Hoe Joris Hofmans ruimte maakt door binnen naar buiten te halen

Happyplaces Stories (video)

Het was al weer een hele tijd dat we elkaar spraken. Begin december kreeg ik een mailtje van hem. Hij had lang geleden mijn naam genoemd bij een mogelijke opdrachtgever en was nieuwsgierig of dat nog wat was geworden. En vervolgde: ‘Hoe gaat het met je? Ik heb besloten mijn werk als creatief om te gooien. In plaats van in muffe kantoren wil ik werken in de natuur. Wat ik ga doen heet Another day at the office. Inmiddels heb ik een aantal mooie tochten gemaakt met klanten. Omdat jij altijd bezig bent met ‘ruimte’ dacht ik: misschien kun jij er ook iets mee?’ Dus besloten we af te spreken. In het Siegerpark, want ‘dat is waarschijnlijk de meeste on-Amsterdamse plek van Amsterdam’. Dat klopte wel aardig. Ik camerarugzak, camouflagejas, gympen. Hij rugzak, soort zeiljas en natuurlijk nog steeds op cowboylaarzen. Ik weet niet beter. Van afstand leek het op van die outdoor schoenen, was gepast geweest voor de plek, maar cowboys maakten ook nogal wat avonturen mee op dat schoeisel dus eigenlijk wel logisch voor een blubberig grasland. Het parkje bleek een juweeltje. Ingeklemd tussen de ring, het spoor en de schaduw van de kille kantoorgebouwen van Zuid, ligt een keurig parkje vol met vergeten beeldhouwwerken, een soort mini-Kruller-Möller met werken die Stedelijk Museum-waardig zijn. Door de buurt trots in perfecte staat gehouden, met zelfs een pontje over een watertje. Geniaal. Als je goed luistert tussen treinen en het gezoef van auto’s door, hoor je de vogels. Joris had al eerder een wintertaling en wat rotganzen gespot. Samen zijn we getuige van de voedselzoektocht van een Vlaamse gaai. We lopen zeker een rondje of vier, en kletsen intussen bij over werk, ideeën en meer. Over zeiltochten, ideeën voor op een boot met tochten en sprekers bij de Canarische Eilanden, omvaren via Marrakech zou ook zo maar kunnen en rum halen in Jamaica. Heerlijk, Ik heb Joris te lang niet gesproken.


We staan in het Siegerpark in Amsterdam. En het Siegerpark is een park zo groot als een postzegel. Het ligt vlak naast het gebouw van PricewaterhouseCoopers. En vlak naast de ring, dus best wel wat herrie. Maar het is een heel mooi klein parkje. En er is geen Amsterdammer die er ooit van gehoord heeft. Ik vond het een bijzondere plek om met jou af te spreken. Bijvoorbeeld ook omdat het helemaal vol zit met kunst uit het Stedelijk Museum. Ook al weet zelfs het Stedelijk Museum dat inmiddels niet meer. En de reden dat we met elkaar afspraken was dat ik inmiddels iets aan het doen ben dat heet ‘Another day at the office’, wat een kleine knipoog is naar mensen die in gebouwen zoals bij PricewaterhouseCoopers zitten en problemen proberen op te lossen maar daar niet goed uit komen.

Strontschip

Die ervaring die herken ik heel goed van alle reclamebureaus waar ik altijd gewerkt heb. En bij die reclamebureaus was het vaak zo dat ik gevraagd werd om problemen op te komen lossen waar creatieven bijvoorbeeld niet uit kwamen, of waar de creatieve directie iets meer zicht nodig had. Vaak ging het dan ook over wat die reclamebureaus dan ook zelf moesten als toekomst. Ze zijn altijd bezig met zichzelf te ontwikkelen. Wat ik intertijd altijd deed voor die reclamebureaus was mooi werk maken. Dus posters, websites, de hele rataplan. Gebaseerd op een mooi concept. Maar na een jaar of vijftien realiseerde ik me ook wel dat ik vooral een mooie vlag op een strontschip aan het maken was.

Buiten

Wat ik in die jaren steeds meer ben gaan doen is het onderliggende probleem ontdekken. Onder een vraag van een bedrijf of van een bureau of van een organisatie of een persoon. Wat ik steeds meer ben gaan doen is dus steeds meer strategie, wat een heel vaag en groot begrip is. Op een gegeven moment dacht ik: ‘Dit is ook wel leuk, maar ik zit nog steeds binnen de vier muren van een kantoor.’ Toen dacht ik terug aan vroeger. Ik sprak op een gegeven moment mijn moeder en die vertelde me dat ik als klein kind een heel vervelend mannetje was. Ik terroriseerde zo’n beetje het hele gezin. Ik sloeg ook kinderen op school enzo. Ik was niet zo’n leuk ventje. En wat mijn moeder vervolgens deed als ik niet meer te handlen was, dan nam ze me mee naar een park. Naar een park, zoiets als dit. Wij woonden toen in Hoorn. Het effect van zo’n park was meteen, met de ruisende blaadjes en het IJsselmeer waar we aan woonden, dat ik binnen vijf minuten heel erg rustig werd. Het grappige is, als je dat doet, als je mensen mee naar buiten neemt, dan krijg je dat effect. Dus van de vier muren en het elektrische licht wat je in zo’n plek hebt ga je naar buiten en mensen gaan meteen open.

Het lijkt alsof ze direct de ruimte krijgen om veel meer aan je te vertellen dan ze van plan waren. Gek genoeg, als je samen gaat creëren, als je samen over concepten begint na te denken, komen er veel meer gedachtelijnen los. Mensen kijken om zich heen, beginnen te associëren, ze zien een vogel of ze zien iets op een pad liggen en beginnen daar dingen mee te verzinnen. En ik heb gemerkt dat door mensen mee naar buiten te nemen, dat er veel interessantere dingen gebeuren. Dus op een gegeven moment dacht ik: ‘Ik wil helemaal niet meer bij reclamebureaus binnen zitten. En ook niet meer bij de klanten waar ik direct voor werk.’ Dus wat ik ben gaan doen, ik ben ze gewoon mee naar buiten gaan nemen. Dat is het enige dat ik nog wil doen op dit moment. Ik ben dat steeds verder aan het uitbouwen. Ik vraag ze om mee te gaan zeilen bijvoorbeeld. En de grap is dat hoe verder je met mensen naar buiten gaat, hoe meer ze van zichzelf gaan laten zien.

Band

Je neemt iemand mee naar buiten. Ook al ken je diegene niet, dan heb je binnen twintig minuten een soort minirelatie. Een soort minivertrouwensband met die persoon. Veel sterker dan je dat hebt wanneer je dat binnen hebt. De grap is, dat op het moment dat je weer naar binnen gaat dat dan de rollen weer anders ingericht lijken te worden. Dan gaan mensen weer terug in hun patroontje zitten. Je krijgt dus tijdelijk een inkijkje in wat iemand echt meent, echt bedoelt en echt vindt. En vervolgens gaat diegene weer in zijn rol zitten. Wat je wel merkt, dat is het verschil met het werk dat ik vroeger deed, namelijk gewoon concepten verzinnen, is dat ik voorheen met een briefing een opdracht ging invullen en inkleuren aan de hand van de vraag van diegene. Wat de campagne moest worden, wat de strategie voor een bedrijf moest zijn. Tegenwoordig is het zo dat wat ik nog metz e doe is, in hun rol gaan nadenken wat zij kunnen doen of met welke inzichten zij anders naar hun rol zouden kunnen kijken en daarom hun rol anders kunnen in gaan vullen. Zodat er andere dingen uit komen als ze dingen doen. Dus ik heb maar een minirelatie met ze. Voor de tijd dat ik met ze buiten ben of op reis met ze ben. Maar het verandert veel meer hoe die mensen in hun rol zitten en de beslissingen die ze gebaseerd daarop nemen. Dus het komt nog wel voor dat ik opdrachten inkleur voor ze, dat ik een presentatie maak of iets dergelijks, maar steeds vaker is het zo dat ze aan het einde van onze minireis of aan het einde van onze wandeling zeggen: ‘Ik had gevraagd om een presentatie van wat we gingen doen, maar ik weet het al, dus laat die presentatie ook maar zitten.’ Ik weet zelf niet precies hoe het werkt. Maar wat ik merk is dat mensen door hun lichaam te plaatsen in een omgeving die groter is en die meer ruimte boedt, dat ze zelf ook die ruimte in gana vullen door veel meer te associëren en veel meer los te laten over wat ze daadwerkelijk vinden in plaats van wat hun doelstelling is, bijvoorbeeld.