eten teveel, we drinken teveel, we gebruiken teveel onze telefoon. Met heel veel dingen die genot leveren moet je op een bepaald punt stoppen.

Als toekomstonderzoeker ben ik nieuwsgierig naar hoe het werkt met het genotscircuit in onze hersenen, hoe je dat ook kun stimuleren zonder dat je iets in de mond stopt. Kun je met neurostimulatie hetzelfde opwekken? Wat kan. Dat is het nieuwste onderzoek dat we komend najaar gaan lanceren. Dat heb ik veel dichter bij mezelf gehouden. Vanuit de behoefte om iets te hebben om het over iets te hebben en daar iets eerlijker in te kunnen zijn. Dus ook aan te geven dat ik gestopt ben met drinken omdat ik daar niet zo goed in ben.

Ruimte voor de dood

Dan is er nog de dood. Een ander onderwerp waar ik veel mee bezig ben in mijn werk. Dan gaat over twee dingen: over dood en (langer) leven. We zitten nu middenin de coronatijd. De dood is heel lang iets geweest wat we gemedicaliseerd hebben: dat speelt zich af in het ziekenhuis of het hospice. Dat zetten we van ons af, dat gebeurt daar. Daar heb je heel weinig mee te maken.

Ik kwam een uitdrukking tegen, ik weet niet meer van wie hij is, dat je in je leven twee levens hebt. De eerste die leidt je en de tweede begint als je doorhebt dat je maar één leven hebt. Ik heb dat gevoel heel sterk gekregen toen ik was gestopt met drinken. Dat ik op de dag dat ik wakker werd met pijn in mijn kop omdat ik gisteren teveel had gedronken en daar een schuldgevoel bij had, dat ik daarmee klaar was en dat niet meer wilde, ben ik de boeken van Erik-Jan Harmens gaan lezen. Hij heeft onder anderen ‘Hallo muur’ en ‘Door het licht’ en veel dichtbundels geschreven. Die twee romans heeft hij gescheven over zijn gevecht met zijn enorme verslaving. Hij heeft nu de podcast ‘Onverdoofd’, welke ik obsessief ben gaan luisteren als een soort van nieuwe verslaving. Dan maar verslaafd aan Erik-Jan Harmens; die verslaving heb ik nog.

Toen kwam ik er achter dat mijn tweede leven begon. Ik ben helemaal gestopt met drinken en dat heeft toch wat veranderd bij me. Daar ontstond de fascinatie met de dood. Doordat je ineens doorhebt dat je zelf sterfelijk bent. Er lijkt een omslagpunt bij een bepaalde leeftijd te liggen, wat voor iedereen anders is, waar je ineens denkt: ‘Fuck, ik ben sterfelijk. Er zit een eindigheid aan. Kan ik het verlengen?’ Door het doen van het onderzoek naar de dood kwam ik er achter dat er heel veel gebeurt op het gebied van levensverlenging. Zoals onderzoekers die in Silicon Valley bezig zijn met het verlengen van telomeren, het uiteinde van je DNA. Dat moet je zien als het uiteinde van je schoenveter, dat plastic kapje dat je veter beschermt. Als je zie verkort leef je korter. Als je die kunt beschermen en heel kunt houden leef je langer. Door gentherapie zijn ze erachter hoe je die telomeren kunt verlengen. Met stamceltherapie kun je je leven verlengen. Met bepaalde bloedtransfusie ook. Ik kwam er achter dat als je het hebt over de kerk, die ons heel lang de hemel en het hiernamaals heeft beloofd, dus ook een soort onsterfelijkheid. Nu we van ons geloof afvallen en meer dat eeuwige leven hebben, en zeggen dat we geen hemel en een hiernamaals willen maar dat we allemaal een fantastisch leven willen hier op aarde, hebben we ook iets van die onsterfelijkheid verloren. Dat is iets dat ze nu in Silicon Valley weer proberen te vinden. Dat zijn een soort nieuwe goden geworden van de technologie.

Die zoektocht naar dat langere leven, vooral ook omdat ik zelf bezig was met hoe ik zelf ook langer gezond kan leven, levert dan weer zo’n ontzettend mooi nieuw thema op. Dat was het thema dood en langer leven. Dood hebben we heel lang gemedicaliseerd. Dat is iets van het ziekenhuis, iets dat ver van je af was, maar nu in de coronatijd is het weer helemaal in ons leven terug geplaatst. Is het weer iets dat heel erg op de agenda staat. Het is ook door de vergrijzing iets waardoor het veel meer op de agenda staat. Je ziet dat we veel meer bezig zijn met euthanasie. We hebben zoveel controle over ons leven, het leven is zo maakbaar geworden dat we zelfs onze dood maakbaar willen hebben. We willen aan het stuur staan van hoe we gaan. Dat komt mede ook doordat je steeds meer gevallen ziet van dementie en mensen niet willen sterven als het te laat is, maar precies willen sterven als het ‘nog op tijd’ is. Je ziet bij dementie dat je altijd te vroeg of te laat sterft, maar eigenlijk nooit wanneer je het wilt. Te vroeg ben je nog te goed, te laat wordt je niet geholpen door de huisarts als je gelukkig lijkt. Dat maakt dat het ook weer onder die maakbaarheidsfilosofie valt, dat je zelf aan het stuur wilt staan van de dood.

Toekomstdenken

Heel veel mensen hebben genoeg aan hun eigen gezin en hun werk. Er is al zoveel dat je moet regelen, er is al zoveel ballen om omhoog te houden. Heel veel mensen hebben genoeg aan de waan van de dag. Ik ben zelf ook heel druk, ik heb vijf kinderen thuis, twee van mijzelf en drie gekregen, maar ik vind het zo interessant om naar de lange termijn te kijken. Wij zijn voor zover ik weet de enige diersoort op deze aarde die die vooruit kan denken, die lange termijn kan denken en over zijn eigen graf kan regeren. Die kan bedenken dat hij gaat sparen voor later, voor mijn pensioen.

Als mens kunnen we toekomstdenken. We kunnen verder denken dan de waan van de dag van vandaag. Het is mijn persoonlijk missie om altijd op zoek te gaan naar wat er die horizon verder ligt. Ik denk niet dat het iedereen is gegeven om daar de hele tijd mee bezig te zijn, ik heb er mijn vak van kunnen maken. Dus ik mag daar de hele dag mee bezig zijn. Ik mag bezig zijn met wat de toekomst ons brengt, of hoe wij willen dat de toekomst wordt. Voor onszelf en voor onze kinderen. We zullen er wel over na moeten denken. Ik denk dat het gedeelde verhaal dat we zo missen, door de ontkerkelijking die in al even aanstipte, het feit dat we niet meer met z’n allen één verhaal delen of één antwoord op de vele vragen die we hebben, het missen van de kerk met alle antwoorden.

Ik geloof wel dat het bij mij past om me in de toekomst te verdiepen. Om te kijken of ik daar antwoorden kan vinden. Om daarover gesprekken kan laten plaatsvinden. Om mensen op een andere manier te laten nadenken. Om ruimte te maken door andere perspectieven te kunnen laten zien.

We hebben wel nieuwe gedeelde verhalen, maar die komen uit een veel negatiever perspectief, namelijk gedeelde gevaren. We hebben samen de coronacrisis, waardoor we ineens veel meer bezig zijn met wat we voor een ander kunnen betekenen. Waardoor we even uit het hyperindividualistische schieten met wat je zelf allemaal wilt, en je nadenkt over wat je voor een ander kunt betekenen. We zijn van het egoïstische en individualistische onderweg naar altruïsme. Dat is een grote verschuiving waar we nu in zitten. Maar het zou ook goed kunnen zijn dat we uiteindelijk weer terugvallen in het oude. Maar het heeft ons een nieuw soort geloof gegeven. Een soort van toebedeeld verhaal waar we we samen voor kunnen strijden. Dat zie je ook aan de klimaatcrisis. Dat is ook een gedeeld verhaal of gevaar waar we samen voor kunnen staan.

Ik denk dat we als mensheid dat nieuwe verbond nodig hebben om weer een soort nieuwe uniformiteit te vinden. Om samen een manier te vinden hoe we deze planeet kunnen doorgeven aan de generaties na ons. Toekomstdenken is dan ook een plicht, denk ik. Ik geloof niet dat ik een duurzaamheidsgoeroe ben, helemaal niet. Ik geloof ook niet dat ik heel erg ideologisch of idealistisch ben. Maar ik geloof wel dat het bij mij past om me in de toekomst te verdiepen. Om te kijken of ik daar antwoorden kan vinden. Om daarover gesprekken kan laten plaatsvinden. Om mensen op een andere manier te laten nadenken. Om ruimte te maken door andere perspectieven te kunnen laten zien.

Ik denk dat de toekomst gaat over nuance. Over empathie. Over je in een ander kunnen verplaatsen.

Ik heb heel erg moeite met ‘ik heb gelijk en jij niet’. Daar kan ik niks mee. Toen ik ouder werd kon ik moeilijk met principes omgaan. Ik heb het gevoel dat het je niet helpt. Op het moment dat jij heel honkvast bent, met ‘zo is het en niet anders’, dan is er zo weinig ruimte voor de ander. Ik denk dat de toekomst gaat over nuance. Over empathie. Over je in een ander kunnen verplaatsen. Het is de opdracht aan mezelf geworden om me te verdiepen in wat er allemaal kan.

Ik hoorde laatst een heel leuke podcasts met Anne Fleur Dekker. Zij was een soort activiste en in die podcast gaf ze aan dat ze dat helemaal niet meer was, maar vroeger was ze vrij links activistisch. Toen had ze op haar twintigste geroepen that Thierry Baudet een seksist was. Ze is helemaal aan de schandpaal genageld door rechts, tot aan doodsbedreigingen aan toe. Uiteindelijk heeft ze moeten onderduiken. Ze is toen een langere periode ondergedoken geweest. Daarna heeft ze een relatie gekregen met iemand van het Forum voor Democratie, waardoor ze werd verguisd door links. Want hoe kan het nou dat wanneer je zo links-activistisch bent dat je een relatie met die rechte man aangaat? Zij zei daar zelf over, ik geloof dat ze nu 25 is: ‘Juist omdat ik dat heb meegemaakt kreeg ik een podium en kon ik op heel veel plekken gaan spreken. Daardoor kwam ik een heleboel andersdenkenden tegen. Ik sprak vanuit mijn links-idealisme allemaal mensen die in het midden of aan de rechterkant zaten. En ik begreep ze. Ik begreep hun perspectief, ik begreep waar ze vandaan kwamen.’ Dat maakte dat ze zelf misschien wel wat minder links werd en dat ze zichzelf helemaal geen stempel meer wil geven.

Verschillende perspectieven en gedeelde verhalen

Ik geloof dat ik daar ook zit. Ik geloof niet in zeggen ‘ik geloof niet’ of ‘ik geloof wel’. Ik geloof ook niet in zeggen ‘ik ben links’ of ‘ik ben rechts’. Ik geloof erin dat alle perspectieven een waarheid in zich hebben. Dat iedereen vanuit zijn perspectief altijd zal denken dat hij ergens gelijk heeft. Dat je dus op zoek moet gaan naar het gesprek, op zoek gaan naar waar je elkaar kunt vinden. Dat je op zoek moet gaan naar gedeelde waarden. En dus een gedeeld verhaal dat soms groter is dan jezelf. Ik denk dat daarom voor mij geloof, hoop en liefde zulke ankers zijn geworden in alles wat ik doe. Wat ik vertaal, misschien ook wel om wat te choqueren in ‘kerk’, ‘seks’ en ‘dood’. Dat dat uiteindelijk mijn dagelijkse bezigheid heb laten worden.

Als je ruimte wilt maken dan moet je ruimte nemen en ruimte claimen. Je moet dat durven. Je moet doorzetten.

Omdat het ook wel een beetje gelul in de ruimte is, dat voel ik zelf ook wel als ik er zo hardop over aan het praten ben… Het nadeel is, ook van lezingen geven wat ik heel veel doe, is dat je op een podium staat waar je een half uur staat te oreren en vervolgens weer weg bent. Met mazzel heb je een beetje een gesprek met het publiek. Het is leukste is dat je iets nalaat. Dat mensen iets concreets hebben waar ze iets mee kunnen. Dat boek is zo’n gespreksstarter. Daar kun je al onze theorieën in lezen, daarin kun je al onze signaleringen die we hebben gedaan over seks in teruglezen. Maar je kunt het ook pakken om het er met je kinderen over te hebben. Of om het er met je vrienden erover te hebben. We hebben nu een toekomstproducten-lijn gemaakt onder de naam What’s in store for the future, dus wat heeft de toekomst in petto en in de winkel. Voor seks hebben we een product gemaakt ‘seksbommetje’, voor de toekomst van genot hebben we een ‘potje janken’ gemaakt. Voor de toekomst van de dood kun je een ‘abonnement op het leven’ afsluiten. Voor het thema leven kun je een kit kopen waarbij je kijkt naar alle levensfases die je hebt gehad. Waarbij je met praatkaartjes kan praten over hoe je je leven tot nu toe vond. Of je het zou verlengen als je dat kon doen. Dan kun je een ‘shotje geluk’ nemen om je leven te verlengen. Het is allemaal fictief, speculatief, maar je kan de producten wel echt kopen. We hebben ze ontwikkeld vanuit ons bedrijf omdat ik het zo belangrijk vind dat we die gesprekken met elkaar aangaan. Omdat je het er ook met de volgende generatie over wilt hebben, omdat die volgende generatie de toekomst is.

Waarmaken

Ik heb al mijn hele leven een enorme bewijsdrang. Daar probeer ik vanaf te komen. Ik ben opgeroeid met drie oudere broers. Dus als je iets aan tafel gezegd wilde hebben, dan moest je met de vuist op tafel slaan om het gezegd te krijgen en om gehoord te worden. Dan moest je de mazzel hebben dat ze daadwerkelijk naar je luisterden. Die bewijsdrift heeft me altijd geholpen om door te gaan, om ambitie te hebben. Om het ook daadwerkelijk waar te maken. Om niet alleen maar te blijven hangen in het idee, maar om het ook uit te voeren.

Mijn bedrijf heeft Buro Zorro. Dat was eerst een evenementenbureau. Ik heb eerst evenementen georganiseerd. Dat was ik op een gegeven moment zat. Ik wilde meer bezig zijn met mijn hoofd. Ik kom vanuit de geesteswetenschappen, uit de filosofische hoek. Ik wilde weer terug naar mijn hoofd, bezig zijn met nadenken, lezen, wetenschappelijk onderzoek. Ik kwam op het spoor dat je een trendacademie kon doen. Dat je toekomstkunde kon studeren. Dat ben ik gaan doen. Toen heb ik mijn bedrijf omgekat van een evenementenbureau naar een toekomstbureau, naar onderzoeksbureau. Ik had nog steeds die bewijsdrang — als jij daar ook last van hebt: stop daarmee, want dat is niet nodig — toen hielp het mij enorm dat boek te schrijven met Mabel samen. Omdat je dan ineens, wanneer je roept dat je toekomstonderzoeker bent of trendwatcher, een soort geuzennaam, denkt dat ze dat ook kunnen zijn. Dat kan ik ook op mijn visitekaartje zetten. Dat kan. Maar door dat boek te schrijven kon ik laten zien: zie je nou wel, nu ben ik het. Nu heb ik die productlijn gemaakt. Dus kan ik laten zien wat we designers zijn, makers, dat we dat ook kunnen. Buro Zorro is wat ik ben op dat moment. Ik heb de spanningsboog van een garnaal. Ik vind iets ongeveer drie, vier jaar leuk, dan wil ik weer wat anders. Ik denk dat ik van nature onwijs nieuwsgierig ben. Ik kan me nu verliezen in het onderzoek dat ik nu doe. daar kan ik een jaar mee bezig zijn. En het volgende jaar kan ik nadenken over wat me dan grijpt. Wat ik om mij heen zie. Wat er gebeurt en wat er onderzocht moet worden. Dan kan ik me daar weer helemaal in verliezen.

Het begint denk ik bij een stukje ondernemerschap. Ik denk dat die gedrevenheid en bewijsdrift daar misschien wel mee samenhangt. Dat als je ruimte wilt maken dat je dan ruimte moet nemen en ruimte moet claimen. Je moet dat durven. Je moet doorzetten. Het is misschien een heel platgetreden uitspraak, maar kennissen heten ook niet voor niks ‘kennissen’. Zij hebben kennis die jij wellicht niet hebt. Je moet ook durven je netwerk in te zetten en om vragen te stellen. We hebben nu heel veel jonge studenten aan ons verbonden die bij ons werken, die net beginnen. Alles wat ik in de afgelopen 15 jaar heb geleerd kan ik dan ook weer met hen toepassen. Daar kan ik ze weer bij helpen. Zo kan ik ze helpen in het nastreven van hun ambities.

Happyplaces Stories

A library of perspectives from the Happyplaces Project

Happyplaces Stories

A library of perspectives from the Happyplaces Project, a playful research project to better understand all dimensions of space to eventually create happy places.

Marcel Kampman

Written by

Founder of Happykamping & Happyplaces Project, author, sensemaker

Happyplaces Stories

A library of perspectives from the Happyplaces Project, a playful research project to better understand all dimensions of space to eventually create happy places.

Medium is an open platform where 170 million readers come to find insightful and dynamic thinking. Here, expert and undiscovered voices alike dive into the heart of any topic and bring new ideas to the surface. Learn more

Follow the writers, publications, and topics that matter to you, and you’ll see them on your homepage and in your inbox. Explore

If you have a story to tell, knowledge to share, or a perspective to offer — welcome home. It’s easy and free to post your thinking on any topic. Write on Medium

Get the Medium app

A button that says 'Download on the App Store', and if clicked it will lead you to the iOS App store
A button that says 'Get it on, Google Play', and if clicked it will lead you to the Google Play store