Hoe Peter Rombouts ruimte maakt met houvast geven in beweging

Happyplaces Stories (video)

Ik ontmoette Peter eerder dit jaar in Sint-Michielsgestel. Ik volgde Jan Pieter van Lieshout, om extra materiaal te draaien voor de film die vertoond zou worden op zijn dansjubileum. Jan Pieter had me al veel over Peter verteld, maar mijn eerste ontmoeting was ik, met camera Jan Pieter volgend terwijl die twee mannen elkaar groetten en omhelsten. Peter is een mooi verhaal. dat vertelt hij zelf. We zaten aan tafel. We waren aan het bespreken wat we die dag wilden bereiken voor de film. Kort Peter filmen, de mannen dansend, liefst ook samen maar bovenal werd het al snel een filosofisch gesprek. Op een gegeven moment zei Peter: ‘Ik kan niet met jullie mee, zo diep. Afgelopen week was de begrafenis van mijn vader. Mijn hoofd zit niet niet hier. Ik moet dansen.’

Jan Pieter handelde uit direct begrip, ik begreep dat ook, heb iets meer dan een jaar pap niet meer, maar vond het tegelijkertijd ook wonderlijk maar in het moment volkomen normaal dat Peter dus moest dansen. Alsof ik dat oo altijd doe. In de ruimte startte een heel mooi nummer, Tomorrow Eyes van Remy van Kesteren. Meervoudig mooi, want wat daar gebeurde hoort voor nu altijd bij elkaar, en ik stond er midden in. Peter transformeerde van Peter, in Peter de danser. De muziek, het moment en de dans namen bezit van hem. Het was ook voor het eerst dat ik in de dans zag wat hij er mee vertelde. Tot die tijd vond ik dans wel knap, maar ook een mix van ingewikkeld lopen of omslachtig gehannes. Ik had er door Jan Pieter al veel meer bewondering voor gekregen, omdat het door hem ook duiding kreeg: hoe het verbonden is met de maatschappij, rites, rituelen, gebruiken, vieringen. Ik had daar simpelweg eerder nooit bij stilgestaan. En niet om dat ik aan het dansen was. Nu stond ik ineens midden in de dans van Peter, omdat hij moest dansen. Ik snapte het ineens precies.


‘Mijn naam is Peter Rombouts. Ik ben danser én organisatie adviseur, tegelijkertijd. Ik combineer die twee werelden en eigenlijk komt dat uit mijn biografie voort, waarbij ik altijd twee levens naast elkaar had. De ene was het leven van de dans, en de ander was, nou ja, toch ‘doen wat er van je verwacht wordt’. Dus in dat ene leven van ‘doen wat er van je verwacht wordt’, ging ik naar school, ging ik naar de Universiteit en werd ik consultant en kwam ik in het bedrijfsleven terecht. En voor ik het wist deed ik allerlei dingen in organisaties. Met theorieën, met modellen, met plannen en dergelijke.

Tegelijkertijd had ik daarnaast het leven van de dans. En de dans was eigenlijk precies het tegenovergestelde. Daar gaat het niet over plannen, niet over goede ideeën hebben. Nee, daar gaat over over gewoon ‘zijn’. In het moment. En in het moment niet jezelf terug te trekken, maar juist in de communicatie te stappen. En te praten zonder woorden. Dus in de beweging stappen. Met anderen. Maar eigenlijk hield ik die werelden mijlenver uit elkaar. Zo ver eigenlijk, dat mensen die mij in de ene wereld zagen, en heel af en toe ook in de andere, mij niet herkenden. Dus ergens waren het ook twee persoonlijkheden bijna. En zei vroeg mij: ‘Over zes weken is het wereldkampioenschap Argentijnse tango. Ik zou heel graag meedoen, maar mijn partner durft niet.’ En ik kreeg de vraag: ‘Zou je dan niet met mij zes weken willen trainen om dat mee te doen aan dat WK.’ Ik heb daar een nachtje over geslapen en dacht: ‘Waarom ook eigenlijk niet?’

We hebben dat gedaan, we hebben zes weken getraind. Vervolgens gingen wij naar dat WK. En op dat WK gebeurde er iets heel bijzonders. Iets wat ik nog nooit eerder had meegemaakt. Namelijk dat hele veld, iedereen in die zaal aanwezig, onderdeel werd van ónze dans. Terwijl er natuurlijk ook een heleboel andere paren zijn. Dat heb je nou eenmaal natuurlijk met een wedstrijd. In dat ene moment viel voor mij alles samen. En toen wonnen wij ook. Wij werden wereldkampioen. Totaal onverwacht. Wij zouden ook stoppen, dat was het idee. Het idee was, zes weken trainen, dan het WK en daarna ieder weer z’n eigen weg. Maar goed, wij wonnen en gingen vervolgens door. Dat was voor mij zo’n intense ervaring, dat ik het eerst niet begreep. Hoe kan het nou dat we binnen zes weken wereldkampioen worden, terwijl daar mensen zijn die dat al jaren proberen?

Dus ik ging met mensen praten, onder andere met juryleden maar ook met mensen die daar aanwezig waren. Die zeiden allemaal ongeveer hetzelfde. Ze zeiden: ‘Peter, jij was zeker niet de beste tangodanser. Dat kan niet in zes weken. Maar jullie waren het enige paar wat écht danste. Dat de essentie van die dans daar in de ruimte bracht.’ En dat had ik wel gevoeld, maar ik begreep het gewoon nog niet. We zijn daarna doorgegaan, we dansen nu nog steeds tango samen. Maar door die ervaring keek ik ook naar mijn andere leven, wat ik nog steeds had. Ik was nog steeds consultant, ik liep nog steeds in het bedrijfsleven rond. En toen dacht ik: ‘Hé, dat is interessant. Zo’n moment van je één voelen met alles en vervolgens de transformerende kracht die daar vanuit gaat, mijn leven stond daarna totaal op zijn kop, dat moet toch ook bruikbaar zijn in het bedrijfsleven.’

Het kan toch niet zo zijn, dat alles wat ik leerde in die dans, niet alleen in dat moment van dat WK, maar ook al die jaren er voor toen ik nog andere dansvormen danste, alles wat ik daar in leerde, waarom zou ik dat nou thuis laten op het moment dat ik een organisatie binnen loop. In het werk. In het leven. Waarom parkeerde ik dat nou eigenlijk. Totdat ik eigenlijk besloot om daar mee op te houden. Ik dacht: ‘Ik stop daar gewoon mee. Ik stop met die twee gezichten. Ik stop met die twee werelden. Ik ben het tegelijkertijd.’ Dus als ik binnen kom, ook in organisaties, dan krijg je een adviseur en een danser tegelijkertijd. Dat wil niet zeggen dat ik altijd fysiek ook dans. Ondanks dat dat een groot deel is van het werk is wat ik doe, ook samen met Jan Pieter. Maar ook als ik niet letterlijk dans, ik figuurlijk de danser wél altijd meeneem. Dus ik blijf altijd voelen en in beweging. En ook, alles wat ik leerde, en alle potentie die ik had ervaren in het praten zonder woorden. In het in de communicatie stappen, zonder het gebruik van woorden. Om die gewoon in te gaan zetten. En gewoon niet meer achter te houden. Zo is het eigenlijk begonnen.

Toen ik startte met dat idee, begint dat natuurlijk heel klein. Je gaat wat proberen, je haalt wat mensen bij elkaar, een beetje aan de zijlijn. En vervolgens ging ik veranderkunde studeren. Ik heb daar twee jaar een programma doorlopen, waarin je je eigen verandermethodologie ontwikkelde. En dat heb ik gedaan, en ik was gekomen tot een methodologie, zo heet dat dan, niet zozeer de methode, maar ‘waar ben je dan van’ als veranderaar of als consultant. Mijn verhaal werd ‘jezelf op het spel zetten’. Wat gebeurt er nou in een context die dat niet gewend is, om daar bijvoorbeeld te gaan dansen. Kijk, als je danst op een dansvloer of op een podium, dan valt dat binnen de kaders die we met elkaar hebben afgesproken. Maar als je gaat dansen in een kantoor, of met een managementteam is dat natuurlijk een heel ander verhaal. Dat is het tegen de context in, als het ware. En dat doen, dat noemde ik ‘jezelf op het spel zetten’.

Ergens had ik ook geen keus om dat te doen. Dus ik begon simpelweg, in gesprekken die ik had, met klanten, om te zeggen na een paar zinnen en eigenlijk niet veel meer: ‘Vind je het goed als ik even beweeg?’ Omdat, als ik beweeg, ik heel andere informatie tot mij krijg over de klant, of over het vraagstuk of waar ze mee bezig zijn. Dat leverde een heleboel informatie op die je niet zou krijgen als je alleen maar zou praten.

Al sinds jaar en dag, heeft de dans eigenlijk en functie. In het maatschappelijke, in de vorm van rituelen, in de vorm van het verbinden van mensen. En in onze samenleving, en zeker in organisaties is die kwaliteit verloren gegaan. Die is er niet meer. Die benutten we niet meer. En wat wij met Masters of Movement doen en ook los van elkaar, is die kwaliteit van de dans terug brengen. En wat denk ik Jan Pieter en mij verbindt daarin, is dat wij het niet als metafoor gebruiken. Dus wij hebben het niet over leiden en volgen, en hoe dat dan in dans werkt en hoe dat dan in organisatiecontexten zou werken. Of over communicatie, of over leiderschap. Nee, wij zetten die dans in als taal. Als een andere manier van communiceren. En, ondanks dat we dat allebei op onze eigen manier doen, gebruiken wij de dans in essentie, als je het zo simpel mogelijk zou proberen uit te leggen, om informatie vrij te maken die je niet krijgt als je alleen maar praat met elkaar. Dat is wat ons betreft ook de essentie van de dans. Die dans die gaat net voorbij het woord. Dus dat wat we net niet in woord kunnen vatten, dat laat de dans zien. Zo zetten wij dat in, in organisaties waar natuurlijk veel met gesproken woord wordt gedaan. En eigenlijk blijft daardoor een heel groot deel onzichtbaar. Dat is een van de belangrijkste redenen waarom wij dans inzetten.

Een andere is, dat we gemerkt hebben, in elk geval als ik over mezelf spreek, is dat de dans transformerende kracht heeft. Dat zit hem in het feit dat die dans in essentie connectie maakt met wat ik dan altijd maar het potentieel noem. Dans is in die zin ook een uitingsvorm van potentieel. In ieder geval van menselijk potentieel. Je kan praten. Je kan zitten. Maar je kan ook dansen. Dat heetf op zich al een potentie in zich. Het hele idee is, als je mensen in aanraking laat komen met hun potentie, of een team, of een organisatie, als je die hun eigen potentie direct in de ogen laat kijken in de vorm van dans, dan heeft dat een transformerende kracht. Dan heeft dat misschien ook een ontregelende kracht ook voor mensen. Het raakt heb diep. Omdat we nogal gewend zijn, zeker in organisaties, om ons te focussen op de dingen die niet goed gaan: de blokkades. Dat wat er lastig is. Dat waar je vast loopt. En als je dan in aanraking komt met de dans, die dan in één keer tegen je zegt: ‘Maar wacht even. Al die problemen, al die patronen, al die blokkades, die zijn er. We ontkennen net niet. Maar vergeet niet dat er ook een enorme potentie hier aanwezig is. En, als je die in de ogen kijkt, onverhuld, dan heetf dat een kracht op die problemen en op die patronen. Dus daarmee hoeven wij niet zozeer heel erg in de diepte te gaan in het aangaan van al die problemen, maar via een omweg doen we er heel veel mee.’ Voor mij is dat een essentieel onderdeel geworden van mijn manier van de dans inzetten.

En, in alle eerlijkheid, dat merk je ook als we het doen. Mensen zijn altijd diep geraakt. En dat diep geraakt zijn, kan zich op allerlei manieren uiten. Er zijn mensen die enorm de verbinding terug vinden. Wat ze met zichzelf willen, of met de mensen om hun heen. Er zijn ook mensen die enorm worden geconfronteerd. Geconfronteerd bijvoorbeeld met hun eigen kwetsbaarheid, of hun eigen verhouding met bijvoorbeeld intimiteit. Maar ook bijvoorbeeld, met hoe je je problemen en problemen in organisaties eigenlijk als excuus bent gaan gebruiken om de echte dingen niet aan te gaan. Wij komen dan met de dans. En de dans laat zien: ‘Ja maar, wacht even, je kan daar in blijven, maar in essentie heb je veel meer te brengen. En heeft het team misschien veel meer te brengen. Kunnen we alsjeblieft kijken met elkaar hoe we dat naar buiten kunnen laten komen? Hoe we dat eruit kunnen laten komen?’ Dus in die zin is dans voor ons een vorm van mensen terug in aanraking laten komen met hun potentieel.

In mijn vorm, is wat ik doe is: ik spreek een paar woorden, een paar zinnen hooguit, met mijn klant. En daarna zeg ik: ‘We stoppen even met praten. Om dat wanneer we nu doorgaan met praten, ik toch weer moet nadenken en voor je het weet toch weer een soort van diagnose maak en daar toch weer slimme dingen over probeer te zeggen.’ Dat probeer ik te bypassen. Om dat over te slaan. Door mensen in een kort gesprek kennis te maken en misschien een klein beetje te horen wat hun vraag is of waar ze mee zitten. Maar dan toch vrij snel te zeggen: ‘Joh, vind je het goed dat ik even dans. Dan ik even opsta, en even beweeg.’ En wat ik dan doe is niet zozeer een dans. Ik doe niet een tango, of ik doe niet een andere dans. Pasjes, of… Maar ik ga gewoon staan en wacht tot er een beweging komt. Ik laat eigenlijk mijn lichaam gewoon bewegen. Voorbij allerlei kwaliteitseisen van de dans, of het er mooi uit ziet. Nee, er gebeurt wat er gebeurt in die beweging. En ergens is er dan altijd een moment, en soms zit het in het begint van de dans of soms duurt het even, dat de dans het overneemt.

Dus dan is het niet zozeer, ik die danst. Maar ik die gedanst word. Dus het moment dat ik daar sta, en mijn lichaam beweegt, dan laat ik alles gebeuren zoals het gebeurt. Ik hou niks terug. En ergens kom ik dan in een moment van vervoering. Ik ben even niet meer mezelf, tijdsbesef is weg. Ik heb geen idee hoe lang het duurt. Zelfs het idee, of notie van waar ik ben valt even weg. En ik ga even totaal op in die dans. En ik durf daar op te vertrouwen. En wat er dan gebeurt is dat bewegingen, dus de bewegingen die ik maak, die worden betekenisvol. In iedere beweging zit informatie. En achteraf duid ik die informatie. Dat doe ik niet in het moment zelf. Die dans moet die dans zijn. Maar alleen de dans laten zien aan mensen is vaak niet genoeg. Soms gebeurt het dat er mensen zeggen: ‘Ik heb geen woorden meer nodig. Wat je hier gedanst hebt, is precies waar het over gaat.’ Soms zegt iemand: ‘Wat jij hier laat zien is precies wat ik aan de binnenkant voel. En jij laat dat nu in fysieke vorm zien.’ Dar zijn woorden niet meer nodig. Maar heel vaak, zeker ook in organisaties, zijn woorden wel nog nodig. Hebben mensen duiding nodig bij dat w at ze gezien hebben, maar ook bij wat ze ervaren hebben, wat ze gevoeld hebben. Dus die stap is van essentieel belang. En daarin worden we, een klein beetje, of misschien niet eens een klein beetje, een houvast.

Een houvast in beweging. En dat vind ik van groot belang, ook omdat in het huidige tijdsgewricht alles zo in beweging is. Mensen hebben dan houvast nodig. Die houvast wordt heel vaak gezocht in uiterlijke structuren. Of in macht, of in misschien wel een nostalgisch verlangen naar vroeger. En tegelijkertijd is dat niet de realiteit. De realiteit is dat vandaag de wereld er echt anders uit ziet dan gisteren, en morgen er ook weer anders uit zal zien. Dus alles is constant in beweging. Maar hoe vind je daar houvast aan? In zo’n altijd veranderende omgeving?

Als danser leer je bijna als eerste één ding. Ik weet het nog heel goed, als ik bijvoorbeeld in de coulissen stond, voordat ik het podium op moest. Dan stond ik achter het gordijn en dan kwamen de mensen binnen. Je hoorde dan het geroezemoes in de zaal. En ergens zei iets in mijn lijf: ‘Ik moet hier weg. Wat doe ik hier? Ik wil helemaal niet dat podium op.’ En tegelijkertijd zei alles in mijn lijf: ‘Ja maar, ik moet daar heen, dat is de plek waar ik moet zijn.’ Tegelijkertijd. Een totale dubbele verhouding. En wat leerde je dan als danser als je dan in spanning terecht kwam: je ging hoog ademen, je spieren verkrampen een beetje — wat ook een vorm van houvast vinden, je letterlijk ergens aan vastklampen. Dan leerde ik als danser, dat leren alle dansers, dat je de houvast vindt door in beweging te gaan. Wat ik dan deed? Ik moet gewoon bewegen. Dus ademhaling naar beneden brengen. Het zwaartepunt va je lichaam naar beneden brengen en gewoon bewegen. En in die beweging, vind je dan je houvast. Vind je je houvast. En dat hele idee, van houvast vinden in die beweging, dus de beweging niet zien als iets engs, of als iets waardoor je het niet meer weet waar je het zoeken moet, is een van de belangrijkste dingen geworden ook voor mijn werk. Dat voel ik dus op het moment dat ik daar sta. Dus op het moment dat ik daar ga staan, bij een klant, dan voel ik wat zijn houvast is in beweging. Daar geven we later dan woorden aan. En daar kunnen mensen dan als een anker, als een secure base of wat je het dan ook noemen wilt, altijd weer naar die ervaring terug. Zoals ik altijd nog terug kan naar dat moment van dat WK. Voor mij is dat een anker geworden, een houvast.

Het blijft moeilijk om uit te leggen wat precies de werking is, hoe het nou precies werkt dat we tot die informatie komen. Hoe het nou precies werkt dat we tot die houvast van die specifieke persoon, dat specifieke team of die organisatie, hoe we daar bij komen. Maar het heeft iets te maken met dat er velden zijn waar je in kan stappen. Waar de danser instapt, waar misschien de musicus instapt, of waar je zelf in stap als je in de natuur loopt. Of in een bepaald gesprek met iemand. Dat je in een keer voelt: ‘Wacht eens even. Hier draait iets, er komt iets in een omkering terecht waarbij er een hele andere verbinding ontstaat.’ Wat wij doen is die verbinding gebruiken. En inzetten.

Show your support

Clapping shows how much you appreciated Marcel Kampman’s story.