Hoe Johannes van den Akker ruimte maakt door zijn geloof lokaal, tastbaar en dichtbij te maken

Happyplaces stories (video)

Vorig jaar, mei geloof ik, belde ik met Johannes. En al snel waren we in gesprek over de stad en hoe in steden plekken waar niks hoeft steeds schaarser worden. Dat ruimte in de stad en ook plekken in de stad waar je gewoon kunt zijn, zonder dat je wat hoeft, dat er wat van je wordt verlangd, langzaamaan verdwijnt. Plekken waar je zo zonder iets te willen of moeten, mag zijn. In elk geval worden die ook niet ingetekend in nieuwe plannen. En hoe dat zonde is. Ik vertelde hem ook hoe dat een opmerking was geweest van een van de leerlingen die mogelijk gebruiker zouden worden van een ruimte in de bibliotheek in Amsterdam waar we aan werkten. Die zei: ‘Het moet dan wel een plek worden waar niet, of ik het idee heb dat en altijd ogen meekijken.’ Wat dus blijkbaar wél zo is op school en zelfs ook thuis zoals we leerden. Het was zo’n gesprek dat lang bleef plakken en tegelijk de reden om verder te willen praten, meer te willen weten. Ook omdat Johannes een dergelijke plek heeft gemaakt op een vrij verrassende plek: een klooster in een knoeperd van een flat met zo’n 500 woningen in de Bijlmer in Amsterdam.


Ik ben Johannes van den Akker. Ik ben abt van het Kleiklooster. Dat ben ik niet omdat ik dacht dat dat me een toffe baan leek, ook niet omdat ik dacht dat ik een klooster wilde beginnen, dat is gewoon gebeurd. Ik ga iets proberen te vertellen hoe het kon dat ik in een klooster beland ben en wat dat vervolgens heeft gedaan. Het heeft iets te maken met het feit dat ik een gelovige jongen ben. Ik ben in een christelijk milieu opgegroeid. Heb daar altijd een goede tijd in gehad. En langzaamaan ging ik nadenken wat daar nou relevant aan was, van dat geloof. Ik merkte dat het een levensbeschouwing was die mij hielp om de wereld te aanschouwen, daarmee te denken hoe die in elkaar zit of daar iets van te vinden. Dat is prettig, dat geeft een soort van houvast. En tegelijk merkte ik, omdat ik me even niet in een christelijk milieu aan het onderdompelen was omdat ik ging verhuizen, dat het iets is dat zich voornamelijk afspeelt in mijn hoofd. Ik ben daar met soortgenoten mee bezig. Toen dacht ik: Dat is toch eigenlijk raar? Dat het geloof wat ik heel belangrijk vind en wat me van alles doet vinden over de wereld, dat de relevantie ervan alleen maar in mijn hoofd zit en niet verder komt dan dat? Dat het zich beperkt tot mijn hersenspinsels? Dat kan toch eigenlijk niet waar zijn. Dat, als ik dat belangrijk vind, dat waardevol vind, dan zou dat toch ook effect moeten hebben op iets buiten mijzelf?

Raar toch eigenlijk, dat het geloof wat ik heel belangrijk vind en wat me van alles doet vinden over de wereld, dat de relevantie ervan alleen maar in mijn hoofd zit en niet verder komt dan dat? Dat het zich beperkt tot mijn hersenspinsels? Dat kan toch eigenlijk niet waar zijn. Dat zou toch ook effect moeten hebben op iets buiten mijzelf?

Geloof als iets wat je doet

Het is een beetje een christelijke start in dit geheel, maar misschien wel belangrijk om iets van mij te snappen. Als je dan bijvoorbeeld in de Bijbel leest over belangrijke thema’s als barmhartigheid, vrijheid en rechtvaardigheid die daar in naar voren komen, dan kun je daar heel vroom over discussiëren, boeken over lezen of je daarmee laten inspireren, maar als dat geloof waar voor jou is dan werkt het alleen voor je als daar ook iets mee doet. Dus ik dacht, ik kan net wel nazeggen door te zeggen: ‘God heeft deze wereld gemaakt’ of ‘Ik geloof dat God deze wereld gemaakt heeft, Hij is de schepper van deze wereld’, dan kun je daar heel gelovig over zijn en die belangrijkheid vertalen in discussie over bijvoorbeeld de lengte van het ontstaan van deze wereld. Over hoe snel God dat gedaan heeft, heeft Hij er drie, zeven of miljoenen jaren over gedaan? Daar kun je uitvoerig over discussie en dat kan heel erg interessant zijn. Maar volgens mij, als je gelooft dat Hij de wereld heeft gemaakt, dan moet je dat vertalen in een bepaalde omgang met die wereld. Als je dat belangrijk vindt, dan moet je die wereld of die schepping ook op die manier benaderen. Dan moet je die respecteren en op zijn minst duurzaam mee omgaan. Daarin zit dan volgens mij de erkenning van dat Hij dat gemaakt heeft. Dat is een vertaling van een geloofswaarheid, voor mij dan, die eigenlijk pas waar wordt in praktijk doordat je er een vertaling van maakt. Wanneer je er een handeling aan koppelt en het een levenswijze wordt; het een manier van leven wordt.

Ik vind gastvrij zijn belangrijk, dus als je dat dan niet kunt vormgeven in je eigen huis of met je eigen gezin en je wilt daar toch iets mee doen, dan moet je iets gaan creëren. Dan moet je een plek gaan creëren waar dat wél kan.

Gastvrijheid

Dat idee van de schepping en omgang met de wereld, of als je het dan hebt over die andere begrippen als gastvrijheid, barmhartigheid en gerechtigheid, dan zijn dat ook allemaal begrippen waar je hele mooie teksten over kunt spuien; maar als je die belangrijk vindt en wilt dat ze waar zijn dan moet dat praktijk krijgen. Dan moeten dat plekken worden waar dat geprobeerd wordt, geleefd wordt, gedaan wordt. Dat idee, die vertaling van die belangrijke waarheden of begrippen naar de praktijk, dat is wat mij eigenlijk tot dit klooster geleid heeft. Klein voorbeeldje: als je het begrip gastvrijheid er uit pakt, dan kun je wel zeggen dat je supergastvrij bent met of ik je huis omdat je deur altijd open staat en iedereen daar welkom is, maar je weet dat het niet waar is. Omdat je, ik heb een gezin en werk, we hebben allebei werk, dus vaak niet thuis bent. Of we zijn wel thuis maar willen iets met de kinderen doen. Dus hoe gastvrij ben je nou eigenlijk? Ik vind dat een belangrijk begrip, ik vind gastvrij zijn belangrijk, dus als je dat dan niet kunt vormgeven in je eigen huis of met je eigen gezin en je wilt daar toch iets mee doen, dan moet je iets gaan creëren. Dan moet je een plek gaan creëren waar dat wél kan.

Samen leven

En een klooster is zo’n plek waar je dat kunt doen, want het toffe aan een klooster is dat het een gemeenschap is die er woont. Dan hoef je niet in je eentje gastvrijheid te garanderen. Maar ik ben nu met een groep mensen en met elkaar kunnen wij wel zorgen dat de deur open gaat als er wordt aangebeld. Met elkaar kunnen wij wel zorgen dat wij daar ook op gefocust blijven en daartoe gemotiveerd blijven. Dat zijn manieren waarmee wij aan de slag zijn gegaan om te kijken hoe we die begrippen die we belangrijk vinden vertalen in ruimte en in de praktijk. Dan betekent dat in dit geval van het Kleiklooster, dat het een leefgemeenschap is waar acht volwassenen en zeven kinderen wonen als vaste groep. We vangen ook dakloze mensen op. Gezinnen, meestal moeders met kinderen; er wonen hier nu drie moeders en zes kinderen, een continue wisselende groep. Dat is iets belangrijks, die continu wisselende groep van mensen. We eten altijd met z’n allen, dan zien mijn kinderen dus ook altijd andere mensen aan tafel die ze niet kennen. Ik vertel ze niet dat dat gastvrijheid is, misschien dat we ze dat later uitleggen, maar ik wil ze in de praktijk laten opgroeien waar dat gebeurt. Dus niet ‘papa vindt geloof belangrijk en vindt daarom gastvrijheid belangrijk’ maar dat het betekent dat je het gewoon probeert te integreren in het leven hier. Maar dat ze later snappen dat het begrippen zijn geweest die voor ons heel belangrijk zijn. Dat is hoe wij hier leven.

Dat is iets belangrijks, die continu wisselende groep van mensen die hier woont. We eten altijd met z’n allen, dan zien mijn kinderen dus ook altijd andere mensen aan tafel die ze niet kennen. Ik vertel ze niet dat dat gastvrijheid is, misschien dat we ze dat later uitleggen, maar ik wil ze in de praktijk laten opgroeien waar dat gebeurt.

Een plek om de dag te laten voor wat die is

Maar tegelijk was ik bang, was ik benieuwd hoe ik mijn geloof ook een plek kon geven in dit geheel. Je kunt wel denken dat je iets met gastvrijheid doet en wonen in een groep en dan is dat mijn nieuwe manier van geloven en in het leven staan, maar ik wilde die relatie met God of met dat trancedente, het verticale, ook behouden. Dus ik wil eigenlijk een plek creëren waar die twee bij elkaar komen: het horizontale, het maatschappelijke, verbinden met het verticale, met God. Juist die twee bij elkaar houden is typisch iets wat een klooster doet. Dat miste nog en dat was volgens mij goed om te doen. Dus hebben we hier een kapel waar elke avond avondgebed is. Het is fascinerend, hoe je een soort van slaapkamer ombouwt tot een een niet per se heilige ruimte — de vloer heeft een andere kleur — en het is niet een plek waar wordt gespeeld, tenzij de kinderen een soort van avondgebedje spelen. Maar ze spelen er niet met autootjes of iets dergelijks. Het is echte en aparte ruimte, niet heilig maar wel speciaal. Een plek waar je aan gehecht raakt. Een plek waar je op een vast moment op de dag de dag kunt laten voor wat die is.

We hebben hier een kapel waar elke avond avondgebed is. Het is echte en aparte ruimte, niet heilig maar wel speciaal. Een plek waar je aan gehecht raakt. Elke dag heb ik een half uur de kans om even stil te staan, om tot rust te komen, te bezinnen, de shit van de dag te laten voor wat die is.

Zo creëren we hier dingen

Elke dag heb ik een half uur de kans om even stil te staan, om tot rust te komen, te bezinnen, de shit van de dag te laten voor wat die is. Af en toe te denken: ‘Ik weet het ook even niet meer, ik steek een kaarsje aan, dat is nog het enige dat ik kan verzinnen. God, los het maar op!’ Het is goed om af en toe ook gewoon de problemen of de shit van de dag te laten, je kunt namelijk niet de hele wereld redden. Dat af en toe beseffen is belangrijk. Het helpt me om de dag af te sluiten. Vroeger, thuis, op zaterdagmiddag — we gingen op zondag naar de kerk — dan ging mijn vader de schuur een beetje opruimen, schoenen poetsen, van die zaterdagmiddagklusjes om de week af te sluiten en naar de zondag toe te gaan. Ik heb dat nu bijna elke dag, als ik er tenminste ben. Zo creëren we hier dingen. Vervolgens ontstaat er ook van alles. Dat is altijd fascinerend. Het begon met het nadenken over gastvrijheid, dat niet alleen maar in een groep te doen en daar het geloof een plek in willen geven, wat dan een klooster werd. En als dan dan woord ‘klooster’ er bij komt, dat dan ineens allemaal nieuwe dingen genereert.

Als je een klooster begint vragen mensen of je ook bier hebt. Of je ook bier gaat brouwen. Daar was ik helemaal niet mee bezig. Daar had ik nog nooit over nagedacht. Maar doordat je met zo’n concept voor een klooster aan de slag gaat gaan andere mensen daar ook van alles van vinden. Bier is op zich helemaal geen gek idee. Als je zo’n plek hebt als het Kleiklooster, dan wil je wortelen in de omgeving. We willen een klooster zijn dat zich niet terugtrekt uit de samenleving, want we zitten midden in een enorm flatgebouw en we zijn niet als gemeenschap ergens op de hei gaan zitten, we proberen in hartje Bijlmer, in de samenleving te zitten. We willen wortelen als klooster op deze plek, er te leven en te werken. Dus wanneer je dan ook gaat ondernemen in deze buurt, bier gaat brouwen, dan wordt die verworteling steeds steviger. Dan kom je met steeds andere mensen in contact.

Een idee over gastvrijheid werd een klooster. Dat werd ook een brouwerij. Nu ook een koffielabel, misschien zelfs een bakkerij en op termijn een kloosterboerderij. Het is op zijn minst een waardevolle zoektocht naar wat er toe doet in het leven. Of wat of hoe je kunt zijn voor anderen.

Ecosysteem

Je creëert weer een nieuwe plek, wat ook interessant is, dat je weer een nieuwe ruimte mag creëren op een andere locatie. Maar dat was belangrijk, verstevigen in de omgeving. En, een klooster kost ook geld. Bier zou een goed verdienmodel kunnen zijn, dus dat was de reden om het maar gewoon te gaan starten. Dat slaat aan, dat is heel leuk en gaat nu ook de goede kant op. Dat genereert nu ook een eigen koffielabel. Dat genereert nieuwe ideeën, zodat we nu een eigen ecosysteem van Kleiburg willen bouwen… En dat alleen maar omdat je ergens een keer dacht dat zo’n klooster, zo’n plek creëren van rust, van gastvrijheid, van aandacht voor elkaar, dan gewoon gaan doen, dat genereert vervolgens allerlei andere dingen. Ik denk dat we over een paar jaar ook een kloosterboerderij hebben. Dan heb je ineens weer een heel andere manier van verbinden met mensen, met de aarde. Niet alleen met je poten in de klei, maar ook met je handen in de aarde. Het is op zijn minst een waardevolle zoektocht naar wat er toe doet in het leven. Of wat of hoe je kunt zijn voor anderen.

Wat ik met mijn geloof probeer te doen: om een heel groot en vaag begrip weer proberen te tastbaar krijgen. Grip krijgen op wat mij nu eigenlijk bezielt. En dat ook weer gewoon lokaal, tastbaar en dichtbij krijgen.

Het grote vage tastbaar maken

Ik vergelijk wat wij hier aan het doen zijn met het klooster wel eens met het biologische eten. Waarin we met het voedselsysteem in de globaliserende wereld niet meer weten waar dingen vandaan komen. Alles vliegt van overal ons land binnen. We willen daar graag meer grip op hebben, meer zekerheid over dat wat we naar binnen stoppen. Dat onze aardappels bij boer Piet vandaan komen en onze groenten van een andere plek waarvan we de mensen kennen. Wat je dan doet, met daar grip op krijgen, is weten dat je op voedsel weer zichtbaar, tastbaar, lokaal, dichtbij en meer van dat soort begrippen kunt plakken. Los van dat het heel goed is. Dat is ook wat ik met mijn geloof probeer te doen: een heel groot en vaag begrip weer proberen tastbaar te krijgen. Grip krijgen op wat mij nu eigenlijk bezielt. En dat ook weer gewoon lokaal, tastbaar en dichtbij krijgen. Maar ik weet ook helemaal niet wat mijn plekje is in deze hele wereld, maar wat ik wel weet is waar ik kan wonen, hoe ik dat kan vormgeven en hoe ik daarin mijn geloof kan betrekken. Mijn scope is heel klein, dat is gewoon dit flatgebouw bijvoorbeeld. Dat zie ik als mijn geloofsgebied, of als mijn ruimte waarin ik dat wil vormgeven. Op die manier probeer ik het weer tastbaar te krijgen, het grote vage weer vast te kunnen pakken.